Op de vlucht

Door: Francine Maessen

Stromen die de zee niet vinden van Rob Verschuren is het derde deel in de Extaze-reeks, een samenwerking tussen literair tijdschrift Extaze en Uitgeverij In de Knipscheer. Auteurs die eerder korte verhalen hebben gepubliceerd in het tijdschrift krijgen de mogelijkheid om meerdere van hun verhalen in een zelfstandige uitgave te publiceren. Met Stromen die de zee niet vinden lijkt Verschuren een universeel beeld te willen scheppen van de zoekende mens, maar hij verliest zichzelf soms in de beeldspraak.

De verhalen uit Stromen die de zee niet vinden spelen zich af op hele diverse plekken: in Nederland, Frankrijk, en veelal op niet nader aangeduide plekken in Azië. Wat de verhalen verbindt is een overkoepelend thema: de personages zijn vaak op de vlucht voor hun eigen verleden, en proberen het beste te maken van hun nieuwe situatie. Dit geldt voor de Nederlander die zich wil vestigen in een Frans dorpje om te schilderen, de man die op zijn motor door de bergen in Azië reist en daar in een vreemd hotel terecht komt, en de oude leraar Engels die na jaren in Europa weer terugkeert naar Azië. De reden achter hun zoektochten wordt echter zelden duidelijk.

Rob Verschuren houdt wel van wat beeldspraak. Dit maakt een deel van zijn werk prettig literair en lichtelijk poëtisch. Helaas voert hij zijn stijlexperimenten ook regelmatig te ver door. Wat moet de lezer zich voorstellen bij brandewijn ‘rauw en hard als de granieten botten van zijn schrale land’? Of een grote cantharel die de hoofdpersoon doet denken aan ‘een ballerina van Degas, gevangen in een evenwicht dat niet langer dan een hartenklop kan bestaan’. En is het erg aannemelijk dat de hoofdpersoon deze cantharel opmerkt aan de rand van de weg, in een donker sparrenbos, in de schemering, terwijl hij waarschijnlijk tussen de 70 en de 90 kilometer per uur rijdt? Verschuren lijkt de ideale situatie te willen creëren voor de door hem gezochte symboliek, maar verliest hierbij het plot soms uit het oog.

Ook buiten de beeldspraak is subtiliteit af en toe ver te zoeken. In het verhaal ‘De muur’ bijvoorbeeld ontmoet hoofdpersoon Robert de Fransman Renard. Deze Renard dringt zich nogal op, terwijl Robert niet zo’n behoefte heeft aan een gesprek. Toch trekt Verschuren er twaalf pagina’s voor uit om dit onaangename gesprek te beschrijven. Tot slot laat hij zijn hoofdpersoon concluderen: ‘Ik mag hem niet, […] Ik mocht hem niet vanaf het moment dat hij naast me kwam zitten, met zijn praatjes en zijn cynisme.’ Verschuren lijkt zijn lezer te onderschatten door aan te nemen dat ze dat niet zelf uit de tekst op hadden kunnen pikken. Of neem de volgende introductie:

Ik ging de bergen in zoals een rups zich in zijn cocon wikkelt, om er als een nieuw wezen uit te komen. Nu ik weer ben afgedaald, weet ik niet of ik heb gevonden wat ik zocht, of zelfs wat het was dat ik zocht kan ik niet met zekerheid zeggen. Noem het zuivering. