Waterverf

Door: Jente Hoogeveen ♦ Beeld: Piet Mondriaan

Gezien: De rode wolk (1907) door Piet Mondriaan
Waar: Gemeentemuseum, Den Haag
Wanneer: oktober 2015 (‘Kleur ontketend’, te zien t/m 3 januari 2016)

Donderdagmiddag, half vier. De lantaarns langs de snelweg staan al aan. Pieter zit op een hek in het weiland, hij draagt een tuinbroek en groene laarzen.
‘Dis eh,’ zegt hij. ‘Is nou uh ferrie dutschj lentskeep.’ Hij spreidt zijn armen, zo van dit is het dan. Gras, sloot, gras, sloot, bruine koeien even verderop. Een groepje Chinezen drentelt om hem heen. Foto van het gras, foto van het slootwater, selfie met het gras en slootwater. Ik sta naast hem en deel plastic mapjes uit: drie consumptiebonnen, een folder over duinwaterregulatie en een sticker met de tekst ‘Conquer the world, start with Holland’. Pieter laat zich van het hek zakken en komt naast mij staan.
‘Jammer van die koeien,’ zegt hij en wijst naar het groepje herkauwende beesten.Ze eten het gras rondom hun eigen vlaaien weg, ik kan er niets jammers aan ontdekken.
‘Dat ze bruin zijn,’ zegt hij dan. ‘Dat past natuurlijk niet echt in het plaatje, maar zwart met witte koeien zie je zelden. Is je dat ooit opgevallen?’
Ik schud van nee.
‘De natuur werkt niet altijd mee, zie je. Daar moet je mee leren omgaan als tourgids.’ Hij loopt langs de sloot, ik denk dat het de bedoeling is dat ik hem volg. Ik draag een identieke tuinbroek en de roze laarzen, die ik vanochtend van Pieter heb gekregen.
‘Hier,’ zei hij, we stonden samen in het opslaghok. ‘Roze, dan is dat in ieder geval duidelijk. Ik houd niet van uniseks.’ Ook kreeg ik een knipoog en een rode trui met glitterletters. ‘Dutch Daredevil’ glanst er nu op mijn rug.
We zompen door de modder, de roze laarzen worden met iedere stap bruiner. Ik kijk naar mijn borsten, ze verdwijnen in de dikke trui en tuinbroek. Ik heb mij nog nooit zo uniseks gevoeld.
‘We wachten nog even op de regen,’ zegt Pieter, hij wijst naar de grijze wolken. ‘Voor de eksperi-ens, daarna vertrekken we naar de flauwurfields. Je kunt het programma nog eens nalezen in de map. Heb je de map?’ Pieter kijkt naar mijn lege handen.
‘In de bus,’ zeg ik en wijs naar de bus zodat mijn handen minder leeg lijken.
‘Goed,’ zegt Pieter. ‘Ga maar vast naar binnen dan, wij komen zo.’

