Tussen fantasie en werkelijkheid

Singer-songwriter Eefje de Visser treedt 7 november op tijdens Geen Daden Maar Woorden Festival in Rotterdam. Binnenkort verschijnt haar derde album Nachtlicht. In de aanloop daar naartoe balanceerde ze tussen bomvolle zalen en eenzame afzondering. Dorien Dijkhuis sprak haar over gedachten-pingpong, zwevende zinnen, de poëzie van taal en het belang van de eerste zin.

Tussen de bedrijven door heeft ze tijd voor thee en een interview. Haar nieuwe album verschijnt bijna en dat zorgt voor een bomvolle agenda. Liedjes opnemen in de studio, mixen, nadenken over promo’s, teasers, videoclips en de nieuwe show, alles komt tegelijk. Het is leuk, maar druk. Een interview is dan eigenlijk wel fijn. Anderhalf uur praten over muziek, schrijven en inspiratie… Na muziek máken is dat wat ze het liefst doet.

‘De balans is wel eens zoek’, zegt ze. ‘Het zijn van die uitersten: eerst sta je voortdurend met de band op het podium in bomvolle parken en zalen en vervolgens sluit je jezelf min of meer op om aan het schrijven te slaan.’
Zeker in het begin was het onrustig. Ze had haar eerste album De Koek net uitgebracht. Maandenlang had ze opgetreden en rondgetoerd, ze leefde in een soort roes. Toen dat voorbij was, was daar ineens het beruchte zwarte gat: er moesten nieuwe liedjes komen. Voor Het is, haar tweede album, heeft ze zeven maanden thuis in haar eentje zitten ploeteren. ‘Dat was best zwaar ja.’

Isolement heeft ze altijd wel een beetje nodig om te schrijven. Omdat ze na de hectiek rond haar tweede plaat niet wéér thuis wilde zitten wegkwijnen, ging ze drie weken naar Barcelona. Die stad bood behalve isolement (ze ging in haar eentje) ook veel nieuwe prikkels. ‘Eigenlijk is dat niks voor mij, alleen gaan. Ik heb nooit goed alleen kunnen zijn. Meer mensen hebben dat. Misschien komt het doordat we kuddedieren zijn. Wanneer we lang alleen zijn worden we depressief. Maar ik was ook nieuwsgierig hoe het zou zijn.’

Ze was bang dat ze zich in haar eentje misschien verloren zou voelen, maar dat was niet het geval. Of nou ja, misschien ook wel, maar dan verloren op een fijne manier.
‘Wanneer je met anderen ergens naartoe gaat, ben je voortdurend aan het evalueren en reflecteren. Je ziet iets, je denkt iets, je zegt er iets over en de ander zegt iets terug. Zo ontstaan nieuwe gedachten. In je eentje gebeurt dat niet. Dan hoor je alleen wat zich in je eigen hoofd afspeelt. Het tempo vertraagt ook, je bent niet meer met die ander aan het gedachten-pingpongen.’
‘Ja, het was fijn. Ik ben er ‘nieuw’ uit gekomen. Ik liep daar in mijn eentje in die stoffige schitterende stad met overal van die surrealistische gebouwen en verlaten parken en ik voelde me op een mooie manier verloren. Die sfeer hoor je denk ik terug op mijn nieuwe plaat.’

Van binnenuit iets maken
Ze wist al vroeg dat ze zangeres wilde worden. Hoewel ze ook nog een tijdje gedacht heeft aan illustrator. Maar de muziek lag min of meer besloten in haar genen. Ze is ermee opgegroeid. Haar ouders leerden elkaar kennen in een band. Haar moeder was zangeres, haar vader bassist en haar oom schreef daar liedjes voor. Diezelfde oom leerde Eefje gitaarspelen toen ze twaalf was.
Op haar zestiende zette ze twee gedichten van Leo Vroman op muziek: ‘Vrede’ en ‘Jeldican’.
‘Onze middelbare school werd naar hem vernoemd en ik werd gevraagd iets te doen tijdens het feest. Die liedjes heb ik toen gezongen. Leo Vroman mailde me dat hij het zo mooi vond. We hebben toen nog anderhalf jaar heen en weer gemaild. Maar ik was nog heel jong en hij schreef van die erudiete verhalen. Ik had geen idee wat ik terug moest schrijven. Dus zo is dat contact een beetje verwaterd.’

