Header Goudvissen (2)

Zolang de goudvis zwemt

Tekst en beeld: Tim Taveirne

Waar zal ik beginnen? De thee is lauw, de krantenartikelen die ik wil lezen of herlezen liggen in een stapeltje naast mijn laptop, de kat is zoek. De wasmachine draait vandaag al voor de tweede keer. Eerst de lakens, nu de kleren. Er is niemand in het huis behalve hij en ik. We tikken geconcentreerd. Hij vanaf de bank, ik aan de tafel. Ik moet rechtop zitten, dat houdt me scherp. Nu denk ik weer dat hij kwaad is. Dat denk ik wel vaker wanneer hij werkt. Omdat de stilte me nogal vreemd voorkomt.

De dingen rondom me herinneren aan het dagelijkse leven; de krabpaal, de boekenkast, het bijzettafeltje, zijn benen op het bijzettafeltje. Er is niets wat liegt, behalve ikzelf. Hier en nu, op dit klavier. Ik lieg omdat ik heel veel dingen verzwijg, aan het oog onttrek. Ik lieg omdat ik mezelf censureer. Een gedachte komt op en ik sla ze weg, zoals een vlieg. Omdat niet elk idee goede literatuur oplevert. Ik lieg omdat ik dingen verzin. Dat betekent niet dat die dingen an sich nooit bestaan hebben, maar ik maak ze mooier. Het bijzettafeltje is bijvoorbeeld geen bijzettafeltje maar een houten, rechthoekig salontafel. Maar ik vind ‘bijzettafeltje’ mooier klinken. De thee is ondertussen koud, niet langer lauw. Hij heeft zijn benen anders geschikt.

Ik weet niet of schrijven iets oplevert, behalve wat leugens die anderen voor waarheid kunnen aanzien. Hoezeer ik ook probeer, alles ontsnapt voortdurend aan begrip en inzicht. Ik heb de dingen nog maar beschreven of ze veranderen al van vorm. Neem nu de goudvissen. Ze zwemmen rond het blauwwitte vuurtorentje. Maar ondertussen is dat al niet meer het geval.
Iets overkomt je of je merkt iets op. Daarna wil je het bevatten. Niet iedereen vindt dat even moeilijk of problematisch. Schrijven is één mogelijkheid maar misschien niet de meest betrouwbare. Je probeert het leven zo dicht mogelijk op de huid te komen maar er is voortdurend dat enorme gat. Het slokt alles op.
Die leegte, dat blanco blad.

Lezen is een eerlijker bezigheid. Je bent getuige van een verstilde wereld, één ogenblik houdt alles op, je valt uit de tijd en ruimte. Marcel Proust beschrijft in zijn A la recherche du temps perdu hoe de smaak van een madeleine–koekje, gedoopt in bloesemthee, hem terugvoert naar zijn jeugd in het dorpje Combray. Je leest de scène en de verbeelding treedt in werking. Je kunt de scène herlezen en er een andere ruimte bij voorstellen, dingen toevoegen of vervangen, maar wat Proust geschreven heeft, blijft in wezen onwrikbaar. Hoewel hij zal opgemerkt hebben dat het koekje en de thee veranderlijk waren, heeft Proust er een scène aan overgehouden die dat ene moment, ergens in de 19de eeuw, voorgoed bevat en stolt.

In die zin heb ik in boeken altijd al iets actiefs en waarachtig aangetroffen, terwijl een boek of gedicht net helemaal dood is. Het is louter een talige constructie. Maar goede literatuur toont ons het leven tussen de regels door, ontbolstert hetgeen wat opgesloten zit in een vangnet van onbegrip, benoemt het onbenoembare. Daarom schrijf ik, ondanks die steeds terugkerende vaststelling dat alles waarover we schrijven voortdurend verandert en vroeg of laat verdwijnt.

Ook de goudvissen.


Tim Taveirne (1994) studeert Drama aan KASK/Conservatorium in Gent. Hij schrijft, speelt en maakt theater maar is ook te zien in enkele Vlaamse en Nederlandse kortfilms. Hij bewondert Julian Barnes en Karl Ove Knausgård. Lees meer artikelen van zijn hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s