Ted Hughes: de lantaarnhengelvis

Door: Julia Neugarten ♦ Beeld:  Marcia B. Stern (Sylvia Plath Collection, Mortimer Rare Book Room, Smith College) 

Deze maand een jaar geleden publiceerde Connie Palmen haar roman Jij zegt het. Zij won daarmee de Libris Literatuurprijs in 2016. De roman is bijzonder dubbelzinnig en intelligent in elkaar gezet. Jij zegt het werpt een nieuw licht op de relatie tussen Sylvia Plath en Ted Hughes, een van de beroemdste literaire koppels uit de recente geschiedenis.

Plath pleegde zelfmoord in 1963. Ze was pas dertig, en moeder van twee jonge kinderen: Frieda was bijna drie en Nicholas was net één jaar oud geworden. De vader van haar kinderen was de dichter Ted Hughes, die later Poet Laureate van Groot-Brittannië zou worden. Zeven jaar duurde het huwelijk van Plath en Hughes, tot hij haar verliet voor een andere vrouw. In datzelfde jaar maakte Plath een einde aan haar leven. Waarom? Was het Teds schuld? Had zijn ontrouw haar de dood in gedreven? Of was het de depressie die haar al plaagde sinds haar studietijd? Op deze vragen zijn nooit duidelijke antwoorden gevonden. Hughes verstopte een deel van haar nalatenschap in een kist die pas in 2023 geopend mag worden. Kortom, de relatie van deze twee literaire meesters is gehuld in mysteries.

Zoals veel getalenteerde schrijvers en beroemdheden die tragisch jong overlijden, heeft Plath een aanzienlijke groep toegewijde liefhebbers. Mensen bewonderen Plath om haar vaardigheid als dichter en als romancier. Mensen bewonderen haar feminisme, haar doorzettingsvermogen en haar intelligentie. Zowel het leven als de dood van Plath spreken tot de verbeelding; door te sterven is zij onsterfelijk geworden.

Plaths fervente schare van fans kent geen twijfel: Hughes was schuldig aan haar dood. En ze hebben een punt: getrouwd zijn met Ted Hughes moet geen lolletje zijn geweest. Hughes komt uit alle bronnen naar voren als een dominante man, en zowel Plath als zijn tweede vrouw Assia Wevill hebben zelfmoord gepleegd. Ik zie Hughes als een lantaarnhengelvis: hypnotiserend en aanlokkelijk, maar dodelijk. Hij trok vrouwen naar zich toe met een combinatie van charisma en talent, maar maakte ze vervolgens afhankelijk van hem en onderdanig. Deze machtsverhouding is uiteindelijk zowel Plath als Wevill teveel geworden, en ook Connie Palmen lijkt vatbaar te zijn voor de betovering. In 2015 schreef zij een roman over de relatie tussen Plath en Hughes, getiteld Jij zegt het, waarin ze hun relatie laat zien vanuit zijn oogpunt.

Ondanks haar poging de gebeurtenissen te doorgronden, blijft het huwelijk van Plath en Hughes en zijn rol in haar dood een mysterieuze zaak. Wat kan er in die kist zitten, dat pas zestig jaar na het overlijden van Plath ontdekt mag worden? Betreft het verder werk van Plath? En zo ja, wat onderscheidt dit werk van haar andere schrijfwerk dat Hughes postuum heeft laten publiceren? Gaat het misschien om het laatste dagboek van Plath, waarin zij verslag deed van de dagen voor haar dood? Palmen geeft geen antwoord op deze vragen. Ze schrijft alleen dat Hughes het dagboek naar eigen zeggen vernietigd heeft, om hun kinderen het leed te besparen de wanhoopskreten van hun moeder te moeten lezen.

Velen die Hughes slecht gezind zijn, beweren echter dat hij het laatste dagboek verborgen heeft om zijn eigen rol in het verergeren van Plaths depressie en het aanmoedigen van haar zelfmoord te verhullen. Hij was harteloos en overheersend, overspelig en egoïstisch. Hij had zijn vrouw eigenhandig de dood ingejaagd, en haar depressie verergerd met zijn wreedheid en onoplettendheid.

In Jij zegt het beschrijft Palmen hoe Plath haar hele leven lang probeerde haar behaagzieke, meisjesachtige zelf opzij te schuiven en de primitieve dichteres in haar een stem te geven. Helaas wordt dit psychische conflict overstemd door Palmens overmatig bloemrijke taalgebruik. Plath, zo schrijft zij, is er uiteindelijk in geslaagd door haar eigen buitenlaag heen te breken en in de gedichten uit Ariel haar ware zelf te laten spreken. Het is duidelijk dat Palmen een uitgebreide en nauwkeurige studie heeft gemaakt van de levens van Plath en Hughes, en de feiten waarop de roman is gebaseerd kloppen dan ook stuk voor stuk, tot woonadressen aan toe. De stijl van Jij zegt het is helaas bijzonder kunstmatig.

