Langzaam is het moeilijk transformeren

Door: Monica Preller ♦ Foto: Koen Broos

Kristof De Muynck (1970) is een Vlaamse alleskunner. Eerder runde hij twee cafés en ontwierp hij interieurs en kleding. Daarnaast was hij actief in de theater- en reclamewereld. Momenteel is hij eigenaar van een manege en een kapsalon. Dit jaar verscheen zijn debuut Kopvoeter, een zogenaamde boerenroman die zich kenmerkt door metamorfosen, surrealisme en barok taalgebruik. De Muynck: ‘Overlapping van feit en fictie zijn voor mij dagelijkse kost.’

Je hebt een paardenpension, een kapsalon en een tegellijn… En nu heb je ook nog een boek geschreven.
Ik zag het schrijven als een project op zich. Het had net zo goed een toneelstuk kunnen zijn, of verbouwing, of een tentenkamp. Het is maar een vorm. Een boek is maar een vorm. Ik moet wel zeggen dat een boek qua format redelijk lijvig is. Ik ben er langer mee bezig geweest dan ik aanvankelijk gepland had.

Via mijn werk als kostuumontwerper bij het theater ken ik veel acteurs. Er was een idee om samen met Nico Sturm, een bevriende Vlaamse acteur, een theatermonoloog te schrijven. Alleen hebben Nico en ik allebei een baan en een gezin;  we zouden ons tien dagen samen moeten opsluiten om het te kunnen uitvoeren. Toen ben ik maar voor mezelf begonnen. Eigenlijk was het heel bevrijdend om aan het boek te werken, want daardoor had ik een reden om me regelmatig terug te trekken.

In Kopvoeter is een belangrijke rol weggelegd voor Camina, een paardje dat kan transformeren tot mens. De uitbaatster van het café dat zij als mens bezoekt kan evengoed in een paard veranderen. Hebben je werkzaamheden als beheerder van een paardenpension en voorheen een café nog een rol gespeeld in het boek?
Ik denk dat mijn werk zeker onbewust een rol heeft gespeeld, al gebruik ik het concept ‘paard’ niet echt op een concrete manier. Er staat niet in mijn boek hoe je een paard zadelt, of wat een correcte zit is. Het paard was een heel bruikbaar beeld. Paarden spreken erg tot de verbeelding. Denk bijvoorbeeld aan de eerste Portugezen die aan land kwamen in Amerika. De lokale bevolking zag de paarden en ruiters als eenheid, als mythisch wezen.

Mijn jaren als horecaondernemer waren slopend, maar memorabel. Ik zal zeker elementen daaruit hebben gebruikt in het verhaal. Los daarvan was Café De Kat, waar het boek begint, vroeger mijn lievelingscafé. Alle partikels die ik daar voorbij hoorde komen heb ik meegenomen in het verhaal.

Ook vinden er nogal wat gedaantewisselingen plaats.
Misschien is dat onbewust een overblijfsel uit mijn verleden in de toneelwereld. Daar zijn transformaties schering en inslag. Als je als acteur een kostuum aantrekt, of op een bepaalde manier spreekt, ben je de persoon die je pretendeert te zijn. Kinderen snappen dat, die maken die omschakeling heel snel. Zij zijn nog ontvankelijk voor dat soort metamorfosen. Ik denk dat volwassenen dat niet meer kunnen. Wellicht dat het verhaal daarom soms wat hermetisch lijkt.

Over het boek

Kopvoeter verhaalt over Erwin Verschaffel, woonachtig op een boerderij op het Vlaamse platteland. Tegen kost en inwoning bewaakt hij de boerderij, een familie-eigendom waar ook zijn ooms Antoine, Arsène, nichtje Marre en haar dochter Stanzi wonen. Zijn wereld wordt becommentarieerd door zijn overleden oom Modest, die in een kopvoeter is veranderd. Onder het weinig tumultueuze boerenbestaan ligt als een mijn het familiegeheim begraven, dat bij afgaan allerlei verzwegen bloedbanden blootlegt. Dit alles speelt zich af in een mystieke omgeving waarin dieren kunnen veranderen in mensen, en mensen in dieren.

