Spreken en luisteren

Door: Elske Jacobs

Wie spreekt van ‘dierlijke emoties’ wordt al snel weggezet als geitenwollen sok. Ook de manier waarop mensen hun gedachten uiten en gevoelens kenbaar maken wordt beschouwd als een volstrekt uniek vermogen binnen het dierenrijk. Eva Meijer verdiepte zich voor haar derde roman Het vogelhuis in het leven van Gwendolen Howard (1894 – 1973), een muzikante en schrijfster van opmerkelijke vogelstudies, en laat zien dat daar best wat op af te dingen valt.

De jonge Gwendolen (Len) groeit op in Wales, waar ze al op jonge leeftijd de gasten van haar vader, schrijver Henry Newman Howard, vermaakt met haar vioolspel op de muziekavonden die hij organiseert. Ze blijkt erg getalenteerd, maar lijkt zich weinig op haar plek te voelen in grote gezelschappen. Ze brengt haar tijd liever door met de tamme kraai die ze Charlie gedoopt heeft. Ook wanneer ze – onder luid protest van haar moeder – naar Londen vertrekt voor een studie aan het conservatorium, lijkt ze haar draai maar moeilijk te vinden. Pas wanneer ze zich terugtrekt in het vogelhuis in het dorpje Ditchling, lijkt ze haar plek gevonden te hebben.

Het is niet moeilijk Gwendolen Howard te reduceren tot karikatuur. Haar onderzoek naar het gedrag van koolmezen op basis van wederzijds vertrouwen (en in haar ogen misschien zelfs vriendschap) werd meermaals afgedaan als amateuristisch, en haar teruggetrokken bestaan leverde haar de stempel wereldvreemd op: onbekenden liet ze nauwelijks toe op haar terrein en op een goede dag kon je haar door de velden zien lopen met vogels op haar armen en hoofd.

Eva Meijer omzeilt echter iedere vorm van stereotypering en brengt met groot invoelend vermogen een personage tot leven dat kwetsbaar is en sterk tegelijk, een vrouw die – niet vanwege de tegenslagen in haar leven maar vanuit een enorme fascinatie voor vogels – de eenzaamheid verkiest zonder meelijwekkend te worden. Zeker, op jonge leeftijd liep haar vertrouwen in menselijke relaties een paar flinke deuken op. Zo verkiest haar jeugdliefde Paul haar nichtje boven haar. Dit ontdekt ze tijdens een zwemuitje, wanneer ze hen samen aantreft op een afgelegen veldje. Meijer weet het hartzeer van een jong meisje in enkele prachtige zinnen te vatten, wars van puberale pathetiek:

Ik loop op een drafje langs mijn ouders, zodat ze mijn tranen niet kunnen zien, trek mijn jurk uit en spring in mijn onderjurk het water in, zwem onder water naar de anderen. […] Ik zwem een rondje om de boot en stel me voor dat het gat in mijn borst vol met water loopt. Als ik de rest daarna de rivier uit volg ben ik vloeibaar.

Later, wanneer ze haar familie achter heeft gelaten om zich in Londen te vestigen, wordt ze keer op keer teleurgesteld door haar geliefde Thomas, een kunstenaar die zich niet kan binden. Toch is ook haar eigen afstandelijke houding veelzeggend, en waarom kiest ze ervoor vrijwel ieder contact met haar familie te verbreken? Haar zelfverkozen isolement lijkt niet voort te komen uit een sociaal onvermogen: al snel blijkt Len een fijngevoelig personage, in het bezit van een sterk ontwikkeld gehoor én inlevingsvermogen. Dit maakt haar tot de beste speler in haar muziekgezelschap, en stelt haar in staat de meest subtiele gebaren en geluiden van haar geliefde vogels te analyseren.

Eva Meijer is filosofe, muzikante en schrijfster. Eerder dit jaar verscheen van haar hand Dierentalen, waarin ze aantoont dat er vele vormen van ‘praten’ bestaan en dat dieren een veel sterker ontwikkelde aanleg voor communicatie hebben dan wij hen toedichten. We verstaan ze niet, maar misschien zegt vooral iets over ons vermogen om te luisteren. Misschien is slechts een enkeling als Gwendolen Howard daar écht toe in staat. Met haar vogels bouwt ze in Ditchling een sterke band op, zo valt te lezen in de aantekeningen die als intermezzo’s de hoofdstukken over haar jeugd en tijd in Londen afwisselen. De koolmezen krijgen een naam, bijna menselijke karaktertrekken en door middel van spelletjes en oefeningen wint Len hun vertrouwen en leert ze met hen communiceren – misschien op een veel oprechter niveau dan mogelijk is met haar medemens.

In zekere zin is Het vogelhuis dus een roman over talen, en ook Meijer zelf toont zich een schrijfster met een sterk beeldend vermogen. Haar stijl is vindingrijk zonder kunstmatig of geforceerd te worden, met name in de passages die de dynamiek tussen beweging en geluid uitlichten. Zoals wanneer Len in haar ouderlijk in slaap valt met haar kraai aan haar zijde:

Hij blijft in de kamer tot ik slaap. Ik word bijna wakker van de slag van zijn vleugels als hij vertrekt, een zwarte kras over mijn droom.

Het vliegen, de ruis, het geluid, een kras over een droom als over een langspeelplaat of de kras van de kraai die luid genoeg is om opgemerkt te worden, maar ook zo vertrouwd dat Gwendolen er niet meer wakker van schrikt – het zijn dit soort elementen die uitnodigen tot kort pauzeren en herlezen. Eva Meijer maakt geluid bijna tastbaar, en creëert via de muziek en de vogelstudies een personage met wie je wel móét meevoelen:omslag-vogelhuis

Binnen pak ik de viool en zoek ik met mijn vingers naar wat ik voel. Ik speel tot het over is. Als ik goed mijn best doe, kom ik terecht.

Eva Meijer – Het vogelhuis
Uitgeverij Cossee
ISBN 9789059366695, € 18,95

 


Elske Jacobs (1989) is hoofdredacteur van Passionate Platform en projectmedewerker voor Write Now!  Lees meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s