Onze sneeuw

(of: mijn antwoord op de vraag of ik het begrip ‘melancholie’ wilde definiëren)

Door: Rebekka de Wit ♦ Beeld: Jente Hoogeveen

Ik zit op een terras aan de Bosporus en kijk uit over het water. Er is een groep kinderen aan de rand van de kade, meisjes voornamelijk, die in grote kleurrijke gewaden naar elkaar schreeuwen terwijl ze naar het water wijzen. Ik zit te ver van het water en kan niet zien wat zij zien. Ze zijn niet thuis te brengen, en niet alleen omdat het straatkinderen zijn. Hun gewaden lijken uit India te komen, hun taal is Arabisch en hun gezichten zitten daartussenin. Het duurt even voor ik door heb wat er aan de hand is, omdat het lawaai dat ze maken in mijn taal zou betekenen dat er iemand aan het verdrinken is. Maar niemand grijpt in, waardoor ik vermoed dat dit gegil erbij hoort. Bij Istanbul.

Een kletsnat meisje klimt met een trots gezicht op de kant en ik realiseer me waar alle opwinding over ging. Iemand durfde erin te gaan, wat betekent dat iedereen straks het water in zal gaan, dat kan niet anders, zo zijn wij nu eenmaal. Maar tot die tijd zullen ze allemaal druk gebarend en gillend aan het talmen zijn. Hier moet het woord talmen voor zijn gezocht, denk ik, en uiteindelijk gevonden. Voor kinderen die aan de waterkant van een helderblauwe rivier staan waarvan iedereen weet dat het te gevaarlijk is om erin te springen. Het meisje staat inmiddels druipend op de kant en al haar kleren, een broek, een jurk, een hoofddoek, allemaal in hetzelfde blauw-oranje motief, plakken tegen haar aan.
De meeste kinderen proberen tussen het springen en gillen door geld of een ijsje van een voorbijlopende toerist af te pakken en slagen daar soms in. Ze kunnen heel gemakkelijk schakelen tussen hun opwinding over het water en de verslagenheid over hun leven als bedelaar waarvoor ze in een reflex het goede gezicht opzetten. Ze zijn hard voor elkaar. Schreeuwen tegen elkaar, gooien aan elkaar gekoekte algen heen en weer en gillen daarna van trots als er weer iemand uit het water komt.
Ik mis mijn jeugd niet. Ik mis de angst om er niet bij te horen niet. De hardheid niet. Ik mis de onbezorgdheid niet, die ik geloof ik nooit echt in mijn jeugd heb gehad. Ik trok mij het leed van de wereld gemakkelijk aan en werd op meerdere rapporten ‘heel melancholisch’ genoemd.
Ik was heel bang dat mijn moeder zou doodgaan en stelde me haar elke avond dood in een kist voor, zodat als het zou gebeuren, ik tenminste al het verdriet al zou hebben gehad.
Later leerde ik dat je verdriet niet ‘alvast kunt hebben gehad’ zoals bij een prik tegen tetanus.
Een Indiaas jongetje heeft een rood t-shirt aan met ananassen erop en verder is hij bloot. Zijn geslacht steekt er als een pasgeboren muis onderuit. Hij springt in het water. Als hij eruit komt, zet hij zijn bedelaarsgezicht weer op om het roze softijsje van een toerist af te troggelen. Hij schudt met zijn pasgeboren muis alsof hij weet hoe ontroerend dat is en krijgt het. Hij likt eraan, aan het ijsje bedoel ik, en legt het dan weg. Ik zie dat hij tien meter verderop zijn hand weer ophoudt bij een toerist die een vanille-ijsje aan het eten is en ook daar schudt hij weer met zijn piemeltje en krijgt het dan.
Hij legt het vanille-ijsje naast het roze softijsje op de kant en de toeristen schudden hun hoofd. Hij lacht en drukt de ijsjes op elkaar, maakt zoengeluiden, zoals ik vroeger deed met mijn Barbies. Hij drukt ze nog harder op elkaar alsof hij ze wil laten vrijen, en doet dat net zo lang tot de twee smaken helemaal in elkaar zitten. Hij danst terwijl hij aan beide ijsjes tegelijk likt.
Hij gaat dit waarschijnlijk vergeten en dat maakt me – verdrietig is het woord niet, denk ik, terwijl ik op een toekomstig apparaat opzoek wat het verschil is tussen melancholie en nostalgie.
Ik zie op Wikipedia dat melancholie van oudsher met depressie geassocieerd wordt en ook Lars von Trier noemt in veel interviews zijn depressie ‘zijn melancholie’. Een melancholie die hem maandenlang huilend in bed hield. Ik wist niet dat die twee begrippen familie zijn. Ook nadat ik Melancholia had gezien, associeerde ik depressie niet met melancholie en andersom. Toch is dat het eerste wat je tegenkomt als je op zoek gaat naar de definitie. ‘Een gemoedstoestand die neigt naar depressie.’
