Hoop in de hopeloosheid: Nederlandse vertalingen van Hongaarse literatuur

Door: Laurie de Zwart

In de magnifieke boekwinkels van Boedapest liggen veel Engelse vertalingen van de Hongaarse  literatuur. De schrijvers genieten in Nederland geen grote bekendheid, maar toen ik in Boedapest woonde wilde ik mijn kennis van de Hongaarse literatuur toch graag uitbreiden, en ik raakte geïntrigeerd. Satanstango en De bezitlozen belandden een jaar na elkaar in mijn boekenkast. De Engelse vertaling van László Krasznahorkais Satanstango kocht ik in Boedapest naar aanleiding van een recensie in de Groene Amsterdammer en las ik voor het eerst tijdens mijn ellenlange treinreis naar de hoofdstad van buurland Roemenië, terwijl ik over het Oost-Europese platteland boemelde. De bezitlozen vond ik bij toeval in de Nijmeegse Dekker van de Vegt. Ik had nog nooit van Szilárd Borbély gehoord, maar de kaft en omschrijving trokken mijn aandacht.

Ik heb nog nooit een Hongaarse roman gelezen die niet gaat over Groot-Hongarije en de nostalgie ernaar, of over de Tweede Wereldoorlog en de Joden en Zigeuners die er wonen. Ook kan ik zelden een politiek oordeel ontwaren. De schrijvers schrijven erover, zoals het is, zoals het cultureel geheugen van Nederland ook alleen aan hen die hier niet zijn geboren moet worden uitgelegd.

Artikel Laurie Hongaarse literatuurHongarije mag dan Europees zijn, het land heeft een compleet andere achtergrond en geschiedenis dan Nederland. Bezetting door de Ottomanen, de Oostenrijkers en de Roemenen, vele opstanden met bloederig gevolg en verloren oorlogen. Hongarije wordt ieder jaar een populairdere vakantiebestemming, maar tegelijkertijd  lokten verschillende gebeurtenissen de afgelopen jaren internationale bemoeienis uit. Zo gingen de inwoners van Boedapest in oktober 2014 de straat op om te protesteren tegen het plan van de overheid om internetbelasting in te voeren, is de extreemrechtse partij Jobbik met racistische ideeën over de vele zigeuners en Joden in het land bezig aan een opmars en strandden in de zomer van 2015 duizenden Syrische vluchtelingen bij treinstation Boedapest-Keleti (oost). De politieke kloof tussen Hongarije en West-Europa lijkt nooit helemaal verdwenen.

 Agnes de Bie-Kerékjárto verwijst naar de culturele en politieke motivatie van vertalingen in het Nederlands in haar tekst Hongaarse literatuur in Nederland. Pas wanneer de Hongaarse politiek en cultuur de media op een negatieve manier bereiken, vinden westerlingen het interessant om zich ook met de kunst afkomstig uit het land bezig te houden: we verwachten dat we ons eigen afschuw gereflecteerd zien in de representaties van intellectuele Hongaren, en dat de literatuur zich verzet tegen de onderdrukkingen van het communisme. Naar aanleiding daarvan vroeg ik me af: op welke manier hangt de keuze van het vertalen van literaire werken uit Hongarije en haar perceptie samen met het politieke en culturele klimaat in het land? In deze korte tekst probeer ik een antwoord aan te zetten door de romans van Krasznahorkái en Borbély onder de loep te nemen. Ze verschillen in stijl en zijn geschreven in andere millennia, maar kwamen toch bijna tegelijkertijd op de Nederlandse markt. Waarom?

Duivelse dansArtikel Laurie Hongaarse literatuur2
In zijn debuutroman Satanstango (1985, Nederlandse vertaling 2013) schrijft László Krasznahorkai over een ‘kolonie’ waar de dorpelingen hun dagenvullen met het wachten op de Messias, de grote verlosser in de persoon van Irimiás en zijn vriend Petrina. De roman is opgedeeld in twee delen van elk zes hoofdstukken (als de passen van een tango) waarin in letterlijke zin bijna niets ‘gebeurt’, maar desondanks spanning wordt opgebouwd.

