Mama houdt van je

Door: An De Gruyter ♦ Beeld: Samuel De Maré

In het midden van de Polders staat een hoog, oud, tot op de fundering versleten herenhuis. De bewoner van het huis heet Benny. Toen Benny zojuist terugkwam van de markt, zag hij iets wat hij niet onmiddellijk verwachtte op een mooie namiddag in november. Hij kreeg een paniekaanval en deed wat hij altijd doet om te kalmeren: hij nam een bad.

Daar zit hij nu: op zolder, in bad. Benny draagt een paarse wollen sjaal, wat hijzelf achteraf gezien een slecht idee vindt, maar het is ijskoud. Hij gaat dieper in het water liggen en past met zijn volle meter eenendertig precies in de kuip.

Zijn blik wordt vanzelf naar boven getrokken, al wil hij eigenlijk niet kijken. Het gat in zijn dak is gigantisch, de felle kille zon prikt in Benny’s ogen. Benny wrikt een tegel van de badrand los en haalt een fles whisky uit het gat. Het was een van de vele verstopplaatsen van zijn moeder zaliger. Benny vond de fles toen ze al een half jaar onder de grond lag. Hij drinkt er alleen uit op speciale gelegenheden, zoals vandaag.

Na een stevige slok uit de fles kijkt Benny voorzichtig over de badrand naar het gat in zijn vloer. Het is diep gevallen, helemaal tot op de begane grond, recht door alle andere verdiepingen heen. Benny weet dat hij moet gaan kijken, maar kan er zichzelf nog niet toe brengen. Hij vraagt zich af wat zijn moeder gedaan zou hebben.

Hij mist haar wijsheden. Eentje is geentje. Klinken is drinken. Zonder een gesmeerde keel kan men niet zingen. Hij mist de geur van haar zoete adem, de klank van haar doorrookte stem, haar liefdevolle en te snel ontroerde blik. Wanneer hij huilend thuiskwam omdat zijn klasgenoten hem ‘Grumpy’ hadden genoemd, zei ze: ‘Shht, stil maar jongen, mama houdt van je.’ Ze drukte hem tegen zich aan en streelde zijn haar. Benny liet dan zijn tranen de vrije loop. Hoewel hij op die prille leeftijd al besefte dat zijn dwerggroei hoogst waarschijnlijk het gevolg was van haar drankmisbruik, troostten haar woorden hem oprecht. Het was ook op die momenten, liggend in haar schoot, dichter bij haar baarmoeder dan hij ooit nog zou geraken, dat hij besefte dat hij nooit geboren had moeten worden.

Benny blijft naar beneden staren, naar de vrouw in een trouwjurk, die met een parachute recht door zijn dak is gevallen. Ze is op de eerste verdieping op zijn bed beland en heeft het naar de begane grond met zich mee getrokken. De vrouw is reusachtig. Ze is zeker twee meter lang en weegt op zijn minst vierhonderd kilo. Ze heeft sinds zijn thuiskomst nog niet bewogen. Benny voelt dat hij voldoende gekalmeerd is en dat hij moet gaan kijken. Tegen zijn zin en een beetje bang voor wat er komen zal, stapt hij uit het bad.

Hij wringt zijn sjaal uit, bindt een appelblauwzeegroene handdoek rond zijn hoofd, wikkelt zijn lichtroze badjas rond zich, drinkt nog een slok, vindt een doorweekte sigaret, steekt deze aan, laat zijn badwater lopen, ziet dat de leiding gedeeltelijk vernield is en het water gewoon naar beneden valt, zucht en gaat dan, op blote voeten, de trap af.

Benny sluipt naar de schone, hoogst waarschijnlijk dode slaapster toe. Het bed is door de val doormidden gebroken, maar toch is haar houding op de doorbogen matras elegant, bijna poëtisch. Hij neemt haar pols, merkt een nauwelijks merkbare hartslag op en haalt opgelucht adem. Hij port tussen haar ribben. ‘Au,’ zegt de reuzin zacht. Benny schreeuwt het uit: ‘Wèèèèèèèè!’
De reuzin opent haar ogen, kijkt Benny aan en schreeuwt met hem mee:
‘Wèèèèèèèè!’

