Ruis

Door: Else Boer ♦ Beeld: Lieke Mulder

‘Olivia?’
De stem klinkt hoog en een klein beetje lijzig, alsof iemand haar naam expres te langzaam uitspreekt. Wanneer ze zich omdraait staan er drie vrouwen naar haar te kijken. Ze herkent er maar één en glimlacht.
‘Je bent het echt! God wat leuk, wat toevallig.’
‘Merthe.’ Ze knikt.
‘Ik wist wel dat je het was,’ zegt Merthe. ‘Ik zei het net, als dát Olivia niet is, dan mag je me ter plekke neerschieten. Geen steek veranderd.’
Merthe’s make-up is al een beetje uitgelopen, de corsage op haar jasje verraadt dat ze hier al de hele dag is. Het is geen verrassing. Ze past hier, tussen de bloemen, het champagnekleurige tafellinnen, de mintgroene ballonnen.
‘Nee,’ zegt Olivia. Ze zou nu ‘jij ook niet’ kunnen zeggen, of ‘hoe is het met Derek’, maar er komt niets.
‘Nou,’ zegt Merthe. Het glas wijn in haar hand is bijna leeg. Ze neemt de laatste slok. ‘Wat heb jij dan gedaan? Ben je nog schilderes? Of hoe heet dat, kunstenaar?’
‘Een kunstenaar,’ zegt de vrouw links van Merthe, alsof ze er lang over moet nadenken.
‘Nee hoor, nee.’ Olivia lacht. ‘Alleen voor mezelf, je moet je parels niet voor de zwijnen gooien. Nee, ik geef les.’
‘Oh, kijk, een lerares!’ Merthe zet haar glas weg. ‘Ik heb het altijd al gedacht, je was vroeger al een wijsneus. Vroeger’ – ze praat nu tegen de vrouwen naast haar – ‘vroeger was Olivia de slimste van de klas. Altijd tienen. En altijd verslagen van twintig pagina’s. De básisschool heb ik het dan over, hè.’ Ze lacht. Haar tanden hebben een blauwpaarse gloed.
De vrouw rechts trekt een wenkbrauw omhoog. ‘God, de basisschool. Mijn oudste gaat daar nu heen. De knutselwerkjes die ze moeten doen. Dan is deze juf weer jarig, dan is er weer een feestdag. Je blijft maar opdraven voor schminkklussen en schooluitjes. Je zou bijna zeggen dat ze extra personeel moeten aannemen voor alle activiteiten die ze organiseren.’
‘Maar je wilt ze ook niet naar een privéschool sturen,’ zegt Merthe. Ze grinnikt.
Olivia knikt. Haar jurk knelt bij haar oksels. Als ze haar armen tegen haar lichaam houdt is er niets te zien. ‘Hoe oud is ze nu ook alweer? Je dochter?’
‘Lieke? Lieke is nu zeven. Jij had er toch geen?’
Olivia schudt haar hoofd. ‘Niet aan begonnen.’
‘Nou, van wat ik hoorde is dat maar beter ook.’ Merthe lacht een scheve glimlach. ‘Ik haal nog wat drinken, hoor. Als je ook wat wilt?’
‘Nee, nee dank je.’
Merthe draait zich om, maar niet voordat ze Olivia even in haar schouder knijpt. ‘Je bent altijd al een taaie geweest.’
Wanneer ze zich omdraait voelt Olivia even aan de plek waar Merthe’s hand lag.
Ze bedoelt het goed. Iedereen bedoelt het goed.

