moeder-waarom-lezen-wijpp

De esthetische waarde van literatuur

Door: Leen Verheyen ♦ Beeld: Lieke Mulder

Wanneer we proberen te benoemen wat we waardevol vinden aan literatuur, komen we vaak uit bij theorieën zoals die in het vorige deel van deze reeks aan bod kwamen: het lezen van literatuur zou bepaalde positieve effecten hebben op bijvoorbeeld cognitief of ethisch vlak. In dit deel bespreek ik een opvatting die daar lijnrecht tegenover lijkt te staan: dat literatuur op zichzelf waardevol is en daarom niet ingezet kan of mag worden om andere doelen te bereiken.

In vergelijking met de opvatting dat literatuur en kunst waardevol zijn omdat ze bepaalde ethische en cognitieve effecten teweeg brengen, is de idee dat literatuur waardevol is omwille van zichzelf pas redelijk recent in zwang gekomen. Al in de Klassieke Oudheid herkende men het nauwe verband dat bestaat tussen het genieten van kunst en literatuur en onze persoonlijke ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het denken van de Griekse filosoof Aristoteles. Het is echter pas vanaf de Verlichting of zelfs de Romantiek dat de intrinsieke waarde van de kunstervaring een belangrijker rol ging spelen.

Dat deze opvatting precies in deze periode vorm krijgt, is uiteraard geen toeval. Enerzijds is dit het gevolg van een groter emancipatieproject dat vanaf de moderne tijd vorm krijgt. Waar in de Middeleeuwen de kerk een allesbepalende rol speelde op de verschillende maatschappelijke domeinen, gaan die domeinen vanaf de moderne tijd meer en meer hun eigen regels bepalen. Ook de kunsten bevrijden zich gaandeweg uit de greep van de religie en het niet-religieuze aandeel neemt gaandeweg toe binnen de kunstproductie.

Anderzijds drukt ook de opkomst van de burgerij zijn stempel op de veranderende ideeën over kunst. Het ontstaan van een maatschappelijke klasse die de financiële middelen heeft om van kunst te genieten maar een andere smaak ontwikkelt dan de aristocratie, zorgt ervoor dat de discussie over smaak plots op de agenda komt te staan.

Dat de kunsten gaandeweg aan de greep van de kerk en de politieke elite gaan ontsnappen en er stilaan een verzet ontstaat tegen de tendens om kunst in te zetten voor bepaalde religieuze en politieke doelen, heeft onder andere tot gevolg dat de muziek een steeds grotere plaats gaat innemen in het denken over kunst. Muziek is immers in staat om bij wijze van spreken ‘niets’ uit te drukken. Zeker bij instrumentale muziek die niet tot doel heeft een expliciete boodschap over te brengen, verschuift de kritische focus naar de technische eigenschappen van het muziekstuk zelf. Zo kan de opvatting ontstaan dat uit het werk geen politieke of religieuze boodschap spreekt.

Stellen dat de literaire ervaring louter om het zuiver esthetische gaat, en dat het genieten van een roman dus enkel en alleen aan zijn literaire eigenschappen (bijvoorbeeld het taalgebruik of de structuur) is toe te dichten, is echter minder eenvoudig. Anders dan bij muziek is het materiaal waar de schrijver mee werkt, de taal, ook het middel dat we in ons dagelijks leven gebruiken om te communiceren, om naar iets te verwijzen en om een bepaalde boodschap over te brengen. Net daardoor lijkt het moeilijk vol te houden dat een literaire tekst naar niets buiten zichzelf verwijst.

Toch zijn er meer dan genoeg schrijvers en theoretici die stelden dat de waarde van een literaire tekst niet buiten die tekst zelf gezocht mag worden. Zo stelde bijvoorbeeld schrijver Oscar Wilde in het voorwoord van The Picture of Dorian Gray:

Er bestaat niet zoiets als een moreel of een immoreel boek. Boeken zijn goed of slecht geschreven. Dat is alles.

Dat Oscar Wilde in zijn overtuiging niet alleen staat, blijkt uit de geschriften van zijn Nederlandse collega Gerard Reve, die in zijn ‘Prachtrede, gehouden voor het zich schrijvers noemend gepeupel op 1 november 1972’ schrijft:

Kunst heeft in haar diepste wezen niets met de maatschappij te maken. Daar waar men anders dekreteert, komt aan alle scheppende kunst een einde. (…) Kunst heeft geen nut, is niet maatschappelijk, en is evenals haar tweelingzuster religie, in maatschappelijk opzicht amoreel.

Het is overigens niet vreemd dat sommige schrijvers zo sterk de esthetische waarde van literatuur beklemtonen. Het centraal stellen van de leeservaring en het literaire werk zelf heeft als belangrijk voordeel dat literatuur niet het risico loopt geïnstrumentaliseerd te worden, zoals in sommige ethische theorieën lijkt te gebeuren. Tegelijkertijd kan zo een duidelijk onderscheid gemaakt worden met de waarde van non-fictionele teksten, die we lezen vanuit de vooronderstelling dat we daaruit iets kunnen leren. Het lezen van een fictionele tekst lijkt een andere houding te veronderstellen, namelijk aandacht voor bepaalde literaire kwaliteiten en voor de manier waarop de vorm en de inhoud van het verhaal op elkaar inspelen en elkaar bepalen.

Tegelijkertijd zullen veel lezers het onbevredigend vinden om te stellen dat de waarde van de literaire werken waar ze van houden enkel in hun esthetische kwaliteiten rust. Hoewel liefhebbers van het betere boek oog hebben voor de literaire kwaliteiten van een werk, verwachten ze vaak toch meer van een literair werk dan dat het hen louter ontspanning en leesplezier oplevert. Veel lezers zullen het gevoel herkennen dat ze door het lezen van een literair werk anders naar bepaalde zaken zijn gaan kijken. Het lijkt dan ook wat kort door de bocht om te stellen dat onze waardering van literaire fictie louter om de zuiver literaire kwaliteiten van het werk zou moeten draaien.

Gelukkig stelt niet iedereen die op een theoretische manier over de waarde van literatuur nadenkt dat we tussen de esthetische en de ethische waarde van literatuur een keuze moeten maken. In het volgende en laatste deel bespreek ik daarom een aspect van de literatuurtheorie van de Franse filosoof Paul Ricoeur. Hij laat op een intrigerende manier zien hoe de esthetische en de ethische waarde van literatuur elkaar niet uitsluiten, maar juist onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.


Leen Verheyen is filosofe en schrijfster. Ze is als aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen verbonden aan het Centrum voor Europese Filosofie van de Universiteit Antwerpen waar ze onderzoek doet naar de manier waarop literaire fictie onze blik op de wereld vormgeeft. Daarnaast schrijft ze theaterteksten, poëzie en proza. Haar kortverhaal Sebastiaan werd opgenomen in de bloemlezing Print is dead. Nieuwe schrijvers uit Vlaanderen. Lees hier meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s