Bij het schrijven van de roman haalde Palmen haar informatie vooral uit Ted Hughes’ Birthday Poems en de dagboeken die Plath haar leven lang heeft bijgehouden. Maar klopt het beeld dat in die werken geschetst wordt wel helemaal? Zo niet, dan heeft Palmen ervoor gekozen een vrij subjectieve kijk op de gebeurtenissen klakkeloos over te nemen. Sinds ik voor het eerst Plaths persoonlijke dagboeken opensloeg, vraag ik me al af wie zij écht is, en zelf lijkt  zij deze vraag ook moeilijk te kunnen beantwoorden. Wie is zij als schrijfster, als mens, als vrouw en als moeder? We moeten niet vergeten dat er een kloof bestaat tussen de Plath en Hughes zoals zij zich in hun literaire werk presenteren en de Plath en Hughes zoals zij in het echte leven waren. Palmen lijkt op het eerste gezicht voorbij te gaan aan dit onderscheid tussen de lyrische ‘ik’ en de daadwerkelijke ‘ik.’ Maar een oplettende lezer zal ook merken dat het door de verteller geschetste beeld van de gebeurtenissen niet geheel betrouwbaar is.

Vorig jaar zei Palmen tijdens een interview met het NRC Handelsblad:

 [Ik was] al erg lang op Ted. Ik volg hem al jaren. Ik voel me tot hem aangetrokken, zowel tot zijn gedichten als zijn uiterlijk. Andersom, eerlijk gezegd.

Dat ze Hughes een warm hart toedraagt, blijkt ook uit de manier waarop Palmen hem presenteert in Jij zegt het. Vrij kritiekloos lijkt ze zijn kijk op de gebeurtenissen over te nemen uit zijn Birthday Poems: metaforen en omschrijvingen uit die gedichten en de symbolische betekenis van die gebeurtenissen blijken soms woord voor woord overgenomen. Zo verloopt de ontmoeting met literaire grootheid Marianne Moore in de roman precies zoals Hughes dit beschreef in zijn gedicht The Literary Life, tot de omschrijving van de smalle trap aan toe.

Toch zijn er ook redenen om aan te nemen dat Palmen Hughes niet vertrouwt. Als je de Birthday Letters leest, lijkt het er op dat Hughes uit zelfbescherming een rooskleurig beeld heeft geschetst van zijn rol in Plaths leven. Palmen lijkt dit beeld op het eerste gezicht over te nemen, en onderstreept daarmee wat we als lezers al weten: dat we een roman lezen, een fictief verhaal, een vervorming van de werkelijkheid. Maar soms neemt Hughes’ zelfverheerlijking  zulke groteske vormen aan, dat Palmen vast bedoeld heeft de spot te drijven met zijn ego. Het overnemen van Hughes’ anekdotes uit zijn Birthday Poems is een duidelijke keuze, en Palmen is een te geraffineerd schrijfster om niet in te zien dat Hughes, hoe knap en getalenteerd ook, de neiging heeft zichzelf te verheerlijken. Net als in zijn gedichten, verklaart Hughes in Jij zegt het dat hij op onzelfzuchtige wijze voor zijn labiele vrouw heeft gezorgd, dat zij zonder hem niks voorstelde. Als hij haar verlaat en zij zelfmoord pleegt, lijkt dat zijn inschatting van hun relatie te bevestigen: zij kan niet leven zonder hem. Als dat waar is, maakt dat wel duidelijk hoe ongezond en codependent hun relatie was. Nu staat buiten kijf dat Hughes veel te overheersend was in hun relatie. De scheve machtsverhouding binnen het huwelijk maken de lezer ongemakkelijk, en misschien is dat ook wel precies Palmens bedoeling.

Op de omslag van het boek staat een vos afgebeeld. Deze is opgezet, dood maar voor eeuwig bewaard zoals hij was op het moment van overlijden; net als Plath bewaard is gebleven in haar schrijven, zoals ze bij leven en relatief welzijn was. Maar de vos heeft ook nog een andere symbolische betekenis: meer dan eens omschrijft Hughes zichzelf als een vos, een dier met instinctieve impulsen die niet te bedwingen zijn, zoals het bedriegen van zijn vrouw. Van oudsher heeft de vos in literatuur een onbetrouwbare reputatie. Denk bijvoorbeeld aan de fabels van Aesopos en De la Fontaine. Ook dit motief is een indicatie dat Palmen kritisch is op Hughes en misschien wel wantrouwig over zijn perspectief. Ted Hughes is in Jij zegt het een onbetrouwbare verteller.

Hughes handelt gedurende de hele roman, misschien wel gedurende zijn hele leven, onsympathiek. Palmen is zich daar maar al te bewust van, ondanks haar liefde voor hem. Hughes toont bijvoorbeeld geen berouw over het feit dat hij zijn vrouw en kinderen in de steek heeft gelaten. Uit zijn eigen gedichten spreekt weliswaar een grote liefde en bewondering voor Plath, maar geen spijt. Ook als hun relatie nog sterk is, maakt hij in Jij zegt het een ronduit onprettige indruk. Zo verwijst hij bijvoorbeeld consequent naar Plath als ‘mijn bruid’, een nogal bezitterige aanspreekvorm.

