Gedichten

Door: Merel van Slobbe ♦ Illustratie: Minke Schönthaler


Zoals maïs

ik vouw mezelf dubbel ter hoogte van mijn navel
en denk aan papier, hoe je het nooit meer dan zeven keer
om kunt vouwen, bij een mens eenmaal soms al te veel.
Als de kreukels diep genoeg zijn scheurt alles.

Hoe ik wilde dat ik judo had gedaan zodat ik
beter was in vallen. Niet langer zou barsten
als een rauw ei op asfalt, in plaats daarvan alleen
nog koprollen zou maken.

Er was een vrouw die de stoeptegels aaide
alsof het haar baby was, de straat in haar armen nam
zacht wiegend dacht de zwaartekracht
te slim af te zijn.

Er was een film die werd teruggespoeld.
Iemand die zei: kijk, vallen is ook maar gewoon
opstaan in een andere volgorde.

Zoals maïs in een pan de deksel tegemoet valt
met zachte knallen openbarst.

 

Badschuim

hoe je zout op een slak deed, alleen het huisje
overbleef, de slak zelf een natte plek op het asfalt
dat ik dacht: misschien maar beter zo
dan andersom.

Hoe ik de stelling van Pythagoras ken
maar niemand me ooit heeft verteld dat
als je eenmaal de hoek om bent je nooit meer
voor altijd thuis kunt zijn gebleven.

Mijn rijinstructeur zei: kijk niet naar de auto’s maar
naar de ruimtes ertussen, bij het invoegen lijkt het
of niets past maar de wereld krult zich om je heen
als schuim in het bad, zoals glowsticks moeten breken
voordat ze licht gaan geven, dus breek mijn botten maar
dan eet ik nog wat
calcium.

 

Zandkastelen

de bomen voor mijn huis zijn kaler geschoren dan
met mijn benen gelukt is. Ik probeer het extra licht te vangen
maar vang alleen flarden van gesprekken op
zacht genoeg om nog over alles te kunnen gaan.

Sommige mensen zien overal drukke autowegen
blijven naar links en rechts kijken zonder ooit echt
over te steken en praten alleen over altijd na teveel
rode wijn. Wie dronken is gelooft makkelijker
dat het uitmaakt wat je zegt.

Mensen met meer potloden dan pennen in de keukenla zodat alles
om ze heen uit kladpapier kan bestaan en liever dan beton bouw ik met zand
dingen op, voor altijd bang voor vloed maar dat zijn we allemaal
en ik wil alleen maar zacht genoeg zijn
om nog over alles te kunnen gaan.


Merel van Slobbe (1992) schrijft gedichten en verhalen. Toen ze tien jaar oud was won ze een dichtwedstrijd over koeien en sindsdien koestert ze grote literaire ambities. Tegenwoordig is ze de campusdichter van de Radboud Universiteit in Nijmegen, waar ze ook filosofie studeert.

 

 

 

 

 

Een gedachte over “Gedichten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s