header-de-tere-bloemen-van-het-verstand

Een vrouw op een brug

Door: Daphne Jager

Een brug beklimmen kan spannend zijn, en niet alleen omdat je niet weet wat aan de andere kant wacht. De brug zelf kan ook gammel zijn, glad of anderszins gevaarlijk. En het water onder de brug kan een kolkende massa worden. Myrte Leffring, dichter, redacteur en literair docent, beschrijft in haar tweede dichtbundel De tere bloemen van het verstand zo’n tocht over een brug.

‘Like a bridge over troubled water, I will lay me down,’ zingt Art Garfunkel in de jaren 70. Zijn woorden zijn troostrijk, bijna verlossend. Naar die troost en die verlossing is het hoofdpersonage in Leffrings bundel De tere bloemen van het verstand ook op zoek. Maar eerst heeft ze haar eigen strijd te leveren met alles wat op haar pad, of beter gezegd op haar brug komt. Dat is zoveel dat er een hele dichtbundel (59 bladzijden) nodig is om de overkant te bereiken.

Wie bij de brug over het getroebleerde water aan de mythologische rivier de Styx denkt (die de onderwereld scheidt van de aarde), vindt daarvoor meerdere aanknopingspunten in de bundel. Zo eindigt de verteller gedicht ‘2’ met de uitspraak dat je een bloedeed niet kunt verbreken. Het is bekend dat de Griekse goden na de Trojaanse oorlog een eed bij de Styx moesten afleggen; de vraag reist dus of ook zij een godin zou kunnen zijn. Bovendien verdwijnt de man die haar in het derde gedicht eeuwige trouw belooft al na een jaar, maar dit jaar kan in het leven van goden natuurlijk gelijkstaan aan een eeuw. Zoveel als deze vrouw op de brug meemaakt, kan misschien ook alleen maar in een godenleven.

Ze verliest bijvoorbeeld haar hoofd, trekt in rouw haar haren uit, eet stenen die in knollen veranderen, geeft het leven aan twee kinderen (Lot en Noodlot) en ontmoet vogels en allegorieën als eerbied, spijt, twijfel en verlies. Nooit is het bovennatuurlijke ver weg, nooit lijkt er zelfs maar ruimte te zijn voor ‘normale’ taferelen of feiten. Hoewel, naar het einde van de bundel toe staat gedicht 23, met daarin de schrijnende, actuele zin: ‘Mensen sloten vriendschappen / of begonnen een oorlog om niets / om macht, om eer, om bodemstoffen’.

In de wereld van Myrte Leffring is geen ruimte voor hiërarchie. Alles, of het nu goddelijk, menselijk of dierlijk is, tuimelt over elkaar heen. De natuur is in deze bundel van minstens net zoveel belang als de mens. Regenwormen, vlinders, maar vooral altijd weer vogels (die nesten beginnen) omringen de vrouw en bepalen zo haar leven. Uiteindelijk is haar laatste wens om op te kunnen stijgen met de vogels, maar deze wens wordt door niemand gehoord omdat de vrouw eenzaam en alleen is.

Als je zoekt naar een thema, is dat toch wel wat boven alles uitsteekt: de eenzaamheid van de hoofdpersoon. Zo nu en dan komen een man, een jongen, of zelfs een hele groep mensen haar vergezellen, maar deze mensen verdwijnen na een tijdje ook weer als sneeuw voor de zon. Wat overblijft is de natuur, maar ook het afwisselende zwart en wit -‘wat bijna hetzelfde is’. Dit alles wordt aangevuld met filosofische vondsten à la Toon Tellegen (‘Ver is als je weet waar je naartoe gaat’, gedicht 5, ‘Ach, zei de man, saai is al wat eindig is’, gedicht 19) of clichés (‘Stop met zoeken want je bent er al’, gedicht 6), die door hun voorkomen in de gedichten zowel onderstreept als ter discussie gesteld worden.

Al lezende bekruipt je soms het gevoel dat deze godin, die haar eigen wereld van gedachten, fantasieën en wezens schept, helemaal niet vooruitkomt – en daaruit voortvloeiend dat je ook als lezer blijft steken. Dit komt door het steeds terugkerende beeld van die eindeloze brug tussen twee werelden.

voor haar de uitgestrekte brug,

waarvan zij het einde niet kon zien

en ze twijfelde

twijfelde langdurig

en ging op weg

verlangen keek vanuit

de lucht naar haar

 

en speelde met haar gedachten

die zwart werden

zwart, of wit

wat bijna hetzelfde is

en de brug was lang

en hoog

(uit: ‘1’)

Leffring roept een vergelijking op met onze wereld, zo je wilt geschapen door God, maar nog altijd balancerend tussen goed en kwaad, leven en dood, wit en zwart, het hemelse en het aardse. Een brug die steeds weer opnieuw beklommen of – zoals een berg –  bedwongen moet worden.

Hoewel het tafereel in al deze 23 gedichten dus steeds eender is, is De tere bloemen van het verstand (mogelijk verwijzend naar viooltjes en daarmee naar liefde en lente) wel divers qua inhoud. Er valt genoeg te beleven, alleen al door de soms heldere, soms suggestieve toon en de sprankelende beeldspraak. Een meisje met een lach als een tamboerijn, een brug die in volle bloei staat, het licht dat van vloeipapier lijkt te zijn gemaakt… Myrthe Leffrings taalgebruik is kunstzinnig en geïnspireerd.

Het is aan de lezer om tussen de gedichten, die steeds uit een reisbeschrijving en een veel abstractere gedachtestroom bestaan (linker- en rechterpagina), omslag-de-tere-bloemen-van-het-verstandverbindingen te maken. We kunnen pas het einde van de bundel bereiken als we zelf de glibberige brug van betekenisgeving betreden.

 

Myrte Leffring – De tere bloemen van het verstand
Uitgeverij Van Gennep
ISBN 9789461644480, € 14,95


Daphne Jager (1987) studeerde Nederlandse taal- en cultuur in Nijmegen. Ze is een echte lettervreter. Naast lezen is schrijven favoriet. Gedichten, essays, recensies – het kan allemaal. Op Passionate Platform maakt ze je warm voor mooie nieuwe boeken. Lees meer artikelen van haar hand.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s