Drie dagen (voorpublicatie)

Door: Nina Roos

Voorpublicatie uit Drie dagen: het romandebuut van Nina Roos. Vincent, directeur van Vochtwering Compleet, moet voor een kleine ingreep naar de dokter. Zijn vrouw Isabeau vertrekt na een woordenwisseling naar een warm eiland en broer Mart is voor het eerst gaan samenwonen. In Drie dagen kruipt Nina Roos drie dagen lang in de hoofden van haar personages. Door middel van telefoongesprekken, regieaanwijzingen en streams of consciousness ontvouwt de binnen- en buitenkant van elk personage zich gaandeweg voor de ogen van de lezer.

Is het verdomme nog maar halfnegen. Blokje kaas kan er niet vanaf, pestzet om die koelkast zo achter te laten Isa, bomvol aminozuren zei je, helpt gaatjes in tanden voorkomen, goed voor de hersenen, vooral de sphingolipiden, je kon het niet uitspreken, elke dag twee plakken kaas riep je, werkelijk, waar is die kaas dan nu? Ik zou iemand moeten uitnodigen, samen een hapje eten, topprestatie dat je niet terugbelt Beau, ik hoop dat je lekker naast bolle Bernice ligt te verbranden, je batterij zal wel op zijn omdat hij telkens op is en je met je doorgezopen kop het stekkertje niet in de gaatjes kunt krijgen, denkt: dat doen we later wel. Kwam je nou zondag pas terug? Heb je dat opgeschreven? Hebben we het briefje met telefoonnummers deze keer verstopt? Omdat madam niets met mijn feestelijke dag te maken wil hebben, prima. Ik krijg trek van die vishapjes, storend ook dat ik niet lekker zit met mijn glas wijn, misschien moet ik ouderwets een pizza bestellen met een berg salami. Ho, kijk eens aan, een verse vlek op de bank in de hoek waar jij altijd zit ratelen. Pizza. Telefoon waar ben je, zijn het de lange dagen dat mijn handen zo instabiel ogen, ik zit gewoon weer te krabben tijdens zo’n belletje, is potverdorie ook geen sinecure zo’n speech, tel daar honger en een superaanwezige pik bij op en mijn woensdag kan niet meer stuk. Een belmenu? Werkelijk. Toets twee voor pizza’s. Drie voor drank, zes voor slappe sla zeker, jammer, jammer, jammer een tweetalig mens aan de lijn, cash? Hoerenwerk, eens kijken, tien, vijftien, dat gaat lukken, ik had je er graag bij gehad pop, stuiterend in een strandtent, alsof je het leven uit je mouw schudt, en maar gaan en weer gaan, ik moet me niet opwinden, dat staat slordig, wacht eens. Nu snap ik dat je te ver heen bent om je telefoon aan te nemen Isa. Afkicken, nee, nee, beter-kicken bedoel je, je bent een beetje beter bezig, behalve dit lekker lange weekeinde in de zon, met je grijs weggeverfde haren ben je nog net zo’n naïef ding als toen ik je voor het eerst naar huis droeg, met je lange blote beentjes, je was prima te tillen, wat woog je, vijftig kilo? Je warme kruis in mijn nek, af en toe draaide ik naar rechts of links om te zien of we een weg konden oversteken, rook je zweet, een wasmiddel, ik zou er mijn inboedel voor geven om dat nog eens te ruiken, gordijnen dicht, tijd voor een broek zonder knoop. Die heeft madam zeker ook verstopt, wacht maar tot ik een van je slappe broeken aantrek, kijken wie er dan nog thuis wil komen, ho, de bel, die pizza is opgewarmd, zo snel bak je niets. Goedenavond. Mensenkinderen, een puber met mijn pizza, scootertje stationair laten draaien ook nog, jij krijgt geen cent erop met zo’n smoel.

Vincent eet de pizza op de bank, vist er met een vork kappertjes vanaf en legt ze in het deksel van de doos. Hij drinkt twee glazen wijn, zapt en denkt aan wat er met de restanten van de borrel moet gebeuren, welke bestemmingen zijn vrouw gekozen zou kunnen hebben en hoe ze vlak voor vertrek met wijsvinger en duim boontjes naar hem toe schoot.

Prima rustig in huis zo, de hysterische bloemenlamp aan, het is dat hij licht geeft. Even zien, Martje maar eens bellen, minst luchtige maar meest luistergrage lid van de familie, de detailpieler. Die ma van hun heb buitenshuis geneukt. Dat joch is gekocht. Geef ze eens ongelijk, in niets lijk je op pa en mij. Het staren heb je van mam en terwijl ik het hele huis onderzocht, alles opentrok, bekeek jij de kootjes van je vingers, dronk alleen water, sliep niet uit, het mag een wonder heten dat je nooit vragen hebt gesteld, terwijl pap je geen nachtkus gaf. Je sprak niet graag. ‘Daar wordt het voorste stuk van mijn mond droog van,’ zei je. Je wilde dat alles zacht, smeerbaar was, eiste een kussentje op de keukenstoel omdat je hout door je kleding voelde, er rillingen van kreeg, waarom neem je niet op eigenlijk? Ben je weer naar zo’n duffe lezing, in een zaal bomvol zwijgende schapenkoppen plus een paar lekkere wijven die het zaakje opleuken, van denken over onzichtbare zaken is nog nooit iemand beter geworden, mij krijg je niet meer mee, ik wil er niets mee te maken hebben Mart, maar laten we wel wezen: moeders heeft besloten dat je mijn broertje bent, dat respecteer ik, maar alleen al je naam, daar trek je per definitie lauwe lui mee aan, flapflap met je notitieblokje, alsof je afkoelt van zo’n beetje wind.

