‘Houd je ogen open, luister, wacht maar’

Door: Tim Taveirne ♦ Beeld: Abke Haring

Abke Haring is naast actrice, schrijver en regisseur ook moeder – al verenigen die dingen zich in het dagelijkse leven niet altijd even makkelijk. In de drie maanden die het ons kostte om dit gesprek te plannen, reisde ze langs Frankrijk, Duitsland, Nederland en New York. Oorspronkelijk zou ze daarna met het Toneelhuis naar Istanbul vertrekken om er De welwillenden te spelen, maar ze bedankte.

‘Er was een gesprek binnen het gezelschap omdat de vraag rees of we ons wel veilig genoeg zouden voelen in Istanbul. Toen heb ik “nee” gezegd. Ik ben net moeder dus ik wil nergens heen waar het gevaarlijk zou kunnen zijn. En blijkbaar was ik overtuigend genoeg waardoor ik niet hoefde mee te gaan. Best moeilijk want ik ben eigenlijk helemaal niet zo.’

Houdt die angst je meer bezig nu je moeder bent?
‘Ja, veel meer. Ons wereldbeeld is voortdurend in verandering. Dat is ongelofelijk. De angst verdwijnt niet meer zo gauw, het is gewoon de wereld van nu.’

Maar ondanks de angst gaat het leven gewoon door.
‘Ik vind het vreemd dat alles en iedereen blijft doorgaan. Natuurlijk is dat heel goed maar tezelfdertijd zo onnozel. Ik vraag me weleens af hoe we de wereld of onszelf kunnen afremmen.’

Abke Haring staat op, rekt zich uit. Ze won twee jaar geleden de Theo d’Or voor haar vertolking van Hamlet in Hamlet vs Hamlet – een tekst van Tom Lanoye in een regie van Guy Cassiers. Ondertussen maakte ze ook de solovoorstelling Unisono, die volgend seizoen in reprise gaat. Het werd een klein en stil meesterwerkje over eenzaamheid. Ze heeft niet meer nodig dan een tafel, vier stoelen, een vuurrood kopje thee en haar eigen poëtische tekst.

Abke is zo iemand van wie je vermoedt dat ze graag spreekt. Ze gebruikt haar hele lijf om haar woorden kracht bij te zetten en kiest de stiltes zorgvuldig. Wanneer ze naar de keuken wandelt iets verderop, blijft ze praten.

‘Oh, thee. Ik heb dus kruidenthee. Vind je dat goed? Ik breng altijd mijn eigen thee mee. Fijn dat het mooi weer is hé. Top. Natuurlijk duurt het niet zo lang. Ik ga deze zomer met mijn man en zoontje naar Portugal. Ik heb die plek echt zo goed mogelijk geprobeerd uit te kiezen. Een heel klein dorpje waar bijna niemand woont.’

 Hoe gaat het nu met je?
‘Ik ben op tournee met De welwillenden en werk ondertussen aan de vertaling van Flou (de voorstelling die ze in 2011 maakte met Han Kerckhoffs). Ik zit tussen verschillende kleine projecten in. We gaan ook uitzoeken waar we volgend seizoen met Unisono gaan spelen. Het gaat allemaal heel goed maar met een kind erbij is het toch wat veel. Je wordt er heel moe van.’

Maar ondertussen blijf je wel bezig.
‘Ja. Ik heb een heel onregelmatig leven, terwijl een kind net regelmaat nodig heeft.’

Hoe gaat het combineren van schrijven en het moederschap?
‘Moeilijk. Unisono was de eerste voorstelling die ik schreef met een kind erbij. Moeder zijn is op zich een heel bijzondere aangelegenheid. Ik had vier uur per dag om te schrijven. Maar zelfs dat lukte niet. Er was geen leegte om te schrijven. Want daar ontstaat schrijven toch? Vanuit een leegte, omdat je door de verveling heen gaat? Je hebt niets te doen en begint. Of vanuit eenzaamheid. Er is niemand om tegen te praten dus schrijf je het op. Maar dat had ik dus niet.’

 Omdat je voelde dat je de leegte zelf moest creëren?
‘Ja, maar dan is er dus geen leegte meer. Ik moest nog drie wassen draaien, luiers kopen. Het was een hele opgave maar ik ben er gewoon voor gegaan. En het is op een of andere manier gelukt.’

Heb je het gevoel dat je anders hebt geschreven omwille van de omstandigheden?
‘Ik heb me minder vragen gesteld omdat er gewoonweg geen tijd was. Dus ik ben erg gericht gaan schrijven.’