Ze wurmt zich voorbij de receptierij om bij de toiletten te komen. Het is druk, iedereen wil het bruidspaar feliciteren en het liefst snel. Het is snikheet op de receptie, hoewel het vanmiddag nog gesneeuwd heeft. Of misschien is het wel zo warm juist omdat het gesneeuwd heeft: net als de bruid dragen de meeste vrouwen dunne, mouwloze jurkjes. De verwarming staat hoog.
In het damestoilet loopt ze direct naar de wasbak. Het marmer voelt koud aan haar handen. Ze inspecteert haar jurk, het kan nog net.
Ze weet wel dat er niemand naar haar staart, dat het in haar hoofd zit. Misschien dat één op de vijf gasten haar herkent, meestal een vrouw. En toch voelt ze het, de opgetrokken wenkbrauw, de meewarige glimlach, een getuite mond. Mannen doen dat niet, die kijken en ze kijken weer weg.
De deur van de toiletten gaat met een klap open. Het geruis van de witte jurk is bijna agressief, alsof het wit niet genoeg is om iedereen opmerkzaam te maken en de jurk ook in klank zijn aanwezigheid nog eens moet aankondigen.
De bruid knikt haar toe.
‘Waar is dat tasje nou? Ik had het hier neergezet,’ mompelt ze.
‘In de hoek misschien?’ Olivia wijst naar een toilettas die net zo’n crèmekleur heeft als de tegels.
‘Je bent een engel,’ zegt de bruid en ze buigt zich over de toilettas.
‘Een prachtige locatie, dit.’
‘Dank je!’ De bruid staat op, lipgloss in haar handen. ‘Via een achterneef kunnen huren. Zo heb je nog eens wat aan je familie.’
Ze glimlachen elkaar toe in de spiegel.
‘En gefeliciteerd, natuurlijk,’ zegt Olivia.
De bruid lacht. Haar ene voortand is iets langer dan de andere – net niet perfect. Prachtig.
Olivia weet nog dat ze kramp had, aan het einde van de dag. Het was een van de vele afspraken: lachen was net zo verplicht als het gemeentehuis of de receptie.
‘Je kent André van vroeger, toch?’ De bruid tuit haar lippen.
‘Klopt. Ik hoorde bij de vriendengroep.’
‘Zie je de rest nog wel eens?’
‘Af en toe.’
De meesten hadden niet voor haar gekozen. Niet dat ze het zo verwoord hadden, natuurlijk. Maar Olivia was degene die verhuisde, en op de een of andere manier stopten daarna de afspraken, de belletjes, de kaartjes.
De bruid knikt en zegt verder niets.
Olivia denkt aan de witte jurk, die ze zo lang bewaard had. Ze had hem pas weggedaan toen ze zich realiseerde dat ze hem niet hield omdat hij zo mooi was. De tule, het geborduurde lijfje, het prachtige kant op de rok: het werd een schild, een verzekering. Vijfendertighonderd euro die moest garanderen dat het zou lukken. Dat het nu niet meer kapot kon.
De bruid legt haar tasje weer in de hoek en kijkt naar de deur.
Olivia bedenkt dat ze misschien een sigaret kan roken, ook al doet ze dat anders nooit. Ze kan ook nog een glas wijn nemen, en als ze dat op heeft met goed fatsoen verdwijnen. Dan hoeft niemand meer op te letten, te kijken of ze tranen in haar ogen krijgt bij de eerste dans, of veel te hard moet lachen om de sketches die hun vrienden gaan opvoeren.
Mensen staan sowieso wantrouwig tegenover alleenstaande vrouwen op bruiloften. Alsof die niets anders willen dan de bruid van haar plaats verstoten.
‘Dit is een beetje gênant,’ zegt de bruid, net wanneer ze weg wil lopen. ‘Mijn moeder zou me komen helpen met die jurk, maar ik denk dat ze weer iemand is tegengekomen.’
Olivia kijkt naar haar. Haar make-up is perfect bijgewerkt, haar haar is in een elegante wrong gedraaid. Ze glimlacht, maar haar tanden zijn niet te zien.
‘Ik moet echt heel erg nodig plassen.’
Even staart Olivia naar haar. ‘Oh, oké,’ zegt ze dan. ‘Natuurlijk.’
Ze legt haar tas tegen de wasbak, en in de spiegel ziet ze dat ze nog net iets roder is dan zonet.
‘Welk hokje wil je?’
‘Doe het middelste maar. Als je hem bij de achterkant zou willen pakken?’
Ze grijpt zelf de voorkant van de jurk bij elkaar. ‘Ik heb zo’n korset aan met van die knoopjes aan de onderkant,’ zegt ze, terwijl ze met haar hand onder de stevige witte tule probeert te komen. Haar hand blijft heen en weer gaan, dan drie korte tikjes.
Olivia pakt de grote rok van haar over. Voorzichtig laat de bruid zich zakken op de toiletbril. Het hokje kan niet dicht, maar Olivia verspert het zicht. Ze kijkt over haar schouder, maar er komt niemand binnen. Na een tijdje hoort ze voorzichtig geklater.
Ze sluit haar ogen. Op haar eigen bruiloft was ze omringd met bruidsmeisjes die haar wilden helpen. Merthe was degene die haar ’s avonds hielp, toen ze dronken richting de toiletten liep. Vreemd genoeg voelt het bijna vertrouwd, om hier zo te staan.
Ze kijkt neer op de wrong van de bruid en probeert zich haar naam te herinneren. Het was iets met een M – Marianne, Maria, Marilène?
‘Dat lucht op,’ zucht de bruid.
Ze lachen zonder elkaar aan te kijken.

