On the road, maar dan wel op de fiets

Door: Joost Zwagerman

Het is vandaag een jaar geleden dat Joost Zwagerman een einde aan zijn leven maakte. Hij mocht zich rekenen tot de belangrijkste schrijvers van zijn generatie, en stond bovendien bekend als promotor van de kunsten en muziekliefhebber. In het voorjaar van 2010 bracht Passionate Magazine een dubbeldikke special uit over Zwagerman, met een speciaal artikel dat hij schreef voor de rubriek Losgezongen. In deze rubriek legt een auteur uit wat zijn favoriete songtekst is en waarom. Zwagerman koos voor ‘Op fietse’ van Skik, en ging nader in op het thema geluk in de popmuziek. Zegeviert de roman dankzij onlust en ongeluk, hét domein voor puur geluk en welbehagen moet wel het popliedje zijn.

‘Misschien is geluk wel een saai verhaal, de moeite van het vertellen niet waard.’ Dat schreef Martin Bril eens in een column, en voor veel schrijvers is geluk inderdaad een no go area. Puur geluk levert in de regel geen fictie van betekenis op. Remco Campert heeft het eens geprobeerd: een roman schrijven zonder enig spoor van ongeluksgevoel. Dat werd de roman Gouden dagen. In Gouden dagen is de – naamloze – hoofdfiguur gelukkig tegen de klippen op. Een expeditie naar Afrika eindigt met de jacht van een inboorlingenstam op de verbazingwekkend genoeg nog steeds gelukkige hoofdfiguur. Geen wonder dat de expeditie in de soep loopt. Ook een naar kunst neigende poging om een reusachtige klok op het drielandenpunt in Vaals te plaatsen, loopt uit op een mislukking. Toch blijft de ‘ik’ in Gouden dagen  een optimist; aan het maken van die klok en aan de voorbereidingen van de Afrika-reis beleefde hij toch maar mooi heel veel plezier! Toch beseft de ‘ik’ uit Gouden dagen dat hij een uitzondering vormt: ‘Slechts weinig mensen geloven je op je woord als je zegt dat je het leven ervaart als een staat van gedurig geluk.’

De hoofdfiguur in Gouden dagen mag dan zijn aangeraakt door ‘gedurig geluk’, voor de meesten van ons blijft dat bestendige geluk toch ver buiten handbereik. Het is dat het Campert was die poogde om ‘gedurig geluk’ een roman lang te laten zegevieren, maar van de meeste andere schrijvers zouden we het niet hebben geloofd. Overigens is Gouden dagen een opmerkelijk dun boek. Dat is wel zo prettig. Een vuistdikke roman over gedurig geluk zou te veel van het goede zijn geweest. In de literatuur wachten we altijd op tegenslag, twijfel, wanhoop, spleen – en ons wachten wordt altijd beloond.

Zegeviert de roman dankzij onlust en ongeluk, hét domein voor puur geluk en welbehagen moet wel het popliedje zijn. En terwijl de feel good-movie het meestal hebben van een mix van ongeluk en verdriet en blijheid en voorspoed (waarbij de blijheid uiteindelijk zegeviert), kan het gemiddelde feel good-liedje volstaan met alleen die blijheid en alleen die voorspoed. Negenennegentig van de honderd liedjes hebben een ‘jij’ nodig, waar de ‘ik’ zielsgelukkig door raakt: de liefde jaagt vrijwel altijd het feel good-liedje aan. ‘Happy together’ van The Turtles, ‘Walking on Sunshine’ van Kartina and the Waves, ‘For Once In My Life’ van Stevie Wonder: het zijn drie – van de vele – feel good-liedjes over de liefde die op mij altijd een heilzaam effect hebben, maar ik moet dan wel bereid zijn om te geloven in het hiep hiep hoera-gehalte van de liefde.

Het ironie-loze liedje over het naakte feit dat het leven een zegen is, dat de wereld goed is en dat alles deugt – dat is alweer een stuk zeldzamer. ‘What a Wonderful World’ van Louis Armstrong vormt wat mij betreft de blauwdruk voor die feel good-liedjes die de, euh, fijnheid van de wereld bezingen. Mooier, blijer, stralender en gelukkiger dan bij Armstrong kunnen we het bijna niet krijgen. De witte wolken, een huilende baby, een rode roos, de donkere nacht – bij ieder ander vormen deze ‘ingrediënten’ een opstapje naar de wereld van de mierzoete kitsch, maar als Louis Armstrong die babys en die rozen en die nachten en die witte wolken bezingt, zet zelfs de grootste cynicus een rem op de associatie met kitsch en zijn we geneigd hem te geloven – voor de duur van het liedje, welteverstaan. Daarna is alles natuurlijk weer vertrouwd ellendig.

