Een wereld vol betekenisloosheid

Door: Djoeke Ardon

Als net afgestudeerd filmmaker onderneemt Sophie een reis naar de VS, Oklahoma City, waar nooit een toerist naartoe gaat omdat er niets te doen is. De biografische kenmerken van de hoofdpersoon in Voorbij zijn alle dagen gegaan baseerde schrijfster Sophie Kurpershoek op eigen ervaringen: ze is in de twintig en opgegroeid in Pakistan, Tokio en Nederland. Ze past een maand op een huis, ontmoet Kevin op de eerste dag en voelt direct dat ze ‘twee dezelfde verloren zielen [zijn] die elkaar hebben gevonden op deze wereld.’ De manier waarop Kevin haar soulmate wordt − in deze ene zin, alsof het nauwelijks belangwekkend is en geen uitwerking verdient − typeert het gehele boek. In dit boek, zo lijkt Kurpershoek te suggereren, is niets erg belangwekkend.

De roman leest nog het meest als een reisdagboek, als een collage van observaties, overpeinzingen, associaties met films en boeken en beschrijvingen van mensen die Sophie ontmoet op haar reis. Helaas zijn deze observaties vaak wat nietszeggend. Ze beschrijft couch surf hosts met dreadlocks die naar reggae luisteren en in lange betogen tegen het Systeem en het Kapitalisme ageren. Ze beschrijft mensen in diners: een jongen met een bloempotkapsel (het meest voorkomende kapsel in de Nederlandse literatuur, zo is mijn indruk) die een burrito overgoten met kaas eet en een warme chocolademelk met slagroom drinkt. Het wordt niet intenser dan dit: de personages blijven eendimensionaal, de belichaming van clichés zonder dat ze de kans krijgen iemand te worden, vorm te krijgen. Wanneer Sophie een wandeling maakt, realiseert ze zich dat ze ‘een poos geen verse voetstappen heeft gezien’ en raakt ze in paniek: ‘Ik heb echt heel erg dorst’, om een halve pagina later verlost te worden: ‘na een tijdje zie ik gelukkig toch een gekleurde paal die de juiste route aangeeft.’ De observaties doen denken aan iemand – ikzelf vorige week, in mijn sms’jes naar het thuisfront − die een vakantieoord probeert te beschrijven op een manier die de toehoorders snel en makkelijk begrijpen (‘We zitten aan een kabbelend beekje, de koeien hebben een bel om hun nek.’)

In het zomernummer van de Groene Amsterdammer betoogt Christiaan Weijts dat de Nederlandse literatuur gedefinieerd wordt door een gebrek aan verbeeldingskracht, dat ze focust op ‘herkenning’ in plaats van ‘ontdekking’. De stijl moet bovendien sober, ingetogen en vooral ongekunsteld zijn. Ongekunsteldheid is iets waar Kurpershoek in uitblinkt, al is haar schrijven bijna nonchalant, met veel Engelse zinnetjes, alsof het niet uitmaakt wat er precies staat. Zodoende slaagt Kurpershoek er niet in haar eigen ervaring te ontstijgen. Dit is niet per definitie een probleem: ook naar binnen gerichte literatuur kan de werkelijkheid bevragen en analyseren, kan interessant zijn. Merlijn Olnon en Kyra van Dijk betogen in de Gids dat het in de boeken van de jonge generatie schrijvers juist gaat om het engageren met het ‘onvermogen, van kunst en literatuur om iets aan de orde te stellen’. Het is geen toeval dat in veel boeken van jonge schrijvers kunstenaars centraal staan: ‘(…) Het door het literaire droste-effect aangekaarte probleem dat hun werk aangrijpt (en ook zelf weer belichaamt) om iets te betekenen dat de biografie ontstijgt, is waar het engagement van deze romans in schuilt.’ Ook Toef Jager analyseert de stijl van de nieuwe generatie schrijvers in een essay in het NRC Handelsblad. Volgens haar doet deze generatie schrijvers middels biografische middelen onderzoek naar hoe te ‘leven in een wereld die zichzelf uitput in betekenisloosheid’.

Kurpershoek is, zo bezien, een ideaaltypische schrijfster van haar generatie, veel radicaler dan Niña Weijers en Nina Polak. Omgaan met betekenisloosheid lijkt het centrale thema in Voorbij zijn alle dagen gegaan. De titel is onderdeel van een citaat van Nescio dat eindigt met: ‘wat was er nu nog gebeurd, wat betekent het voor de wereld, voor God, voor onszelf?’ Ook een aangehaalde tekst van Hegel expliciteert deze gedachte: ‘wat geweest is, is inderdaad geen wezen, het is niet.’ Het personage van Kurpershoek zegt: ‘Hoe kan ik ooit grip krijgen op het leven als ‘het’ nergens is, opgegaan in rook voor ik het kan vastpakken?’

Ondanks deze duidelijke leidraad is het motief niet altijd consequent doorgevoerd. Want af en toe lijkt Kurpershoek toch te willen engageren, door te schrijven over Obama-care, of met zinnen als: ‘niemand die ik heb ontmoet valt het leven makkelijk, terwijl Amerika juist zo veelbelovend is.’ Deze halfslachtige aanzetjes tot kritiek verwateren in de boodschap van betekenisloosheid.

Ook mist het relationisme in de focus op identiteit, iets wat kenmerkend is voor bijvoorbeeld de boeken van Weijers en Polak. Van Dijk en Olnon schrijven: ‘Deze teksten gaan een stap verder en verkennen de mogelijkheden en beperkingen van de constructie van het individu (of subject) te midden van, en vooral ook door anderen. (…)  [Het gaat] vooral om het besef dat voor onze identiteit het in relatie zijn met anderen een voorwaarde is.’ Hoe verhoudt Sophie zich tot de mensen die haar omringen? Hoe wordt haar identiteit door hen gevormd? In Voorbij waren al die dagen gegaan blijft zij een nukkige, cynische lesbienne die T-shirts draagt met een biermerk erop. Nu is identiteit ook maar een constructie en kun je je afvragen of authenticiteit wel bestaat, maar als leidraad van een boek is dat een te statisch gegeven om te kunnen blijven boeien. Kurpershoek poogt het idee toe te passen, schrijft aan het begin dat Sophie zich ‘opnieuw wil uitvinden’ maar slaagt er niet in te laten zien hoe relaties, ontmoetingen en de duizenden anderen op de wereld hierop van invloed zijn.

Omslag Voorbij waren al die dagen gegaanIs het nu de verbeeldingskracht die mist, of juist een focus op relationele identiteit? Ik weet het niet. Misschien zou een beetje meer van beiden genoeg zijn. Maar als alles ‘geen wezen is’ blijf je als lezer wel erg berooid achter in die betekenisloze wereld, zonder hoop op een gekleurd paaltje dat een route aangeeft of een geringste slokje water tegen de dorst.

Sophie Kurpershoek – Voorbij waren al die dagen gegaan
Uitgeverij Atlas Contact
ISBN 9789025446550, € 16,99


Djoeke Ardon (1992) is schrijver, lezer en onderzoeker in wording, niet per se in die volgorde. Op dit moment studeert ze sociologie waarbij ze onderzoek doet naar migratie en de arbeidsmarkt. In 2012 publiceerde zij een bundel met korte verhalen (Iemand die terugzwaait) bij uitgeverij Lemniscaat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s