Een eigen verhaal

Door: Yi Fong Au ♦ Beeld: Sterre Meurs

Marijn Sikken (1990) won in 2011 zowel de jury- als de publieksprijs van Write Now!. Sindsdien timmert ze hard aan de weg met haar schrijfcarrière. Ze studeerde af aan de Schrijversvakschool, schreef voor Youth-R-Well, een online community voor reumapatiënten, en publiceerde verhalen in Tirade, De Optimist en Passionate Platform. Daarnaast schrijft ze columns over lezen voor CLEEFT en werkt ze aan haar romandebuut bij Uitgeverij Cossee. Yi Fong Au sprak met Marijn Sikken over verhaalzaadjes, debuteren en uniciteit.

Deuren openlaten
Marijn Sikken is een schrijver die goed weet wat ze wil, en graag haar eigen weg bewandelt. Toen ze in 2011 Write Now! won, gingen er veel deuren voor haar open en hadden veel uitgeverijen opeens interesse in haar werk. Ze koos er echter bewust voor om niet direct te debuteren. In plaats daarvan werkte ze aan haar verhalen en ontwikkelde ze haar talent: ‘Ik kon wel bij een uitgeverij gaan tekenen, maar ik had nog geen roman. Ik wilde eerst afstuderen, mijn boek gaan schrijven en dan pas de volgende stap zetten. Dat is een vrij lang proces, ik ben er nog steeds mee bezig.’

Het was geen makkelijke keuze om te wachten met debuteren, want er waren risico’s aan verbonden: ‘Het was ontzettend moeilijk en eng om die keuze te maken. Ik won Write Now! natuurlijk toen ik nog geen 21 was, dus er was de belofte van een piepjonge aankomende debutant en daar zit een soort gejaagdheid aan. Er staat veel druk op je om zo vroeg mogelijk te debuteren en de kansen te grijpen die je aangeboden worden, maar ik heb ervoor gekozen mijn eigen weg te volgen.’ Marijn geeft te kennen dat ze toentertijd, ook na haar winst bij Write Now!, vond dat haar werk nog niet goed genoeg was.

Dit is geen valse bescheidenheid, maar een schrijver die haar werk serieus neemt: ‘Op het moment dat ik merk dat mijn werk op de een of andere manier niet serieus wordt genomen, wil ik zeggen: Luister jongens, dit is wat ik doe en ook wat ik ben.’ Vroeg in haar carrière werd ze een keer aangekondigd als ‘schrijfmeisje’, een term waarvan ze de aantrekkingskracht wel begrijpt, maar dat volgens haar de lading niet dekt: ‘Het heeft iets kokets, en ook wel weer schattig, maar ik vind het te weinig ambitieus. Ik ben meer dan dat. Ik hoop dat mijn online aanwezigheid, mijn literaire cv, laat zien dat ik meer ben dan een vrij-associërend meisje met lippenstift.’

Haar afwachtende houding heeft haar geen windeieren gelegd. Marijn publiceert periodiek verhalen in literaire tijdschriften, draagt regelmatig voor en schrijft nu haar debuutroman bij Uitgeverij Cossee. Inhoudelijk wil ze over haar debuutroman nog niets kwijt: ‘Ik ben een groot voorstander van geen huid verkopen voordat de beer geschoten is.’ Bij Cossee worden romans niet aangekondigd voordat de roman helemaal af is. Het opzoeken van het juiste moment is belangrijk, en de tijd nemen geeft schrijvers de ruimte om zich te ontwikkelen en de regie over hun schrijverschap in de hand te houden.

Toen Cossee aan Marijn vroeg om wat van haar werk op te sturen, dacht ze allereerst: ‘Maar Coetzee zit hier toch? Hij is een Nobelprijswinnaar en deze mensen zijn geïnteresseerd in mij. Op een dag worden ze wakker en dan denken ze: Wat hebben we nu gedaan we moeten die meid echt lozen! Ze zijn klein wat betreft bezetting maar groot wat betreft naam en aandacht. Boekhandelaren staan ook altijd welwillend tegenover hun boeken. Daarnaast is de begeleiding heel goed. Dat is wat Cossee mij te bieden heeft, en waar ik altijd naar heb gezocht: een nest waarin kan groeien.’

