Dwarsverbanden in een ’s nachts geweven web

Door: Sander Meij

SPIN
Geef me een spin onder invloed nu

ik chaos wil leren scheppen uit orde

de draden desnoods uit mijn hol trek

álles geef voor een doolhof

kann nicht anders dwarsverbanden

mijn ’s nachts geweven web alleen

zichtbaar voor wie dauw ziet in parels

 

kom maar en beef maar je leeft

maar eens

 

Met het gedicht ‘Spin’ opent Anne van Amstel haar jongste dichtbundel, die de titel Geef me nu ik wil kreeg. De bundel bestaat uit twee cycli, waarvan de eerste eveneens Geef me nu ik wil is getiteld.

In het openingsgedicht is sprake van een ik die van ‘een spin onder invloed’ chaos wil leren scheppen uit orde. Dit doet vermoeden dat we dit gedicht kunnen lezen als een soort uitnodiging aan de lezer (‘kom maar en beef maar’) tot het lezen van de rest van de cyclus, met dit openingsgedicht in het achterhoofd.

Zodra een dichter over orde en chaos begint, moet ik denken aan W.F. Hermans en ben ik geneigd nog een beetje aandachtiger te lezen. Hermans’ personages zien en horen zelden wat er echt aan de hand is. Uiteindelijk raken ze vrijwel altijd verstrikt in het web van een chaotische werkelijkheid die schuilgaat achter een schijnorde. Zintuigen en taal blijken onbetrouwbaar in Hermans’ universum. Bij Anne van Amstel is het thema orde versus chaos eveneens aanwezig, zo getuige ook het openingsgedicht, al is haar uitwerking daarvan anders dan bij Hermans. De ik-persoon in haar gedichten lijkt juist bewust verstrikt te willen raken. Haar ik lijkt de werkelijkheid te willen bezweren door in het hier en nu te leven en daarbij voortdurend dingen te leren, na te gaan en te voelen − mogelijk om ze zo te kunnen doorgronden binnen de context waarin dat urgente gevoel de kop opsteekt, zodat er uiteindelijk kan worden overgegaan tot handelen:

VEN

geef me een schop

want ik wil graven

in een weiland

 

een gat maken

in de aarde

en me god wanen

(…)

Dat het in deze cyclus vaak gaat om ogenschijnlijk simpele zaken als een schop, een stok, zand of een ei, maakt deel uit van de uitdaging die Anne van Amstel met zichzelf is aangegaan: telkens probeert ze deze op  zichzelf weinigzeggende voorwerpen of zaken te isoleren en van een nieuwe context te voorzien, met vaak een verrassend effect.

Elk van de 22 gedichten in de cyclus Geef me nu ik wil begint met de gebiedende wijs en door het veelvuldig gebruik van woorden als ‘nu’, ‘meteen’, ‘snel’ of de afkorting ‘asap’, wordt een gevoel van urgentie opgeroepen. Alles moet nú en wel meteen, nu het nog kan, nu de gedachte of lust nog niet is vervlogen of het moment nog niet voorbij is. Er is sprake van een bepaalde noodzaak, zelfs bij een praktisch verzoek als ‘Geef me een zet nu ik wil schommelen´ in het gedicht ‘Zet’. Tegelijkertijd realiseert de ik zich het niet alleen af te kunnen, want er is altijd de afhankelijkheid van een al dan niet onzichtbare ander. Overigens zijn niet alle verzoeken in deze cyclus praktisch van aard: ´Geef me een gouden eeuw´ is zo’n verzoek waar je moeilijk gehoor aan kunt geven.

De tweede cyclus in de bundel heet Tref, en bestaat uit twaalf gedichten die ieder de naam van een stad of dorp in het buitenland dragen, afgezien van het gedicht ‘Amsterdam Praag Parijs Lissabon’. Deze afdeling gedichten bestaat uit korte, soms filmische scènes, die op het eerste gezicht wat weerbarstiger aandoen dan de cyclus Geef me nu ik wil. Soms lijkt er sprake van een oponthoud bij een schilderij, een object, in een kerk of grot, maar veel wordt ook in het midden gelaten. Hier wordt de lezer soms overgeleverd aan de werking van zijn eigen associatievermogen. Dit levert een gevoel van vervreemding en onthechting op, wat nog eens benadrukt wordt door de soms exotisch klinkende plaatsnamen die als titel fungeren. Raadselachtige regels als ‘we kopen een voorraad druppels / die nog een schooljaar sissen’ in het gedicht ‘Essaouira’ worden afgewisseld met beeldende observaties als ‘na elke zin knikkebolt ze / met de loszittende nek / van een dashboardhondje / haar woorden kracht bij’, in het gedicht ‘Bedeilhac’.

De taal in deze bundel is helder en op het eerste gezicht eenvoudig en dat geeft deze gedichten iets pretentieloos, hetgeen natuurlijk schijn is. Maar het zorgt er wel voor dat de bundel als geheel prettig leest. Hier en daar maakt Anne van Amstel gebruik van assonantie en alliteratie; dat doet ze gedoseerd, waardoor regels echt gaan lópen. Slechts een enkele keer, wanneer dit gepaard gaat met een bepaalde zegswijze of uitdrukking, vliegt ze uit de bocht (‘met een lange pipet zuigt hij jonge wijn / uit oude vaten en spuit het in onze glazen’): een dergelijke formulering neigt naar een woordspel dat binnen de context van het gedicht of de bundel verder niet zo functioneel is: het is dan niet meer dan het letterlijk uitbeelden van een gezegde, waar de link met de betekenis van dat gezegde binnen de context van het gedicht niet helemaal duidelijk is. Niettemin is Geef me nu ik wil een urgente, knap geconstrueerde bundel, waarin de onrust altijd op de loer ligt, met regels die blijven nazingen in je hoofd. Bij herlezing ontdek je langzaam de dwarsverbanden waarvan in het openingsgedicht ‘Spin’ al sprake was.

Anne van Amstel – Geef me nu ik wil
Uitgeverij Nieuw Amsterdam
ISBN 9789046820636, € 19,99


Sander Meij (1980) is neerlandicus en werkt als redacteur. Als dichter was hij onder meer te zien op Crossing Border, bij DWDD en won hij enkele prijzen. Hij publiceerde in tijdschriften als Hollands Maandblad, Op Ruwe planken en Het Liegend Konijn. In 2015 verscheen zijn poëziedebuut Nieuw eiland bij Nieuw Amsterdam.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s