‘Over heel veel dingen kan je gewoon niet zingen’

Door: Jonathan van der Horst

Nederlandstalige muziek is hot. Acts als Spinvis, Eefje de Visser en Roosbeef laten met hun poëtische liedteksten zien dat de Nederlandse taal meer in zijn marge heeft dan ‘Ik heb een toe-toe-toeter op mijn waterscooter.’ Ze introduceren de literatuur in de muziek en behalen er grote successen mee. Andersom maken muzikant ook uitstapjes naar de literatuur. Zo debuteerde april dit jaar Roos Rebergen, de drijvende kracht achter Roosbeef, met de gedichtenbundel Ik ben al 11 jaar geen 16 meer. Ik zocht haar op en sprak met haar over het verschil tussen gedichten en liedteksten, familie en melancholie.

Wanneer ben je begonnen met het schrijven van gedichten?
‘De afgelopen jaren was ik al bezig met het schrijven van dagboekachtige verhaaltjes. Dat werden er steeds meer, maar ik had er geen concrete plannen mee. Vic van de Reijt (red. uitgever bij Nijgh en Van Ditmar) had mij al een aantal keer gevraagd eens wat op papier te zetten. Maar ik hield die boot altijd een beetje af, omdat ik veel te druk met muziek bezig was. Afgelopen zomer vroeg hij het mij weer en toen ben ik gerichter gaan schrijven, en begon ik het ook echt leuk te vinden. Ik kreeg weer het gevoel dat ik ook had toen ik voor eerst liedjes in het Nederlands begon te zingen. Het gelukzalige gevoel dat iets werkt. Het gevoel dat je er iets mee kan. Dat was een gevoel dat ik tot nu toe alleen bij het schrijven van liedjes had ervaren en niet met schrijven van gedicht of teksten.’

Wat is het verschil tussen het schrijven van liedteksten en het schrijven van gedichten?
‘Het schrijven van gedichten is persoonlijker. Het is een heel persoonlijke bundel geworden. Dat wilde ik ook, ik wilde letterlijk open boek spelen. Mijn liedjes zijn ook wel persoonlijk, maar dit gaat nog een stapje verder. Over heel veel dingen kan je gewoon niet zingen, dan wordt het al snel heel plat. Maar met deze teksten waren er geen grenzen. Daar werd ik ook heel vrolijk van. Ik dacht: ‘Ah ja zo kan het ook.’

Een ander verschil zit in het ritme van de teksten. Tijdens het schrijven van gedichten heb ik zeker ook aandacht voor ritme. Ik vind het vooral belangrijk dat mijn gedichten goed klinken als ik ze voorlees. Maar je bent niet zo gebonden aan een maat als bij muziek. Een zin kan ook ineens heel lang zijn. Het is niet zo afgemeten: je hebt meer vrijheid om te doen wat je wil.’

Heb je voorbeelden bij het schrijven?
‘Nee. Ik lees ook nog niet heel veel eigenlijk. Ik vindt het wel leuk om te lezen, maar ik ben nog aan het uitzoeken wat ik mooi vind. Toen ik begon met muziek maken, ben ik ook niet meer muziek gaan luisteren. Dat is ook met de tijd gekomen. Hoe meer je leest of muziek luistert, hoe beter je weet wat je goed vindt en waar je het moet zoeken. Het is niet dat ik ineens meer ben gaan lezen, omdat ik zelf ging schrijven. Het is niet dat ik teksten van anderen naast mij teksten leg. Dat zou me misschien ook alleen maar tegenhouden tijdens het schrijven zelf.’

Je hebt de bundel ook laten illustreren. Waarom heb je dat laten doen?
‘Colin Temple is illustrator en mijn ex. Ik hou gewoon heel erg van de dingen die hij maakt. Ik wilde dat de bundel er ook mooi uit kwam te zien, anders is het ook maar een boekje. Je kan het niet opzetten zoals een cd of een lp. Niet dat het een prentenboek moest worden; het gaat om de teksten. Maar ik vind wel dat het een soort kunstwerk mag zijn. Dat het iets meer mag zijn dan de letters op papier. Het voordeel was dat Colin mij goed kent en weet wat ik mooi vind. Dus ik kon hem rustig zijn werk laten doen en dan wist ik wel dat er iets goeds uit zou komen.’