Kluizenaarschap
Als jonge schrijver is het lastig om jezelf neer te zetten als een serieuze schrijver. Zeker omdat er in de media veel nadruk wordt gelegd op iemands persoonlijkheid: ‘Wat natuurlijk interessant is, vroeger waren schrijvers anonieme figuren waar nooit iemand verder iets over las. Salinger was ook een kluizenaar, en dat snap ik heel goed, want het ging over zijn werk en niet over hem. In het meest ideale geval gaat het ook over mijn werk, en niet over mij.’

Marijn waakt ervoor teveel nadruk te leggen op haar persoon als schrijver, omdat dit afleidt van haar werk als schrijver. Maar de persoon van de schrijver heeft op sommige momenten ook een functie, bijvoorbeeld wanneer Marijn haar verhalen voordraagt. De schrijver is dan niet alleen maar de anonieme figuur achter de woorden, maar ook een performer die haar podiumvaardigheid, unieke persoonlijkheid en voorkomen inzet om de woorden goed over te brengen.

Daarnaast heeft haar eigen leven altijd invloed op het schrijven zelf. Maar hoeveel van jezelf kun je in een tekst leggen voordat het autobiografisch wordt? ‘Aan het eind van de dag zou het niet moeten uitmaken of het fictie is of niet. Maar ik heb bijvoorbeeld heel erg getwijfeld over een recente column voor CLEEFT. Het is een bewerking van de toespraak die ik heb gehouden bij de uitvaart van mijn opa. Dat staat er niet direct in, dat het om dezelfde toespraak gaat, maar de vraag was: Kan dit wel? Ga ik een grens over? Is het ijdel? Is het erg dat het ijdel is? Of is het iets wat andere mensen kunnen herkennen?’

Persoon en werk zijn dus in zekere zin van elkaar afhankelijk. De balans tussen die twee is niet vanzelfsprekend. Hierin vormt de drang naar herkenning en aansluiting de doorslaggevende factor. Ondanks de nadruk die ze wil leggen op haar werk, en haar bewondering voor J.D. Salinger, is ze zelf geen kluizenaar. Ze is veel in cafés, waar vaak ze werkt en inspiratie opdoet. Daarin sluit haar persoonlijkheid aan op haar opvattingen over schrijven. De schrijver is niet iemand die werkt vanuit een ivoren toren, maar iemand die onder de mensen zit, het directe contact opzoekt en communiceert.

Het eigen verhaal
Schrijven is communiceren, en dat heeft niet zozeer te maken met een literatuuropvatting, als wel met een verhaalopvatting: ‘Bijzonder aan verhalen is dat je, op het moment dat je ze deelt, een verbintenis aangaat met degene aan wie je ze vertelt. Daarom ben ik zo dol op anekdotes, kroegverhalen en ‘moet je horen wat ik vorige week meemaakte’-verhalen: iemand vertelt een verhaal en daardoor delen jullie een moment. Met fictie kan dit evengoed. Ik kan jou een verhaal laten lezen dat ik compleet heb verzonnen, maar het kan je toch aanspreken omdat er iets in zit, een detail of een ontwikkeling of een personage, dat bij jou aansluit.’

Iedereen heeft zijn eigen verhaal, het zijn de structuren waarin mensen naar zichzelf kijken en waarmee ze duiding geven aan de dingen die ze overkomen. Het is een noodzakelijke ijdelheid, en heeft daarom wellicht ook een universele aantrekkingskracht: ‘Ken je die ABN-Amro reclame, met de leus: “Dit is jouw verhaal”? Wat ik nu steeds zie is dat het eigen verhaal gekaapt wordt door bedrijven. Er stond bijvoorbeeld in De Groene Amsterdammer laatst een stuk over hoe de zorg weer terug moet gaan naar het individu en dat ieder individu zijn eigen verhaal heeft. Dus zelfs zorgverzekeraars gaan aan de haal met het feit wij allemaal een eigen verhaal hebben. Dat intrigeert me.’

