Voor de klap

Door: Monica Preller ♦ Beeld: Stephan Vanfleteren

Zweefduik: een sprong, waarbij de duiker voor het raken van de grond of het wateroppervlak een moment stil lijkt te hangen in de lucht. In zijn gelijknamige roman toont Wilfried de Jong (1957) de lezer deze val, waarbij onderweg naar beneden vreemde ontmoetingen plaatsvinden.

Zo komt de hoofdpersoon na een dollemansrit over het platteland boer Westerveld tegen. Westervelds inwonende moeder is zwaar dement, maar heeft een bijzondere voorliefde voor vogels:

De vrouw had de laatste pagina van het boek bereikt. Ze sloeg het boek dicht, draaide het om en begon opnieuw te bladeren.
“Maar ik doe een moord voor een hop,” zei Westerveld.
Hij spreidde de vingers van zijn hand en hield hem boven zijn hoofd. ‘Hij kan zijn kuif als een waaier openvouwen, zoals een goochelaar een spel kaarten.

Zoals een goochelaar een spel kaarten openvouwt, zo worden de achtergrond, personages en verhaallijnen langzaam duidelijk in Zweefduik. De Jong beschrijft in korte verhalen elf toevallige – of iets minder toevallige – ontmoetingen. Deze confrontaties hebben niet veel met elkaar gemeen. De kern van alle situaties is dat ze worden beschreven vanuit het perspectief van een naamloze en ietwat kleurloze persoonlijkheid. Deze ik-figuur, een blanke, heteroseksuele man, lijkt een tegenwicht te vormen voor alle uitgesproken types die zijn pad kruisen. Een meisje dat met hem vastzit in een vollopende auto, een hoedenverkoper die met zijn handelswaar lijkt te kunnen praten, een buurjongen met een sadistisch karakter: alle personages geven het leven van de hoofdpersoon een plotselinge, onverwachte wending. Na dit keerpunt verloopt het verhaal op een al even absurde manier, die uiteindelijk gunstig of ongunstig uitpakt voor de hoofdpersoon.

“De we-reld is verslaafd aan per-fec-tie.”
De vrouw sprak de woorden los van elkaar uit, zelfs tussen de lettergrepen was ruimte voor lucht.
Met één hand draaide ze haar wandelstok een halve slag, behendig, als een ervaren majorette. Het handvat stond nu op de houten vloer. Ze hield de afgesleten punt met twee handen beet; zo stonden golfers op de green met een club voor een lange slag.

De ik-figuur blijkt een nauwkeurig observator. De korte zinnen en het eenvoudige taalgebruik geven de verhalen een columnachtige, haast journalistieke stijl. Los daarvan zijn de ervaringen die de hoofdpersoon beschrijft absurd, kenmerkend voor het werk van De Jong. De Jong, naast schrijver ook theater-, radio- en televisiemaker, debuteerde in 2006 met Aal, een verhalenbundel waarin hij net als in Zweefduik surrealistische situaties beschreef. De bundel werd goed ontvangen: Aal werd genomineerd voor de ANV Debutantenprijs. Daarna verschenen er nog zes boeken van De Jongs hand. De bekendste hiervan is waarschijnlijk Kop in de wind, waar hij in 2012 de Nico Scheepmaker Beker, de prijs voor het beste sportboek van het jaar, mee in de wacht sleepte.

Ook in Zweefduik toont De Jong zich een doordacht verteller. Hij creëert in zijn verhalen een sinistere sfeer, en de motieven laten zich niet direct duiden. De vreemde uitspattingen van de andere karakters in het boek en de passieve, meegaande houding van de hoofdpersoon laten het onwerkelijke element nog meer naar voren komen. Zie bijvoorbeeld de volgende passage, waarin de ik-figuur een prostituee gezelschap houdt nadat hij haar bespiedde toen ze aan een bad nam in een fontein:

Met een blikje in haar hand stapte ze uit de caravan en trok het lipje alvast voor me los. Met een hoge sis kwam er wat bier uit; het schuim liep over haar hand toen ze het blikje aangaf.
“Toerist?”
Ze likte de bierdruppels van haar vingers.
“Si.”
Achter me klonk geritsel. Een man met een versleten leren jack wurmde zich door de struiken.
“Anna?” riep hij.
“Sorry, wacht hier zolang op mijn stoel.” Ze liep op de vadsige man af en begeleidde hem met een duwtje in de rug naar de caravan.

De ontmoetingen beginnen niet altijd vreemd. Meestal lijkt het of de verteller toevallig op het juiste moment, op de juiste plek was. De lezer wordt als het ware achter dezelfde lens gezet als de hoofdpersoon, zodat je met dezelfde verstilde en aandachtige blik naar de situatie kijkt. Zou deze kalme, vertraagde manier van kijken voortkomen uit De Jongs verleden als sportjournalist? In een oogwenk kan een situatie veranderen, binnen een minuut moet er worden ingeschat wat er gaat gebeuren, welk onderdeel van de wedstrijd Afbeelding Zweefduikbepalend zal zijn voor de uitslag. Dit ogenblik, het raken van de grond, lijkt De Jong te willen vastleggen. De verhaallijnen leiden tot een climax, die positief of negatief uitvalt voor de hoofdpersoon. De Jong slaagt op een kundige manier in het beschrijven van dit moment.

Wilfried de Jong – Zweefduik
Uitgeverij Podium
ISBN 978 90 5759 770 1 – € 19,90


Monica Preller (1995) studeert taalwetenschap in Leiden en is lid bij een studentenvereniging waar meer wordt gegamed dan gedronken. Ze schrijft voor universiteitskrant Mare, historischeverhalen.nl, de nieuwsbrief van de Honours Academy en zichzelf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s