In Nederland durfde, of all people, onder anderen René Froger het aan om puur geluk te bezingen, in ‘Alles kan een mens gelukkig maken’. Goedgemutst opent Froger met ‘Ik kan niet zeggen dat ik iets te kort kom,’ waarna hij het ‘eigen huis’ en ‘de plek onder de zon’ als blessing bezingt, en vooral níét in disguise, maar openlijk en unverfroren. Maar tóch is zelfs in ‘Alles kan een mens gelukkig maken’ dat geluk niet onvoorwaardelijk en absoluut – en bekent Froger in drie cruciale regels: ‘Toch wou ik dat ik net iets vaker / Iets vaker simpelweg gelukkig was.’ (met de Frogeriaanse uithaal whohowhooo).

Eh, nóg vaker? Maar hij wás toch al hartstikke gelukkig? Met dat eigen huis en die plek onder de zon? Door die wens naar nog ‘net iets meer’ voorspoed dringt tóch de twijfel aan ’gedurig geluk’ het liedje in. En ineens rijst het vermoeden dat we hier te maken met een rupsje-nooit-genoeg dat ‘alles’ al bezit, alle ingrediënten voor gedurig geluk – en desondanks klaagt over ‘nét iets vaker’ dat geluk te willen ervaren. Door die drie regeltjes verandert de blije jubelzanger in een drenzend zeikjoch dat altijd maar meer wil. Zo iemand gun je zijn geluk niet. Dat gunnen we Maarten van Roozendaal, vanwege zijn lofzang op de natuur en het leven, in ‘Om te janken zo mooi’. Van Roozendaal bezingt lammetjes in de wei, zwanen die ‘donsen in de sloot’ en puppies die rondrennen – het zwagerman-roozendaal‘What a Wonderful World’-gehalte is verkwikkend hoog. Maar. Er is een maar. ‘Om te janken zo mooi’ is dat allemaal, wat het geluksgevoel in de richting duwt van roes en exaltatie. Iemand laat hier zijn tranen de vrije loop, en die vervoering is té heftig voor het echte ‘gedurige geluk’ waar we op hopen in het ware feel good-liedje. Bovendien benoemt Van Roozendaal die vervoering als hij aan het einde van het liedje zingt: ‘Dan ben ik Goddank dus nog een keer gevangen in het moment.’ Voor dat moment geldt naar mijn idee: showing, not telling. Van Roozendaal overreikt ons het verslag van een vervoering, wat iets anders is dan het vángen ervan. Het echte feel good-liedje vangt óns in dat moment van geluk, in plaats van erover te berichten, hoe sympathiek en aanstekelijk Van Roozendaal ook te werk gaat.

Voor ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’ van Boudewijn de Groot geldt weer een ánder klein voorbehoud. De dag duurt langer, de zon schijnt feller en de nacht is warmer ‘als de rook om je hoofd is verdwenen’, zingt De Groot. Dat is de troubadours-variatie op de wandtegel ‘na regen komt zonneschijn’. Die ‘rook om je hoofd’ is vanzelfsprekend een metafoor voor, om het met Rogi Wieg te zeggen, ‘kameraad Scheermes’: depressie. In ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’ kan geluk alleen bezongen worden in directe relatie tot die onlustgevoelens van depressie. Die rook om je hoofd zal ook wel terugkeren, dus het geluk bij Boudewijn de Groot is die zeer zuinige, karige vorm van geluk, het geluk zoals Schopenhauer het definieerde: als de afwezigheid van ongeluk. Dat ongeluk is dan de regel, het geluk de uitzondering. ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’ is dus eigenlijk een kleine treurzang, vermomd als feel good-liedje.

Vooralsnog blijft het échte, ongefilterde en niet weg te relativeren geluk dus buiten zicht. Voor mij is ‘Op fietse’ van Skik het Nederlandse popliedje waar nergens aan het geluksgevoel wordt gemorreld, waar er geen ‘jij’ nodig is om het geluk aan te jagen en waar de wereld ongegeneerd schittert en straalt. Ik beschouw ‘Op fietse’ als het enige echte Nederlandse equivalent van ‘What a Wonderful World’. Sterker: misschien overstijgt ‘Op fietse’ wel die evergreen van Louis Armstrong omdat bij Skik de wonderschone wereld niet wordt benoemd maar wordt ervaren.

