Hoe wordt iemand mens?

Door: Yi Fong Au ♦ Foto: Irwan Droog

Roos van Rijswijk (1985) debuteerde in februari 2016 met de roman Onheilig (Querido) en won daarmee de Anton Wachterprijs 2016. Ook is ze redactielid van het literair tijdschrift Tirade en initiatiefnemer van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Over haar eigen werk zegt ze: ‘Ik schrijf vanuit de vraag: hoe beweegt een ander zich door het leven.’ Yi Fong Au sprak haar over het ontstaan en schrijven van de roman, de boeken die ze las en het geloofwaardig neerzetten van een karakter dat worstelt met de dood.

 Het ontstaan
Het idee voor de roman ontstond tijdens een vakantie in de Duitse plaats Nieheim: ‘Het is een beetje een aangeharkt stadje. Zo op het oog vrij rijk, wit ook. Het is daar heel mooi: het stadje, de omgeving, de eindeloze graanvelden. Er waren overal fruitbomen.’ Ze zag twee mannen kersen plukken. Die scène vormde de aanleiding voor het schrijven van een kort verhaal dat uiteindelijk uitgroeide tot een roman.

Roos van Rijswijk publiceerde al geruime tijd korte verhalen, blogs, toneelteksten en columns. Ze werd door verschillende uitgeverijen benaderd, maar wilde wachten op het juiste verhaal. ‘Ik heb vrij lang gewacht met het tekenen van een contract. Ik wist niet of ik het kon en ook niet of ik de tijd zou hebben. Maar met dit verhaal dacht ik: “Er zit wat in. Ik ga tekenen.” Ik had eigenlijk maar één voorwaarde, namelijk dat ik tijd zou krijgen. Het boek is uiteindelijk maar een half jaar later dan gepland uitgekomen.’

De roman Onheilig werd met lovende kritieken ontvangen en is recentelijk bekroond met de Anton-Wachterprijs. Het verhaal draait om de relatie − of eerder het gebrek aan een relatie − tussen Angelique, die stervende is, en haar zoon Miguel, die met de simpele Jorge een onbekommerd leven leidt in het  Duitse plaatsje Nieheim. Angelique heeft haar zoon al twee jaar niet gezien en zoekt contact. Wat opvalt is de fijnzinnige en ongeromanticeerde weergave van dit gegeven. Een voor de hand liggende apotheose, in de vorm van een ontmoeting tussen de twee, blijft uit.

Van Rijswijk koos dit onderwerp júíst omdat niet te dicht bij haar lag − zodat ze kon gaan verkennen: ‘Wat ik fascinerend vond is dat mensen zó ontzettend verbaasd waren dat het over een oudere vrouw en een jongeman gaat. Twee mensen die ik niet ben. Aan de ene kant geldt write what you know hier natuurlijk ook voor. Niet in de zin dat ik een oude stervende vrouw ben, maar iedereen stelt zich weleens voor: “God, wat als ik doodziek ben.” Aan de andere kant had ik op dit moment totaal niet de behoefte om te schrijven over een jonge vrouw in Amsterdam. Ik schrijf natuurlijk al columns en blogs over mezelf, misschien ietwat gefictionaliseerd. Een heel boek over iemand die erg op mij lijkt, leek mij niet zo boeiend om te lezen − tenzij iemand het heel goed doet natuurlijk. Ik lees zelf ook graag over dingen die ik niet ken.’

De roman is een uitstekend medium om onbekende thematiek of personages te verkennen: ‘Ik heb natuurlijk wel mensen gekend die écht  zo zijn als die moeder. Dat houdt me dan bezig: hoe kan iemand zo ontzettend op zichzelf gericht zijn? Hoe kan iemand zo de verantwoordelijkheid loslaten en denken dat anderen het wel oplossen?Dit wilde ik uitdiepen, en het beeld van die vrouw nuanceren. Ik denk dat een roman zich daar bij uitstek voor leent.’

