‘Op het podium kan ik contact maken’

Door: Francine Maessen ♦ Beeld: Fjodor Buis

Lotte Dodion (1987) wint al jaren grote poëzieprijzen en stond op heel wat internationale poëziepodia. Afgelopen jaar bracht ze haar debuut Kanonnenvlees uit. Naar aanleiding van haar optredens op het Geen Daden Maar Woorden Festival sprak ze met ons over de grens tussen poëzie en performance, engagement in poëzie en haar samenwerkingen met andere artiesten.

Hoe ging je optreden bij het Openluchttheater in Amsterdam gisteren?
Fantastisch, dank je. Het podium waar ik moest optreden was tamelijk indrukwekkend, dus ik wilde daar niet gewoon achter de microfoon gaan staan en dan een kwartier droog gedichten voordragen. Ik heb er dus voor gekozen om de cyclus ‘Kruis’ uit mijn bundel te vertalen naar een theaterperformance en dat was fantastisch om te doen. Het was al een tijdje geleden dat ik theater had gedaan en ik vond het een mooie kans om die ervaring weer eens uit de kast te halen. Ik merk steeds vaker dat ik tijdens een optreden een integraal verhaal wil brengen, dat ik niet gewoon wil zeggen: ‘dit is gedicht X en dan nu gedicht Y’ en  tussenin wat glijmiddelpraatjes. Dat doet elke keer zo’n afbreuk aan de spanningsboog. Dus nu probeer ik om telkens een volledig verhaal van gedichten te vormen. Ik vind het leuk om daarmee te experimenteren.

Performance speelt een grote rol in je werk: je doet veel optredens en stond in de finales van  het Belgische en Nederlandse Kampioenschap Poetry Slam. Wat voegt een optreden voor jou toe?
Kijk, mijn teksten werken ook prima op papier, maar als het daarbij blijft, mis ik de interactie met mijn publiek. Tijdens een performance kan ik meteen de reacties van het publiek peilen, met hen in dialoog gaan. Dat zijn mooie momenten waar ik veel voldoening uit haal. Als ik op een podium ga staan, kan ik contact maken. Optreden is voor mij een noodzakelijke aanvulling op het schrijven zelf. Voor mij stopt het niet wanneer mijn woorden op papier staan, daarna wil ik die woorden ook echt afleveren, live iets losmaken. Ik kan me echt niet voorstellen dat ik in een kamertje alleen zit te schrijven en dat al dat werk  vervolgens stopt met een druk op de send-knop, dan niets meer.
Optreden is voor mij dan ook echt een must, ik zou nooit willen kiezen tussen óf optreden óf alleen op papier mijn werk presenteren. Ik vind het ook interessant om de breuklijn tussen podium en papier te onderzoeken: wat kan wel en niet op het podium? Je wilt het niet te makkelijk of te weinig poëtisch maken. Ook tijdens het schrijven van de bundel was dat voor mij iets om bewust mee om te gaan. Dat ik dacht: op een podium zou dit heel goed werken, maar op papier?

Pas je tijdens een optreden dan ook wel eens iets aan?
In het begin deed ik dat wel, omdat als je pas begint, het ook een tijdje duurt voordat je de reacties uit de zaal kunt inschatten. Als je pas op een podium staat, ben je te hard bezig met pleasen, en denk je snel: oei, het slaat misschien niet aan. Maar al doende leer je dat je niet op basis van lichaamsreacties kunt afleiden of mensen het goed vinden of niet. Een voorbeeld: één van de allereerste keren dat ik optrad, zat iemand op de eerste rij met zijn ogen gesloten. Ik zag dat als een negatief signaal, vindt hij het zo saai? Ik ging gewoon verder met performen, maar ik had het wel geregistreerd. Achteraf was dat de eerste man om naar mij toe te komen en te zeggen: ‘Ik vond het zo intens en zo mooi dat ik mijn ogen heb dichtgedaan om er beter in mee te kunnen gaan.’
Voor Poetry Slams heb ik vaak in cafés opgetreden en soms dacht ik: dit zit helemaal vol met luide mensen waarvan de helft al aangeschoten is, het lukt nooit om hier een rustige set te doen. Maar elke keer opnieuw, al na een paar woorden, voel je de zaal stilvallen en komt er een intense rust op gang. Een zaal gaat echt wel mee in je verhaal als het authentiek is, als je daar als performer staat vanuit een noodzaak.