‘Op fietse’ is geen ode aan de liefde, er is geen jij nodig om de wereld op te waarderen tot een domein dat deugt. Het enige wat je nodig hebt om geluk te ervaren is een fiets. Een wakkere aandacht voor het nabije zorgt vervolgens voor de rest. De ‘ik’ in ‘Op fietse’ maakt een fietstocht en geniet van alles wat hij op zijn weg tegenkomt. Niets meer, maar ook niets minder. Ergens hier in Passionate [Magazine] mag ik over mezelf zeggen dat ik ‘handenwrijvend’ in het leven sta. Welnu, ik ken geen handenwrijvender liedje dan ‘Op fietse’. Lekker, door het ‘buulzand’ trappen! Ha, naar Klazienaveen-Noord! De fietsbanden zitten wol ‘wind’, en dús hebben we ‘niks te klagen’. Al die grootse en meeslepende zoektochten naar het Groot Geluk zijn misschien wel vergeefs. Een klein tochtje is al genoeg, voor wie er ontvankelijk voor is. Gewoon een kwestie van je fietsbanden oppompen en het geluk lacht je al toe. Dat vind ik een ontwapenend idee.

Waar wil de ‘ik’ in ‘Op fietse’ graag zijn? In New York, Gstaad, Rome of Sint Petersburg? Welnee, ‘aochter op ‘t veld, däor ma’k graag weze.’ Achter op het veld – dat is heel nabij, en heel benijdenswaardig. Een doel heeft de gretige fietser niet, hij wil uitsluitend ‘aal wieder’ en hij wil ‘alles zien’. Maar dat ‘alles’ in ‘Op fietse’ is overweldigend nabij. Ga maar na: van Sleen naar Erm is het nog geen drie kilometer, en het verste punt van de fietstocht leidt naar Schöningsdorf, over de ‘Duutse grens’. Dat is een kleine dertig kilometer van Erica, woonplaats van de Drentse bodhisattva die dit liedje schreef, Daniel Lohues. In ‘Op fietse’ suggereert Lohues dat hij allesbehalve gevangen is in het moment, want die fiets kun je iedere dag pakken, en iedere dag ‘giet ‘t hoast vanzölf’. Het is zo te horen  in ‘Op fietse’ nog net zomer, en de laatste mooie zomerdag wil de ‘ik’ niet missen – maar mist ‘ie het toevallig wel, dan is dat ook geen drama, want op een winterdag kan het óók ‘donders zwagerman-lohuesmooi wezen’. Kijk, dát lijkt mij nou een echt geval van ‘gedurig geluk’. Lohues brengt dat ‘gedurig geluk’ in verband met het heden én de toekomst – het verleden doet niet mee. Terwijl in ‘Het dorp’ van Wim Sonneveld ‘het tuinpad van mijn vader’ waar de ik ‘de hoge bomen nog zag staan’ in het teken staat van het besef dat alles ‘voorgoed voorbij zou gaan’,  benadrukt Lohues in ‘Op fietse’ dat ‘het zandpad tussen Slien en Erm’ er nu is en altijd zal zijn. Geef mij dan maar dat zandpad in plaats van het verdwenen ‘tuinpad van mijn vader’.

Het mooiste van de energieke fietstocht in ‘Op fietse’ is wel dat de fietser geen speciaal reisdoel voor ogen heeft. Hij is doodgewoon onderweg, en dat is genoeg. ‘You’re on the road / But you got no destination’, zingt Bono in ‘Beautiful Day’, en de ‘ik’ in ‘Op fietse’ brengt die reistocht-zonder-doel in praktijk – niet in de auto, maar, oerhollands, op de fiets. Dat geluk in ‘Beautiful Day’ is onmiskenbaar een echo van het veelzeggende dialoogje in de oer-roman van het ‘onderweg zijn’, On The Road van Jack Kerouac: het tweegesprekje tussen de hoofdfiguren Sal Paradise en Dean Moriarty:

‘Sal, we gotta go and we never stop going until we get there.’

‘Where we going, man?’

‘I don’t know, but we gotta go.’

En zo is het. We gotta go. We móeten, we moeten op weg. Dat hoeft niet in de voetsporen van Sal en Dean uit On The Road,  we hoeven niet naar de VS en we hoeven ook geen auto te kopen of te huren. De fiets volstaat. Is dat niet een enorme vreugde voor ons, voor al die fietsende Hollanders?  Het geluk lacht ons al toe om de hoek van ons huis, het is een kwestie van éen vingerknip en een fietspomp en de banden lekker hard, ‘dan giet ‘t haost vanzölf’.

Wég met die makkelijke romantiek van Life is elsewhere , weg met de vruchteloze hang naar het verwoest Arcadië, het onbereikbare Albion, ‘het tuinpad van mijn vader’, het geluk als ‘herinnering’, het verloren Paradijs en de kommervolle pogingen dat Paradijs terug te veroveren.  Het geluk openbaart zich hier en nu. Ondanks dat Ramses Shaffy en Liesbeth List het magistraal zingen, is het niet wáár dat het gras altijd groener zal zijn aan de andere kant van de heuvel, want zolang je dat gelooft, heb je geen oog voor wat er allemaal valt te zien en te beleven vóórdat je die heuvel bent overgegaan. Zen en de kunst van het fietsonderhoud.