‘Mart jongen, te gek dat je opneemt, alles goed, juist ja, Sas in haar sasje, nee ik zit je te dollen, hoe is het in je nieuwe domicilie? Vast, wat zeg je? Isabeau is ergens leuk, weekend strandhangen, je moest eens weten. Weet ik niet, je denkt te veel, luister, van denkers worden vrouwen bang, vergelijken ze gelijk met doordraaien, dat doen ze met woorden Mart, echt, begin je met ontbijten, switchen ze zo naar ontglippen of onthoofden, onthouding, uiteindelijk willen ze allemaal een man met een arbeidersbroekje aan, wel eens gezien hoe wild Beau wordt wanneer ik een keer sta te verven, werken er eigenlijk vrouwen in dat zaakje van je? Je zou het drukker moeten hebben, koopzondag meepakken, lijkt mij typisch een zondagsding, kruiden en fröbels. Ik heb wat wijntjes op, borrel achter de rug, ik schenk nog een glas wijn in. Ja ik heb een prima dag, jubileum, wist je dat niet? We bestaan vijfentwintig jaar, maar hoe is het met Leo de luie kat, al gewend aan de buurt? Hoezo? Gelijk naar buiten doen, als hij voelt dat je bang bent wordt hij ook bang, dat moet jij toch weten Mart, als ik schrok, schrok jij meer, weet je nog die keer dat ik vertelde dat je ook door gaten kunt vallen waarvan je zeker weet dat je er niet doorheen past? Je sprong met een gil langs elke opening die je tegenkwam, je snapt wel dat we je even apart zetten om af te koelen, jij hebt daar een handje van, grapjes niet inzien, hoor je me nog of ben je wat anders aan het doen, waar zit je? Wat zeg je? Je gaat toch niet bellen als je op bezoek bent oelewapper. Natuurlijk is dat raar, onbeleefd zou ik zeker zeggen. Hang gauw op jongen, bij wie zei je dat je was? Ik kan niet alles onthouden, vertel het later, mocht ik niet opnemen, dan lig ik te slapen, ik heb nogal een weekje achter de rug, groeten daar jongen, have fun.’

Bij vrienden zitten, arme geest, zou zijn vrouwtje te vaak thuis zijn? Wat zei hij nou laatst tijdens de barbecue, dat mensen met dikke moedervlekken overtollige karaktereigenschappen hebben? Heerlijk onderwerp voor bij de hamburger Martje. Overtollig. Ik zou dolblij zijn met een overschot aan karakter, kun je nog eens wat overboord gooien. Misschien heeft die jongen gelijk, het is altijd dik volk met dikke moedervlekken, ze bewegen niet, hopen karakter op, zoiets bedoelde je vast. Of was het weer een onbegrijpelijke grap van je? Je denkt te abstract, je zou aan uitbreiding van je zaak moeten denken. Verse bloemen erbij, heb je zo een omzet waardoor je zelf niet meer in zo’n benauwde ruimte hoeft te staan. Verdomme Beau, trappelen alsof het niets is, maar ons kleed recht leggen ho maar, vergeet het, ik leg niets meer recht, zo, nog wat schever, nog iets schever, kijk eens, het kleedje is helemaal gedraaid. Sta je enthousiast te zweten in de zon pop? Slalommen langs lachende zuiderlingen met je lippenstift op halfzeven waarschijnlijk. Likken en likken en likken, als je je lippen niet zo vaak zou aflikken hoef je die troep niet zo vaak op je mond te smeren, hoef je niet zo vaak nieuwe lippenstift te kopen waarvan ik inmiddels weet dat ik er royaal voor naar mijn masseuse kan, jij likt al die centen zo naar binnen, kijk aan, ben ik alweer een paar minuten met je bezig terwijl madam geen seconde aan mij denkt of gedacht heeft anders lag er wel kaas in de koelkast en zou je me nu op zijn minst een bericht gestuurd hebben hoe het daar allemaal gaat.


 

omslag Nina Roos Drie-dagenDrie dagen van Nina Roos verschijnt op 8 april bij Uitgeverij De Harmonie. Paperback, 176 blz, € 16,90.

Nina Roos (1981) schrijft en tekent. Ze studeerde een aantal jaren autonome kunst in Arnhem, Enschede en Amsterdam en exposeert en publiceert sindsdien regelmatig haar werk. Haar verhalen verschenen onder meer in Hollands Maandblad, dat haar in 2010 de Hollands Maandblad-schrijversbeurs toekende. Roos werd geprezen voor de wijze waarop zij erin slaagt haar eigen stijl, koers en idioom te combineren tot een literair avontuur. In heldere bewoordingen legt ze het onderhuids ongemak van haar personages feilloos bloot.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s