Voor onze Nederlandse lezers: wat is een kopvoeter eigenlijk?
Een kopvoeter is een kindertekening van de allereerste menselijke voorstelling. Het heeft harkvormige ledematen. Het is universeel, herkenbaar. Een soort verkleind hoofd dat ledematen heeft gekregen. Het verhaal speelt zich in een fantasiewereld af, waar dat soort wezens voorkomen.

U houdt zich bij het opvoeren van die fantasiewereld weinig rekening met de lezer, die nietsvermoedend een droomwereld betreedt.
Dat zou best kunnen. Ik moet wel zeggen dat het originele script veel langer was. Voordat het verhaal werd omgezet in een boek is er veel in geknipt. Het heeft daardoor wel een bepaalde snelheid gekregen. Ik vond het ook belangrijk, dat de lezer zich onmiddellijk in die wereld bevindt. Het is als met een filmopname: de belichting is er, het decor staat, de rekwisieten zijn er – de scène kan beginnen. Die vaart geeft een beetje het gevoel van een roes, een trip. Als je vertraagt, is het ook moeilijker om metamorfoses te beschrijven. Daarbij zijn overlapping van fictie en realiteit voor mij dagelijkse kost. Niet dat ik nou de hele dag aan het trippen ben, maar ik ben denk ik minder realistisch ingesteld dan veel andere mensen.

In een opvallende scène bevrucht hoofdpersoon Erwin op aanvraag twee onknappe dochters van een mooie vrouw. In bloemrijk taalgebruik wordt dit beschreven:

 Erwin stuurde de jongste met de kalkoenen naar het aanpalende hokje, waar zij en haar moeder als volleerde poeliers het kuiswerk konden afmaken. De oudste duwde hij op het hakblok, dat net stabiel genoeg was om haar te dragen, en dreef Jan Klaassen door het vleesgordijn haar poppenkast binnen, tot hij het publiek hoorde gillen.

Ja, dat is natuurlijk een compleet over the top getilde akte. Het mooie ervan is dat Erwin in zowel zijn acterende en zijn misbruikte functie wordt geplaatst. Acterend, omdat hij de actie uitvoert, maar misbruikt omdat hij wordt betaald om dit te doen. Erwin zou uit zichzelf geen gemeenschap willen hebben met de lelijke dochters. Hij is dader en slachtoffer tegelijk. Het duidt ook de psyche van het personage: hij is uitvoerend, maar wordt ook zeer onderuit gehaald.

Prooi en jager zijn leidmotief in het boek?
Klopt. In deze scène is Erwin de prooi van de moeder, die hem betaalt om haar dochters te bevruchten. Tegelijkertijd is hij jager, een dader, doordat hij de meisjes penetreert. De meisjes zijn op hun buurt de passieve partij, maar ook weer niet, omdat zij vrijwillig de actie ondergaan. De moeder is schuldig, omdat ze misschien als jong meisje iets is begonnen met een kerel, zwanger is geraakt en later dacht: waar heb ik dit in godsnaam aan te danken? Allen voelen zich schuldig over dingen die ze doen, of juist ondergaan. Schuldgevoel is niet per se gelinkt aan daderschap. Een klassiek voorbeeld daarvan is dat van slachtoffers van seksueel misbruik: zij ervaren vaak een diepgaand schuldgevoel, terwijl zij geen dader zijn.

In feite onderzoekt Kopvoeter de rol van slachtoffer en dader.
Ja, dat is een heel cruciaal element. Je bent eigenlijk de eerste die dat zo lucide uitdrukt.

omslag-kopvoeterDankjewel. Ik vond je boek plezierig om te lezen, al ging het soms een beetje snel met de transformaties.
Dat begrijp ik wel. Men komt direct in de droomwereld terecht, in de REM-periode. Ge krijgt geen voorslaapje.

 

Kristof De Muynck – Kopvoeter
Uitgeverij Polis
ISBN 9789463101332, € 19,95


Monica Preller (1995) studeert taalwetenschap in Leiden en is lid bij een studentenvereniging waar meer wordt gegamed dan gedronken. Ze schrijft voor universiteitskrant Mare, historischeverhalen.nl, de nieuwsbrief van de Honours Academy en zichzelf. Lees hier meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s