In welke zin verschilt die methodiek van eerder werk?
‘In New York kon ik vroeger een paar maanden aaneen intensief schrijven. In mijn eentje in een appartement. En dat ging vooral over alleen zijn. Urenlang alleen zijn in een andere omgeving. Ik plaatste mezelf uit een context en schreef op wat ik voelde. Nu was het anders. Ik zat thuis, moest mijn baby ergens heen brengen. Ik was nooit alleen. Nu weet ik dat eenzaamheid en alleen zijn veel tijd kosten.’

Wat is dan het verschil tussen alleen zijn en eenzaamheid?
‘Nu kan ik alleen zijn maar ben ik helemaal niet eenzaam, wat ik soms jammer vind. Want eenzaamheid is een vruchtbare kiem. Eenzaamheid stuwt je naar een noodzaak om te schrijven. Het maakt mij zoekende. Er is niets maar daaruit ontstaat iets nieuws. Nu is het even zoeken waar die kiem zit.’

Zitten het spelen of de tournees de eenzaamheid in de weg?
‘Soms. Toen ik Hamlet vs Hamlet repeteerde in Amsterdam, had ik er een klein flatje. Ik kon ’s avonds thuiskomen en dan was er niks. Mijn man was in New York en ik had geen kind. Dat was best fijn. Terwijl er nu gekookt moet worden, wassen worden gedraaid. En dan ben ik te moe om nog iets anders te doen. Ik zou eigenlijk wat minder in gezelschappen moeten spelen. Maar evengoed laadt het je helemaal op.’

Lees je veel?
‘Nee, helemaal niets. Misschien zou ik het wel willen maar ik heb er geen tijd voor. Ik heb het eigenlijk ook nooit gedaan. Ik lees wel veel in fotoboeken.’

Helpen foto’s je bij het schrijven?
‘Jazeker. Dan zoek ik de juiste beelden, spreid ik ze uit over de vloer en kan ik beginnen. Dat is ook een heel mooi moment, dat ik kan beginnen.’

Er zijn schrijvers die op het platteland gaan wonen omdat ze rust en verstilling nodig hebben. Terwijl New York een stad is met heel veel impulsen.
‘Ik zoek de eenzaamheid op zittende achter mijn werktafel. Wanneer ik daarna naar buiten ga, is er heel veel input. Ik schrijf meestal in de ochtend wanneer ik nog niemand heb gezien. Dan is de dag nog nieuw. Ik wil niemand zien, alles staat uit, en ik kan met een schoon hoofd schrijven. Precies een zeepbel.’

Je bent vaak onderweg. Wanneer kom je thuis?
‘Thuiskomen is een ongelofelijk thema. Want wat is thuiskomen? Wat betekent het? Ik heb er heel lang naar gezocht. Wat heb je nodig om thuis te komen? Ik ervaar nooit een gevoel van thuiskomen. Soms heb ik dat weleens, het gevoel dat ik naar huis wil terwijl ik eigenlijk al thuis ben. Het heeft ook niets met ‘papa’ of ‘mama’ te maken. Want ik zou niet letterlijk naar mijn moeder of vader willen – dat is nog steeds niet thuis.’

We kiezen allemaal voor een vrij intensief en druk leven, terwijl het lijkt alsof we de tijd kwijtspelen. Alles moet nu eenmaal vlug gaan. Ieder nieuwsbericht willen we meteen en zo beknopt mogelijk. Gewoon, hapklaar.
‘In de kern zijn mensen niet zo gebouwd. We hebben tijd nodig om te groeien en ontwikkelen. Veiligheid, rust en tijd. Als theatermaker wil je iets met de tijd doen. Je wilt de mensen raken. En het liefst zou je willen dat ze blijven zitten of naar huis gaan en erover nadenken. Of erover lullen.’

Hoe begint een creatieproces voor jou?
‘Ik heb eigenlijk nooit in de gaten waarover het gaat. Bij Unisono heb ik vrij vroeg in het repetitieproces aan collega en vriend Peter Seynaeve gevraagd of hij wou langskomen. Ik heb hem de tekst voorgelezen en zo begonnen we erover te praten. Ik werk eigenlijk heel intuïtief. Dus wat ik opschrijf zijn niet zozeer mijn gedachtes maar eerder wat ik wil doorgeven. Jean Bernard Koeman, de kunstenaar met wie ik al vijftien jaar samenwerk, formuleert het zo: “Op een bepaald moment is een kunstwerk af en begint het tegen jou te spreken.” Zo gaat het ook met tekst geloof ik. Opeens laat het zich zien. En dan hoop je dat het publiek dezelfde openheid bereikt als waarmee je schrijft. Gewoon vertrouwen, niet nadenken. Houd je ogen open, luister, wacht maar.’

