De poëziebus 2016

Door: Monica Preller

Rotterdam – Fenix Food Factory, 12:30
Bij de ingang van de markthal op Katendrecht staat een jonge vrouw in een donkerrode rok op een pallet. In haar rechterhand houdt ze de microfoon vast, in de linkerhand haar tekst. Het is Meliza de Vries, die we kennen van haar gedichten op Passionate Platform. Ze spreekt in abstracte bewoordingen over huisjesslakken zonder huis, en haar eigen thuisloosheid. Haar optreden wekt de nieuwsgierigheid van een handvol bezoekers die zich bij de ingang hebben verzameld.

Fenix Food Factory, 12:45
Iets verderop staat dichteres Lies Jo Vandenhende naast de piano in het midden van de hal. ‘Warmte… water… zonlicht’, klinkt het in Vlaamse tongval door de ruimte. Het contrast tussen deze regel en het decor is bijna voelbaar. Warm is de Fenix Food Factory niet te noemen, en het overgrote gedeelte van de zaal wordt verlicht door tl-buizen. Water is er wel, in de glazen of flesjes van de bezoekers. Zij lijken echter vooral oog te hebben voor hun meergranenbol met rosbief of oude kaas. Evengoed wordt er geapplaudisseerd voor Vandenhende als zij het podium verlaat.

Na de Vlaamse is de beurt aan Pieter Seinen, die een vat coming-of-age opentrekt: ‘Fuck the system, ik wil mijn hele leven feesten! Ik dacht dat ik wist hoe het moest. Maar ik zat fout. Het is waar wat ze zeggen: wijsheid komt met de jaren. En check deze: ik was laatst jarig.’ Seinen smijt met strofes als waren het proppen papier in een prullenbak op een ingedut kantoor. Ook hij kan rekenen op een beleefd applaus.

De hal wordt wakker geschud als Elten Kiene zijn optreden begint. Nu pas is er onverdeelde aandacht voor een optreden. ‘Hallo mensen! Met of zonder mic?’ roept Kiene naar de etende aanwezigen. ‘Zonder!’ klinkt het. In een strak ritme rapt de Rotterdamse woordkunstenaar over tegenstrijdige gevoelens – vastzitten en vrij zijn – in een altijd veranderende, dynamische wereld. De dichtregels, die hij voorleest van een groene rol papier, worden aaneengeregen door alliteraties en assonanties.

Rotterdam – Eendrachtsplein, 15:20
Achter de rode bus op het Eendrachtsplein staat een podium, en op het podium staat Miranda de Haan: de stadsdichter van Capelle. ‘De liefde, de liefde, de liefde. Zeg maar na.’ Gedwee dreunen de luisteraars de woorden op. Na de stadsdichter volgen nog enkele andere Capelse poëten. Vervolgens is de beurt aan de andere dichters uit de poëziebus. Iedere dichter heeft drie minuten om haar of zijn voordracht te doen. Zo ook Jill Marchant uit de Belgische hoofdstad. De twee gedichten die zij presenteert, zijn elkaars tegenpolen in sfeer: waar het ene gedicht vrolijk en opbeurend is, verhaalt het andere van een liefdesdrama.

Dat er vele manieren zijn om je spreekruimte te benutten bewijzen Hugo De Haas Van Dorsser, die zijn gedichten liggend voorleest, en Saskia van Kampen, die geëmotioneerd voordraagt over de druk die zij voelt van de buitenwereld. Haar oplossing: diep inademen. ‘Voel je dat? Ik ook.’ Woordkunstenaar Infinite Joy (alias Hari Nalwa) trekt met het uiterlijk van een vooroorlogse wereldreiziger veel bekijks. Daan Hafkamp speelt gitaar tijdens zijn optreden en Gijs ter Haar treedt op in duovorm.

Drukbezocht zijn de optredens van de Poëziebus niet te noemen. De kille wind die over het Eendrachtsplein waait, nodigt weinig uit tot stilstaan. De dichters trekken zich er weinig van aan: vol overgave vertellen ze over hun zielenroerselen, hun gedachtespinsels, hun Weltschmerz. De grootte van het publiek – zo’n twintig man – doet geen recht aan de kwaliteit van de teksten, evenals de positieve, ontspannen sfeer die er op het plein hangt. Wellicht had de Poëziebus meer bezoekers getrokken in een bibliotheek, maar dat is niet wat straatkunst is: spontaan en rauw.

LIES JO VANDENHENDE:

Ik heb de tour met de Poëziebus heel intens ervaren. De omgang met de andere dichters was heel inspirerend. Dat was op dichterlijk gebied, bijvoorbeeld om te merken dat we bepaalde woorden op een andere manier gebruiken, maar evengoed op menselijk vlak. Jana Beranová, één van de andere dichters, is al 87. Toch heeft ze geen enkele keer geklaagd dat de reis te zwaar voor haar was. Ze is gewoon heel erg rock ’n roll. Het was ook gewoon een supergoed feestje. In Meppel stonden we te dansen op het terras. Al met al heeft de reis mijn dichterszintuigen enorm geprikkeld. We ontwikkelden een soort dichtershumor: grapjes die alleen dichters snappen. Ik denk dat dat komt omdat alle dichters door dezelfde bril naar de wereld kijken.

IRENE SIEKMAN:

Het idee van de Poëziebus hing al langer in de lucht. Uiteindelijk ben ik wel degene geweest die het initiatief heeft genomen om het in de praktijk te brengen. Op dit moment ben ik vooral de tourmanager. Ik moet ervoor zorgen dat iedereen van A naar B komt. Het doel van de Poëziebus is eigenlijk drieledig: het bevorderen van literair grensverkeer, samenwerking in de podiumpoëzie versterken en een breder publiek voor podiumpoëzie krijgen. De dichters rond te laten rijden in een bus en laten optreden in het openbaar is een hele mooie manier om de mensen te bereiken.


Monica Preller (1995) studeert taalwetenschap in Leiden en is lid bij een studentenvereniging waar meer wordt gegamed dan gedronken. Ze schrijft voor universiteitskrant Mare, historischeverhalen.nl, de nieuwsbrief van de Honours Academy en zichzelf. Lees hier meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s