‘Die liedjes zijn me heel dierbaar. Het zijn twee van de weinige dingen uit die tijd die nu nog echt goed zijn. Ik kon destijds helemaal geen teksten schrijven. Ik schreef alles in het Engels, heel jong, naïef en met veel fouten erin. Het duurde sowieso een tijdje voordat ik echt mijn stem had gevonden. Er was een periode waarin ik mijn eigen liedjes verschrikkelijk vond. Als je van jongs af aan muziek maakt, ben je je eigenlijk helemaal niet bewust van je stem. Mensen om me heen vonden het goed wat ik maakte en dus hield ik er niet mee op. Maar ikzelf werd er niet gelukkig van. Het was tijd voor iets anders. Ik wilde niet meer pleasen, maar van binnenuit iets maken.’

In het Nederlands
Dat was een zoektocht. Ze stapte uit haar toenmalige band en begon in opdracht liedjes voor het theater te schrijven. Kinderliedjes. Die werden een beetje abstract en filosofisch en toen dacht ze: aha! Dát kan ik met de Nederlandse taal. Zo begon ze haar eigen liedjes te schrijven.
‘Ik vond mezelf opnieuw uit in het Nederlands. Als je zingt in een bepaalde taal moet je alle woordspelingen, grappen en verbasteringen in die taal kunnen begrijpen, je moet alle lagen van een taal kennen. Alleen dan kun je op verschillende manieren iets vertellen.’

Eigenlijk wilde ze nooit in het Nederlands zingen. Ze vond dat ze klonk als een musicalzangeres: te pathetisch, te articulerend, te netjes. Niet de nonchalance die ze in het Engels zo mooi vindt.
“Ik heb het idee dat Nederlandstalige muziek draait om de taal. In het Engels staat de taal niet zo voorop, daar gaat het soms zelfs meer om de muziek. Dat komt onder andere door hoe het wordt uitgesproken. Luister naar Radiohead, dat zijn teksten zonder duidelijke richting, flarden van zinnen, je kunt niet in een keer vatten waar het liedje over gaat. In het Nederlands is dat nog een beetje taboe. Hier moeten teksten degelijk zijn.”

Poëtisch
Haar teksten worden vaak poëtisch genoemd. Dat klopt wel. Zinnen als ‘we keken over de daken van de stad / over de stad heen / naar de lucht / die boven de stad hing / en de vogels die boven de stad vlogen / we keken over het leven van de mensen in de stad’ uit het nummer ‘Stad’ van haar eerste album, hebben zeker poëtische waarde. Er blijft van alles tussen de regels hangen.
‘Ik houd van die droomwereld tussen fantasie en werkelijkheid. Maar de muziek is er bij mij altijd eerst. Het begint met een melodielijn. Daar moet ik dan een zin bij zoeken die er goed in past. Dat vind ik veel moeilijker dan melodie. Die eerste zin, daar gaat het om, dat moet een goed begin zijn voor een tekst die iets om het lijf heeft. Maar je hoeft het dus niet in één keer te kunnen begrijpen.’

‘Wat dat betreft heb ik iets waardevols van de poëzie van Leo Vroman geleerd: hoe je lichtheid in taal kunt brengen. Hoe je zware dingen licht kunt zeggen door zinnen te laten zweven of door nieuwe woorden te bedenken. Ik bewonder zijn speelsheid met taal.’
‘Sommige mensen noemen mijn teksten “vaag”. Dat begrijp ik ook wel, maar ik hoop dat ze ook zien dat het bijzonder is, zowel muzikaal als tekstueel. Ik probeer het anders te doen dan anderen.’
En als ‘vaag’ nou net zo’n begrip is als ‘verloren’: dat je het hebt op een slechte en op een goede manier? ‘Ja, als “vaag” betekent dat je mijn muziek niet meteen begrijpt, maar dat je wél geboeid bent, dan vind ik dat een groot compliment.’


Eefje de Visser werd geboren in 1982 in Moordrecht. In 2009 won ze de Grote Prijs van Nederland en stopte ze met de Rockacademie. In 2011 kwam haar eerste album De Koek uit. Met haar band speelde ze op festivals zoals Into the Great Wide Open, Parkpop en Lowlands en tourde ze langs verschillende concertzalen en theaters. In 2013 verscheen Het is. Binnenkort komt haar derde album Nachtlicht uit.


Dorien Dijkhuis (1978) is schrijver en journalist. Ze schrijft poëzie, proza en reisverhalen. Voor Passionate Platform schrijft ze o.a. verhalen voor haar rubriek ‘Literaire Bestemmingen’. Zie ook www.doriendijkhuis.nl.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s