De realiteit is het merg van de kunst

Door: Alek Dabrowski

Medio april werd in een propvolle boekhandel v/h Van Gennep in Rotterdam Sleutelaar worden gepresenteerd. Het schitterend uitgegeven boek bevat teksten van en over de tachtigjarige Hans Sleutelaar. Hij schrijft over mensen met wie hij werkte: Armando, Jan Cremer, Vaandrager. Anderen portretteren hem: Martin Bril, Johnny van Doorn, Sanneke van Hassel en Wim Brands.

Hans Sleutelaar is dichter, maar schrijft weinig: een enkele bundel en dan jaren niets. Dat vindt hij geen zwakte, het gaat om het rendement. Hij stimuleerde andere schrijvers, zoals Johnny van Doorn. Sleutelaar was de strenge redacteur van diens De geest moet waaien. Hij gaf het proza van Van Doorn vorm, waarbij de stijl afweek van de poëzie van Van Doorns pseudoniem de Selfkicker: strakker en korter, ʻalles wat niet strikt noodzakelijk was, moest eruitʼ.

Jan Cremer
Ook ging Sleutelaar intensief om met Jan Cremer, ten tijde van het ontstaan van zijn onverbiddelijke bestseller Ik Jan Cremer. In 1959 ontmoetten zij elkaar. Jan was negentien, Sleutelaar vijf jaar ouder. ʻVoor het aaneenrijgen van volzinnen scheen hem het geduld te ontbreken. Hij stootte nu en dan kortaangebonden keelklanken uit.ʼ

Een paar jaar later kwam Cremer aanzetten met een paar verhalen. Sleutelaar en Vaandrager prezen hem. ʻWat een scherpte, wat een vaart, wat een kracht!ʼ Sleutelaar verbleef regelmatig onder één dak met hem, bijvoorbeeld in het Chelsea Hotel in New York. Hier hielp hij Jan Cremer om het vervolg op zijn bestseller uit de pen te krijgen.

Vaandrager
Hans Sleutelaar groeide op in Rotterdam. In Sleutelaar worden besteedt hij twee pagina’s aan zijn jeugd in ‘Hoe ik de poëzie ontdekte’. Hij beschrijft niet zijn ouders, wijdt niet uit over school en jeugdvriendjes, maar benoemt de tussenkamer waarin hij sliep. Hij had een koortsdroom, hij zag de wereld in een ander licht. Hij wist dat hij dichter was, wachtend op een ingeving. Zijn gedichten zijn niet talrijk, ʻde momenten dat we echt leven zijn schaarsʼ.

Sleutelaar ontmoette Vaandrager, Armando en Verhagen. Zij voelden zich met elkaar verbonden. Tijdschrift gard sivik werd eind jaren vijftig hun podium. De kunst was nieuw, de poëzie was nieuw: radicaal realisme. ʻZo hebben dichters niet eerder geschreven…Verdomd, er is iets volkomen anders begonnen.ʼ

Met Vaandrager kreeg hij ruzie. Het contact werd een tijdlang verbroken, maar een foto uit 1981 laat de twee oud-vrienden zien tijdens de uitreiking van de Anna Blaman Prijs aan Vaandrager. De lach is ontroerend. Je ziet iets van geluk dat de twee eens met elkaar verbond. Later zou Sleutelaar overigens de laatste twee dichtbundels van Vaandrager, die in 1992 overleed, nog redigeren.

In kort formuleren en de kern raken is Sleutelaar de meester. Zijn ‘In memoriam Vaan’ begint met de regel: ʻVaandrager was iemand die hij liever niet was geweest.ʼ

Martin Bril
De eerste helft van Sleutelaar worden is door Sleutelaar geschreven. De meeste stukken zijn eerder verschenen. Het bijeenbrengen ervan en het bepalen van de volgorde is uitstekend gedaan door samensteller Erik Brus. Het geheel geeft – voor zover mogelijk – een prachtig beeld van de hele Hans Sleutelaar: zijn persoon en zijn kunst komen het best tot hun recht in het contact met anderen. Hij bleef vaak op de achtergrond. De ondertitel luidt niet voor niets ‘herinneringen van en aan een zwijgende dichter’.

De tweede helft van het boek is gevuld door anderen. De merkwaardige en mooie titel ‘Sleutelaar worden’ wordt verklaard in de eerste gastbijdrage, een tekst van Martin Bril uit 2004. Met zijn kompaan Dirk van Weelden trok hij in de jaren tachtig ’s nachts door de binnenstad van Groningen. Met viltstiften schreven zij op muren de magisch tekst ‘Sleutelaar worden!’ Een paar jaar later zat hij met dezelfde vriend in café Scheltema in Amsterdam. Hij keek in het telefoonboek en vond de naam Sleutelaar. Meteen gingen zij op pad. Hij belde aan, Sleutelaar noodde hen binnen.

Bril is niet Sleutelaar geworden. Wel  bleef hij levenslang bewonderaar van zijn stijl. Hij moest eens zijn lange zwijgen verdedigen. Vijfentwintig jaar tussen twee bundels. Is dat lang? ‘Waar het om gaat, is wat er staat.’

Wim Brands
Bijzonder is de bijdrage van Wim Brands. Het boek kwam van de drukker op de dag van zijn fatale daad. Hij bezocht Sleutelaar in 2015, in zijn flat bij de Beukelsdijk. Brands leest een gedicht van hem voor, over zijn grootmoeder. Een gedicht van hoekige eenvoud.

Zij werd oud en stierf

zoals weinigen is gegeven,

zonder vrees, zonder klacht.

Soms, op een onzeker uur,

verschijnt zij even.

Brands citeert Sleutelaar: ʻZo moet een gedicht voor mij zijnʼ. Veel schrijven wordt moeilijk. ʻIk heb bovendien het leven altijd tijdrovend gevonden.ʼ

Afbeelding Sleutelaar wordenIn deze bundel is dat wat vooral overtuigt: het taalgebruik van Hans Sleutelaar. Kort, en alleen laten staan wat noodzakelijk is. De anderen eigenen zich in hun schrijven over hem deze stijl toe. Het afwijkende formaat en het lettertype ‘nieuwe stijl’ maken het boek uniek.

Sleutelaar worden eindigt met een paar korte beschouwingen van Hans Sleutelaar over kunst. Tijd is een belangrijke factor: ʻde kunst leeft traagʼ. De relatie met de werkelijkheid is sterk. ʻDe realiteit is het merg van de kunst.ʼ

 

Hans Sleutelaar e.a. – Sleutelaar worden: herinneringen van en aan een zwijgende dichter (samengesteld door Erik Brus)
Uitgeverij Studio Kers
ISBN 9789491835025, € 16,95


Deze recensie verscheen ook op de blog Uitgelezen Boeken van Alek Dabrowski. Alek is werkzaam bij Bibliotheek Rotterdam en verzorgt wekelijks de boekenrubriek De Boekenstroom op Radio Rijnmond. Lees meer artikelen van zijn hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s