Guilty pleasure

Door: Jante Wortel

‘O,’ zegt mijn moeder. ‘O, oké. Oké. Nee, goed dat je het even zegt.’
Ik sta tegen de verwarming in de hal voor de kantine. Ik bel met mijn moeder, om haar en mijn vader te vertellen wat het onderwerp van mijn eindwerk gaat worden. Een novelle gebaseerd op de drie maanden dat er een ex-gedetineerde bij ons in huis woonde. Het was een vriend van mijn ouders, en toen hij voorwaardelijk vrijkwam boden ze hem een plek op onze zolder aan, tijdelijk.
‘Maar het wordt wel fictie,’ benadruk ik.
‘Ja,’ antwoordt mijn moeder. ‘Dat weet ik.’ Ze zegt het iets te snel om het geloofwaardig te laten klinken. Daarna blijft het even stil.

Ongeveer een maand voor ik dit gesprek voerde wist ik al waar ik over wilde schrijven. Ik was eerst van plan het helemaal niet aan mijn ouders te vertellen, of in elk geval niet tot het verhaal af was. Dat bleek redelijk onmogelijk. Niet alleen omdat ik geen zin heb om te liegen, maar ook omdat ik tegen de rest van de wereld wél loop te verkondigen waar ik mee bezig ben. Pas toen ik het heel letterlijk in mijn biografie op Passionate Platform zag staan – ‘(…) werkt aan een novelle gebaseerd op de drie maanden dat haar ouders een ex-gedetineerde in huis namen.’ – dacht ik: ja, misschien wordt het toch tijd dat ik even naar Assen ga bellen.

Met mijn ouders heb ik afgesproken dat ze niets lezen tot het af is. Erover vertellen doe ik misschien wel, al gebeurde tijdens het telefoongesprek precies wat ik verwacht had.
Zodra ik vertelde dat Anton, het hoofdpersonage van mijn novelle, voor een herhaaldelijk ‘vergrijp’ veroordeeld is, tetterde mijn moeder: ‘Maar het was maar één keer hoor!’
‘Dat weet ik wel,’ antwoordde ik. ‘Maar in mijn verhaal niet, want het wordt fictie.’

Twee dagen later zat ik op de bank in de woonkamer van Erik Jan. ‘Waarom wil je hierover schrijven?’ vroeg hij. ‘En dat het “een goed verhaal kan worden”, zoals je in je synopsis schreef, vind ik niet genoeg. Er moet meer achter zitten.’
Ik vertelde Erik Jan over de keer dat ik op station Zwolle overstapte en een oudere man op de roltrap zag vallen. Hij had een koffer bij zich waarvan het wieltje achter een tree bleef haken. Ik stond aan de overkant, de man viel plat op zijn gezicht en de roltrap bleef rollen. Er renden onmiddellijk drie mensen op af.

Ik probeerde Erik Jan uit te leggen wat ik voelde toen ik dit zag. Ik was er vanuit gegaan dat ik uit de trein zou stappen, van spoor 7 naar spoor 10 zou lopen om daar weer in de trein te stappen, zoals ik wel vaker deed.
Maar dat gebeurde niet.

‘Heb je zijn gezicht gezien na het vallen?’ vroeg Erik Jan.
Ik knikte.
‘En wat zag je toen?’
‘Bloed,’ antwoordde ik.
‘Waar?’
‘Rond de snee op zijn voorhoofd. En dwars over zijn neus, die ook open lag. Het vel was gewoon gebarsten.’
Ik wees de plek op mijn neusbrug aan.
Wat ik toen voelde was iets weeïgs in mijn buik, dat tegelijkertijd hard en koud was. Metaalachtig. Ik wilde niet kijken, ik kon niet kijken, maar ik kon ook niet niet-kijken.
Op de een of andere manier werd ik opgewonden van wat er gebeurde, en dan niet op een seksuele manier.

Dat gevoel van opwinding voelt als iets wat verboden is. Een vriendin vertelde me laatst dat ze ’s avonds, als ze niet kan slapen, weleens naar YouTube-filmpjes kijkt waarin artsen steenpuisten wegsnijden. Ze schaamde zich ervoor, maar ik kon zien dat het haar enthousiast maakte. ‘Die dingen zijn soms zo groot als stuiterballen, en dan, moet je kijken, floep! Dat moment vlak voordat de pus eruit stroomt, daar kan ik uren naar kijken.’

Het verhaal dat ik ga schrijven wordt niet autobiografisch. Het is gebaseerd op een waargebeurd gegeven, maar voor de rest denk ik niet dat er veel van de feiten over zal blijven. Toch voelt het alsof ik een risico neem door een verhaal te vertellen dat niet alleen van mij is.

Aan het eind van het gesprek met Erik Jan concludeerden we dat ik op zoek ben naar controleverlies. Dat is lastig voor iemand die, zoals ik, altijd de controle wil – of eigenlijk moet – houden.
‘Maar mag ik je een vraag stellen? Heb je in al die drie-en-een-half jaar dat je de opleiding doet ook maar één keer het gevoel gehad dat je tijdens het schrijven uit de bocht bent gevlogen?’
‘Nee,’ antwoordde ik.
‘Dan is dat volgens mij wat je moet doen. Uit de bocht vliegen.’


Jante Wortel (1996) studeert in 2017 af aan de opleiding Creative Writing op ArtEZ. Voor haar eindwerk doet ze onderzoek naar schaamte bij, rond en in het schrijven, en werkt ze aan een novelle gebaseerd op de drie maanden dat haar ouders een ex-gedetineerde in huis namen. Lees meer columns van Jante.

Een gedachte over “Guilty pleasure

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s