Ontnuchterend gelukkig

Door: Ezra Hakze

Hoewel poëzie meestal niet het genre van de luchtigheid is, laat Bernard Wesseling in zijn nieuwe bundel zien dat het kan: lachen om gedichten. & de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal staat vol slapsticks en ontnuchterende taal.

Laatst vroeg iemand mij wat ik vind van humor in poëzie. Hierop  moest ik even heel diep nadenken, ik heb namelijk nog nooit hardop gelachen om een gedicht. Grappige dichters zijn er natuurlijk wel, maar als het op poëzie aankomt ben ik blijkbaar niet zo’n lachebekje. Toch is het Benard Wesseling gelukt om me aan het grinniken te maken. In zijn nieuwe bundel pakt hij de lezer in met een (verraderlijk) lichte toon en ontnuchterende humor.  In ‘Hoe je uit paniek een dichter wordt’ staat na een scène vol benauwenis ineens: ‘Leunend op een meloen probeer je te denken aan dingen die op dit moment / elders plaatsgrijpen.’ Dit nuchtere commentaar zorgt ervoor dat de gedichten niet alleen om te lachen zijn, maar ook pijn doen. Een dorpskerkje wordt triest wanneer de dichter het vergelijkt met de Sixtijnse Kapel. Het gedicht ‘Atomen & pixels’ is tragikomisch door het beeld van een chimpansee in een shampooreclame. Daarnaast bespot Wesseling zijn eigen dichterlijke observaties – een stuk over de schoonheid van de provincie eindigt hij bijvoorbeeld droogjes met de regels: ‘(…) En de luchten snellen over voor je / oude meesters kunt zeggen.’

Af en toe zorgt die relativerende toon ervoor dat de gedichten alledaags voelen. Dit heeft ook te maken met de stijl waarin ze geschreven zijn: hoewel de bundel vol mooie beelden staat, moet je als lezer soms zoeken naar poëtische ingrepen. Het gedicht ‘Toeval’ lijkt bijvoorbeeld een prozaïsche anekdote met enjambement.

Toch is Wesseling geen verklede prozaïst. Zijn beelden en formuleringen zijn vaak scherp. Zo begint ‘Ritueel, onderbroken’ met de regels: ‘Achter de duin, voorbij de gezichten van vliegers, / speelt zich de zee af.’ Deze formulering geeft goed de beweeglijkheid van het water weer: de zee is speelt zich af en is een gebeurtenis. De landerigheid van een Hollandse vakantie staat dan weer treffend omschreven in ‘Pingjum’, waarin de dagen ‘aan elkaar geregend’ zijn. Dit gedicht eindigt met: ‘Ik was niet ongelukkig toen. / Erger: ik was op mijn problemen uitgekeken.’ Deze regels laten goed zien hoe geluk en weemoed samengaan. Die tegenstelling is steeds aanwezig en maakt de bundel de moeite waard. Weemoed zagen we tenslotte al in de poëzie. Maar geluk zelden.

De vraag rest om welk gedicht ik nu zo moest lachen tijdens het lezen. Ook in het desbetreffende gedicht zit zowel pijn als humor: het gaat over een nachtmerrieachtige situatie waarbij iemand zijn schedel open krabt en zijn brein uit zijn hoofd tilt. Vervolgens blijken de hersenen een fopsnor en fopneus te dragen. Voor mij kwam deze wending in dit redelijk grimmige gedicht zo onverwacht, dat ik een lach niet kon onderdrukken. Dat Wesseling zulke flauwe fopwinkelattributen van een nieuwe context voorziet, is een prestatie op zich.

Bernard Wesseling – & de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal
Uitgeverij Querido
ISBN: 9789021402406, € 10,99


Ezra Hakze (1993) schrijft voornamelijk poëzie, maar steeds vaker ook proza. Aangezien al haar bezigheden met literatuur te maken moeten hebben, studeert ze Nederlandse taal en cultuur aan de UvA. In 2012 werd een van haar gedichten gepubliceerd in de Doe maar dicht maar-bundel van dat jaar. In 2015 won ze Write Now! Amsterdam. Lees meer artikelen van haar hand.

2 gedachtes over “Ontnuchterend gelukkig

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s