Lieke Mulder, illustratie Skelterwielen

Skelterwielen

Door: Marieke de Groot ♦ Beeld: Lieke Mulder

Ik weet nog dat ik mijn moeder bij het raam zag zitten. Ze zat op een vensterbank. Iets wat wij nooit mochten omdat een vensterbank nou eenmaal bij een raam zit, en een raam is van glas en glas kan breken en je snijden en naar beneden doen vallen. De zon scheen. Haar huid bestond uit rimpels, putjes en barsten, en in plaats van een bos had ze allemaal afzonderlijk zichtbare haartjes. Alleen mijn moeders mond werd ingekleurd door de zon, en hij bewoog. ‘Een koe, wat weegt een koe, een koe weegt minstens vierhonderdvijftig kilo, een koe verplettert, als zo’n koe op mijn Pieter valt wordt híj verpletterd. En die trekkers die hier rijden, alsof je iets ziet op zo’n gevaarte, minstens twee keer zo hoog als een kind zijn die wielen. En het stikstof uit de mest, dat is niet goed voor een kindergestel. Nee, nee nee nee. Ze fietsen als gekken, Fioontje en Pieter. Keihard. Alsof ze niets kan overkomen. Terwijl het winter is! Als ze hard door de bocht gaan en het is ook maar een klein, klein beetje glad, schuift een fiets zo onderuit. Zal je zien dat er net iets aankomt, of dat een of andere idioot ze precies op dat moment inhaalt. En dan liggen ze er zo onder.’

Ze staarde naar buiten en murmelde tegen zichzelf, maar de woorden werden duidelijk uitgesproken; gedecideerd en strikt gescheiden van elkaar. Zo sprak mijn moeder. Haast met de dictie van een dove, maar dan zonder die lachwekkende, bloedserieuze concentratie. Wanneer mijn moeder iets zei, wás het serieus. De keuzes waren gemaakt en de zekerheden besloten. Het leven had zijn kader.

Dat mijn zusje Fionien en ik toen ergens anders woonden dan zij, leek ze niet door te hebben. De psychiatrische inrichting waar ze sinds drie weken zat, bevond zich ergens in Drenthe, wij logeerden bij tante Marleen en er was niemand die tegen ons zei dat we niet in vensterbanken mochten klimmen. Tante Marleen woonde in Schiedam met haar man en een hond. Mijn moeder deed er altijd een beetje geheimzinnig over dat haar zus geen kinderen had. Ze deed sowieso een beetje geheimzinnig over tante Marleen. We gingen er nooit gewoon op bezoek, want er werden in de buurt veel overvallen gepleegd en het was vlak bij Rotterdam. Hoewel we nooit wisten waar we zouden komen te wonen, wisten we één ding zeker: in Rotterdam zou het niet zijn.

Toch was het nooit erg om naar tante Marleen te gaan, want daar waren de dingen anders. We mochten de hond aaien en hij mocht ons likken, soms aten we geen verse groenten en we hoefden er maar één keer per dag onder de douche. Van tante Marleen mochten we best bij klasgenootjes gaan spelen. Toen ik veertien was, woonden  we er bijna een jaar en werd ik twee keer bij iemand uitgenodigd. Ik wist daar niet wat ik moest doen en snapte de stoere dingen waar de jongens over praatten niet. Fionien kreeg toen een paar vriendinnen. Van die schuwe meisjes met droge haren voor hun ogen, die niet aan jongens dachten en dat ook niet hoefden. Mijn zusje was een oppoetsing van het smoezelige groepje, maar hun wensen in het leven sloten goed op elkaar aan.

Voor mama’s derde opname woonden we in Maastricht, op de tweede verdieping van een appartementencomplex. Ons huis daar bestond uit twee appartementen waarvan de tussenmuur was doorgebroken. Bij de verdiepingen onder en boven ons stond die muur er nog gewoon en als wij in de woonkamer zaten hoorden we daardoor soms de geluiden van vier andere gezinnen. Door die kakafonie van gedempt familiegeluid was dit voor mij een van de beste huizen waar we hebben gewoond. Het rumoer van de buren verhulde de zwijgende paniek van mijn moeder en maakte het minder erg dat de televisie altijd op een veilig volume stond, waardoor we nooit echt konden horen waar de programma’s over gingen.

Langer dan een paar maanden hebben we niet in het huis met de doorgebroken muur gewoond. Mijn moeder bleef maar op de muren kloppen en naar het plafond kijken, mompelend: ‘Als die muur geen steunmuur was, waarom staat die hierboven en beneden er dan nog wel?’