Ze rookt geen sigaret, maar haalt een nieuw glas wijn. Bij de bar staat Merthe weer. Die sleept haar mee naar andere vrienden, mensen uit een ver verleden die, een beetje emotioneel en een beetje aangeschoten, haar direct omhelzen.
‘Hoe is het nu écht met je?’ vraagt Merthe. Ze kijkt Olivia intens aan, en ineens is het onmogelijk om niet het meisje door de vrouw heen te zien. Misschien dat mensen daarom zo graag hun vrienden van vroeger blijven zien. Je blijft altijd zestien, wordt nooit écht ouder.
‘Het gaat, hoor.’
Ze had haar jurk verkocht via Markplaats. Daarvoor had ze hem nog heel even aangedaan, gewoon, om afscheid te nemen. Het zag er niet uit – ze trok de stof bijna kapot over haar spijkerbroek en haar armen pasten maar net in de fijne mouwtjes. Heel even besprong haar de gedachte dat ze dat dieet had moeten blijven volgen, dat dat het was. Ze had haar calorie-inname moeten halveren en beter haar best moeten doen, vooral beter haar best moeten doen. Dan was het allemaal goed gekomen.
Het gevoel verdween toen ze de jurk weer uitdeed. Hun ruzies waren geen ruzies meer, het waren wedstrijden geworden wie de ander het best kon overschreeuwen. Daarna volgde de stilte – een langeafstandsrace, gewonnen door wie de ander het langst kon negeren. Toen hij opbiechtte dat hij iemand anders had, was ze vooral opgelucht.
De scheiding was alsnog een grote puinhoop geworden. Ruzie over de grijze hoekbank van zestienhonderd euro, over het enige kunstwerk dat ze bezaten; ze maakten zelfs ruzie over het konijn dat ze in een opwelling had gekocht en dat een grommend loeder bleek te zijn.
‘Oh, ik moet beginnen met ons stukje,’ zegt Merthe. Ze wijst naar het midden van de dansvloer, waar de ceremoniemeester met een microfoon staat.
Dit is het teken, het moment dat Olivia onopgemerkt kan verdwijnen. Ze blijft staan. De dansvloer is verlicht door gekleurde spots, een mengeling van roze, groen en oranje. Het is alsof ze droomt – ze kan zich niet meer voorstellen dat ze hier echt is, dat dit echt gebeurt.
Merthe begint: ‘We kennen André al heel erg lang, wat ons ruim de tijd heeft gegeven om een lied voor hem te componeren. Van zijn twaalfde tot zijn tweeëndertigste, we hebben twintig jaar voor u op rijm gezet.’
De muur achter Merthe is zwart, bespikkeld met kleine lampjes, als een geordende sterrenhemel. De bruid steekt er extra wit tegen af, buiten het gekleurde licht dat de dansvloer beschijnt. Het is niet te zien, maar ze moet lachen. Het is haar belangrijkste taak.
Achter Merthe ontstaat een groep van vrienden. Er volgt een kort overleg, dan een vals zingen dat Olivia niet kan verstaan. Ze blijft kijken, luisteren, loopt dan naar de bar voor een nieuw glas.


Else Boer (1991) deed de researchmaster Nederlandse Letterkunde (UU & UvA). Ze schrijft korte verhalen en publiceerde in tijdschrift Absint en Op Ruwe Planken. In 2015 stond ze in de finale van Write Now!, waar één van haar verhalen een eervolle vermelding kreeg.

Lieke Mulder (1992), voormalig studente Illustration Design te ArtEZ, knuffelt katten in het asiel, aait duiven op straat en vangt kikkers met grashalmen. Het is dan ook niet vreemd dat ze in haar werk – illustraties en verhalen – veelal door dieren wordt geïnspireerd. Waarom dieren? ‘Die zijn zo lekker zichzelf!’

4 gedachtes over “Ruis

  1. Pingback: Ruis |

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s