illustratie_kellendonk_DEF

Het valse spook van Frans Kellendonk

Door: Jonathan van der Horst ♦ Beeld: Jente Hoogeveen

De eerste keer dat ik de naam Frans Kellendonk las, was in het boek Literatuur: Geschiedenis en Leesdossier dat we op de middelbare school gebruikten. Op de pagina waar de Revisor-groep werd besproken, stond ook een stukje over Kellendonk: ‘Frans Kellendonk (1951-1990) werd na het verschijnen van zijn roman Mystiek Lichaam door critici beschuldigt van antisemitisme. Hij overleed op jonge leeftijd aan de gevolgen van AIDS.’

Wat dit tekstje mij moest leren over het belang van Kellendonk in de Nederlandse literatuur, weet ik nog steeds niet. Maar mijn fascinatie voor jong gestorven schrijvers en literaire schandalen werd er in ieder geval wel door aangewakkerd. Na school haastte ik mij naar de bibliotheek, trok Mystiek Lichaam uit de kast en begon te lezen. Ik snapte er geen reet van, maar toch zette ik het op mijn literatuurlijst. Nadat mijn docent Nederlands had gezegd dat hij Kellendonk niet vaak meer op lijsten tegen kwam, stamelde ik mij door mijn mondeling heen. Ik werd met een zesje naar huis gestuurd. Mijn docent zei mij dat er meer in had gezeten.  Teleurstelling één.

Nu, zo’n vier jaar later, loop ik met Google Street View door Bethaniënstraat in Amsterdam. Als een geest zweef ik langs de huizen. Voor nummer 6, het huis waar Kellendonk zijn laatste jaren doorbracht, blijf ik staan. In Het laatste testament van Frans Kellendonk, de nieuwste roman van Arie Storm, zweeft de geest van Kellendonk ook langs zijn oude woonhuis. Gezeten op de schouder van Arie Storm, zijn biograaf, kijkt hij naar het statige grachtenpand. Hij herinnert zich hoe hij ooit uit het raam zat te staren en fantaseerde dat er een giraf door zijn straat liep. Nu ik door de straat zweef, zie ik, in plaats van een giraf, slechts een jongen zijn middelvinger naar mij opsteekt. Teleurstelling twee.

Arie Storm is al langer met Kellendonk bezig. In 1988 studeerde hij af op zijn oeuvre en in 2006 kondigde hij aan een biografie te gaan schrijven. Maar nu is er in plaats van een lijvige biografie een dunne roman. Project mislukt? Of respecteert Storm de achterdocht die Kellendonk had tegenover biografen? ‘Mijn reputatie blijft een som van misverstanden. Er waart in Nederland een valse Kellendonk rond en ik haat dat spook,’ schreef Kellendonk in 1983 aan Jaap Goedegebuure, die overigens op dit moment werkt aan een ‘echte’ Kellendonk biografie. De kwestie rondom het vermeende antisemitisme in Mystiek Lichaam en zijn dwarse uitspraken over de kerk en homofilie, hadden van Kellendonk in de jaren ‘80 een literaire held gemaakt. Na zijn vroege dood werd deze status verhoogd tot die van messias van de Nederlandse letteren. Onlangs nog stelde Wim Brands voor om Kellendonk met terugwerkende kracht toe te voegen aan de grote drie. Zelf hield hij zich, in tegenstelling tot de grote drie, verre van deze persoonsverheerlijking en richtte zich vooral op het schrijven. Toch kon ook hij niet voorkomen dat er een valse Kellendonk ging rondwaren.