Veel van je gedichten gaan over het thema familie. Zowel je broer, als je tante, als je moeder worden direct aangesproken in een gedicht. Hoe belangrijk is jouw familie in jouw leven?
‘Mijn naaste familie is heel erg belangrijk voor mij. Deels ben ik geworden wie ik ben dankzij mijn familie. Deels ben ik geworden wie ik ben dankzij de dingen die ik zelf heb gedaan en de mensen met wie ik om ga. Maar mijn ouders en mijn broer staan wel aan de basis. Dat kan ik soms ook nog wel missen. Iedereen gaat nu zijn eigen weg en het heeft lang  geduurd voordat ik een beetje een eigen leven had opgebouwd.

Deze bundel is dan ook een soort van afsluiting van een periode. Misschien wel van mijn jeugd. Al klinkt dat meteen wel heel zwaar: dat ik mijn jeugd heb afgesloten. Dat valt allemaal wel mee. Ik zal er nog wel eens over schrijven misschien, maar voor mijn gevoel is het nu wel even klaar. Ik wil me nu met andere zaken gaan bezig houden en daar over schrijven. De volgende keer zal het misschien iets minder over Roos Rebergen gaan.’

Vond je het moeilijk om over zulke persoonlijke zaken te schrijven?
‘Omdat ik ook over het persoonlijk leven van anderen schrijf, vond ik dat ik zelf ook all the way moest gaan. Dat heb ik wel gedaan, denk ik. Soms dacht ik wel een: ‘Jezus, moet iedereen dit nou weten.’ Maar het gaat uiteindelijk niet om mij. Het gaat wel over mij. Het gaat over  wat ik schrijf en hoe ik dat doe. Het gaat om de kunst. Toen ik dat eenmaal door had, was ik ook niet bang meer om het over heftige dingen te hebben.’

Een gevoel van melancholie lijkt te overheersen in je bundel. Alleen uit de titel spreekt al een merkwaardig gevoel van vooruit moeten en toch stil willen blijven staan. Waar komt dat vandaan, denk je?
‘Ik zoek altijd de verandering op. Ik leef snel. Ook wel met alles erop en eraan. Maar ik ben ook gehecht aan de dingen zoals ze waren. Daardoor vind ik verandering ergens ook moeilijk, hoewel ik weet dat ik die veranderingen ook nodig heb. Ik ben iemand die hangt aan hoe het was en het moeilijk vindt als daar verandering in wordt gebracht. Ik kan er steeds beter mee om gaan, maar die dubbelheid is wel iets dat altijd wel in mijn leven heeft meegespeeld en dat dan ook zijn weerslag vindt in die gedichten. Zoals in het gedicht blijven of in alleen jij nog, waarin het verleden en de toekomst met elkaar op gespannen voet staan.’

Wat hoop je dat mensen uit deze bundel gaan halen?
‘Ik heb geprobeerd om mijn gedachten en mijn herinneringen zo eerlijk mogelijk op papier te zetten. Ik hoop dat de mensen dat mooi vinden en er soms om moeten lachen. Meer hoeft dat ook niet te zijn. Ze hoeven er niet perse een bedoeling of een grotere betekenis uit te gaan graven. Ik houd geen rekening met de eventuele verwachtingen van de lezer. De lezers hoeven dus ook geen rekening te houden met die van mij.’

Roos Rebergen – Ik ben al 11 jaar geen 16 meer
Nijgh & Van Ditmar
ISBN 9789038801865 – € 17,50


Jonathan van der Horst studeert Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Hij schrijft proza, essays en theaterteksten waarin hij het groteske van de wereld aan het waarachtige van de mens probeert te koppelen. Ook stond hij in de finale van Write Now! 2015. Lees hier meer teksten van zijn hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s