Bob Dylan of de grenzen van de literatuur

Door: Leen Verheyen

Dat Bob Dylan op 13 oktober bekroond werd met de Nobelprijs voor de Literatuur, was een verrassing en tegelijkertijd toch niet. Dylans naam circuleerde al jaren als mogelijke kanshebber. Maar om evidente redenen lijkt de keuze toch niet vanzelfsprekend: Dylan is een muzikant en de teksten die hij schrijft zijn liedteksten. Met deze toekenning zoekt de jury van de Nobelprijs dan ook de grenzen van de literatuur op.

Dat is overigens niet de eerste keer. Met Henri Bergson, Bertrand Russell en Winston Churchill werden in het verleden reeds filosofen en een politicus bekroond met de literaire prijs. (Ook de filosofen Albert Camus en Jean-Paul Sartre kregen de onderscheiding, maar hun oeuvre bevat naast filosofische teksten ook meer traditionele literaire teksten zoals romans en theaterteksten. Sartre weigerde de prijs overigens). Door de prijs nu toe te kennen aan een songschrijver, lijkt er echter opnieuw een grens te worden verlegd. Het vormt daarom de ideale gelegenheid om nog eens stil te staan bij de vraag wat literatuur nu eigenlijk precies is en waaraan een werk of een oeuvre dient te voldoen om als literatuur beschouwd te worden.

De kritiek die vanuit de literaire wereld op deze toekenning wordt geformuleerd, toont aan dat zelfs schrijvers het moeilijk vinden precies te verwoorden waarom bepaalde genres wel en andere niet als literatuur kunnen worden beschouwd. Schrijfster Kristien Hemmerechts mocht in een interview bijvoorbeeld verklaren dat ze de toekenning van de prijs ‘bijna een belediging vond tegenover schrijvers’, want er zijn ‘zoveel interessante, boeiende schrijvers die uren en uren werken aan hun teksten.’ Hemmerechts insinueert zo dat het schrijven van een songtekst weinig moeite kost, dat songschrijvers hun teksten simpelweg uit hun mouw schudden. Dit is uiteraard een misvatting: een sterke songtekst is vaak wel degelijk het resultaat van een proces van schrappen en herschrijven en vereist net zozeer een zeker vakmanschap als het schrijven van een gedicht of roman.

Schrijvers als Peter Terrin en Jeroen Olyslaegers formuleerden meer gefundeerde kritieken, die niet zozeer het vakmanschap van Dylan of de poëtische zeggingskracht van zijn teksten in twijfel trekken, maar eerder de fundamentele vraag stellen of een songtekst wel als een literair genre beschouwd kan worden. Het voornaamste argument dat zij aandragen is dat songteksten niet op zichzelf staan. Ze zijn geschreven om gezongen te worden, ze hebben muziek nodig om helemaal tot hun recht te komen. Peter Terrin vergeleek songteksten daarom met filmdialogen: ook deze komen pas tot hun recht wanneer ze uitgesproken worden door die bepaalde personages in die bepaalde setting. De bewering dat een tekst op zichzelf dient te staan om als literatuur erkend te worden, is echter om twee redenen problematisch.

In de eerste plaats is er het tegenvoorbeeld van theaterteksten. Ook deze zijn in eerste instantie bedoeld om geënsceneerd te worden. Uiteraard bestaan er ook tekstuitgaven van theaterteksten en zullen weinig mensen ontkennen dat een theatertekst van William Shakespeare, Samuel Beckett of Tom Lanoye als literatuur erkend moet worden. Toch besluiten de meeste mensen waarschijnlijk eerder een theatervoorstelling te bezoeken dan de theatertekst te lezen, wat niet vreemd is, want daar is die tekst ook voor bedoeld.

Daarnaast laat ook de literatuurgeschiedenis zelf zien dat liedteksten wel degelijk tot de literaire canon behoren. Teksten uit de Klassieke Oudheid of de Middeleeuwen die we vandaag als poëzie lezen, werden in hun eigen tijd gezongen of met instrumentale begeleiding uitgevoerd. In die zin is de songschrijver van vandaag misschien wel net zozeer geworteld in de literaire traditie als de dichter of romanschrijver.

In ieder geval blijft het moeilijk een sluitende definitie te geven van wat literatuur is. In de literatuurfilosofie is dit een interessant vraagstuk waarop heel uiteenlopende antwoorden worden geformuleerd. Eén van die antwoorden is om literatuur te beschouwen als een open concept en daarbij gebruik te maken van het begrip ‘familiegelijkenis’. Net zoals sommige leden van een familie bijvoorbeeld eenzelfde herkenbare neus hebben en andere dan weer dezelfde haarkleur delen zonder dat de hele familie eenzelfde specifieke kenmerk deelt − zo kunnen we bepaalde concepten begrijpen als een verzameling van elementen die op verschillende vlakken gelijkenissen en overlappingen vertonen, zonder dat er één essentieel gemeenschappelijk kenmerk aangeduid kan worden. Volgens sommige filosofen kunnen we ook het begrip ‘literatuur’ begrijpen via familiegelijkenis. Omdat liedteksten, filosofische en retorische teksten belangrijke kenmerken delen met andere literaire teksten, zoals beeldend taalgebruik of een doordacht plot, kunnen we ook dit soort teksten als literatuur waarderen. Een songtekst is dan literatuur omdat hij bepaalde kenmerken bezit die we waarderen in bijvoorbeeld poëzie, zoals metrum, zeggingskracht of beeldspraak of omdat hij, als een kortverhaal, in weinig woorden een heel verhaal vertelt.

Dat maakt een songtekst echter nog geen poëzie. Een liedtekst kan poëtisch worden genoemd, net zoals gedichten muzikaal of beeldend kunnen zijn. Maar liedteksten poëzie noemen, doet afbreuk aan beide genres. Als we liedteksten aan poëzie meten kan men inderdaad gemakkelijk concluderen dat liedteksten niet de erkenning van poëzie verdienen − ze beschikken immers niet over dezelfde zelfstandigheid en vrijheid. Dit zegt echter niets over de waarde van liedteksten, want we meten de waarde van een gedicht ook niet af aan de regels van het songschrijven. Erkennen dat een liedtekst literatuur kan zijn, betekent dan ook dat we het niet als poëzie moeten beschouwen, maar net dat het als eigen genre aandacht verdient. En misschien is dat wel net de verdienste waarvoor Dylan bekroond mocht worden: niet dat hij poëzie schreef op muziek, maar dat hij teksten schreef die laten zien dat liedteksten het verdienen als een literair genre erkend te worden.


Leen Verheyen is filosofe en schrijfster. Ze is als aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen verbonden aan het Centrum voor Europese Filosofie van de Universiteit Antwerpen waar ze onderzoek doet naar de manier waarop literaire fictie onze blik op de wereld vormgeeft. Daarnaast schrijft ze theaterteksten, poëzie en proza. Haar kortverhaal Sebastiaan werd opgenomen in de bloemlezing Print is dead. Nieuwe schrijvers uit Vlaanderen. Lees hier meer artikelen van haar hand.

Een gedachte over “Bob Dylan of de grenzen van de literatuur

  1. Ooit verscheen in de STANDAARD een vol blad met liedteksten en poëzie door elkaar. De lezer werd gevraagd de ‘echte’ gedichten te onderscheiden van de liedteksten op basis van hun literaire waarde. Ik ben er alleszins maar zeer gedeeltelijk in geslaagd en heb enkele liedjesteksten onder literatuur geplaatst.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s