Lotte Dodion.jpg

Mis je die performativiteit niet als je je teksten op papier moet presenteren?
Bij  het maken van  de bundel was het voor mij zoeken naar een  goed evenwicht. Ik wou  van mijn bundel geen soort van best-of maken met alles wat ik de afgelopen tien jaar op een podium heb gebracht. Ik had van tevoren een duidelijk concept in gedachten en er zitten heel veel nieuwe teksten in die ik nooit op een podium zal brengen. Het is nu een combinatie geworden: er zijn ook gedichten opgenomen die ik letterlijk zo live breng. Maar bij andere teksten heb ik juist formuleringen die mooi klinken op een podium aangepast. Het is verder wel een kwestie van smaak, mysterieus tegenover expliciet. Ik vind het zelf mooi als gedichten heel expliciet en duidelijk zijn, maar het moet natuurlijk wel poëzie blijven. Ik wilde geen politiek manifest schrijven, wel poëtische statements maken. Ik denk dat meer algemeen mijn stijl duidelijk en expliciet is, terwijl de beelden poëtisch genoeg blijven. Daarom werkt de combinatie met optredens zo goed. Het publiek krijgt genoeg mee om een gevoel aan het optreden over te houden, maar snapt niet per se alles. Als je dan de bundel koopt en de teksten herleest, vind je een andere laag, krijg je het volledige gewicht mee.

Je werkt veel samen met muzikanten en beeldend kunstenaars, zoals Chantal Acda en Inge Bos. Hoe voelt het nou om je werk zo door anderen te laten interpreteren?
Heel erg fijn! Ik heb nu al een paar keer kunnen samenwerken met mensen van wie ik op voorhand de stijl al een beetje kende, en met wiens werk ik een connectie had. Dat is een enorme luxe. Dat ging ook goed omdat ik afstand kon nemen: het zijn disciplines waarvan ik zelf niets bak (lacht). Het zou denk ik uitdagender zijn om mijn werk uit handen te geven aan een andere schrijver, omdat ik dan sneller de reflex zou hebben het te willen verbeteren of aan te passen. Het is fantastisch om die samenwerkingen aan te gaan met muzikanten en beeldend kunstenaars, artiesten buiten mijn veld, zij kunnen mijn woorden vertalen naar een heel nieuw speelveld.

Jouw debuutbundel had als thema oorlog. Kunnen we meer geëngageerde thema’s van je verwachten?
Ja, absoluut. Ik weet nog niet welke vorm dat gaat aannemen, maar ik vind het heel belangrijk om vanuit een soort engagement te schrijven. Mijn vertrekpunt is altijd mijn gevoel, mijn kwaadheid, mijn verwondering, mijn kijk op de wereld – niet wat literair interessant of vernieuwend zou zijn. Voor mij is de inhoud primair. Het concept is een kapstok om inhoud aan op te hangen, niet omgekeerd.

Heb je ook behoefte om je daarmee te mengen in een maatschappelijke discussie?
Ja, maar dat hangt wel af van de vorm van de discussie. Ik zal niet snel op de hoek van de straat op een zeepkist mijn mening verkondigen. Ik zou ook nooit de politiek in gaan, maar van mij mag kunst maatschappelijk en geëngageerd zijn. Poëzie is een uitstekende manier om mensen uit te nodigen ergens bij stil te staan.

Je hebt al enorm veel prijzen gewonnen! Wat is je volgende doel?
Steeds meer mensen bereiken en mijn grenzen blijven verleggen. Ik ben niet snel tevreden, ik wil het altijd beter doen. Ik wil me op poëtisch vlak verder ontwikkelen en nieuwe samenwerkingen aangaan met artiesten uit allerlei disciplines. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat het ik niet fantastisch zou vinden om de Nobelprijs voor de literatuur te winnen, maar prijzen zijn heel tricky. Je wilt er altijd meer. Erkenning is fijn, maar ik vind het belangrijker om mensen te bereiken die normaal niets met poëzie hebben. Ik heb een beetje last van bekeringsdrang (lacht).

lotte-dodion2Je doet heel veel projecten en optredens: hoe creëer je naast al die dingen nog tijd om voldoende te schrijven?
Niet! (Lacht) In deze fase doe ik onderweg losse flodders inspiratie op. Periodes van creatie en periodes van ermee naar buiten komen wisselen elkaar af. Mijn energie is ook op die manier verdeeld: ik kan (nog) niet elke dag met schrijven bezig zijn, ik werk ook voltijds als directeur van het Antwerpse Vredescentrum. Ik ben nu ideeën aan het verzamelen voor een volgende stap. Voor mijn debuutbundel kon ik teren op een lange aanloopperiode waarin ik veel materiaal had verzameld, maar dat is helemaal op. Ik wil niet in herhaling vallen, dus ik moet weer vanaf nul beginnen. Nu eerst een periode met veel voorstellingen en theaterprojecten. Daarna weer naar papier. Wie weet loopt het allemaal heel snel, misschien zit ik hier over een jaar wel met een nieuwe bundel.

Ten slotte, wat kunnen we van je verwachten op Geen Daden Maar Woorden Festival?
Waar voor je geld! Ik zou het zelf een ingetogen maar krachtige performance noemen, met teksten die tot de verbeelding spreken maar begrijpelijk blijven. Volstaat dat als verkooppraatje? (Lacht.)


Francine Maessen (1993) studeert Film- en literatuurwetenschap aan de universiteit van Leiden en woont in Oegstgeest. Ze heeft een voorkeur voor oude boeken, bijzondere uitgaven en klassieke literatuur. Lees meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s