En als ik hier en daar voorbijgangers vraag wat ze met melancholie associëren, schudden ze bang hun hoofd. ‘No, I am not melancholic. I am a very happy person.’
Melancholie is toch niet het tegendeel van geluk, schrijf ik op het servet waar net nog een broodje makreel op lag.
De paar toeristen die ik spreek, en ook Wikipedia, zeggen hetzelfde over melancholie, namelijk dat het donker is en iets waar je ver van moet blijven. Wikipedia zegt het trouwens niet letterlijk, maar bij de pagina staat een afbeelding van een figuur die heel duidelijk aan het lijden is en niet alleen omdat hij zijn bronzen plaatje niet uit kan komen, maar ook omdat zijn hoofd zo ver naar beneden is gezakt dat het lijkt alsof hij eigenlijk dood is.
Al heel mijn leven word ik bij de melancholici van deze wereld ingedeeld, en nu pas realiseer ik me dat ik het foutief als compliment heb opgevat.
Ik dacht dat melancholie een talent was. Een extra zintuig waarmee je meer in de wereld kunt waarnemen, meer kunt voelen en dus meer begrijpt.
Oorlog is een gevolg van gebrek aan melancholie, schreef ik ooit in een brief aan de Verenigde Naties toen ik 21 was. Een brief waarin ik me als negenjarig jongetje voordeed, zodat de brief tenminste op het prikbord zou komen. In die brief stelde ik voor dat ze een melancholie-lessenpakket zouden ontwikkelen en ik zei dat ze de Japanners daarvoor om hulp moesten vragen. In het Japans is er een onvertaalbaar woord voor ‘de droevigheid die in alle dingen besloten ligt’. Mono no aware. En als je opgroeit met dat woord, kun je de eindigheid overal zien en leer je ervan houden. De kersenbloesems zijn voor Japanners het toppunt van mono no aware. Japanners kunnen naar bloesems kijken en huilen van droevigheid en geluk tegelijkertijd.
In veel talen ben ik trouwens een – vaak onvertaalbaar – woord tegengekomen voor melancholie. Voor onverklaarbare droevigheid. Voor het verdriet van de bloesems. Voor de pijn die je kunt voelen als je iemand ziet van wie je ooit gehouden hebt, maar nu niet meer. Er zijn woorden voor het gevoel van heimwee dat je kunt hebben naar plekken waar je nooit meer heen kunt of nooit bent geweest. Melancholie naar de toekomst. Er zijn zoveel woorden dat ik begin te denken dat melancholie onze sneeuw is. Er zijn veel meer woorden voor droefenis dan de Inuit hebben voor sneeuw.
In die brief stelde ik ook nog voor dat soldaten misschien verplicht moesten worden naar de begrafenissen te gaan van degenen die ze gedood hebben. Het verdriet en de melancholie die op begrafenissen in -en uitgeademd wordt, zouden op die manier het hart van de soldaat te pakken krijgen en hij zou niet meer terug kunnen naar het front. Niemand zou terug kunnen en dan zou het vrede worden.
Mijn servet met de zin ‘geluk is niet het tegendeel van melancholie’ waait weg, de Bosporus in, waar constant boten voorbij varen met toeristen die foto’s nemen van de plek waar ik zit. En ook omgekeerd gaan er mensen voor het water staan om zichzelf vast te leggen.
Twee Turkse oude vrouwen vragen me of ik een aantal foto’s van ze wil maken. Ze lachen naar de camera en proberen zichzelf zo vast mogelijk te houden.
Er worden selfie sticks verkocht en ik hoop niet dat die Turkse vrouwen er eentje kopen, omdat ze dan nooit meer aan vreemden hoeven te vragen een foto van hen te maken, wat betekent dat we elkaar steeds minder en minder in de ogen zouden kijken. We keken elkaar trouwens sowieso niet in de ogen, maar ik zag wel hoe ze graag gezien wilden worden en ze waren daardoor zo kwetsbaar dat het ongeveer op hetzelfde neerkwam. Ze zeiden iets dat ik niet verstond, dank je wel waarschijnlijk, of ‘God zegene je’, en liepen door.
In de krant lees ik een interview met iemand die onderzoek deed naar depressie bij een bepaalde stam in Afrika. Ze kenden het woord depressie niet en toen de onderzoeker het via een tolk begon uit te leggen, knikte het stamhoofd instemmend. ‘Als wij duidelijk willen maken dat we een depressie hebben, dan zeggen we “mijn ziel zakt naar beneden”.’