Benny snakt hijgend naar adem en observeert het zwaar opgemaakte gezicht van de vrouw. De dikke lippen van haar felrode mond staan verbaasd uit elkaar. Haar neus is spits maar te groot, zelfs voor haar grote hoofd. Haar blik is zacht. De reuzin kijkt ook naar Benny, naar zijn terugtrekkende haarlijn, zijn troebele blik en de slappe sigaret die uit zijn mond valt.
‘Hallo,’ zegt ze.
‘Goedendag,’ stamelt Benny.
‘Waar ben ik?’ vraagt de vrouw.
‘In mijn woonkamer,’ zegt Benny, ‘u komt uit de lucht gevallen.’ Benny wijst naar het gat in het plafond.
‘O,’ is de reactie van de reuzin.
‘Ja,’ zegt Benny, ‘zal ik een ambulance voor u bellen?’
De reuzin komt moeizaam overeind en gaat na of ze ergens pijn heeft: ‘Nee, ik denk dat ik niet gewond ben, of nee, doe toch maar, voor de zekerheid.’
Benny knikt.
‘Maria, aangenaam,’ zegt de reuzin, terwijl Benny naar de telefoon stapt. ‘Benny, insgelijks,’ zegt Benny.
‘U bent net getrouwd, zie ik.’ Benny knikt naar de witte tent die rond Maria’s lichaam gewikkeld is. Hij heft zijn telefoonhoorn op.
‘Ja, ik―’ Maria stopt abrupt met praten. ’Diego!’ schreeuwt ze, ‘oh nee, oh nee, oh nee.’ Maria springt recht en draait, zoekend naar de voordeur, enkele toeren om haar eigen as. Benny legt de telefoon weer op de haak en gaat naar Maria toe.
‘Rustig, mevrouw, rustig, wie is Diego?’ vraagt hij.
‘Mijn man, ik, hij, wij,’ Maria zoekt naar haar woorden, ‘we zijn daarjuist uit een vliegtuig gesprongen, als huwelijksactiviteit.’ Maria stuift naar de voordeur met Benny op haar hielen.

De ijzige herfstwind snijdt door merg en been. Maria speurt de weidse vlakte af. Benny ziet in de verte een hoop witte textiel liggen. Hij wijst en Maria stormt er naartoe. Ze moet al snel stoppen met stormen om op adem te komen, waardoor Benny haar kan inhalen.
‘Kunt u mij alstublieft vertellen wat er gebeurd is?’ Maria wandelt verder en Benny moet rennen om haar te kunnen bijhouden.
‘We sprongen, hand in hand, met zijn tweeën, begeleiders waren niet nodig want Diego springt elke zondag,’ Maria barst in tranen uit. ‘Hij riep dat we te snel vielen, dat het door mij kwam, dat ik te zwaar ben. Hij bleef maar schreeuwen dat ik hem moest loslaten. Ik kon het niet, ik was in paniek. De grond kwam steeds dichterbij en toen heeft hij zich losgerukt,’ snikt Maria. Te laat, denkt Benny, terwijl de witte hoop voor hem vorm begint te krijgen.

Diego blijkt een lange, magere man met zwart lang haar dat hij voor de gelegenheid heeft ingevlochten. De moerassige poldergrond heeft zijn val niet kunnen breken. Hoewel het door zijn foetushouding zou kunnen lijken dat hij slaapt, verraden de afwijkende positie van zijn ledematen en vooral zijn gebroken bloederige schedel dat hij dood is. Benny ziet dat de witte parachute die rond Diego gedrapeerd ligt op een fel wit licht lijkt, wat hem op dit bewuste moment een beetje heilig maakt.

‘Ik heb nooit echt van hem gehouden,’ fluistert Maria triest. Benny en Maria kijken elkaar een tijd lang aan. ‘Ik wilde gewoon zijn zaad,’ vervolgt Maria, ‘ik wil een kind.’ Benny weet niet waar hij moet kijken. ‘Ik wil een kind,’ zegt Maria nogmaals, deze keer nauwelijks hoorbaar, ‘ik wil een kind, ik wil een kind, ik wil een kind.’

Ze laten Diego liggen en gaan in stilte terug naar het herenhuis.
‘U bent egoïstisch,’ zegt Benny, eenmaal ze beiden terug op het bed zitten. Hij wilde dat al de hele tijd zeggen. ‘Een kinderwens is egoïstisch.’ Maria kijkt Benny aan, maar zwijgt. ‘U wilt een kind omdat u moeder wilt zijn, maar u houdt er geen rekening mee met wat u het ding aandoet, u geeft het een vergiftigd geschenk.’
‘En dat is?’ Maria vindt dat Benny zich akelig gedraagt, maar ze is niet bang van hem. Ze kan hem gemakkelijk verpletteren, als dat nodig zou blijken.
‘Het leven,’ zegt Benny, ‘misschien wil uw kind niet leven, maar u ontneemt het die keuze.’
‘Als ik het kind niet zou krijgen, dan ontneem ik hem evengoed die keuze,’ antwoordt Maria.
‘Dat is zo,’ zegt Benny, ‘maar dat zou het ding niet beseffen. Bovendien is niet leven altijd preferabel over wel leven.’
Maria leidt uit Benny’s woorden af dat hij een hard leven achter de rug heeft. Ocharme, denkt ze, en hoewel ze Benny op dit moment een kleinzielige etter vindt, wil ze deze man troosten.

‘Sommige mensen leven graag,’ probeert Maria.
‘Maar de meesten niet,’ antwoordt Benny onmiddellijk, ‘en terecht, de meeste mensen hebben honger, of ebola, of traumatische jeugdherinneringen. Men zoekt zijn heil in religie, tot men ervoor ontploft en het gaat altijd slecht met de economie, behalve wanneer het goed gaat, maar dan voelt men zich nog beroerder door de angst dat het weer slecht zal gaan.’
Maria wil zich over Benny ontfermen.

