Vergankelijke indruk

Door: Jorrit Maes

De mensen die achterbleven is een roman over schrijven. Het debuut van Martijn Neggers volgt zijn eigen ontwikkeling als schrijver, als wel het creatieve werk van de fictieve Martijn Neggers. De roman toont de ontwikkeling van beide schrijvers en ziet het creëren van een verhaal als een moedige poging om betekenis te geven aan een verder onverschillig leven. Dit gaat echter wel ten koste van karakterontwikkeling en spanning.

De dood van zijn beste vriend, André, zet de 78-jarige Martijn Neggers ertoe terug te kijken op zijn leven en hij vraagt zich af wat hij daarin eigenlijk heeft bereikt. Gelukkig heeft hij zijn hele leven vele ontmoetingen en gebeurtenissen minutieus bijgehouden en gearchiveerd. Terwijl hij dagelijks dit archief bijhoudt en bijwerkt, kijkt hij terug en volgt hij zijn jeugdige zelf in de zoektocht naar een ‘Grootsch Leven’. De jonge Martijn Neggers voelt zich een nobody en na een gesprek met een collega besluit hij zijn geluk te zoeken in de grote stad: Tilburg. Het grote leven moet volgens hem bestaan uit ‘vrienden, werk, vrouwen, avonturen en Rock & Roll. En boodschappen.’ De zoektocht pakt niet geheel gelukkig uit, maar brengt hem wel in Berlijn.

Het boek is opgebouwd uit de gearchiveerde lemma’s van momenten uit Neggers’ leven, gekaderd door de dagelijkse beslommeringen van de oude Neggers. Deze lemma’s volgen grofweg zijn eerste 30 levensjaren. Individueel zijn het sterk geschreven stukjes: miniverhaaltjes die op een overtuigende en vaak humoristische wijze de kleinburgerlijke treurigheid van het alledaagse leven weten weer te geven. Neggers’ ervaring als columnist komt hier goed naar voren. De lemma’s richten zich vaak op een enkele gebeurtenis uit het leven van de fictieve Neggers, bevatten onderkoelde en afkeurende observaties en sluiten af met een tegendraadse slotzin.

Martijn Neggers gebruikt daarvoor een droge, beschrijvende stijl. In korte, bondige zinnen observeert hij de handelingen van zijn personages, zonder daarbij veel van hun gevoelens prijs te geven. Een treffend voorbeeld is de passage waarin Neggers na een conflict met zijn buurman zijn kapotte tuinkabouter mee naar binnen heeft genomen:

Om half drie sta ik weer aan het aanrecht, waar Sherry, mijn kabouter, opgebaard ligt. De scherven neem ik mee naar de schuur en daar sla ik ze met een hamer tot stof. Het stof giet ik in een potje, waar ik met een sticker SHERRY op plak. De pot zet ik in een kast in de woonkamer. Dan voer ik de vogels in de tuin en ga ik boodschappen doen.

Door deze observerende en afstandelijke manier van schrijven zijn veel stukjes prettig humoristisch en het gebrek aan bloemrijk taalgebruik illustreert uitstekend het kleurloze leven van de hoofdpersoon Martijn Neggers.

Maar het is ook deze columnachtige opzet die ervoor zorgt dat het boek maar langzaam op gang komt. Hoewel de opeenstapeling van tenenkrommende treurnis bijdraagt aan het beeld en de wereld die Neggers probeert te scheppen, komen veel lemma’s willekeurig en soms zelfs overbodig over. De lemma’s diepen het karakter van de fictieve Neggers te weinig uit, noch geven ze hem enige richting. Tot ver in het boek blijft hij een onbeschreven blad en zijn zoektocht en doel ongericht. Dit komt de leeservaring niet ten goede.

Door zijn passiviteit lijkt het personage Martijn Neggers soms zelfs volledig afwezig. Halverwege het boek vertelt hij aan André dat het niet zo wil lukken met het ‘Grootsch Leven’. Op dat moment is hij net verhuisd naar Tilburg en heeft hij zijn eerste baantje gekregen in een kroeg, en weer verloren. Maar wat een ‘Grootsch Leven’ nou precies voor hem inhoudt (behalve de vage, eerder genoemde omschrijving), hoe hij dit leven wil bereiken of wat er tijdens zijn zoektocht door hem heen gaat, wordt allemaal niet duidelijk. Het maakt het moeilijk om het personage te begrijpen in zijn handelen. Het verhaal komt hierdoor niet tot leven: het personage Neggers blijft net als de lezer een toeschouwer, en wordt geen mens van vlees en bloed.

Tegen het einde van het boek, vanaf de lemma’s over Berlijn, vindt er een voorzichtige verschuiving plaats in de vorm van het verhaal. De lemma’s krijgen een duidelijkere chronologische volgorde en samen vormen ze steeds meer een verhaal in plaats van losse fragmenten. Het personage Martijn Neggers krijgt hierdoor meer inhoud en hij lijkt voor het eerst zijn leven in eigen handen te nemen. Zo ontwikkelt het boek zich van een verzameling columnachtige stukjes naar een daadwerkelijke roman. Het boek spiegelt hiermee de overgang van Martijn Neggers van columnist naar romancier.

Deze overgang van observaties naar verhalende fictie neem een expliciete plaats in aan het einde van het boek, wanneer het personage Neggers een heroïsche poging doet om met zijn archief een blijvende indruk achter te laten in de wereld. Het is alsof de schrijver Martijn Neggers zich bewust is van zijn eigen positie als beginnend schrijver in een overvol literair veld. In die zin is De mensen die achterbleven een ironische kijk op hoe en of fictie Neggers_DRUK.inddbetekenis kan geven aan iemands leven. Het is een vraag die ook van toepassing is op het romandebuut zelf. Want hoewel het boek een succesvolle oefening is in stijl en vorm en op momenten erg grappig, gaat dit ten koste van karakterontwikkeling en spanning, en valt het te betwijfelen of het boek de lezer lang zal bijblijven.

Martijn Neggers – De mensen die achterbleven
Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar
ISBN 9789038801599, € 10,99


Jorrit Maes behaalde masterdiploma’s in Engelse literatuur en American Studies. Hij leeft voor boeken, films en muziek, al mag de werkelijkheid er ook zijn. Hij verlangt merkwaardig vaak naar slagroomtaart.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s