Plath is rond de eerste ontmoeting stapelverliefd op Hughes, zo schrijft zij in haar dagboeken. Later vergelijkt ze hem met haar vader, een tiran, en met een vampier in het gedicht Daddy, waar ze aan haar overleden vader schrijft:

 I made a model of you,

A man in black with a Meinkampf look

 

And a love of the rack and the screw.

And I said, I do, I do.

(…)

 

If I’ve killed one man I’ve killed two-

The vampire who said he was you

And drank my blood for a year,

Seven years, if you want to know.

Het is duidelijk dat Plath met deze vampier Hughes bedoelt: hun huwelijk heeft zeven jaar standgehouden. Hughes zelf vergelijkt zich ook met Otto Plath, zowel in het werk van Palmen als in zijn eigen gedicht Black Coat, waar hij schrijft:

 Against that freezing sea

From which your dead father had just crawled.

 

I did not feel

How, as your lenses tightened,

He slid into me.

De parallel die Plath ervaren heeft tussen de rol van haar vader en haar echtgenoot stelt Hughes nog verder in een kwaad daglicht. De vader van Plath overleed toen zij nog geen tien jaar oud was. Het overlijden van haar vader wierp een schaduw over Plaths leven en carrière; altijd probeerde zij een vader trots te maken die er niet meer was om trots op haar te zijn. Een groot gedeelte van haar ambitieuze en perfectionistische persoonlijkheid valt hiermee te verklaren. Tenminste, dat is de opvatting die Plath er zelf op nahoudt in haar dagboeken, en de opvatting die Palmens verteller, Hughes, er op nahoudt.

Jij zegt het is in de eerste plaats een roman over de gecompliceerde aard van doorvertelde verhalen. Dat blijkt al uit de titel, die de objectiviteit van alle uitspraken die Palmen Hughes in de mond legt in twijfel trekt. Het boek gaat over de eindeloze canon van interpretatie die is losgelaten op de relatie tussen Plath en Hughes. Toch kan Palmen nooit echt een commentaar geven op die canon, omdat Jij zegt het net zo goed een subjectieve interpretatie is als alle andere speculaties. De behoefte om de echte Plath te ontwaren, om haar af te lezen uit de eindeloze hoeveelheid bronnen die we hebben om haar te benaderen, is de drijvende kracht van veel literatuurcritici. Als Jij zegt het één ding duidelijk maakt, dan is het dat die zoektocht naar de echte Plath in de jaren na haar dood veel negatieve consequenties heeft gehad voor haar familie. Ted Hughes heeft, blijkens het boek van Palmen en zijn eigen Birthday Poems, zwaar geleden onder schuldgevoelens, aangewakkerd door de publieke opinie. Het tweede kind van Plath en Hughes, een zoon genaamd Nicholas, ontnam zichzelf in 2009 het leven.

Tegelijkertijd gaat het boek over de tragische manier waarop mensen, zelfs mensen die denken een symbiotische, wederzijds afhankelijke relatie te hebben die de natuurlijke communicatie overstijgt, langs elkaar heen leven. Keer op keer verzucht Palmens Hughes dat hij pas na haar dood, bij het lezen van Plaths dagboeken, begrepen heeft wat ze voor marteling ze heeft doorgemaakt met haar eigen geest als geselaar. Wanneer Hughes of zelfs Palmen de suggestie wekt het leed van Plath te begrijpen, onderschatten ze daarmee hoe gecompliceerd haar psyche was. Niemand kan het leed van Plath bevatten behalve zijzelf. Zelfs zij kon het niet bevatten, anders zou ze zichzelf er niet om gedood hebben.

Ik begrijp de behoefte om Sylvia Plath, haar briljante en duistere geest en haar prachtige sensuele glimlach, te doorgronden. Misschien is Plath zelf wel de lantaarnhengelvis, het levensgevaarlijke roofdier dat ons lokt met een hypnotiserende buitenkant. Ik voel de behoefte om haar te begrijpen, om haar te kennen, zelf ook. Maar niemand kan zeker weten wat zich achter gesloten deuren heeft afgespeeld. Je kunt niet bij de mensen naar binnen kijken. Dus is het daadwerkelijk gegaan zoals Connie Palmen geschreven heeft? Jij zegt het.

Bronnen

http://www.nrc.nl/handelsblad/2015/09/05/er-is-altijd-een-zondebok-nodig-1529855

Ted Hughes (1998): Birthday Letters, Faber & Faber Limited

Connie Palmen (2015): Jij zegt het, Prometheus

Sylvia Plath, met introductie van Ted Hughes (1982): The Journals Of Sylvia Plath, Anchor Books

Sylvia Plath (1981): The Collected Poems, Harper & Row


Julia Neugarten (1996) is student Literatuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Ze schrijft fictie maar ook non-fictie op het Passionate Platform en haar eigen blog.

Een gedachte over “Ted Hughes: de lantaarnhengelvis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s