De Nacht van Kunst & Kennis

Door: Monica Preller

Zaterdag  17 september vormde universiteitsstad Leiden het toneel voor de Nacht van Kunst & Kennis, een veelomvattend evenement waarbij wetenschap en cultuur centraal staan. Op verschillende locaties door de hele stad vonden prikkelende optredens plaats. Tussen interviews met bekende Nederlanders, een virtual reality-demonstratie en een lezing over circulaire economie was er ruimte voor enkele woordkunstenaars.

De Nacht van Kunst & Kennis is een groots opgezet gebeuren. Al een maand voor de Nacht plaatsvindt, hangen er posters in schuifpanelen door heel Leiden. Gedurende één nacht konden bezoekers zich onderdompelen in de diversiteit aan culturele en wetenschappelijke invloeden die de stad rijk is.

Hiphop van Dichter in de Hortus
Het optreden van rapper Dichter lijkt van de muzikale acts het meest te raken aan woordkunst. Volgens het programmaboekje probeert Dichter ‘een brug te slaan tussen hiphop en kunst’. Deze opmerking zou in sommige circuits de wenkbrauwen doen fronsen: er wordt hier immers vanuit gegaan dat hiphop en kunst twee verschillende dingen zijn, iets dat door artiesten als Opgezwolle en Typhoon reeds is ontkracht.

Een mooiere locatie is er voor Dichter waarschijnlijk niet. Naast het pad van universiteitstuin Hortus Botanicus is een podium opgezet voor de artiest. Het tijdstip – zeven uur ‘s avonds – is voor hem wellicht iets ongelukkiger uitgekozen: door de vroegte zijn er nog niet bijzonder veel mensen op de been. Gelukkig is er een tiental bezoekers dat nieuwsgierig en geduldig genoeg is om te komen luisteren.

Het eerste nummer ‘Voor één nacht’ gaat over een onenightstand. Het is niet in staat om het publiek op te zwepen en mee te nemen. Ietwat terughoudend staan de toeschouwers enkele meters van het podium, maar Dichter gaat onvermoeibaar door met zijn volgende nummer. Live lijkt zijn muziek van opvallend genoeg voor een mainstreamluisteraar meer met pop van doen te hebben dan met hiphop. De geluidseffecten zijn wat lichter dan wat je bij een dergelijk genre zou verwachten, en de teksten zijn weinig diepgaand:

Alleen al hoe je loopt

Je bent een wandelende dood

Je favoriete kleur is rood

 (…)

Altijd daar, voor mij voor mij

Blauwe ogen, vogelvrij

Groot hart, altijd contact

Geen liefde, wat is dat

(Uit ‘Blonde dood’)

De tekst van ‘Toen het licht uit was’ valt op. Hier neigt Dichter naar meer gelaagdheid en poëzie. In tweede persoon enkelvoud vertelt de zanger van Ethiopische komaf zijn levensverhaal.

Dat zoiets kleins

Zo snel kan groeien

Dat zoiets fijns

Je bang laat voelen

Van doe je het wel goed

Ben je niet te hard

Is het wel genoeg

En is het niet te zwak

(…)

Prachtig mensen vragen wat je zag

De eerste stap op camera vastgelegd

Het eerste woord dat gebrekkig nog wordt gezegd

De eerste glimlach die de wereld redt

Uiteindelijk lukt het Dichter niet echt om de toeschouwers mee te slepen. Aan zijn energie ligt het niet: enthousiast beweegt de artiest over het toneel, en hoewel hij geen podiumtijger is die het podium verslindt, oogt hij erg sympathiek.

Minimalisme van Aafke Romeijn in het Academiegebouw
Het optreden van Aafke Romeijn is van een heel andere orde. In het Klein Auditorium in het Academiegebouw – wederom een toplocatie – brengt zij zes nummers ten gehore.

Haar eerste nummer, ‘Bindt’, gaat over de tijd dat Romeijn lesgaf op een gymnasium. Haar observaties zijn voor het publiek pijnlijk herkenbaar.

