Header Aantekeningen van een hulpweigeraar

Demonen uit het verleden

Door: Leen Verheyen

Wanneer heeft een samenleving het recht of zelfs de plicht om in iemands leven in te grijpen? Dat op die vraag geen eenduidig antwoord te formuleren valt, laat Rogier Vogelenzangs debuutroman Aantekeningen van een hulpweigeraar treffend zien.

In Aantekeningen van een hulpweigeraar lezen we de notities van de bejaarde Albert De Joode. Samen met zijn dementerende vrouw Hanni woont hij in een appartement in de Amsterdamse Pijp. De buitenwereld houdt hij op een afstand. Wie naar zijn vrouw vraagt, krijgt te horen dat zij enige tijd geleden in een zorginstelling is overleden:

Ik laat de mensen maar denken dat ik weduwnaar ben. Want in hun zorgziekelijkheid accepteren zogenaamde hulpverleners niet dat ik een demente vrouw thuis verzorg. Het zal mij niet gebeuren dat ze Hanni bij me vandaan halen en in een verpleeghuis doen verdwijnen. (p. 48)

De buitenwereld lijkt zich van Alberts verzoek om met rust gelaten te worden echter weinig aan te trekken. Zowel de wijkagent als dokters, maatschappelijk werkers en de nymfomane onderbuurvrouw doen pogingen met Albert in contact te treden en hem te helpen. Albert wijst echter elke zorg af, uit vrees dat zijn vrouw ontdekt zal worden. De toestand van zijn vrouw neemt echter al snel zorgwekkende proporties aan:

Haar ziekte heeft een chronische vorm aangenomen waarbij haar huid zwart gevlekt is geworden en ze wat is gaan ruiken. In een huishoudwinkel vond ik extra brede rollen vershoudfolie van polyethyleen, waar ik haar in gewikkeld heb, na haar eerst een mooie schone nachtjapon te hebben aangetrokken. Hierdoor scheidt ze geen geuren meer af die de onderbuurvrouw zouden kunnen verontrusten en aanleiding zouden kunnen geven tot allerlei ongewenste sociale interacties. (p. 47-48)

Albert, die zijn hele leven als prosector heeft gewerkt en lijken voorbereidde voor pathologisch onderzoek, lijkt dus vreemd genoeg niet te beseffen dat zijn vrouw inmiddels overleden is.

In Alberts verwarde geest gaan heden en verleden steeds nadrukkelijker door elkaar lopen. Vooral de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog gaan Alberts denken en handelen meer en meer beïnvloeden. Het heden wordt als het ware een spiegelbeeld van het verleden. Soms is Albert hierdoor niet meer in staat tussen verleden en heden een onderscheid te maken. Steeds vaker krijgt hij het gevoel dat wat hem nu overkomt een straf is voor wat zich in het verleden zou hebben voorgedaan.

Rogier Vogelenzang heeft zich met deze roman voor een moeilijke uitdaging geplaatst. Albert De Joode is een hoofdpersonage waar je als lezer een haat-liefdeverhouding mee opbouwt. Enerzijds wil je sympathiseren met een oude man die klaarblijkelijk veel heeft meegemaakt en niet van zijn demente vrouw gescheiden wil worden door de bemoeizuchtige hulpverlening. Anderzijds weet je als lezer snel dat Albert als vertelinstantie allesbehalve betrouwbaar is. Wanneer de lezer vanop afstand naar Alberts situatie kijkt, lijkt de hulpverlening eerder te weinig dan te veel te doen. Het blijft te lang bij praten aan de deur en pogingen om contact te maken, terwijl Albert ondertussen zijn grip op de werkelijkheid lijkt te verliezen.

Deze evenwichtsoefening maakt Aantekeningen van een hulpweigeraar tot een intrigerende roman, hoewel het verhaal daardoor ook af en toe aan kracht verliest. Alberts complottheorieën worden net iets te lang uitgesponnen, waardoor het spel met realiteit en waanzin na verloop van tijd te nadrukkelijk wordt ingevuld. Desondanks zet Aantekeningen van een hulpweigeraar je aan het denken over de vraag wanneer een samenleving mag of moet ingrijpen in het leven van een individu. Zelf begrijpt Albert bijvoorbeeld totaal niet waarom hij niet met rust wordt gelaten:

Leg me dan toch eens uit waarom je mij een probleemgeval vindt. Ik bied je koffie aan in een net restaurant, ik betaal mijn huur op tijd, en ik val helemaal niemand lastig. Waarom laten de mensen mij mijn leven niet leven? (p. 268)

Los van het feit dat Albert in realiteit wel degelijk overlast veroorzaakt, roept zijn verdediging interessante vragen op. Ben je vrij je leven te leiden zoals je dat zelf wilt, zolang je daar maar niemand anders mee tot last bent? Is Albert wel vrij of autonoom te noemen, of moet hij tegen zichzelf in bescherming worden genomen? Aantekeningen van een hulpweigeraar maakt duidelijk dat de antwoorden niet zwart-wit zijn. Want terwijl er een leger hulpverleners wordt ingezet om Albert te helpen, lijkt zijn afkeer van al deze goedbedoelde pogingen vooral voort te komen uit de angst zijn vrouw te verliezen. Het is daarom jammer dat Vogelenzang niet dieper ingaat op het recente verleden, waardoor onduidelijk blijft of Alberts weerstand voortkomt uit slechte Omslag Aantekeningen van een hulpweigeraarervaringen met zorgaanbieders. De reden voor Alberts hulpweigering blijft zodoende wat eenzijdig: meer ruimte voor reflectie had van Aantekeningen van een hulpweigeraar een iets evenwichtiger boek gemaakt.
Rogier Vogelenzang – Aantekeningen van een hulpweigeraar
Uitgeverij Atlas Contact
ISBN 9789025446833, € 21,99


Leen Verheyen is filosofe en schrijfster. Ze is als aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen verbonden aan het Centrum voor Europese Filosofie van de Universiteit Antwerpen waar ze onderzoek doet naar de manier waarop literaire fictie onze blik op de wereld vormgeeft. Daarnaast schrijft ze theaterteksten, poëzie en proza. Haar kortverhaal Sebastiaan werd opgenomen in de bloemlezing Print is dead. Nieuwe schrijvers uit Vlaanderen. Lees hier meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s