DIJK: het ijkwezen onder vuur

Door: Eva van den Boogaard ♦ Beeld: Annaleen Louwes

H.M. van den Brinks nieuwste roman DIJK gaat over het ijkwezen. Zoals waarschijnlijk de meeste lezers moest ook ik even bij mezelf nagaan: wat houdt ‘het ijkwezen’ in? Pas na een pagina of vijftig viel het kwartje. In feite gaat het in DIJK om het controleren van maten zoals de kilo en de meter bij winkeliers, zodat iedere klant waar blijft krijgen voor zijn geld.

De verteller in deze achtste roman van H.M. van den Brink is sinds korte tijd met pensioen en blikt terug op zijn carrière bij de Dienst, een ijkkantoor gevestigd te Amsterdam. Hij wordt geplaagd door dromen over zijn ex-collega Karl Dijk, die tegelijkertijd met hem is begonnen als werknemer bij de Dienst, maar om onduidelijke redenen enkele jaren eerder met pensioen ging.

Van den Brink beschrijft het kantoorwezen sfeervol als een soort muffe, grijsbruine wereld op zichzelf. Illustratief is de eerste ronde van Dijk en de verteller door het kantoor:

Sommigen van de mannen keken ons aan, een enkeling groette. Terwijl ze langs ons schoven was er de geur van hun vochtige, dampende jassen. Haarwater, koude sigarettenrook. (…) Wat volgde: De begroeting door de man die onze directe superieur zou zijn. De eerste instructies, eerlijk gezegd niet veel. Onze eigen kamer met twee afgeleefde bureaus en, in de deur geschroefd, kleerhaken voor onze jassen. Ladekasten langs de wanden. Daar bovenop dozen, ordners, mappen. Brood in vetvrij papier, dat in een bureaula werd gestopt. Het reglement, een paar boeken. Een potlood dat nog niet geslepen was. De lampen bleven aan, de hele dag.

Hoewel het boek erg gestructureerd lijkt te zijn opgebouwd uit genummerde hoofdstukken en paragrafen, passeren de herinneringen gefragmenteerd de revue. De afscheidsspeech die de verteller schreef voor de directrice van de Dienst ter ere van Dijks vertrek keert telkens terug in het verhaal en vormt de aanleiding tot het terugblikken op Dijk.

Ik kijk op mijn papier en denk aan Dijk en constateer dat veel van wat ik over hem zou kunnen opschrijven een ontkenning vormt. Dijk had geen kinderen, Dijk had geen vrouw. Dijk kende geen twijfel. Dijk maakte geen grappen. Dijk lachte niet. Dijk werd wel ouder maar niet dikker. Dijk paste zich niet aan.

Al snel valt op dat Dijk over veel eigenschappen beschikt die de kilo en de meter ook hebben: ze zijn onveranderlijk, hard, statisch en verbeelden een heilig geloof in ‘de waarheid’. Want er is immers maar één echte kilo: Le Grand K in Parijs, die eens in de zoveel jaar vergeleken moet worden met de kilo in de Dienst. Er is maar één juiste standaardeenheid die de winkeliers moeten hanteren. En deze norm dient koste wat kost behouden te worden, dat is de nobele taak van de medewerkers van de Dienst. Toch komt de ik-persoon erachter dat zelfs Dijk een verhaal met zich mee bleek te dragen waardoor zijn respectabele positie onder vuur kwam te liggen: waar ligt zijn oorsprong? Wat was daarin goed, wat was slecht? En gelden die oordelen nog steeds?

Los van de verhandelingen over het ontstaan van de kilo, de directrice die de speech voorleest en de doelloosheid van het leven tijdens het pensioen, wordt in DIJK eigenlijk een veel grootser, filosofischer onderwerp aangesneden. Dijk verandert niet, Dijk geeft nooit toe en lijkt geen privéleven te hebben: hij is de personificatie van de onpersoonlijke, bijna heilige norm die in het ijkkantoor de dienst uitmaakt. De wereld verandert, maar Dijk beweegt niet mee. ‘Ik was vast niet de enige die aan de ene kant zijn starre houding lastig vond, maar aan de andere kant en diep vanbinnen wist dat hij iets vertegenwoordigde dat neerkwam op een onwrikbaar gelijk.’

De roman gaat in die zin over de waarheid, over de norm. En dan vooral over hoe de norm het verliest van de beweeglijke werkelijkheid, die Van den Brink in zijn boek op ironische wijze in een statische structuur probeert te vangen. Want zijn die kilo en die meter in feite ook geen maten die de illusie wekken dat we de werkelijkheid om ons heen op kunnen delen in overzichtelijke eenheden?

Van den Brink weet met een enigszins mager plot toch een sfeervol en interessant boek op papier te krijgen dat de lezer een inkijkje geeft in een wereld die voor veel lezers relatief onbekend zal zijn. Met uitstapjes naar de filosofie, de geschiedenis en de kwantummechanica snijdt hij in een ‘normale’ setting grote vraagstukken aan over vergelijkingen, normen en waarheden. Als lezer word je steeds nieuwsgieriger: wie is Dijk? En op den duur misschien ook: waar gaat dit boek eigenlijk over? DIJK is een roman die je hoe dan ook aan het denken zet over normen en waarheden in een veranderlijke wereld.

H.M. van den Brink – DIJK
Uitgeverij Atlas Contact
ISBN 9789025446406 – € 18,99


Eva van den Boogaard (1990) studeerde literatuurwetenschap in Nijmegen. Tijdens haar studie begon ze met het schrijven van proza en won ze de recensiewedstrijd van de faculteit letteren. Inmiddels werkt ze als docent Nederlands op de Hogeschool Arnhem Nijmegen bij de opleiding fiscaal recht. Omdat ze niet alleen maar bezig wil zijn met arresten en andere jurisprudentie, verdiept ze zich naast haar werk nog steeds in cultuur en literatuur.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s