Schemeringen

Door: Rachel Visscher ♦ Beeld: Lieke Mulder

Van tevoren weet ik: dit wordt uitdagend. Mijn ervaringen als reiziger in Israël en de Palestijnse gebieden beschrijven voor dit platform, zal geen gemakkelijke opgave zijn. De regio is complex en het conflict dat zich daarbinnen afspeelt, is zo mogelijk nog complexer.

In de ruim twee weken dat ik in (hoofdzakelijk) Israël ben om er een korte documentaire te maken en artikelen te schrijven voor Nederlandse en Belgische tijdschriften, spreek ik met een groot aantal mensen. Ik reis het land rond en kom op verschillende plekken.
Al gauw realiseer ik me dat ik niet te gefocust moet zijn op het zoeken naar ‘een waarheid’. De journalist in mij is er wel toe geneigd. Registreren kan ik. Oordelen, waar ik sowieso bij voorkeur voorzichtig mee ben, is hier echter moeilijker.
Met wie ik ook praat, vaak heb ik het gevoel gemanipuleerd te worden. Het kost tijd en moeite om alle beïnvloeding van de spreker uit een gesprek te filteren. Het bemoeilijkt het construeren van een ‘waarheid’ of het vormen van een eenduidig beeld. Er zijn sowieso veel kanten waar te nemen als het om het befaamde conflict gaat. Wat moet ik er van denken?
Lastig is bovendien de veel gestelde vraag tijdens mijn reis: aan wiens zijde sta je en waarom? Ik heb moeite met die vraag. Hij reduceert de situatie tot een eenvoudige tegenstelling en vraagt impliciet om nuance achterwege te laten. Alsof men niet gelijktijdig verschillende bevolkingsgroepen kan ondersteunen en respect voor mensenrechten ongeschonden wil zien.
De gesprekken met de mensen die ik ontmoet, geven me enig inzicht in het land en de verschillende culturen. Het is inzicht waarvan ik me realiseer dat het beperkingen kent en dat ik soms, wanneer ik langer met iemand praat en meer te weten kom, weer moet bijstellen. Het woord ‘ongrijpbaar’ komt tijdens deze reis dan ook regelmatig bij me op.
In een land waarin een conflict een hoofdrol speelt, en de dreiging van gevaar vaak nabij is, ervaar ik opvallend genoeg juist een sterk gevoel van veiligheid. Dit is voor een groot deel een persoonlijk gevoel. Voor een ander deel komt het voort uit de kennis dat het ook relatief veilig is in dit gebied. In elk geval voor de buitenlander en reiziger. De kans om slachtoffer te worden van een terreuraanval is klein. Er zijn natuurlijk plekken in het land waar men goed moet oppassen. Maar dit betekent niet dat het overal gevaarlijk is.
Het veilige gevoel dat ik ervaar, hebben veel inwoners overigens zelf ook. Op verschillende plekken vertellen mensen mij dat ze in hun eigen ‘bubble’ oftewel ‘zeepbel’ leven. Ze zijn zich er duidelijk van bewust dat het ook anders kan zijn, en dat er wel degelijk plekken zijn waar waakzaamheid voortdurend nodig is.
Het ritme van het land past mij persoonlijk in elk geval goed. Het leven speelt zich, met name in een stad als Tel Aviv, in hoog tempo af. Er is sprake van een grote bedrijvigheid en ondernemingsdrang. In de ultra-liberale staat die Israël is geworden, moet iedereen voortdurend vechten om een eigen plek. Het zorgt voor reuring en dynamiek, en werpt tegelijkertijd de vraag op wat dit betekent voor degenen die hier niet in meekomen.
Ondanks dat competitieve klimaat, komen de meeste mensen ontspannen op mij over. De meerderheid gaat ongedwongen om met de toestand waarin hun land zich bevindt en ontvangen mij vriendelijk en met openheid.
Het landschap waardoor ik reis is vrijwel overal oogverblindend mooi. Ik stap in treinen en bussen, lift en wandel. De dagen zijn kort, rond vier uur in de middag wordt het al donker. De dag begint voor mij daarom steevast zeer vroeg. Of de zon nu hoog staat of laag, of het nu dag is of nacht: in de ontmoetingen met de inwoners van Israël en de Palestijnse gebieden neem ik verschillende schakeringen of kleurnuances waar. Soms hangt er een donkere schaduw over een gesprek, dan weer zijn er flikkeringen van licht. Er is schemer, en er zijn ogenblikken waarop de zon zo fel is dat het pijn doet aan mijn ogen. Er zijn ook donkere momenten, inzichten die gitzwart zijn, om vervolgens te vervloeien in een schemergebied, een mengeling van grauw en purper waarvan ik geloof dat het uiteindelijk licht zal worden.

