Kankeren tot alles kapot is

Door: Bart Smout ♦ Foto: Carine Weve

Kankeren tot kunst verheffen, laat dat maar aan Harry Vaandrager over. Het leven is er om vervloekt te worden, dus trekt de Rotterdamse schrijver in zijn nieuwste worp Maskerade opnieuw hard van leer. ‘Ja moeder, het is lastig in deze wereld te leven. Ik weet ‘t.  Vernederend ook. Bekend, het is een labberlottige knoeizooi. Een bloedverziekende gruwel.’

Vaandrager is een opmerkelijk figuur. Een grillige schrijver met een grillige carrière. Hij debuteerde in 1978 met de dichtbundel Langs toendra’s. Daarna werd het stil. Totdat hij op 55-jarige leeftijd in 2011 opnieuw debuteerde, dit keer als romancier, met Aan barrels. Een titel die gerust als Vaandragers persoonlijke partijprogramma gezien mag worden. Aan barrels viel op. De zwarte kaft met grote witte letters, de pagina’s vol destructief taalgebruik, die de lezer onophoudelijk in het gezicht slaan. Zinnen die niet aaibaar zijn, proza dat niet in de pas loopt: het romandebuut van Vaandrager was aangenaam stekelig en recalcitrant. Opvolger Koprot trok die lijn door en nu ligt Maskerade in de schappen.

Ook in Maskerade is de taal weer een sloophamer, gehanteerd door drie verschillende vertellers. Ada verzorgt een voor- en nawoord. Zij vormt het kader waarbinnen de verhalen van de broers Bob en Ben Boëtius zich afspelen. Bob is schilder, Ben is zijn ongeboren tweelingbroer, die als foetus in de donkere buik van hun moeder zit:

Weet je nog toen jij hier ook was, hoe we als gekken tekeer gingen tegen alles wat we opvingen uit de wereld? Overtuigd voor altijd te blijven waar we waren? Maar jij moest uiteindelijk zo nodig geboren worden. Lafbek.

Lezers die op zoek zijn naar herkenbare hoofdpersonen waar ze zich fijn mee kunnen identificeren, kunnen Maskerade beter mijden. Ada, Bob en Ben zijn geen ronde personages. Ze zijn eerder stemmen uit een schimmenrijk die om elkaar heen dansen. Vraag is of ze überhaupt bestaan of dat ze elkaar verzinnen, niet meer zijn dan maskers die worden opgezet en afgezet. Van een plot of rationeel te volgen verhaallijn is evenmin sprake. Maar dat wil niet zeggen dat de stemmen niet verbonden zijn, of dat Vaandrager zomaar wat in het rond tiert.

Een afkeer van het leven hebben de personages sowieso met elkaar gemeen. Ada windt er in haar voorwoord geen doekjes om:

Uitgeput ben ik. Af- en uitgeleefd. Op naar de gloria. Ik bungel aan de vleeshaak van de tijd. Maar wee mij niet. Het graf lacht me toe. Lang zal het niet duren eer ik volledig gestorven ben. Prijs de dag dat ik van het leven genezen zal zijn.

Waarom zou je het bestaan überhaupt verheerlijken, die trage en pijnlijke weg naar de ondergang? In een prachtige passage weet Bob het zeker: leven is niks anders dan langzaam sterven, dan verrimpelen, verschrompelen, wegkwijnen en verdwijnen.

Maar de afkeer gaat gepaard met verlangen. De personages hunkeren alle drie naar een gebied voorbij woorden en betekenis, naar een plek waar stilte de scepter zwaait. ‘Weg van hier,’ verzucht Ada. ‘Oneindig veel verder. Geen weg terug. Geen teken van adem. Geen enkel teken. Geen zucht.’ Ook Bob wil het rijk van de tekens de rug toekeren. ‘Betekenis is de ruggengraat van de duivel,’ weet hij. En zelfs foetus Ben, die een ‘schijndood’ bestaan leidt, is naar zijn eigen smaak nog niet afwezig genoeg. ‘Kon ik maar eeuwig dood zijn,’ zegt hij. Helaas: ieder einde leidt tot een nieuw begin, de wereld weigert voorgoed te sterven.

De wereld kan misschien niet vernietigd worden, maar vaste betekenissen wel. Het vlammende taalgebruik van Vaandragers personages is een wapen waarmee betekenis wordt aangevallen en stukgeslagen. Vanzelfsprekendheden moeten afgeranseld worden, totdat ze uit elkaar vallen of onherkenbaar zijn geworden. Taal is bij Vaandrager een gesel. Slopend baant de schrijver zich een weg naar de stilte. Want wie de eeuwige vrede wil, moet eerst vernietigen. ‘De wereld rammel geven. Verbrijzelen. Kapot moet ik die teringse wereld van jou maken.’

Het gevaar ligt natuurlijk op de loer dat Vaandrager zijn eigen missie saboteert. Hij is immers zelf schrijver, een maker van betekenissen. Taal kapot maken met taal, vervang je daarmee niet gewoon hetzelfde met hetzelfde? Vaandrager is zich bewust van deze paradox en speelt ermee in Maskerade. Volledig ontsnappen aan de betekenis, het lukt zijn personages maar niet, hoe hard ze ook proberen. Toch zijn er sluiproutes. Tijdelijke ontheffingen van het bestaan. Door bijvoorbeeld vastgeroeste beelden aan elkaar te knopen die niks met elkaar te maken hebben: ‘Beelden maken waar een krokodil zich herschept tot een zonnebloem, waar een vlo samenvalt met het universum, waar een fata morgana vermomd is als zebrapad.’ Hier raakt betekenis met zichzelf in de knoop en ontstaat er ruimte voor nieuwe vergezichten die nog geen naam hebben.

Ergens lijkt Vaandrager in zijn schrijven op de Roemeense essayist Emil Cioran, die stelt dat geboorte een ziekte is waarvan niemand herstelt. Soms waart de geest van middeleeuwse mystici door zijn schrijven, die eveneens werden gedreven door het verlangen zichzelf te verliezen en op te lossen in het niets. Ook de absurde wereld van de Ierse modernist Samuel Beckett klinkt door in Maskerade.

Maar de geschiedenis nog eens dunnetjes overdoen, dat is niks voor Vaandrager. Zijn stijl heeft voldoende eigen smoel om voor zichzelf te spreken. Daarmee laat de Rotterdamse schrijver opnieuw zien dat hij een unicum is binnen het Nederlandse taalgebied. Eentje om te koesteren. Bemind door de grote massa zal Vaandrager nooit worden. Wie Vaandrager omslag-vaandragerleest, moet ervan houden om klappen te krijgen. Recht op het smoelwerk, een regen aan stoten. Maar de pijn is louterend. Het gekanker van Vaandrager is een medicijn.

Harry Vaandrager – Maskerade
Het Balanseer/ In de knipscheer
ISBN: 978-90-79202-42-3, € 17, 50

 


Bart Smout studeerde literatuurwetenschap in Utrecht. Hij is columnist voor joop.nl, schrijft recensies voor Passionate Platform en de Reactor, bezoekt rare kleine musea voor Mest Magazine en is redacteur bij Univers, de onafhankelijke universiteitskrant van Tilburg University. In 2009 verscheen zijn roman Lege Lijnen bij uitgeverij Prometheus. Lees meer artikelen van zijn hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s