Vertel me in welk lokaal je zit

En ik zeg je wie je bent

Vertel me, hoe je je les begint

En ik teken je uit

Een klap in je handen, een blik op de klok

Bijna half negen, je pakt je mok

Een slok lauwe koffie, draai je om naar het bord

Nog even doen alsof je ze niet hoort

Dit is wie je bent

Dit is waar je woont

Dit is wat je eet

Dit is jouw gewoonte

Het tweede nummer, ‘Haider’, is evenzeer gedempt treurig. De teksten zijn inhoudelijk diep, en roepen emoties op zonder deze te benoemen.

Romeijn behoudt een zekere afstand tot het publiek. Hoewel dit af en toe een beetje theatraal overkomt, past het bij de minimalistische stijl van haar muziek. Haar droge humor zorgt voor een komische noot. Met monotone stem verklaart ze het nummer ‘Kalasjnikov’ te hebben geschreven voor een collega op school waar ze het minder goed mee kon vinden. Als ze zingt valt deze monotonie echter weg, en klinkt haar stem helder en soepel als water.

Als laatste speelt Romeijn een cover van ‘Huilend naar de club’, een nummer dat oorspronkelijk van De Jeugd van Tegenwoordig is. De bescheidenheid van Romeijns uitvoering maakt het nummer wellicht meer emotioneel beladen dan de oorspronkelijke versie. De zaal luistert geboeid, de stilte is meer dan beleefd. Als de zangeres dit laatste nummer afrondt klinkt groot applaus.

Tijdens de geplande acts zijn er ook nog permanente activiteiten gaande. Zo staat er beneden in het Academiegebouw een virtual reality-set waarmee het bezoekers op zoek kunnen gaan naar dinosaurussen, of Tinder in real life mee kunnen maken. Ondertussen pendelen er door de gracht bootjes van de organisatie tussen de locaties. In poppodium Gebroeders de Nobel geven wetenschappers en andere professionals baan lezingen over uiteenlopende onderwerpen als dood, seks en drugs, terwijl in de hortus Blauwe Uur wonderlijke lichtpatronen op de bomen laat verschijnen. Bovendien kunnen bezoekers in Museum Volkenkunde deelnemen aan een workshop voor Chinese schilderkunst en kan het publiek in de Leidse Schouwburg aan de slag met het verrijken van de Nederlandse taal door woorden te bedenken voor het Taalmuseum.

Wetenschapscommunicatie met Ionica Smeets
Het interview van presentator Art Rooijakkers met hoogleraar wetenschapscommunicatie Ionica Smeets is misschien wel het meest geslaagde voorbeeld van de combinatie ‘wetenschap en cultuur’.  In een afgeladen Schouwburg vertelt Smeets over het koppelen van wiskunde aan alfawetenschap. Het is zeer belangrijk om als wetenschapper goed over je onderzoek te kunnen communiceren, zo vertelt Smeets, omdat dit je in staat stelt om het belang ervan over te brengen aan een groter publiek. Geen bijzonder mediageniek gespreksonderwerp, maar door de gevatte antwoorden van Smeets en de opzet van het gesprek – geïllustreerd door videofragmenten – is het goed te behappen.

De Nacht van Kunst & Kennis is een groot project, maar het is zeer de moeite waard. Door de diversiteit aan optredens is er voor ieder wat wils. De organisatie heeft cultuur en wetenschap goed weten te combineren door de juiste sprekers, artiesten en onderwerpen te kiezen. Daarnaast verwacht men bij een dergelijk project belemmeringen of uitval, maar dat was bij dit evenement niet aan de orde. Er is nog veel dat de Nacht ons kan leren.


Monica Preller (1995) studeert taalwetenschap in Leiden en is lid bij een studentenvereniging waar meer wordt gegamed dan gedronken. Ze schrijft voor universiteitskrant Mare, historischeverhalen.nl, de nieuwsbrief van de Honours Academy en zichzelf. Lees hier meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s