Een naamloos eiland als gevangenis

Door: Eva van den Boogaard

Oneindig eiland, de titel van deze debuutroman van Gamal Fouad (1976), spreekt tot de verbeelding. Het omslag doet denken aan luxe vakanties op Bounty-eilanden. De setting van het verhaal in de roman komt overeen met dit beeld, maar staat in schril contrast met het plot over een wat knullige hoofdpersoon die een schrijfcursus geeft.

Protagonist Ka heeft ooit wat verhalen gepubliceerd, maar zijn werk als auteur ligt al langere tijd stil. Plots wordt hij gevraagd om een schrijfcursus te komen verzorgen op een naamloos eiland dat verdacht veel lijkt op een van de Nederlandse Antillen. Het is wel duidelijk dat Ka geen idee heeft waarom hij uitgenodigd wordt en dat hij eigenlijk niet zo veel te melden heeft over literatuur of schrijven. Hij zit vast in zijn eigen ideeën over taal en literatuur, dus het is niet erg aannemelijk dat hij zijn cursisten verder kan helpen.

Het eiland waarop Ka verblijft, blijkt geen inspirerende plek te zijn:

De blik op oneindig was de enige blik die het eiland te bieden had, die het eiland toeliet. Niet op het oneindige zonlicht dat hem onophoudelijk bescheen. Of de oneindige blauwe lucht die hem deed duizelen. Maar op het oneindig verstrijken van dagen. De met bedwelmende hitte en stekende muggen gevulde dagen die hij zwetend en alleen op het terrein van de Ateliers doorbracht om het werk van zijn studenten na te kijken of de schrijflessen voor te bereiden, en die hem haast deden vergeten dat hij zich op een eiland bevond, op een aan alle kanten uitermate eindig eiland.

De eerst zo idyllische omgeving lijkt steeds meer een gevangenis te worden voor Ka. Ondertussen geeft hij zijn schrijflessen aan een verzameling eilandbewoners zonder literair talent en leert hij enkele cursisten wat beter kennen, zoals Freddy die lijdt aan morbide obesitas en Ravi die een illegaal handeltje drijft in tijdelijke telefoonnummers voor toeristen.

Fouad laat een alwetende verteller spreken die zijn commentaar niet onder stoelen of banken steekt. De lezer leeft mee met Ka, maar alleen door de bril van deze verteller. Tijdens een avond waarop de cursisten zullen voordragen, loopt iemand het podium op.

Het was niet Kruger, die bleef gewoon zitten en liet zijn wijnglas door een van de obers bijschenken. Nee, er was iemand anders van de lange tafel opgestaan, ook een ouwe lul trouwens; een ouwe, zwetende lul, die de tot dan toe onbemande microfoon van de standaard trok, en ostentatief om geluid en aandacht vroeg, hetgeen hij enkele tellen later (…) beide kreeg aangereikt.

Doordat de verteller de hele roman lang gebeurtenissen becommentarieert, wordt niet volledig duidelijk of het hier uitdrukkelijk om Ka’s eigen gedachtes en ideeën over deze man gaat. Dit maakt dat het show, don’t tell-principe lang niet altijd opgaat, wat afdoet aan de levendigheid van het verhaal en zorgt dat de fantasie nauwelijks geprikkeld wordt.

Op verschillende plekken in de roman neemt bovendien plots een ik-verteller het woord, waarvoor Fouad een geheel nieuwe stijl aanwendt: de tweede verteller gebruikt korte zinnetjes en veel spreektaal. De herhaling en het taalgebruik passen bij het personage dat aan het woord is, namelijk Ravi, de cursist die niet zo geslaagd is in het leven en een andere blik op het eiland en op Ka werpt. Deze vertelstijl lijkt helaas niet consequent doorgevoerd, en de wisselende vertelinstantie maakt dat er nog maar weinig ruimte is voor mooie zinnen in Fouads roman.

Máár: er mag dan sprake zijn van wat stilistische hinder, Oneindig eiland is geen boek zonder inhoud. Zo filosofeert Ka heel wat af over schrijven en het auteurschap.

In wezen was de mens ook niet gemaakt om naar zichzelf te kijken, onze ogen kunnen alleen de ander zien, en zo, op indirecte wijze zoals in een spiegel, kijken we naar onszelf en ontlenen we aan die valse weerspiegeling ons tragisch zelfbeeld. Schrijven, en wel op de wijze die Ka voor ogen stond, was een manier om dat zelfbeeld te herzien, om te ontkomen aan de blik van de ander, om de blik van de ander over te nemen… ja, de ander te zíjn.

Daarnaast lijkt er een symbolische betekenis te zijn weggelegd voor water en vissen. De bewoners van het eiland zijn immers omringd door en gevangen in het water dat het eiland scheidt van de ‘gewone’ wereld op het vasteland. Dit water, dat zowel vriend als vijand is, blijkt fatale gevolgen te kunnen hebben als Freddy, Ravi en Ka op een nacht octopussen gaan vangen. Het verlangen te verdwijnen van het eiland is voor sommigen sterker dan wat dan ook.

Fouads debuut is kortom een roman waarin de entourage het gebrek aan spanning deels goedmaakt. Ka is een schrijver die gevangen is in zijn hoofd, omringd door het water van de oceaan in een uitzichtloze situatie die misschien niet even boeiend is voor iedere lezer. Oneindig eiland is boven alles een omslag-oneindig-eilandkunstenaarsroman over het auteurschap, dat minder idyllisch en interessant blijkt te zijn dan we misschien zouden verwachten.

 
Gamal Fouad – Oneindig eiland
Uitgeverij Querido
ISBN 9789021402000, € 19,99


Eva van den Boogaard (1990) studeerde literatuurwetenschap in Nijmegen. Tijdens haar studie begon ze met het schrijven van proza en won ze de recensiewedstrijd van de faculteit letteren. Inmiddels werkt ze als docent Nederlands op de Hogeschool Arnhem Nijmegen bij de opleiding fiscaal recht. Omdat ze niet alleen maar bezig wil zijn met arresten en andere jurisprudentie, verdiept ze zich naast haar werk nog steeds in cultuur en literatuur. Lees hier meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s