Wolven en opgravingen

Door: Francine Maessen

In Wolfskind vertelt Ton Vogels het verhaal van de in ongenade gevallen archeoloog Vincent de Vree. Terwijl hij de conclusie afwacht van een onderzoek door de rekenkamer naar zijn opgravingen zoekt hij rust in het Pelgrimshuis, een oud klooster waar hij de elfjarige Nova ontmoet. Zij is wees, en de pater die haar verzorgt heeft beloofd om op haar twaalfde verjaardag te vertellen over haar moeder. Zowel Vincent als Nova proberen een verleden te reconstrueren, maar moeten er allebei mee leren omgaan dat dit niet altijd lukt.

Vogel slaagt er niet volledig in zijn personages diepgang te geven. Vrij lang blijven Vincent en Nova leunen op stereotypes en die platheid maakt hen maar met moeite aimabel. Zo drukken de personages zich vaak onnodig expliciet uit. De lezer snapt best dat Nova als wees graag haar achtergrond wil kennen, maar de dialogen waarin dat tot uiting komt klinken soms wel erg cliché:

 

‘Weet je eigenlijk wel wat een archeoloog doet?’

‘Niet helemaal.’

‘We zoeken naar dingen van heel lang geleden’

Ik kijk hem aan. ‘Echt?’

‘Echt.’ Vincent lacht. Hij heeft een vriendelijk gezicht. Dat komt door de rimpels bij zijn ogen. Dat zijn lachrimpels.

‘Kun jij mijn mama vinden, denk je?’

Met name het personage van Nova komt niet goed uit de verf. Ze is een intelligent en ondernemend jong meisje dat haar mond vol heeft van theorieën en verhalen over Esperanto, een woordenmuseum, Tolstoj en baby’s die naar men zegt vlak voor hun eerste hap zuurstof precies weten wie ze zijn. Juist dit soort opmerkingen maken het onrealistisch dat ze niet weet wat een archeoloog is regelmatig erg kinderlijk uit de hoek komt. Het lijkt alsof de schrijver niet kon kiezen wat voor personage Nova moest zijn, waardoor haar gedrag en haar wereldwijsheid soms niet corresponderen. De vergelijking van Nova met wolfskinderen (wezen die worden opgevoed door dieren, denk bijvoorbeeld aan Romulus en Remus) lijkt ook vergezocht. We lezen meermaals hoe wolfskinderen nooit gelukkig worden in de menselijke wereld en dat ze erg veel moeite hebben om zich aan te passen, maar Nova redt zich prima: het gaat goed op school, ze heeft leuke vriendinnen en is sociaal. Alhoewel zij zelf troost haalt uit het idee van wolfskinderen, maakt de ongegronde vergelijking dit idee van weinig literaire waarde. Dat zowel zij als Vincent behoefte hebben aan een geconstrueerd verleden geeft hen een sterkere band.

De nadruk op archeologie in het verhaal is een leuke toevoeging. Hoewel de theoretische focus eenzijdig blijft – met uitsluitend verwijzingen naar Heinrich Schliemann –  werkt Vogel de praktijk van opgraving en onderzoek tot in detail uit. We bezoeken met Vincent zelfs een conferentie voor archeologen. Het gebruik van een bestaande casus versterkt dit realisme: Vincents opgravingen zijn gebaseerd op echte opgravingen in Venlo en Nijmegen, en bovendien nam Vogel twee échte krantenartikelen over deze opgravingen op als onderdeel van het verhaal. Voor het wolfskind-thema haalt hij ook de beruchte wolf van Lutjebroek aan. Deze vermenging van fictie met non-fictie  maakt het boek een leuke speurtocht naar zaken die je herkent uit het echte leven.

De schrijver heeft op stilistisch gebied echter moeite met het vinden van de juiste balans. Waar sommige zaken te expliciet worden benoemd, vallen er op andere momenten juist grote gaten in het verhaal. Wolfskind is een aaneenschakeling van intense momenten tussen de personages, maar er is weinig omschrijving van de periodes tussen die scènes. Hierdoor wordt de band tussen de personages te snel te heftig opgebouwd en maakt het hun sterke connectie soms onwaarschijnlijk. Voor Nova’s personage is dat niet zo erg, kinderen lopen nu eenmaal hard van stapel, maar voor Vincent levert dit problemen op. Zijn band met Nova lijkt snel ongezond, terwijl hij zich zélf pas tegen het eind van het boek bewust lijkt te worden van de dreiging die uit kan gaan van zo’n relatie.

Cover WolfskindAlhoewel de schrijfstijl en de personages de verhaallijn soms een beetje in de steek laten, maakt de connectie met actualiteit Wolfskind een lekker zomerboek. Door te zwaar te leunen op de niet-opgaande vergelijking met wolfskinderen stijgt het boek echter maar met moeite uit boven het niveau van een goede streekroman. Echt literair wordt het daardoor niet.

Wolfskind – Ton Vogels
Eigen beheer
ISBN 978 90 825 2171 9 – € 19.99


Francine Maessen (1993) studeert Film- en literatuurwetenschap aan de universiteit van Leiden en woont in Oegstgeest. Ze heeft een voorkeur voor oude boeken, bijzondere uitgaven en klassieke literatuur. Lees meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s