Schemer

Ze zijn groen, slechts een paar tinten lichter dan het legeruniform dat hij draagt. Een combinatie van mint en de kleur van de zee. Vriendelijk en geïnteresseerd nemen de ogen me in zich op.
Hij kan niet ouder zijn dan twintig jaar. Met zijn dromerige ogen en olijfkleurige huid is hij een aantrekkelijke man om te zien. Mooi en zacht zijn woorden die in me opkomen, terwijl we daar op de Westelijke Jordaanoever staan. En ook: een jongen nog. Vlak achter het gelaat van de man, met zijn brede schouders en borstelige wenkbrauwen, schemert een jongen. Een jongen die nog maar heel kortgeleden zijn schooldiploma heeft gehaald en waarschijnlijk zijn eerste vriendinnetje mee naar huis nam. Een jongen die zo af en toe nog een kus van zijn moeder krijgt, een zorgzame moeder die zijn kleren wast en hem liefdevol een fijne dag wenst. Die jongen, die zo beschermd en liefdevol is opgegroeid, draagt een machinegeweer om zijn schouders. Het is een zwart wapen met een lange loop en een stevige kolf.
Geïnteresseerd vraagt hij waar ik vandaan kom. Zijn groene ogen lichten op als hij het woord ‘Nederland’ hoort. Holland, daar woont een oom van hem. Hij is er vaker geweest. We kijken elkaar een moment aan, zonder iets te zeggen. In een andere context had ik doorgevraagd wat hij van Nederland vindt. We hadden een luchtig gesprekje gevoerd over Holland, misschien hadden we wel gelachen om iets. Nu zendt het machinegeweer vlak voor mijn ogen geruisloos een niet te vermijden boodschap uit: wie hier te lang praat en zijn aandacht laat verslappen, zal met geschut in actie moeten komen. Het gevaar loert om de hoek.
‘Is het ver van het Tapuach-kruispunt?’ vraag ik.
Hij schudt zijn hoofd. Het is vlak achter ons.
Ik denk aan de krantenartikelen die ik heb gelezen over de aanvallen en steekpartijen die er de afgelopen tijd zijn geweest.
‘Is het er nog onrustig?’
Weer schudt de jonge soldaat zijn hoofd. Hoe jong hij ook is, hij komt evenwichtig en beheerst over.
Hij wijst naar een man die naast het bushokje staat. Hij legt uit: daar, op de plek waar die man nu staat, is de plek voor de Arabieren. Mocht ik nog een keer op de bus wachten, kan ik het beste in het hokje gaan staan bij de Israëliërs. Dat is veiliger.
Mijn ogen glijden over de man naast het bushokje. Met opgetrokken schouders staat hij op een bus te wachten. Als ik naast hem zou gaan staan, zou dat waarschijnlijk voor problemen zorgen. Het is voor mij nauwelijks voor te stellen. Hier is het de werkelijkheid.
‘Voel je je er goed bij om te gaan liften?’, vraagt de soldaat.
Een auto rijdt onze kant op, stopt. Ik neem de bestuurder en de medepassagier van de auto in me op. Zojuist heb ik een paar schoolmeisjes in een auto zien stappen, niet veel later stopte een wagen voor een liftende, orthodoxe Jood.
Ik kijk de soldaat aan. Weer die vriendelijke oogopslag, de ogen die vertrouwen wekken.
Zonder te twijfelen, stap ik in de auto. Op de achterbank steek ik mijn hand naar de soldaat op. Hij glimlacht. Een zachte blik in zijn ogen. Ik zie de jongen. De auto trekt op.

