Trekvogels op papier

Door: Francine Maessen

In zijn debuut Het Vogelalfabet neemt S.J. Naudé ons mee van Zuid-Afrika naar Vietnam, en van Berlijn naar Parijs. De personages in de verhalenbundel slepen tegen wil en dank hun verleden mee, maar behouden desondanks een frisse blik op de wereld.

Zo ontmoeten we Sandrien, die zich volop stort op het verplegen van hiv-patiënten, zelfs als haar eigen kanker terugkomt. En Ondien, die maar niet lijkt te kunnen bonden met de twee Zoeloezangeressen in haar band. Of een zoon die zijn doodzieke moeder niet aan het eten krijgt, maar die onverwacht hulp krijgt van een oude minnaar.

Naudé heeft oog voor diversiteit, maar laat dat nergens op een geforceerde manier blijken. Voor zijn hoofdpersonen blijft hij dicht bij zijn eigen identiteit als blanke Zuid-Afrikaan, maar daarnaast komen verschillende delen van de wereld langs, met verschillende continenten en geaardheden. Het wordt echter nooit voyeuristisch, omdat de schrijver zeer secuur omgaat met de lokale context. Nooit geeft hij het gevoel te schrijven over een verzonnen plek of cultuur, hij overtuigt je altijd van de authenticiteit van zijn verhaal.

De personages in Het vogelalfabet zijn zich ook altijd erg bewust van hun culturele achtergrond. Ze dragen hem mee, proberen hem eer aan te doen of juist achter zich te laten, maar krijgen er nooit controle over. Cultuur is een last waar je mee moet leren omgaan, een onderwerp dat altijd op de achtergrond speelt als de personages eigenlijk met andere zaken bezig zijn zoals nieuwe relaties of het zorgen voor zieke ouders. Ook hierin lijken ze weinig controle te hebben: naast cultuur zijn ook andere mensen ongrijpbare zaken. Dat ongrijpbare, oncontroleerbare trekt veel personages juist aan in hun partner, maar daardoor geeft een relatie ook nooit zekerheid. Zowel de partner als het land van herkomst kan de personages geen thuis bieden.

De schrijfstijl van Naudé is vlot met ruimte voor metaforen. In de vertaling van Karina van Santen en Martine Vosmaer klinkt het staccato ritme van het Afrikaans door, vooral in de dialogen. De helderheid in de woordkeuze staat in mooi contrast met de ongrijpbaarheid in de thematiek. Het terugkerende motief van de vogels geeft soms een geforceerd gevoel, misschien omdat je er door de titel al alert op bent.

Naudé neemt de tijd om elk verhaal rustig op te bouwen. De bundel kent dan ook maar zeven verhalen. De schrijver levert geen moment in op details of karakterontwikkeling. Hier zit de kracht van Het vogelalfabet dan ook in: elk verhaal voelt als een compleet boek en na elke laatste zin moet de lezer flink bijkomen.


Francine Maessen (1993) studeert Film- en literatuurwetenschap aan de universiteit van Leiden en woont in Oegstgeest. Ze heeft een voorkeur voor oude boeken, bijzondere uitgaven en klassieke literatuur. Lees meer artikelen van haar hand.

Een gedachte over “Trekvogels op papier

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s