Zodra het publiek er is, moet je loslaten.
‘Dat was bij Unisono erg moeilijk. Ik vroeg me af of ik iets heel vreemds had geschreven. Er zijn veel onnozele zinnen en grappen. Het is een eerlijke voorstelling waarin ik weinig kan ‘spelen’. Ik laat vooral mijn ziel zien. Ik dacht dat mensen me voor gek zouden verklaren. De allereerste keer dat ik Unisono voor een publiek speelde, vergat ik compleet mijn tekst. Ik kon niet meer terug. Het was helemaal stil. Ik zag iedereen. Op een gegeven moment zat ik iedereen gewoon aan te staren dus moest ik stoppen. Toen merkte ik dat te open was, dat ik mezelf iets meer moest beschermen. Maar het was wel wat ik wilde: een open voorstelling, die de energie tussen mij en het publiek voelbaar maakte.’

 Welke plek mag theater hebben in jouw leven? Is er een moment geweest waarop je dacht dat het niet belangrijk genoeg voor je was om het vol te houden?
‘Ik stelde me die vragen vaak toen ik net moeder was geworden. Maar wanneer ik ’s avonds weg moet om te spelen, betaal ik een babysit. Dus blijkbaar is theater belangrijk genoeg om mijn kind voor achter te laten. Ik had het misschien niet volgehouden als mijn boeleke vier maanden was en ik in een ensemblevoorstelling had gestaan. Dan zou ik niet zomaar kunnen aankomen op een repetitie, koffie drinken, wat dingen doen. Maar Unisono was iets van mij, heel zuiver en waardevol. Het werd een ontzettend fijne tournee met heel veel respons van het publiek. Als je mensen raakt, hoef je niet meer te spreken. Dan zitten we allemaal op eenzelfde level, voelen we elkaar aan. Dat is goud waard. Dat is waar je het voor doet.’

In die zin is er een groot verschil met schrijven.
‘Schrijven doe je alleen maar dat vind ik ook een bevrijding. Er is diezelfde energie nodig om je te kunnen openstellen voor iets. Want als je schrijft, denk je toch bijna niet na? In het begin natuurlijk wel, je moet je eraan zetten. Maar soms zijn er momenten waarop je gewoon doorgaat. Ze duren meestal niet lang maar ze zijn zoveel waard. Daar wil je terecht komen.

(na een lange stilte) … Je kunt je natuurlijk afvragen waar die momenten vandaan komen. We hebben blijkbaar het talent om ons open te stellen voor iets. Natuurlijk is het jouw stem, zijn het jouw beelden. Maar dat die energie daar is… Toen ik begon te mediteren, kwam ik thuis. Voor het eerst. Het ging niet over mijn lichaam maar over mijn geest. Mijn geest kwam thuis.’

In het begin van het gesprek hadden we het er al over: de wereld blijft doorgaan, wat er ook gebeurt. Ondertussen zijn we anderhalf uur verder en is ook dit interview voorbij.
‘Ik kan er soms maar moeilijk mee overweg dat de dingen blijven doorgaan. Dat was ook zo toen ik moeder werd. Of wanneer je verliefd wordt, iemand verliest… Je bent zo klein en tegelijkertijd verbonden met iets onbeschrijfelijk. Enerzijds is er in onze wereld heel veel plastic buitenkant, zoals Facebook. Maar anderzijds zijn er die paar dingen waar je écht in staat. Zoals de liefde. Waar gaat het anders om in de wereld? Liefde. Een kind krijgen is liefde. Afscheid nemen is liefde. Die dingen verdwijnen nooit, de natuur blijft doorgaan.’

Ik bedank Abke Haring, voor de tijd en de thee.

‘Moet je nog andere dingen weten?’
‘Ik denk dat ik alles heb.’
‘Ja?’
‘Echt wel.’
‘Je kan blijven opnemen hoor. Misschien zeg ik nog iets ongelofelijks.’

Voordat we afscheid nemen en ze de deur van haar werkkamer achter zich toetrekt, praten we nog over fotografie en manga. We wisselen Instagram–accounts uit, omhelzen elkaar en fietsen de zonovergoten stad in.

 

    een uitzicht

            wat ik zoek

            een adem waar ik met een duwtje in de rug

            op steunen kan                                                                                               uit: Unisono


Tim Taveirne (1994) studeert Drama aan KASK/Conservatorium in Gent. Hij schrijft, speelt en maakt theater maar is ook te zien in enkele Vlaamse en Nederlandse kortfilms. Hij bewondert Julian Barnes en Karl Ove Knausgård. Lees meer artikelen van zijn hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s