Personages en hun dood
Hoe ga je geloofwaardig om met een thema als de dood? En in het bijzonder, hoe zet je geloofwaardig personages neer die op het punt staan om te sterven? Een van de inzichten die voor Van Rijswijk centraal stond was dat de dood in feite voor zowel continuïteit als verandering zorgt. Een stervend persoon wordt niet ineens een wassen beeld, hij of zij komt enkel in een nieuwe situatie geplaatst waarmee hij om moet leren gaan: “Best veel mensen in mijn omgeving zijn gestorven, en je kunt dan niet doen alsof alles normaal is. Maar het lijkt me dat het voor die mensen ook vervelend is als iedereen op kousenvoetjes om ze heen sluipt.”

Voor het karakter van de moeder heeft Van Rijswijk uitvoerig onderzoek gedaan. Om zichzelf in haar personage te kunnen verplaatsen las ze boeken als Leven met pistool op tafel van Wolfgang Herrndorf: ‘Dat is een dagboek van een man die stervende is. Het is prachtig en hartverscheurend en bij vlagen ook heel grappig. Het is een schrijver die zijn eigen stervensproces bijhield en die al in een heel vroeg stadium besloot: ik wil er zelf een eind aan maken. Hij had een pistool en een vriend van hem had kogels. En toen het moment daar was heeft hij zich aan de oever van de Spree door zijn kop geknald.’

Van Rijswijk vroeg zich af: ‘Hoe kijkt iemand naar het leven als hij weet dat hij er niet meer zal zijn? Hoe blijft iemand mens? Want je leest niet: Het dagboek van dé Stervende Mens. Nee, je leest het dagboek van Wolfgang Herrndorf die dood gaat. Behalve dat hij wat melancholischer wordt, en héél erg bang af en toe, blijft hij gewoon zichzelf. Dit was ook mijn uitgangspunt toen ik begon met schrijven over Angelique. Het moet geen zielige vrouw zijn die teer, broos en liefdevol ligt weg te kwijnen. Daar heb je geen roman aan.’

‘Ik denk dat meer mensen die sterven gewoon hun eigen nare zelf blijven − of hun eigen prachtige zelf, hangt er maar net vanaf.’ Dat geldt ook voor Angelique, wiens kant van het verhaal wordt verteld in een reeks brieven aan haar psychiater Jacoba. In deze brieven laat ze zich op een venijnige, maar ook vermakelijke en eerlijke manier uit over de mensen om zich heen, haar eigen conditie en haar leven. De fascinatie van de lezer voor Angelique ligt misschien ook wel in deze volledige overgave van het karakter. Je ziet een persoon die, op weg naar het einde, zichzelf helemaal blootgeeft. Wat zich openbaart is niet per se mooi of bewonderenswaardig, maar wel écht.

Schrijvers zijn lezers
Tussen idee en publicatie heeft het verhaal een lange weg afgelegd. Zo ging Onheilig aanvankelijk alleen over de karakters Miguel en Jorge: ‘Eigenlijk was die moeder nog geen personage. Ik heb heel lang met die twee zitten kloten, haha! Pas na een jaar kwam ik erachter dat die moeder erbij moest, werd het duidelijk dat het met alleen die twee jongens niet kon.’

Het uitschrijven van een verhaal tot een roman was een lang proces. Onderweg maakte ze zich romantechnische vaardigheden eigen, zoals: hoe krijg je een personage uit een ruimte? ‘Dat is echt lastig! Ik heb een paar dagen besteed aan het leren hoe personages bewegen. Letterlijk. Mijn personages stonden heel erg op één plek en dan praatten ze met elkaar. Of zaten ergens en zagen dan iets. Het viel me ontzettend tegen. Dus heb ik personages met een metro ergens naartoe laten gaan. Ik heb ze laten wandelen, en ze hun huis in en uit laten gaan.’

