Gedichten kun je leren eten

Door: Leen Verheyen

Wat is poëzie en waarom zouden we het moeten lezen? Via de essaybundel Olijven moet je leren lezen van Ellen Deckwitz komen we (alvast een deel van) het antwoord op het spoor.

Wie van poëzie wil genieten, stoot volgens Deckwitz al snel op een aantal moeilijkheden. Net zoals andere literaire genres berust poëzie immers op een aantal conventies en om poëzie te appreciëren is het noodzakelijk die onder de knie te krijgen. Poëzie lezen vergt een zekere vaardigheid die je enkel kan leren door het veel te doen. Omdat veel mensen die vaardigheid missen, bijvoorbeeld doordat er in het onderwijs te weinig aandacht besteed wordt aan het lezen van poëzie, denken ze vaak – ten onrechte – dat het lezen van poëzie niet voor hen weggelegd is of weten ze eenvoudigweg niet waar of hoe te beginnen.

Voor deze zoekende lezer vormt Deckwitz’ boekje de perfecte introductie. In korte, toegankelijke hoofdstukken bespreekt Deckwitz allerlei vragen over de aard van poëzie, zoals waarom de regels in een gedicht halverwege worden afgebroken of waarom poëzie zoveel witregels bevat. Tegelijkertijd biedt Deckwitz ook een aantal handvatten voor wie met het lezen van poëzie wil beginnen. Zo stelt ze voor om in eerste instantie op zoek te gaan naar mooie zinnen:

Liefde voor teksten begint vaak met het verliefd worden op zinnen, die je op je muur wilt schrijven, uit je hoofd wil leren, met vrienden wil delen, aan geliefden sturen. Zoeken naar mooie regels is de beste manier om te beginnen met het lezen van gedichten. (…) Ook al begrijp je het niet helemaal na een eerste lezing, door die ene mooie zin weet je instinctief dat de rest mogelijk ook deugt. Iedere regel telt en gaat het gesprek met de andere regels aan. (p. 21-22)

De lezer kan daarbij ook meteen aan de slag met een aantal gedichten die Deckwitz als voorbeeld heeft opgenomen en die ze in de verschillende hoofdstukken van het boek telkens kort bespreekt. Gedichten worden daarbij niet tot op het bot geanalyseerd, maar de lezer krijgt telkens een aantal suggesties of inzichten mee waarmee hij of zij zelf aan de slag kan. Wie de smaak dan te pakken heeft, kan vervolgens in de dichtstbijzijnde boekhandel of bibliotheek gaan grasduinen tussen de poëziebundels. Deckwitz doet daarvoor in elk hoofdstuk een aantal suggesties voor wie meer wil lezen van bepaalde besproken auteurs of een bepaald thema verder wil uitdiepen.

Met Olijven moet je leren lezen werpt Deckwitz zichzelf op als ambassadeur van de poëzie. Ze komt daarbij (soms iets te) nadrukkelijk zelf aan het woord en vertrekt voor het behandelen van bijna alle onderwerpen vanuit haar eigen ervaringen als lezer, poëziedocent en dichter. Hoewel die persoonlijke aanpak niet overal even goed uitpak, is Deckwitz in het grootste deel van haar betoog begeesterend en weet ze de lezer te overtuigen van het belang van poëzie. Deckwitz hamert erop dat poëzie lezen de geest aanscherpt en je blik op de wereld kan veranderen:

 Een goed gedicht richt je blik en kan daardoor werken als een eyeopener (…). Het maakt de wereld groter en laat nog onopgemerkte plekken oplichten. (p. 150)

Dat Deckwitz hier op den duur misschien net iets te vaak hamert, is waarschijnlijk grotendeels te wijten aan de samenstelling van het boek: verschillende hoofdstukken van het boek verschenen eerder afzonderlijk als column. Door deze columns te bundelen, valt Deckwitz tegen het einde van het boek iets te vaak in herhaling. Bepaalde thema’s komen versnipperd over verschillende hoofdstukken terug, waarbij niet elke herneming iets toevoegt aan wat reeds gezegd is.

Los daarvan is Olijven moet je leren lezen een bijzonder enthousiasmerend boek. De illustraties van Jenna Arts die in het boek zijn opgenomen en die vaak voor extra Cover Olijven moet je leren lezendenkvoer zorgen bij de geciteerde gedichten vormen daarbij een meerwaarde. De tekeningen zijn minstens even poëtisch als de gedichten zelf en bieden soms een interessante insteek bij een gedicht of nodigen zelf uit tot interpretatie. In combinatie met Deckwitz’ tips vormen de tekeningen van Jenna Arts misschien zelfs wel de beste manier om met het lezen van poëzie te beginnen.

Ellen Deckwitz – Olijven moet je leren lezen
Uitgeverij Atlas Contact
ISBN 9789045031347, € 17,99


Leen Verheyen is filosofe en schrijfster. Ze is als aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen verbonden aan het Centrum voor Europese Filosofie van de Universiteit Antwerpen waar ze onderzoek doet naar de manier waarop literaire fictie onze blik op de wereld vormgeeft. Daarnaast schrijft ze theaterteksten, poëzie en proza. Haar kortverhaal Sebastiaan werd opgenomen in de bloemlezing Print is dead. Nieuwe schrijvers uit Vlaanderen. 

Een gedachte over “Gedichten kun je leren eten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s