Toeval bestaat niet

Door: Elske Jacobs

‘This is a damn fine cup of coffee.’

Special agent Dale Cooper wist het al: in een mistroostig stadje als Twin Peaks moet je jezelf soms belonen met wat lekkers. Deze les neemt Doc ter harte in Val, de tweede roman van Roderik Six. De jonge arts verlaat de levendige drukte van de grote stad voor het ingeslapen dorpje Fall – waar Francis’ diner weliswaar een verdomd goeie kop koffie serveert, maar waar ook iedereen iets verborgen houdt. Je weet direct: hier is iets niet in de haak.

Six heeft met zijn debuut Vloed al bewezen dat hij een surreële werkelijkheid kan creëren die in tot in het kleinste detail weet te overtuigen. Het apocalyptische verhaal over vier studenten die al zuipend en trippend een maandenlange regenbui trotseren, werd in 2012 bekroond met de Bronzen Uil. In Val legt hij de lat nog iets hoger. Met zijn voorkeur voor morbiditeit, decadentie en gezwollen taalgebruik heeft hij een eigen draai gegeven aan de detective – momenteel in tv-series een populair genre. Dit levert bijna filmische observaties op:

Ooit was ze mooi geweest en met wat geluk kon ze het opnieuw worden, zij het nooit meer helemaal: de slijtage had zich te diep in haar vastgebeten, en in een flits zag ik haar voor me, zoveel jaren later, rokend aan een keukentafel, mentholsigaretten die ze halverwege uitdrukte in een metalen asbak, thee die langzaam afkoelde in een keurig onderhouden maar verder onbewoond huis.

Maar als lezer ben je niet direct gecharmeerd van alle uitvoerige beschrijvingen. In Vloed vergaf je Six zijn barokke neigingen omdat de plot je direct bij de strot greep, maar in Val moet je betrekkelijk lang wachten voordat het balletje begint te rollen. Alsof de schrijver zich er eerst van wil verzekeren dat de lezer snapt in wat voor context hij het verhaal moet plaatsen, en het boek niet miskent als literatuur. Hij neemt ruim de tijd voor een stijloefening: rijen bomen vergelijkt hij met kathedralen – ´De geur van natte bladeren die via de airco binnendrong; een wakke lucht, zwanger van hout en groen.´

De roman kan makkelijk zonder dit soort beladen beeldspraak. Veel liever lees je over de pitbullachtige sheriff, de vrouwenhatende bordeelhoudster of de chagrijnige oude gek met zijn duistere verleden. Nog geen dag is Doc gearriveerd in Fall of de sheriff parkeert zijn pick-up in de voortuin om de vreemdeling te komen inspecteren:

Zijn vinnigheid verraste me; zijn aanleg tot corpulentie was onmiskenbaar. Zijn lichaam had een aura van romige loomheid. Maar dat denk je ook van krokodillen. Je vermoedt dat ze enkel in het water gedijen met hun lange romp en peddelpoten, maar indien nodig zijn ze razendsnel, ook op het land: ze trekken hun hangbuik in en molenwieken met gestrekte klauwen door de aarde – stof waait op en voor je het weet knapt je schedel tussen hun tanden.

Op deze manier typeert Doc zijn mogelijke tegenstander. De vergelijking is treffend en origineel, en maakt meteen duidelijk dat de personages onderverdeeld kunnen worden in jagers en prooien. De vraag is tot welke categorie we de hoofdpersoon moeten rekenen. Doc neemt zijn intrek in het huis van Lyndon, de zojuist overleden dorpsarts, en ontdekt tijdens de verhuizing een verschrikkelijk geheim. Fall is alles behalve een veilig toevluchtsoord, het dorpje symboliseert niets minder dan de zondeval: luguber, mysterieus en met een voortdurende dreiging, omfloerst met een laagje romantiek.

Hoewel Six absoluut zijn eigen stempel op het genre weet te drukken, dringt de vergelijking met David Lynch zich op – zeker wanneer vlak na elkaar plots twee jonge vrouwen worden vermoord. De cinematografische elementen in Val worden bovendien ondersteund door letterlijke verwijzingen naar filmscènes. Bijvoorbeeld wanneer Doc tijdens de autorit naar Fall stopt voor een raadselachtig bord langs de weg:

Meteen had ik er spijt van. In te veel films had ik gezien hoe auto’s dienst weigeren; te veel bankovervallen met sputterende vluchtauto’s, te veel verzopen motors terwijl de maniak met een kettingzaag met rasse schreden nadert. Te veel pellicule waar werkelijkheid doorheen schemert. Maar te laat, altijd te laat.

De verteltechniek die je herkent uit de detective werkt perfect in het verhaal; tegelijkertijd laat de schrijver zich nergens verleiden tot clichématigheid. Opvallend genoeg tempert Six de stilistische overdaad wanneer het verhaal begint te lopen, en juist wanneer je toeleest naar een onvermijdelijke climax gooit hij zijn kont tegen de krib: een eenduidig whodunnit-antwoord zou al te simpel zijn. Doc deelt zijn registraties met je zoals Dale Cooper dat in Twin Peaks doet wanneer hij via zijn voice recorder praat tegen de mysterieuze Diane. Of Doc en Dale even betrouwbaar zijn, blijft de vraag.

Desalniettemin toont Roderik Six zich met Val opnieuw meester in de suspension of disbelief – hoe ongelofelijk de gebeurtenissen die hij beschrijft ook mogen zijn, als lezer geloof je dat ze op dat moment werkelijk plaatsvinden. Hier en daar overschrijdt hij wat betreft stijl een grens (denk aan een beschrijving van een dader die gepakt wordt, anderhalve pagina lang zonder punten), maar boven alles blinkt Val uit door een rijkheid aan beeldtaal en een slim spel met herkenbare motieven, en laat de roman je vertwijfeld achter met een sterke drang hem nog een keer te lezen.


Elske Jacobs woont en werkt in Nijmegen, waar ze Algemene Cultuurwetenschappen en Europese Letterkunde heeft gestudeerd. Ze is gek op kunst en boeken, maar ook op strips en animatiefilms, en wil schrijven over alles wat ze mooi vindt. Lees meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s