Aan het begin van de roman zijn de twee dood gewaande kameraden (een communistische aanduiding voor partijgenoten) gesignaleerd op weg naar het dorp. Waarom de twee 18 maanden zijn weggeweest en hoe ze de verlossing zullen brengen, blijft onduidelijk. Gedurende de eerste zes hoofdstukken verzamelen alle dorpelingen zich in de dorpskroeg om in slaap te vallen tegen de tijd dat het weer licht begint te worden, juist op het moment dat Irimiás en Petrina arriveren. In deze hoofdstukken wordt de wanhoop van de dorpelingen langzaam duidelijk. Ze vervelen zich, drinken te veel, eten te weinig en hebben geen ander uitzicht. Je kunt je afvragen of verbetering mogelijk is.

Op die manier schetst Krasznahorkai een grillige omgeving voor zijn personages. Hij gebruikt meanderende zinnen, niet zelden langer dan een halve pagina, waardoor je als het ware vergeet dat er achter die sluier van woorden verder niets zit en je door de taal zelf wordt geleid. In het tweede deel houdt Irimiás een adembenemende toespraak voor alle lamme, vermoeide dorpelingen. Bevrijding en verbetering, een geheimzinnige opdracht en een ongelukkig voorval met de dood van een dorpsgenoot tot gevolg gebruikt hij om de dorpsgenoten hun geld te ontfutselen in ruil voor een beter leven. Er is hoop op verbetering, maar die hoop wordt niet vervuld. Door hun omstandigheden klampen ze zich vast aan alle kleine beetjes hoop, al is het voor een buitenstaander moeilijk om te geloven dat dit alles niet tot een catastrofe zal leiden.

Met kleine woorden, door het tijdbestek van de roman en de vooroordelen over het Hongaarse leven is het niet moeilijk de roman te zien als een kritiek op het communisme. In een interview met The Millions ontkent Krasznahorkai echter elke politieke lading in zijn werk:

I was only concerned to explore why everyone around me seemed as sad as the rain falling on Hungary and why I myself was sad, surrounded as I was by such people, in the rain. It may sound odd to say so, but our situation hasn’t really changed.

Krasznahorkai geeft af op de gang van zaken in Hongarije, die in het hedendaagse Europa nog net zo zeer ter discussie staat als destijds. Tijdens het communisme werd het verspreiden van een andere kijk op het leven streng gestraft. De angst voor sancties die volgen op  politieke kritiek  is doorgegeven aan de huidige generatie schrijvers en hun werken worden daarom beschouwd als apolitiek.

In het derde hoofdstuk voert Krasznahorkai de dokter op, een personage dat  naarmate de roman vordert een steeds grotere rol in de vertelling inneemt. Hij heeft zich opgesloten in zijn huis en laat zijn eten en drinken door dorpsgenoten brengen. Hij eet en slaapt nauwelijks en drinkt de hele dag pálinka. De dokter heeft de opdracht gekregen om alles wat in het dorp gebeurt op te schrijven en te rapporteren. De dokter bespioneert zijn dorpsgenoten dus voor de autoriteiten (wederom: de communisten?) – dit lijkt opnieuw een niet al te positieve weergave van de omstandigheden.

Wanneer het stil blijft en de dorpelingen met Irimiás vertrokken zijn, zoekt de dokter niet uit waar iedereen gebleven is, maar komt hij erachter dat hij door het verslag dat hij schrijft de macht heeft over de werkelijkheid. Hij schrijft alles op wat zich voor zijn geestesoog afspeelt terwijl er in werkelijkheid niets gebeurt. De eerste zinnen zijn ook de laatste:

Op een ochtend tegen eind oktober, vlak voordat de eerste druppels van de onbarmhartig lange herfstregens op de gebarsten grond van het verdorde land ten westen van de kolonie zouden neerdalen (waarna door de stinkende modderzee de landwegen tot het invallen van de vorst onbegaanbaar zouden zijn, zodat ook de stad niet meer te bereiken was), werd Futaki wakker van het gebeier van klokken.

Zo worden de eerste anderhalve pagina’s van de roman opnieuw afgedrukt en wordt al het voorafgaande in een ander licht plaatst. We kunnen ons afvragen wie uiteindelijk de verteller is. Wat gebeurt er met de dorpelingen? Heeft de dokter zijn fantasie de vrije loop gelaten? Hoe loopt het af met Irimiás en degenen die hem wel hebben gevolgd? Mark Schaap schrijft in zijn recensie op athenaeum.nl: ‘Zo bijt het verhaal zich in zijn eigen staart en gaat het weer zes hoofdstukken op en weer zes hoofdstukken af, van creatie naar destructie naar creatie. In een eeuwig durende tango.’