En als ik me afvraag waarom ik denk dat landen in oorlog lessen in melancholie zouden moeten krijgen is het omdat ik denk dat melancholie het begin van compassie is. Een abstracte vorm van droevigheid die je verbindt met de – en ik kan het niet anders zeggen – aard van de schepping. De aard van deze eindigende, voorbijgaande schepping, waar je nooit iets kunt vasthouden. Als melancholie ervoor zorgt dat je ziel naar beneden zakt, raakt ie daar wellicht iets dat we vergeten waren. Misschien worden we op de plek waar onze ziel heen zakt als we melancholisch worden, herinnerd aan hoeveel er al voorbij is gegaan en hoe alles nog zal voorbij gaan. Misschien is melancholie een herinnering aan en dus een verbinding met al het verdriet ter wereld en zouden we in zo’n staat nooit een oorlog beginnen. Melancholie verbindt. Het verleden met het heden, het geluk met het verdriet, mijn leed met het eeuwige.
Ik ben beter geworden in het hebben van melancholie. Ook bij mij zakt mijn ziel nog steeds vaak naar beneden, of zit hij daar misschien wel het meest, maar misschien juist daarom beschouw ik melancholie ergens ook – net als de Japanners wellicht – als een hele diepgaande vorm van geluk.
Deze zin schreef ik op een nieuw servet en probeerde een antwoord te vinden op de vraag waarom ik melancholie als een talent beschouw in plaats van een gebrek en vroeg me af of ik het ‘al die jaren verkeerd begrepen had’, maar kon mezelf nauwelijks horen denken door het gegil van de kinderen. Misschien waren ook zij – zoals alle kinderen overal ter wereld – al gillend de verhalen aan het bespreken die ze straks gingen spelen, en zoals kinderen dat doen, deden ze dat misschien ook wel – zoals ik vroeger – in de verleden tijd. Ik sprak als kind in de verleden tijd over wat er nog moest gebeuren. Alsof we herinneringen ophaalden aan de toekomst.
Misschien deden deze kletsnatte straatkinderen hetzelfde. Misschien gilden ze: En dan was ik de koning en jij de koningin en gingen we over de rivier in een grote boot helemaal naar Rusland. Daar kropen we op de kant en zagen we sneeuw, voor het eerst van ons leven.
Dan gingen we in de sneeuw liggen en onze armen en benen spreiden waardoor de vogels sneeuwengelen zagen liggen in de sneeuw. We waren dan verdrietig, omdat er geen einde leek te komen aan de sneeuw. Dan kwam jij op het idee komen om er een huis van te bouwen
en als we het gebouwd hadden, waren we niet meer verdrietig, omdat de sneeuw die ons omgaf als een eeuwige vlakte nu ons huis was en ons zo beschermde tegen de onmetelijke ruimte daarbuiten.
Het huis smolt dan weg, maar dan waren we al lang dood. We gingen dood terwijl we sneeuwengeltjes maakten en uiteindelijk waren we helemaal verdwenen, en dan kwamen er later weer mensen met een boot aan om ook voor het eerst de sneeuw te zien en dan werden ze verdrietig maar wisten niet waarom. Alsof de sneeuw hen herinnerde aan iets, maar ze niet konden thuisbrengen wat.
Zo dacht ik, zullen wij tenslotte herinnerd worden. In de melancholie van twee mensen op een sneeuwvlakte, die ons nooit hebben gekend.

Publicatie in voorbereiding.


Rebekka de Wit is theatermaker en schrijver. Ze studeerde af aan het conservatorium in Antwerpen in de richting Woordkunst. Rebekka won voor haar theaterteksten verschillende prijzen. Zo werd haar afstudeervoorstelling Hoe dit het verhaal bekroond op Theater aan Zee in Oostende. Haar teksten zijn gepubliceerd in tijdschriften als DW B en Das Magazin en worden gekenmerkt door nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht. In augustus van dit jaar verscheen haar roman We komen nog één wonder tekort. Tijdens GDMW treedt ze op zaterdagavond op in Kantine Walhalla en op De Nieuwe Luxor Spido Boot, op zondagmiddag in Theater Walhalla.

Jente Hoogeveen is schrijver, illustrator, productkunstenaar en ook nog student. Eerder aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, tegenwoordig studeert ze Liberal Arts & Sciences aan de Universiteit van Utrecht. Voor Passionate Platform maakt ze illustraties en schrijft ze beeldverhalen. Kijk voor meer beelden en verhalen op haar website.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s