De bus is even rood als mijn trui en heeft dezelfde glanzende letters. Binnen ruikt het naar desinfecterende doekjes en slordig opgeruimd kots. We rijden over de snelweg. Lisse, Hillegom, Voorschoten. We passeren twee tankstations, een McDrive en een bord met ‘Hier werken wij aan de toekomst’. Het gebied is afgezet met een rood lint, niemand is aan het werk. De Chinezen spelen spelletjes op hun smartphones en maken foto’s van de tankstations. De meesten zijn daarin zo bedreven dat ze nauwelijks van hun spel op hoeven kijken. Twee kraaien zitten op een hek langs de weg. Misschien zijn het kauwen. Dat verschil ken ik niet, ik zou dat toch eens moeten opzoeken. Een Chinees vindt het ook niet fijn als je hem aanziet voor een Koreaan. Misschien zijn het wel Koreanen. Ik kijk om mij heen. De jongen voor mij schiet lieveheersbeestjes van een paddenstoel. Pieter zit naast hem, hij peutert opgedroogde modder van zijn laars. Zijn donkerblonde haar heeft hij gemillimeterd, het liefst zou ik er even aan voelen. Een zacht blond deurmatje. Zijn nekharen zijn net iets te lang en verraden stiekeme krullen. De jongen naast hem kotst in een plastic zakje.
Pieter lacht: ‘Toe menny stroopwavels.’ Hij geeft de jongen een nieuw zakje en draait zich dan om naar mij. ‘Het idee van Dutch Daredevils is dat wij het echte Holland laten zien. Geen Leidseplein, geen Madame Tussauds, geen Damrak. De wijde wereld in.’ Hij doet het weer, zo met z’n armen gespreid. Misschien is dat een tourgids-dingetje, ik zal er eens op oefenen. ‘Het is je eerste dag hier, dus als je niet alles in een keer onthoudt, is dat geen probleem,’ gaat hij verder. ‘Daarom ben ik hier en anders is er de map. Heb je de map?’
Ik houd de map omhoog.
‘Hoe lang werk je hier al?’ vraag ik.
‘Vijftien jaar,’ antwoordt Pieter. Hij neemt het pak stroopwafels over van de jongen met het volle plastic zakje en propt een koek naar binnen. ‘Jij ook?’ Hij spuugt wat stroopwafel op mijn trui.
‘Nee, dank je.’
Hij lijkt me te jong om hier al zo lang te werken. Ik had hem iets ouder geschat dan ik, nog geen dertig. Zijn mond zit een beetje scheef, de linker mondhoek net iets hoger dan de rechter, waardoor het lijkt alsof hij altijd lacht. Misschien is dat het.
‘Flauwurfields on de left!‘ roept Pieter dan opeens. De Chinezen/Koreanen springen op en proppen zich voor het glas aan de linkerkant van de bus. Ik sluit achteraan, we staren naar een modderig weiland.
‘Sorrie, sorrie,‘ zegt Pieter. ‘Adder left.’ De massa verplaatst zich naar de andere kant van de bus. De gekleurde bollenvelden steken scherp af tegen de grijze lucht. De Chinezen/Koreanen maken foto’s door de natte ruiten heen. Foto van het uitzicht, foto van het raam, selfie met het uitzicht en het raam. Een vrouw duwt haar man aan de kant en plet hem met haar grote borsten tegen de ruit. Zijn gezicht laat een printje achter op het beslagen glas.
De regen kruipt over de ruiten en maakt het steeds lastiger de verschillende kleuren in het veld van elkaar te onderscheiden. Net een uitgelopen aquareltekening.
‘Minder water,’ zei mijn vader. We zaten samen aan de keukentafel, hij aan het werk, ik zogenaamd ook.
‘Ben je nog ziek?’ vroeg mijn vader.
Ik kuchte theatraal.
‘Schoolziek,’ lachte mijn vader.
‘Van school word ik misselijk,’ zei ik.
‘Ik ook,’ zei hij.
Ik gooide nog meer water op mijn tekening en keek hoe de kleuren van mijn papier af dropen, over het tafelblad, langs de stoelpoot naar beneden, op de vloer. Een plasje kleur.
‘Als je lang genoeg mengt,’ zei mijn vader. ‘Wordt alles zwart.’
Dat zeg ik tegen Pieter.
‘Wat?’
‘Als je lang genoeg mengt, wordt alles zwart,’ herhaal ik en wijs naar de ramen.
Pieter haalt zijn schouders op: ‘Ik vind regen doorzichtig,’ en grist een hand toffees uit een rugzak.