Krasznahorkai mag zijn roman dan niet als een politieke tekst beschouwen, in de interpretatie wordt toch een ander beeld opgeroepen. Hoezeer de politiek ook wordt vermeden in de thematiek; de woorden, de zinnen en de (Nederlandse) kritieken bewijzen dat Satanstango moet worden gezien als een reflectie van de schrijver op de belevenissen. Nergens gaat Krasznahorkai openlijk in de aanval, maar het verdriet en de nostalgie die hij en zijn personages ervaren, zijn evengoed te lezen als een kritiek op de tijdsgeest in Hongarije.

Artikel Laurie Hongaarse literatuur3

Als je niets hebt, valt er ook niets te verliezen
Szilárd Borbély, de Hongaarse auteur die zichzelf in 2014 na een lange periode van depressie van het leven beroofde, liet de roman De bezitlozen (2014, Nederlandse vertaling 2015) na. Net als zijn andere werken gaat dit boek over trauma, het cultureel geheugen en zijn jeugd waarin hij balanceerde op het randje van armoede. In De bezitlozen krijg je geen helder beeld van het gezin waarom het verhaal draait. Het naamloze gezin bestaat uit de Jongen, zijn zus het Meisje en zijn broertje de Kleine. De gezinsleden slapen met zijn vieren in twee bedden in één kamer (de Kleine slaapt in een wieg); de moeder dreigt zichzelf continu iets aan te doen terwijl vader het beetje geld dat er binnenkomt uitgeeft aan alcohol.

In eenvoudige bewoording wordt een beeld geschetst van een arme, uitgestoten familie. Hun van origine Roemeense afkomst maakt het leven in het bekrompen dorp in het oosten van het land niet eenvoudiger. Het Grote Hongaarse Rijk, waarvan een landkaart vele togen tot op de dag van vandaag siert, is in het begin van de negentiende eeuw uiteengevallen. Het grote Transylvanië werd een Roemeense provincie, zij het met een grote Hongaarse meerderheid. De Roemenen traden hard op tegen deze minderheid en verboden Hongaarse scholen, communiceerden slechts in het Roemeens en dreven de bevolking zo uit elkaar dat er nergens meer een Hongaarse meerderheid was. Nu doen de Hongaren hetzelfde met de Roemenen binnen hun landgrenzen.

In een interview met Hungarian Literature Online verklaart Borbély dat het leven in de dorpen zoals in het boek wordt beschreven wordt gekenmerkt door gesloten systemen, die eens over heel Europa bestonden. Deze gesloten systemen zijn niet slecht, maar anders dan de geglobaliseerde wereld in welke de meeste West-Europese burgers zich op dit moment begeven. De hopeloosheid in de Hongaarse dorpen is echter niet veranderd in de afgelopen veertig tot vijftig jaar.

Langzaamaan worden aanwijzingen gegeven voor de politieke tijd waarin het boek zich afspeelt. De vroegere dagloners buiten nu de koelakken (boeren) uit en er wordt steun betuigd aan kameraad Rákosi en kameraad Stalin. Ook in De bezitlozen staat de hoop op een ander, beter leven centraal, en wordt er gewacht op de Messias. Het personage met deze naam is echter een lichamelijk misvormde zigeuner met een spraakgebrek die wordt ingezet voor de vervelendste klussen van het dorp. De personificatie van de hoop is zelf hopeloos.

Ook is in deze roman het taalgebruik van de schrijver betekenisvol. Borbély’s zinnen zijn zo staccato en kort dat de punten en hoofdletters telkens opnieuw drempels vormen bij het lezen. De beschrijvingen doen soms naïef aan, en suggereren een betekenisvolle onwetendheid. De westerse lezer vormt een eigen interpretatie op basis van kennis van de geschiedenis, kennis die de Jongen in zijn beschrijvingen zelf aan de dag legt.