SchemerPP1

Verlicht

Haar toon kan scherp zijn. Ze wijst me terecht, ook al is het misschien niet gerechtvaardigd. Immers, de vragen die ik haar stel worden niet ingegeven door domheid of desinteresse, maar komen voort uit pogingen om alles zo goed en precies mogelijk te begrijpen. Ze begrijpt dat doorvragen van mij niet altijd. Haar verhaal is toch helder?
Het geeft niet. Wie zou deze vrouw willen betwisten? Ze is in alle opzichten bewonderenswaardig. Sterk, intelligent, mooi. Met haar kortgeknipte, grijze haar en gezicht met de vele, prachtige lijnen is ze een teken van leven. Van kracht, en evengoed van een immens verdriet.
Robi Damelin roert in haar cappuccino op een terrasje in het centrum van Tel Aviv. In haar amandelkleurige ogen lees ik zowel de pijn die haar leven heeft getekend als de liefde waarmee ze die zwaarte naar iets positiefs heeft omgevormd.
Haar verdriet heeft min of meer een plek gekregen, verdwijnen zal het niet. Een moeder die haar zoon verliest, zal haar rouw nooit als afgerond beschouwen.
Robi Damelin verloor haar zoon. Hij werd vermoord door een Palestijn. Die ingrijpende gebeurtenis heeft haar leven een specifieke richting op gevoerd. Ze is er een van de woordvoerders van The Parents Circle Families Forum door geworden. De organisatie geeft familieleden van zowel Israëlische als Palestijnse zijde, die naasten hebben verloren in het conflict, de gelegenheid om elkaar te ontmoeten. Ze vertellen hun verhaal aan elkaar, en soms ook aan anderen. Dat leidt tot constructieve ontmoetingen met ‘de ander’. Men leert er elkaar beter door begrijpen. Het draagt bij aan het verwerken van het verdriet waar men van beide kanten mee geconfronteerd wordt. Het doel van het contact is herkenning, een menswaardige ontmoeting die kan bijdragen aan het vinden van oplossingen voor het conflict.
Robi kijkt me aan, haar blik vastberaden. Ze wil vandaag niet te veel praten over haar eigen, individuele verlies. Wel over het grotere verhaal, daar waar haar land zich bevindt.
‘De bezetting is verschrikkelijk.’
Als Zuid-Afrikaanse had ze nooit gedacht weer een dergelijke vorm van Apartheid in haar leven mee te maken. Verzoening is de eerste stap naar vrede. Maar de overheid wil er niet aan om verzoening en excuses op te nemen in haar beleid. Robi lobbyt hier samen met de mensen van The Parents Circle Families Forum voor. Tot op heden wordt er door politici geen gehoor aan gegeven.
Weer die gepijnigde blik in haar ogen die ik eerder waarnam. Het geweld en de bezetting vormen de burgers van dit land. Ze beïnvloeden er de identiteit van ieder individueel mens mee, evenals die van de gemeenschap als groter geheel. Het baart Robi zorgen.
Ze neemt een laatste slok van haar cappuccino, kijkt gehaast. Ze moet al weer gaan. Deze dagen reist ze de hele wereld over om haar boodschap te verkondigen. Ze vertelt iedereen die het horen wil dat de bezetting moet eindigen en dat verzoening en dialoog sleutelbegrippen vormen voor vrede. Het Europese Parlement luistert al naar haar, net als vele overheden en politici wereldwijd. Haar nieuwste initiatief, schoenen met borduursels die symbool staan voor de stappen die er genomen moeten worden, wordt door velen wereldwijd omarmt. Volgend jaar zal er een week lang aandacht zijn voor het initiatief. Veel mensen die Robi en de vredesbeweging ondersteunen, zullen dan de schoenen dragen en de actie  zo weer voor anderen zichtbaar maken.
Die steun moet hoopvol stemmen.
Er verschijnt een twinkeling in Robi’s ogen. Ze voert een strijd, die soms bitter is. Maar hoop geeft ze niet op. ‘Nooit.’

SchemerPP2

Schaduw

Fonkelnieuw, versgeperst plastic, klaar voor gebruik. Een tiental grijze zwanenhalsjes glimt in een bak van de fabriek. Directeur Judah Cohen straalt als hij een blik op de bak werpt. Trots geeft hij een rondleiding in de fabriek van de Lipsky Company. Wc-brillen, bakken voor vuile was, hippe wc-borstels. Judah kijkt verguld. De fabriek is zijn thuis, de werknemers beschouwt hij als zijn familie.
Meer dan de helft van die werknemers bestaat uit Palestijnen, de rest zijn Israëliërs. Als directeur staat aan het hoofd van een bedrijf waar het om omzet draait. Hij is niet bewust bezig met de afkomst van zijn werknemers. Zijn bedrijf is geen vredesorganisatie die bevolkingsgroepen bij elkaar moet brengen. Maar toch. Judah wil maar zeggen: als Jood is hij niet tegen Palestijnen.
In zijn bedrijf trekken Palestijnen en Israëliërs juist vreedzaam met elkaar op.
Uitgerekend in dit gebied zijn er veel confrontaties tussen de twee bevolkingsgroepen. De Lipsky fabriek staat op het industrieterrein Barkan Industrial Park op de Westelijke Jordaanoever. Hier spelen zich regelmatig gewelddadige incidenten af.
We wandelen verder door de fabriek. De producten die het bedrijf voor badkamers ontwerpt, vinden hun weg naar de Israëlische consument en vele consumenten wereldwijd. Niet de Palestijnse markt. Die bedient de Lipsky fabriek niet meer. Sinds het Palestijnse Boycott, de BDS Movement, zijn de schattige mandjes voor vuile was niet meer in Palestijnse huishoudens te vinden. Judah schudt zijn hoofd. Zijn antwoord op de teruglopende omzet was het ontwerpen van een nieuwe productlijn. Daarmee compenseert hij het verlies. De nieuwe spullen vinden inmiddels gretig aftrek.
‘De bezetting wordt verkeerd opgevat,’ zegt Judah. ‘Mijn bedrijf draagt bij aan vrede. Bovendien moet men niet vergeten dat Palestijnen die voor mij werken wel vier keer zo veel verdienen als Palestijnen die in hun eigen gebied werk vinden. Waarom zouden Israëliërs dit bedrijventerrein moeten opgeven? Waarom zou de industrie kapotgemaakt moeten worden? Dit alles is met zo veel liefde en kennis opgebouwd. Wat is het nut daarvan?’
Judah kijkt somber. Moet hij zijn fabriek opgeven, zorgen dat de Oslo-akkoorden uitgevoerd worden, ergens anders gaan wonen? Judah schudt zijn hoofd.