Ook de Kellendonk in de roman van Arie Storm is zich ook bewust van de problematische beeldvorming rond zijn persoon. Hij legt de schuld daarvan bij biografen en anderen die over hem schreven. ‘Schrijvers liegen de waarheid,’ zegt hij aan het begin van de roman. Schrijvers, en in het verlengde daarvan biografen en recensenten, vervormen en verdraaien de werkelijkheid om hun verhaal te kunnen vertellen. Zelfs als ze een verhaal vertellen over iemand die werkelijk geleefd heeft. Zo kunnen schrijvers het beeld van een persoon maken of kraken. Maar als je een roman schrijft over een iemand die werkelijk geleefd heeft, kan je daar natuurlijk vrijer mee omspringen dan in een biografie. In een roman kan je je dingen te permitteren, die je niet in een biografie kan doen. Zoals een dode schrijver laten terugkeren naar de aarde. Door zijn verhaal in een romanvorm te gieten, gunt Arie Storm zichzelf  ruimte om zijn eigen verhaal over Kellendonk te vertellen, zonder dat dat perse de waarheid hoeft te zijn. ‘Laten we nu maar beslissen dat dit een roman is. Niets van wat ik hier zeg is waar, en tegelijkertijd is alles waar.’

Aan de andere kant rijst, door het label roman op dit boek te plakken, de vraag wie er eigenlijk aan het woord is in Het laatste testament van Frans Kellendonk: Frans Kellendonk of Arie Storm zelf. In het nawoord vertelt Storm dat hij dit boek ingefluisterd kreeg door de geest van Kellendonk. Maar of we dat moeten geloven, betwijfel ik. Wel levert het soms interessante situaties op. Bijvoorbeeld als Adriaan van Dis wordt uitgemaakt voor ‘Cryptohomo’ en als de tweede biograaf van Kellendonk, waar waarschijnlijk de hierboven genoemde Jaap Goedegebuure mee bedoelt wordt, ‘de duivel’ wordt genoemd. Als je deze passages vanuit het standpunt van Kellendonk leest, krijgen ze iets grappigs en ironisch, maar vanuit Storms perspectief klinken ze als regelrechte persoonlijke aanvallen. Waarschijnlijk ligt de bedoeling van deze dubbele laag ergens in het midden en probeert Storm met de kennis van nu Kellendonks polemiek nieuw leven in te blazen. Voor de lezer levert dat in ieder geval een interessant spel tussen feit en fictie op. Hoe dan ook blijft de vraag hoeveel Kellendonk er überhaupt in deze roman zit. Leren wij de echte, de historische figuur, Kellendonk beter kennen door de roman van Arie Storm te lezen?

Nee, ik denk het niet. Kellendonk is namelijk dood, dat heb ik op de middelbare school geleerd. De echte Kellendonk valt al lang niet meer te kennen. Alleen in zijn boeken waart nog iets van het ware spook van Frans Kellendonk rond. Teleurstelling drie?

Niet echt. Omdat ik nu pas inzie dat ook ik Kellendonk om de verkeerde redenen ben gaan lezen. Ik was geïnteresseerd in het leven, de persoon, de mythe van Frans Kellendonk, niet in wat hij schreef of wat hij mij daarmee te zeggen had. Ook ik ben in de val van de persoonsverheerlijking getrapt.

Inmiddels heb ik Mystiek Lichaam weer op mijn nachtkastje liggen. Ik lees nu met een nieuwe blik. Langzaam en met aandacht. Niet lezen om de sensatie maar lezen om het lezen zelf. ‘Het laatste testament van Frans Kellendonk zou ons allen, lezers, schrijvers, biografen, dienen te bewegen ons met nog meer waakzaamheid en visie toe te leggen op wat het betekent literatuur te schrijven en te lezen, en ons eigen belang daarbij zoveel mogelijk uit te schakelen.’ Arie Storm heeft het valse spook van Kellendonk van mijn brillenglazen gepoetst. Ik pas voortaan wel op voor ik weer een vals schrijversspook aanbid.


Jonathan van der Horst studeert momenteel Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Hij schrijft proza, essays en theaterteksten waarin hij het groteske van de wereld aan het waarachtige van de mens probeert te koppelen. In 2015 stond hij in de finale van Write Now!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s