Hierna kon ze geen huis vinden dat veilig genoeg was. Nadat mama op een nacht – het was allang geen vakantie meer – de politie belde omdat het dorp waar we op huizenjacht waren geen hotel bleek te hebben, moesten we weer naar tante Marleen. In de schuur bij tante Marleen stond onze skelter. Die hadden we gekregen toen we daar de eerste keer woonden. Mijn tantes gezicht had raar gestaan toen ze hem aan ons gaf. Kort ervoor had ze ruzie gemaakt met mijn moeder, die ons ineens was komen ophalen en wachtte in de gang met onze spullen naast haar en achter zich de voordeur stevig op slot.
‘Je weet niet hoe het is,’ had mijn moeder geroepen.
‘Ik was er anders ook bij!’ luidde het antwoord van tante Marleen. Hierna waren ze even stil geweest en naar ons toegekomen.
‘Ik mag jullie een cadeautje geven,’ had tante Marleen gezegd. De situatie was raar en ik geloof niet dat we durfden te voelen dat we niet met onze moeder mee wilden.
‘We zijn pas volgende week jarig,’ zei ik.
‘Weet ik, maar omdat jullie nu weggaan, wil ik het toch alvast geven. Er moet ook nog iets bij, misschien komt dat op jullie eigen verjaardag.’ Terwijl ze haar zin afmaakte liep tante Marleen weg en kwam via de keukendeur weer binnen. Ze zeulde een skelter zonder wielen mee.
‘De wielen krijgen jullie van mama,’ zei ze.
Dit was het coolste ding dat wij ooit hadden bezeten. En het meest gevaarlijke. En hij bleef in Schiedam, want met zo’n ding in de auto was onverantwoordelijk volgens mij moeder.

In Amersfoort had ik mijn enige beste vriend. Gerrit was klein en pezig, maar wel een jaar ouder dan ik omdat hij was blijven zitten. Ik weet eigenlijk niet waarom we beste vrienden werden, maar binnen twee weken deden Gerrit en ik alles samen. Wij woonden in een nieuwbouwhuis met een zolder, en daar bouwden we hutten onder het toeziend oog van mijn moeder en Fionien, die tekende.

Gerrit was totaal gefascineerd door het feit dat mijn zusje en ik op dezelfde dag jarig waren, maar toch twee jaar scheelden. Hij zei dat zijn vader dat ook bijzonder vond, en dat zijn pa graag toffe dingen met mij en Gerrit wilde doen. Na heel lang zeuren mocht ik er een keer eten, mijn moeder zou met Fionien op de oprit in de auto wachten. We moesten eerst controleren of er wel een oprit was, want stilstaan op straat met een kind in de auto vond mijn moeder gevaarlijk. De vader van Gerrit had gezegd dat ze gewoon mee mochten eten; daar had ik onmiddellijk een stokje voor gestoken.

Gerrits vader dronk bier aan tafel. Bedwelmd door enthousiasme omdat ik ergens anders had gegeten, deed ik op de oprit elk detail uit de doeken. Mijn moeder stormde naar de voordeur zodra ik het bier noemde, ze vergat zelfs de auto op slot te doen, en riep nog voordat de deur volledig open was: ‘Hoe haalt zo’n levensgevaarlijke alcoholist het in zijn hoofd kinderen bij hem over de vloer te laten komen!’ Ze zou de kinderbescherming bellen en de rest hoorde ik al niet meer; Fionien en ik hadden werktuiglijk onze handen over elkaars oren gelegd.

Op onze verjaardagen kregen we geen ronde pakjes. Ook met Sinterklaas en Kerstmis niet. We verhuisden naar een huis in de buurt van Epe, waar we te veel gevaarlijke wegen moesten oversteken. Wanneer we een goed cijfer haalden, we weer verhuisden of wanneer het vakantie werd kregen we ook geen wielen. Na Epe gingen we naar Winsum, maar mijn moeder vertrouwde de Groningse gasbel niet.

Toen we weer kort bij tante Marleen logeerden, keek ik naar de skelter in de schuur. Het frame leek minder rood door zijn invaliditeit. Het ding was gemaakt om laag bij de grond mee door de bochten te scheuren, maar zo zonder wielen bleef het bij autootje spelen door achter elkaar op stoelen te zitten.

Mijn zusje werd voor het eerst ongesteld in Utrecht, waar we in de wijk Ondiep woonden. In films krijgen meisjes soms cadeautjes als ze ongesteld worden, of een vruchtbaarheidsritueel. Of ze houden het beschaamd geheim. Mijn zusje kreeg niet de kans iets geheim te houden. Wel kreeg ze de pil en een cursus ‘geile mannen herkennen’. Ik kreeg de opdracht goed op te letten, ‘want ze willen haar verkrachten.’

Kort hierna gingen we weer een periode naar mijn tante, omdat mijn moeder, ‘zeker met dat tuig in deze buurt hier’, Fionien thuis les wilde geven. Ze was daardoor weer in een juridische strijd verwikkeld geraakt, dit keer over de gemeentelijke invulling van de leerplichtwet.

Dit was de enige keer dat ik tante Marleen durfde te vragen waar mijn moeder zo bang voor was dat het haar gek maakte.
‘Dat er iets met jullie gebeurt,’ zei ze.
‘Maar waarom dan?’
‘Omdat… Omdat dat soms gebeurt. Soms gebeuren er dingen.’ Ze opende haar mond nog een keer, maar schudde toen haar hoofd en liep met een star bovenlijf de keuken uit.
‘Wat voor dingen!’ riep ik tegen beter weten in.

Toen we volwassen werden en met mama braken, bleken we tot onze verrassing ook met tante Marleen te breken. De skelter heb ik nooit meer gezien, ik denk dat hij wielloos is weggeroest in de schuur. Toch springt mijn hart bij een rond cadeautje nog altijd even op.


Marieke de Groot is freelance redacteur, boekverkoper bij Pantheon Boekhandel in Amsterdam en hoofdredacteur van Tijdschrift Ei. Ze interviewt ook schrijvers en organiseert literaire avonden. En ze kickbokst.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s