‘Dat is hier allemaal regelrecht Pandora’s tranendal,’ vervolgt Benny. ‘Ik heb onlangs een artikel gelezen over een man die zichzelf bevredigde met behulp van een kalkoenkarkas. Toen zijn vrouw dat ontdekte, heeft ze hem vijf keer neergestoken. Stel u nu voor dat u de moeder van die man was. Stel dat u van hem aan het bevallen bent en dat iemand u precies op dat moment komt vertellen hoe hij zal sterven: dat zijn eigen vrouw hem zal vermoorden, nadat ze hem betrapt heeft met een dode, gepluimde kalkoen. Zou u dan nog zo enthousiast zijn over zijn geboorte?’
Maria wil Benny beschermen tegen zijn pijn.

Ze kijkt kalm naar de rood aangelopen dwerg. ‘Wil jij dood, Benny?’ vraagt ze.
‘Nee natuurlijk niet,’ zegt Benny, ‘ik wou gewoon dat ik nooit geboren was, dat is iets heel anders.’
Maria knikt. ‘Wil jij in mijn baarmoeder kruipen?’ vraagt ze dan.
‘Excuseer?’ antwoordt Benny.
Maria glimlacht. ‘Kijk, Benny, ik wil zwanger worden, jij wou dat je nooit geboren was, het lijkt mij een win-winsituatie.’

Benny denkt na en concludeert dat dit is wat hij wil. ‘Pas ik wel in u?’
Dat weet Maria niet, ze haalt haar schouders op: ‘We kunnen het proberen.’
Benny knikt en terwijl hij zich uitkleedt, legt Maria zich neer op de matras. Ze heft haar rok op, trekt haar kussensloopgrote slip uit en spreidt haar benen. Het eerste wat Benny opvalt, is Maria’s intense vaginale aroma. Hij vindt de geur geruststellend en degoutant tegelijk.
‘Zal ik met mijn benen eerst gaan, of met mijn hoofd?’ vraagt Benny.
‘Kies zelf maar,’ antwoordt Maria. Benny knikt en besluit om met zijn benen eerst te gaan.

Benny laat zijn rechtervoet in Maria glijden, steunt op zijn handen en volgt met zijn andere voet. ‘U moet mij waarschuwen als ik u bezeer,’ zegt Benny.
‘Zal ik doen,’ antwoordt Maria. Benny schuift naar binnen. ‘Au,’ kreunt Maria zacht wanneer Benny tot en met zijn heupen in haar zit, ‘kun je je benen plooien alsjeblieft, je bent te lang.’
Benny grinnikt, het is de eerste keer dat iemand hem te lang noemt. Hij plooit zijn benen en duwt zich met zijn handen verder af tegen de vloer totdat zijn oksels aan haar lippen reiken. Benny plooit zijn armen naar binnen, zodat alleen zijn hoofd nog uitsteekt. ‘U zal mij nu zelf moeten verder duwen,’ zegt Benny. Hij voelt hoe twee kolossale handen zijn kruin beetnemen. ‘Het was fijn om met u te praten,’ zegt Benny.
‘Vind ik ook,’ zegt Maria.
‘Vaarwel,’ zegt Benny.
Maria lacht: ‘We nemen geen afscheid, integendeel, ik heet je welkom.’ Met deze woorden duwt Maria Benny’s hoofd in zichzelf.

Benny ziet de duisternis voor zijn ogen insluiten en beseft dat dit toch niet is wat hij wil. Het is verschrikkelijk. Hij probeert naar adem te snakken, maar er is geen lucht in de benauwde ruimte. De weinige adem die hij nog heeft, houdt hij zo veel mogelijk in. De stank is niet te harden. Benny probeert zichzelf naar buiten te wurmen, maar Maria spant de spieren van haar bekkenbodem hard aan. Hij stampt tegen Maria’s buikholte. Ze reageert niet. Benny beseft in paniek dat hij is vergeten de ambulance te bellen. Hij stampt zo hard hij kan, wetend dat hij binnen enkele ogenblikken zijn bewustzijn zal verliezen.

Maria wrijft liefdevol over haar bolle buik. Dat Benny stampt, maakt de ervaring alleen maar echter. ‘Shhhht,’ fluistert ze, ‘mama houdt van je.’


An De Gruyter (1993) is een drieëntwintigjarige schrijfster die woont in het Brusselse. Ze studeerde Audiovisuele Kunsten aan het RITCS, en schrijft zowel scenario’s als proza. Vissen, koffie, alcoholproblemen, gefrustreerde vrouwen, rokende vrouwen, lieve maar waardeloze mannen, infantiele humor, bijzonder geslaagde stijlfiguren, absurde situaties en te lange opsommingen zijn elementen die vaak terugkomen in haar schrijven. An won met haar verhaal Mama houdt van je de voorronde van Write Now! 2016 in Gent.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s