Voor veel schrijftechnische problemen vond Van Rijswijk ook inzichten bij schrijvers die ze bewondert: ‘Ik durfde niet zo goed in de hoofden van personages te gaan zitten − tot ik Cunningham las, en zag:  “O, hij doet niets anders!” Ik vond het ook moeilijk om de tijd nemen voor dingen. Ik schrijf vooral korte verhalen, en dat is heel compact. Dat gaat uit van één situatie of gebeurtenis, en een beperkt aantal personages. Dus ik was altijd heel snel klaar, haha! Het uitspinnen van handelingen, wat meer tijd nemen voor mijn personages en wat meer ruimte voor beschrijving van ruimte,  dat is iets wat ik heb moeten leren. En wat ik volgens sommigen nog steeds niet onder de knie heb, het is allemaal nog net iets te gecomprimeerd.’

Het werk van Gerard Reve bood inspiratie voor de briefvorm van de roman, een vormkeuze die aansluit op haar personage: ‘Het was niet bewust dat ik Reve ging lezen. Ik kende bijna niets van hem en toen heb ik op een blauwe maandag de brieven van Reve aan Carmiggelt uit de kast gehaald. De vorm en dat vileine van Reve, in combinatie met het mooie taalgebruik, heb ik een beetje overgenomen voor de moeder. Ze schreef eerst dagboeken, maar daar miste iets.  Het gaat om een dramatisch aangelegde vrouw die graag publiek wil. De brief was een logischer medium omdat het altijd aan iemand gericht is.’

Belangrijke criteria voor Van Rijswijk zijn geloofwaardigheid en leesritme. Ze ontwikkelde gevoel daarvoor door veel te lezen: ‘Ik schrijf iets  en vraag me dan af: “Zou ik dit geloven?” Jij kent natuurlijk ook momenten dat je een boek leest en denkt: “Jáá hóór!” Dat wil je dus niet hebben als je je eigen werk terugleest. Teruglezen doe ik bovendien hardop. Als ik struikel over zinnen of haper laat ik ze niet staan. De taal moet mooi verzorgd zijn.’

‘Ook moet de lezer de ruimte worden gelaten om zelf dingen in te vullen, om zijn eigen gedachtes ergens over te vormen. Boeken waarin alles tot op de centimeter is uitgelegd en boeken met een overduidelijke moraal, daar kan ik heel weinig mee.’

Terug in Nieheim
Een jaar geleden reisde Van Rijswijk terug naar Nieheim om de roman af te maken. Haar verblijf had praktische overwegingen: ze ging op zoek naar de plekken waar haar personages zouden kunnen rondlopen. ‘De laatste keer ben ik daar een week geweest, en ben ik gaan kijken waar Miguel zou kunnen wonen. Ik vond toen een hutje, op een plek waar zijn huis zou kunnen staan. Je hoeft niet éxact op te schrijven wat je ziet. Als je een omslag-onheiligplattegrond van Nieheim zou maken naar aanleiding van het boek, zou die niet kloppen. In een roman kun je dingen wijzigen of weglaten, gewoon omdat het je beter uitkomt. Omdat iemand ergens heen moet kunnen lopen in plaats van met de fiets.’

‘Ik heb me obsessief opgesloten in het pension en schreef daar acht uur per dag. Ik had tot op het laatste moment geen idee waar het heen ging. Je hebt mensen die een heel schema maken en dat met proza invullen. En dat klinkt veel simpeler dan het is, want ik kan dat dus niet. Als ik schrijf lijkt het wel alsof er een heel ander deel van mijn hersens gaat werken. Het verhaal-vertellende deel.


Yi Fong Au (1989) studeert Literatuurwetenschap en Vertaalwetenschap aan de Universiteit Leiden. Hij schrijft proza en poëzie, en publiceerde o.a. in Het Liegend Konijn en het literair e-zine Meander. Werk van hem is opgenomen in de poëziebloemlezing Alles Staat Nog Op Zijn Plaats (2010). Lees meer van Yi Fong Au.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s