Daniel Lohues is zo’n geluksvogel voor wie het geluk binnen handbereik is, maar  zou het iedereen lukken dat nabije geluk te ervaren en doorvoelen? Het moet een kwestie van ‘wachten’ zijn. Wachten tot dat inzicht je toevalt. De speelfilm American Beauty bevat een scène die ik eindeloos kan herzien. Jane Burnham, dochter van het ongelukkig getrouwde echtpaar Burnham, raakt verliefd op haar buurjongen Ricky Fitts. Ricky is een op het eerste gezicht eigenaardige en eenkennige jongen die constant met een videocamera van alles loopt te filmen. Leeftijdgenoten van Ricky vinden hem maar een naargeestige freak. Maar Ricky blijkt, al filmend, vooral  op zoek te zijn naar schoonheid. De schoonheid van een propje papier in een leeg winkelcentrum bijvoorbeeld. Dwarrelend zwerfvuil, denken wij. Een geheiligde prop papier, beseft Ricky, die Jane het filmpje toont waarin het propje papier telkens weer opdwarrelt en verwaait, opdwarrelt en verwaait. Ricky bekent Jane fluisterend: ‘Sometimes there’s so much beauty in the world I feel like I can’t take It.’

Het geluksgevoel is hem nog te veel en te groots, die jonge Ricky. Om met Frédérique Spigt te spreken: ‘Mijn hart kan dat niet aan.’  Zoveel schoonheid in de wereld – je moet het ook maar áánkunnen. Maar wij weten dankzij ‘Op fietse’ dat het een kwestie van tijd zal zijn of de schoonheid van het nabije zal niet langer intimiderend zijn voor jongens zoals Ricky. Het is een kwestie van goed kijken, goed dúrven kijken – ‘look closer’ is niet voor niets het motto van American Beauty. Pak de fiets en ga uit rijden. Ga gerust ‘op fietse’. Het is dat je beide handen aan het stuur moet houden, want anders zouden we handenwrijvend op pad gaan. Ricky hoeft niet bang te zijn – ‘wie döt’ hem wat, ‘wie döt’ hem ‘wat vandage’. Je durft het nabije geluk recht in de ogen te zien – en je ziet dat alles goed is zoals het is. Het ‘giet haost vanzölf’. Je fietst en ziet:  de wereld deugt. Alles stroomt. Alles sal reg kom, de wereld is hier. ‘Jao het mag wel zo.’

Op fietse

Trap de fietse deur ’t buulzand hen

op ’n zandpad tussen Slien en Erm

en as ik dalijk eben in Diphoorn ben

dan fiets ik deur

Langs Ermerzand goa’k op Veenoord an

Neij Amsterdam en dan langs ’t Dommerskanaal

en as ik dan de kassen zie dan fiets ik deur

Want ik wul aal wieder ik wul alles zien

De leste mooie dag van ’t joar misschien

Alhoewel ’t met de winterdag ok donders mooi kan wezen

Ik wul aal wieder deur noar Weiteveen

Want achter op ’t veld daor ma ‘k graag wezen

A’k hier zo fietse en ’t weijt nie slim

dan giet ’t haost vanzölf

 

Wie döt mij wat, wie döt mij wat

Wie döt mij wat vandage

‘k Heb de banden vol met wind

Nee, ik heb ja niks te klagen

Wie döt mij wat, wie döt mij wat

Wie döt mij wat vandage

‘k Zol haost zeggen, jao het mag wel zo

 

Trap de fietse deur ’t buulzand hen

op ’n zandpad langs de Duutse grens

Ik denk da’k dalijk even kieken gao in’t buutenland

De gruppe over, op naor Schöningsdorf

Ik stao eben te kieken bij’n iemenkörf

en ik stao hier even te denken wat za’k nou doen

links of recht deur

Want ik wul aal wieder nog naor Hebelermeer

’n Kaorte he’k nie neudig want ik ken ’t hier

want a’k daor dalijk over ’n slootie gao

dan ben’k weer terug in Nederland

Ik wul aal weer wieder nog naor Barger-Compas

naor Klazienaveen-Noord en ’t Oostersebos

A’k hier zo fietse en ’t weijt nie slim

dan giet ’t haost vanzölf

 

Gao nou over Barger-Oosterveld

Over ’t schoelpadtie kört daor bij de Honeywell

en dan recht deur tot de brugge van Oranjedorp

’n Stukkie Bladderswieke en dan de Herendiek

en a’k pastoorse bos en de toren zie

dan fiets ik deur want ’t weijt nie slim,

’t giet vandaag vanzölf

‘Op fietse’ (tekst en muziek Daniël Lohues), afkomstig van het album Niks is zoas ’t lek (1997) van Skik.


Deze Losgezongen verscheen eerder in het maart-april 2010 nummer van Passionate Magazine.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s