Anderhalf uur later rijden we de haven binnen. Pieter staat al buiten en dirigeert de buschauffeur naar het juiste parkeervak. Ik heb niet het idee dat de buschauffeur Pieter ziet. Het waait, de regen slaat in ons gezicht. De Chinezen/Koreanen trekken wegwerpregenponcho’s aan, ik trek mijn capuchon over mijn hoofd. De touwtjes van de trui slaan in mijn nek, mijn haar waait voor mijn gezicht. Ik probeer de blonde slierten terug te proppen, maar telkens komen ze weer naar buiten. Na vijf minuten geef ik het op.
We lopen langs de kade. Pieter voorop met een rode paraplu, ik helemaal achteraan. De meeste boten zijn ingericht als restaurant. De mensen aan tafel praten weinig en eten veel. Pieter wijst naar een boot aan het eind van de kade.
Der it is, de penkeekboot.’
Twee meisjes in rode jurkjes tot net over hun billen begroeten ons. Pieter geeft ze beide een zoen op hun wang, ik geef ze mijn natte hand. Binnen staan houten stoelen met hartjes in de rugleuning, waar je doorheen kunt kijken. Op een lange houten tafel liggen stapels pannenkoeken klaar. Achterin de zaal staat het buffet met toppings. Kaas, spek, gekleurde hagelslag, speculaas, slagroom, warme kersen, crunchy hazelnut sprinkles, appel-perenstroop, chocoladebolletjes met zachte noga vulling.
I hoop nobaddy is siesik,’ lacht Pieter. Hij neemt plaats op een stoel bij het raam en kijkt toe hoe de Chinezen/Koreanen hun borden vol scheppen. Ik ga naast hem zitten. De druppels van mijn natte broek kruipen mijn sokken binnen.
‘Altijd extra plasticzakjes meenemen,’ zegt hij. ‘Als het hier niet mis gaat, dan wel op de terugreis. Jes, lekker hè,’ hij steekt zijn duim op naar een oude vrouw die slagroom van haar vingers likt.
‘Jezus.’ Pieter zucht en laat zich achterover zakken in zijn stoel. ‘Ga je mee roken?’
Ik rook niet maar ga toch mee.

Het is gestopt met regenen, de grijze wolken maken ruimte voor de avondzon. We zitten op een bankje op het bovendek en kijken naar het silhouet van de stad aan de andere kant van de rivier. Pieter knakt zijn rug, hij rookt twee sigaretten tegelijk, omdat ik toch niet wilde.
‘Marjolijntje, Marjolijntje, ik mag jou wel.’ Hij slaat een arm om mij heen. Hij ruikt naar spek en rook, ik blijf heel stil zitten.
‘Goeie naam ook,’ hij tikt tegen mijn badge. De veiligheidsspeld aan de achterkant is losgeraakt en prikt in mijn rechterborst.
‘Eigenlijk heet ik Jeremy,’ zegt hij dan.
‘Wat?’ Ik kijk hem verbaasd aan.
‘Niet echt ferrie dutschj,’ zegt hij. ‘Een pseudoniempje om bestwil, niemand verder vertellen hè?’
Ik knik bevestigend, iets tussen nee en ja, want ik weet nooit precies wat ik moet antwoorden op vragen die niet echt vragen zijn.
Twee meisjes klimmen het dek op. Ze dragen gekleurde schoenen, veel te groot voor hun smalle benen, en hoedjes die ze met één hand vasthouden tegen de wind. Met de andere hand maken ze foto’s. Ze wijzen naar de lucht, de zon kleurt de wolken in die niet weg wilden gaan.
‘Piter!’ schreeuwen ze naar ons. ‘Can you make a picture of us with the red cloud?’ Ze wijzen naar de dikke wolk die boven de skyline hangt. Pieter gromt en komt van het bankje af. De warmte van zijn arm blijft aan mijn schouder plakken. De meisjes leunen tegen de reling van de boot, ze overhandigen Pieter een smartphone. Wat onhandig tikt Pieter een aantal keer op het scherm, dan geeft hij hen de telefoon terug.
De meisjes giechelen: ‘Oh my god, so beautiful.’
Pieter komt weer naast mij zitten. Hij klemt zijn handen tussen zijn bovenbenen en staart naar de overkant. ‘Oranje,’ mompelt hij. ‘Die wolk is godverdomme oranje.’


Jente Hoogeveen (1992) is schrijver, illustrator, productkunstenaar en ook nog student. Eerder aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, tegenwoordig studeert ze Liberal Arts & Sciences aan de Universiteit van Utrecht. Ze schreef onder andere verhalen voor De Gids, Opium en DeBuren en stond afgelopen zomer in de finale van Write Now! De meeste verhalen en beelden ontstaan onderweg, in de trein of dwalend door de stad. Op zoek naar dat wat afwijkt, kleine details met grote verhalen. Kijk voor meer beelden en verhalen op haar website.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s