Michel Krielaars trekt de invloed van het communisme door naar de hedendaagse Hongaarse cultuur en literatuur in zijn recensie over De bezitlozen in NRC Handelsblad. Het sterkste bewijs voor de aanhoudende negatieve invloed van het totalitaire Russische regime vindt hij in de dood van de auteur: ‘Borbély, die na een depressie in 2014 zelfmoord pleegde, laat zien hoe het communisme het individu wist te vernietigen en de meest primitieve instincten in de mens naar boven liet komen.’ De invloed van het communisme  strekt hier dus verder dan de grenzen van de roman en heeft het leven van de gevierde schrijver stuk gemaakt. Een jaar na dato lag de vertaling op de planken.

Deze roman en de schrijver zijn, kortom, de grootste kritiek op het communisme, juist omdat deze kritiek absoluut impliciet blijft. De zaken die binnen het verhaal als normaal worden beschouwd, zijn dat in de perceptie van de lezer zeker niet. Dat het communisme zelfs jaren na dato nog levens verwoest, komt niet eens in de Nederlandse lezer op maar wordt in Borbély’s roman en leven bevestigd.

Vertalingen en perceptie
Satanstago en De bezitlozen zouden wat betreft schrijfstijl niet verder van elkaar af kunnen liggen, maar ze verhalen beide over het communisme dat het leven tot op heden beïnvloedt. De Hongaarse geschiedenis schemert tot op de dag van vandaag door in de literaire uitingen. Onze kijk op dit verleden wordt echter beïnvloed door de keuzes van vertalingen en de momenten waarop ze verschijnen. De romans verhalen over een vervallen land, armoede in kleine dorpjes, achterdocht en bedrog. Hongarije is net als Nederland Europees en beide landen hebben veel contact met elkaar, maar de geschiedenissen en normen en waarden verschillen desalniettemin drastisch. De drang naar landuitbreiding, een grote Ottomaanse invloed uit de Middeleeuwen, het Habsburgse Rijk en het verlies van de Tweede Wereldoorlog hebben een grote stempel gedrukt op Hongarije en haar inwoners. Beide teksten worden door hun schrijvers niet beschouwd als dragers van een politiek standpunt, maar de vraag is of het wel mogelijk is een tekst te schrijven die niet wordt beïnvloed door de culturele omgeving in welke hij is geschreven en de persoonlijke situatie daarbinnen van de schrijver.

Hoop, het thema dat tweemaal de rode draad vormt, wordt in beide romans op andere manieren ingelost. In de laatste paar pagina’s gooit Krasznahorkai het hele verhaal om: het blijft heel lang onduidelijk of de dorpelingen in Satanstango te maken hebben met de verlosser of met de duivel en eigenlijk weten we op het einde nog niet veel meer. Borbély’s roman leidt daarentegen naar een ongekend en onmiskenbaar dieptepunt. De Messias is een zigeuner met een spraakgebrek, het drankprobleem van vader maakt eten voor de rest van het gezin zo goed als onmogelijk en door hun afkomst zullen ze nooit in de gemeenschap passen.

De populariteit van de vertalingen in Nederland is mogelijk tweeledig; aan de ene kant moeten de vertalingen laten zien dat het communisme slecht is, en dat de invloeden buiten het kapitalisme Hongarije naar beneden hebben getrokken. Er is geen hoop meer; de hopeloosheid is van alle tijden en daarom niet noodzakelijk politiek geladen. De Hongaren blijven aanmodderen en zoeken vijanden  buiten het rijk (de EU, vluchtelingen) en erbinnen (Joden, zigeuners, Jobbik). Tegelijkertijd kunnen we ons als West-Europeanen superieur voelen en medelijden met de Hongaren hebben: de opstanden zijn zinloos, mensen zijn arm en er is geen uitzicht op verbetering. De hoop die men in de boeken koestert als schild tegen de hopeloosheid, is ook in het dagelijkse leven gedoemd nooit te worden ingelost.


Laurie de Zwart (1992) is afgestudeerd Cultuurwetenschapper en geïnteresseerd in de dynamiek van de creatieve industrie. Ze leest boeken, tijdschriften, muren en verkeersborden. Ook kijken, luisteren en voelen behoren tot haar bezigheden en ze deelt deze ervaringen graag met anderen. Lees hier meer van Laurie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s