SchemerPP3

Duisternis

Een okerkleurige gloed verlicht de huizen van Ramallah. Vanaf het evenementengebouw Het Culturele Paleis, hooggelegen op een heuvel in de stad, kijk ik uit over de vallei beneden me. Het is een sprookjesachtig uitzicht. Plukjes groen, witte huizen, een laatste reepje abrikooskleurige wolken hangt aan de horizon.
Het duurt niet lang meer, dan zal de avond volledig over de vallei vallen. De straten van Ramallah zullen in duisternis gehuld worden. Fruitkraampjes, vrouwen met hoofddoekjes en de vele auto’s die driftig door de straten sjezen, zullen er in verdwijnen.
Ik draai me om. De man van de technische dienst van Het Culturele Paleis wenkt me. Charlie heet hij. Nee, zal hij later zeggen, dat is geen typisch Palestijnse naam. Zijn hele leven moet hij al uitleggen dat hij toch werkelijk Palestijn is, ondanks die naam.
We stappen in zijn auto. Terwijl de auto op een uiterst steile helling tuft, legt Charlie uit waarom hij zo goed Engels spreekt. Hij houdt van Amerikaanse actiefilms en kijkt de films altijd zonder ondertitels. Zo heeft hij de taal goed geleerd.
Charlie spreekt honderduit. Over zijn familie, over Ramallah, over de politiek.
‘Alles is politiek hier,’ verzucht hij. Het begint al bij de kinderen hier in de Palestijnse gebieden. Ook voor hen is alles politiek. Het is onontkoombaar.
Ik denk aan de kinderen die ik zojuist in Het Culturele Paleis heb gezien tijdens een bijeenkomst. Het doel daarvan was om mensen voor te lichten geen Israëlische producten te kopen. Van hun ouders leren de kinderen daar dat ze, hoe jong ze nog zijn, Israël kunnen bestrijden door niet hun limonade, chips of tal van andere producten te kopen. Door Israël economisch te raken, kan de strijd voor onafhankelijkheid gewonnen worden.
Charlie voert de auto behendig door de drukke straten van Ramallah. Ik denk aan andere kinderen, de kinderen die deze dagen Israëliërs aanvallen met het doel om hen zwaar te verminken of te doden. Het meest recente verhaal is dat van twee scholieren. Ze besloten laatst op een gewone middag na school om een schaar te kopen. Niet veel later stak een er een Israëliër mee.
Het is een steekpartij in een lange reeks van dergelijke incidenten.
Alles is politiek. Zelfs voor kinderen. De woorden galmen na in mijn hoofd.
Charlie trapt het gaspedaal flink in. De duisternis kruipt verder over de straten van Ramallah. Plotseling stopt de auto. We zijn vlakbij het busstation waar ik de bus terug naar Jeruzalem zal nemen. Hier moet ik eruit. Charlie en ik nemen afscheid. Charlie zegt dat ik altijd terug mag komen. Buiten op straat klinken opgewonden stemmen. Ik kijk omhoog. De lucht is gitzwart. Aan de hemel een zee van sterren.


Rachel Visscher (1982) is schrijver en journalist. In februari verschijnt haar roman Hemels land, waarin ze het hedendaagse Italië met actuele dilemma’s tot leven wekt en waarin verschillende perspectieven worden gegeven op het urgente, Europese vluchtelingenprobleem.In maart verschijnt Verstilde wereld, een boek over de verschillende fasen van dementie. Ze sprak met dementerenden en hun familie en met therapeuten, verplegers, artsen en wetenschappers en geeft een gezicht aan de symptomen en varianten van deze hersenaandoening.

Lieke Mulder (1992), voormalig studente Illustration Design te ArtEZ, knuffelt katten in het asiel, aait duiven op straat en vangt kikkers met grashalmen. Het is dan ook niet vreemd dat ze in haar werk – illustraties en verhalen – veelal door dieren wordt geïnspireerd. Waarom dieren? ‘Die zijn zo lekker zichzelf!’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s