In de omgang met reality-tv en sociale media ziet Marijn ook bewijs voor haar idee van het verhaal als noodzakelijke ijdelheid: ‘Katie Roiphe zei eens: “Facebook is de roman die we allemaal schrijven, het is alleen geen The Sun Also Rises”.’ Dit gegeven komt in Marijns verhaal ‘Stacey een portret’ sterk naar voren. In dit verhaal wordt de dunne grens tussen hyper-reële fictie en gedramatiseerde werkelijkheid blootgelegd in de ontmoeting tussen de ik-figuur en Stacey, een narcistische drama queen die in elke situatie van haarzelf de hoofdrolspeelster wil maken. Ze benadert haar leven als reality-tv, en ervaart gebeurtenissen via narratieve structuren die aangeleverd worden door massamedia, wat resulteert in een paradoxale mengeling van realiteit en fictie:

Ik wist zeker dat ze haar eigen leven bekeek als ware het een film, een soap op zijn minst. Misschien had ze zelfs een soundtrack op haar iPod gezet, met de muziek in de gewenste volgorde: beginnend met iets rustigs, dan veel ruimte voor drama dat ene nummer van Mary J. Blige of een lekkere ballad van Beyoncé gevolgd door het onvermijdelijke happy end. Altijd zou ze afsluiten met een fade out of een verstild beeld, ingezoomd op haar door mascara omlijnde ogen, haar stralende lach, (eventueel) hand in hand met haar luv Joa, de sidekick. Ja, Stacey leefde altijd toe naar de volgende cliffhanger. Ik vroeg me af wie ik in die film was; een toevallige passant misschien, of een bijrolletje, een dankbare figurant, wachtend op mijn eigen doorbraak. Waarom zat ik in het script?

Het begint met een zaadje
Wat haar onderscheidt van andere jonge schrijvers? Marijn antwoordt relativerend: ‘Dat ik er zo lang over doe? Haha. Volgens mij is dat echt zo’n vraag waarvan ik denk dat mensen die mijn werk lezen het beter weten dan ikzelf.’ Maar als ze er even over nadenkt, moet ze toegeven: ‘Ik heb nog geen Stacey gelezen van iemand anders. Dat klinkt echt meesterlijk arrogant, maar ik denk dat het te maken heeft met de unieke blik die elke schrijver heeft. Die blik bepaalt de verhalen die ze vertellen, de structuur, en ook de details. Maar of mijn blik nu unieker is dan die van iemand anders?’

Marijns verhalen hebben vaak een humoristische ondertoon, waarin tragiek op een vernuftige en lichtvoetige wijze blootgelegd wordt. Ze is een schrijver die haar ogen en oren voortdurend openhoudt, op zoek naar materiaal die de aanzet zou kunnen zijn voor een verhaal. De uniciteit van Marijns blik blijkt uit de stroom aan observaties, anekdotes en details die ze deelt in het gesprek: ‘Ik probeer naar de wereld an sich een vrolijke nieuwsgierigheid te houden.’ Met haar open blik vangt ze materiaal op dat ze later kan gebruiken voor haar verhalen. Het zijn vaak kleine dingen, feitjes en vondsten, zoals de kleur van iemands haar, een flard uit een gesprek, die op de een of andere manier álles zeggen over een persoon of situatie.

Haar verhalen ontvouwen zich als een logisch gevolg vanuit dit treffende gegeven, dat ze als een ‘verhaalzaadje’ omschrijft: ‘Het is als met een eerste druppel waarmee gelijk een tekening ontstaat. Patsss. Als waterverf. Ik hoef maar een kleine flard tegen te komen, en dan is het in principe klaar. Dan hoef ik het alleen maar in de juiste verhaalmuur te metselen.’ Daar is ze dan vervolgens maandenlang mee bezig, maar wat zou dat? Neem bijvoorbeeld het verhaal ‘Olifanten‘, waarmee ze in 2011 Write Now! won. Het verhaal staat vol rake zinnen en observaties. Het begint als volgt:

Karl is een trouwe echtgenoot. Elke dag bezoekt hij zijn dode vrouw.

Marijn vertelt het rouwproces van Karl aan de hand van zijn dagelijkse bezoeken aan het kerkhof. Daar komt hij twee zussen tegen die rouwen bij een kindergraf. Ze beschrijft de zussen als olifanten (‘…ook olifanten kunnen huilen, met echte tranen die langzaam over hun kolossale koppen naar beneden glijden.’) Het meest opmerkelijke detail is dat Karl hen treft als ze een tent aan het opzetten zijn op het kindergraf, een tipi. Een gegeven dat ze niet in levende lijve heeft gezien, maar wel heeft gehoord. Dit detail was de aanleiding voor het schrijven van het verhaal.

Dit proces lijkt achteraf vanzelfsprekend, maar het is geen makkelijke opgave. Ze schat in dat ze gemiddeld zes maanden werkt aan een verhaal, maar dat het verhaal waar ze nu mee bezig is bijvoorbeeld al twee jaar op haar computer staat: ‘Ik weet bijna nooit zeker of het een goed verhaal gaat worden. Als ik het niet afmaak is het waarschijnlijk geen goed idee geweest. Maar ik ben wel altijd heel lang bezig.’

Het is één ding om het zaadje te vinden, maar iets anders om daar het juiste verhaal omheen te schrijven: ‘Ik heb weleens gehad dat ik bij een langer verhaal dacht ‘en zó moet het eindigen’, maar het verhaal wil iets anders. Als ik dat niet kan loslaten, slaat het dood. Maar het is juist heerlijk om het zijn gang te laten gaan, en te ontdekken waar het verhaal heen gaat. Dat is het leukste, als je jezelf kan verrassen. Je kunt het wel sturen, maar misschien is het net als met opvoeden. Je kunt een kind alleen zichzelf laten worden en een verhaal ook.’

Hoe ervaart ze het schrijven van een roman ten opzichte van korte verhalen? ‘Ik vind het wel lastig. Het is heel anders. Nu kan er in een kortverhaal naar mijn idee even veel gebeuren als in een roman, zowel qua ontwikkeling als karaktervorming. Maar het is zo’n groots idee. Normaal kom ik met een zaadje, en dat groeit uit tot een bescheiden plantje, nu moet er een hele boom gaan uitkomen.’ Het schrijven van een roman kan vergeleken worden met het bouwen van een huis. De grote structuur moet staan, maar er komt ook detailwerk bij kijken: ‘Het is aan alle kanten gecompliceerd. Je hebt alleen al de buitenkant van het huis, je moet het gaan inrichten, erin gaan wonen, je moet je er goed in blijven voelen. En alles moet blijven werken, er is continu onderhoud.’

Ondanks haar affiniteit met het korte verhaal gaat het schrijven van haar roman Marijn goed af: ‘Ik ben nu al vier jaar met dit boek bezig, en dat bevalt me prima. Daar ben ik best verbaasd over. Ik dacht eigenlijk, ik moet deze mensen toch spuugzat worden, en deze verhaallijn, en deze setting, en deze toon.’ Maar het verhaal blijft haar integreren, blijft leven. Dat bemoedigt haar. ‘Blijkbaar heb ik toch het zaadje gevonden dat ik boeiend vond.’


Yi Fong Au (1989) studeert Literatuurwetenschap en Vertaalwetenschap aan de Universiteit Leiden. Hij schrijft proza en poëzie, en publiceerde oa. in Het Liegend Konijn en het literair e-zine Meander. Werk van hem is opgenomen in de poëziebloemlezing Alles Staat Nog Op Zijn Plaats (2010).

4 gedachtes over “Een eigen verhaal

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s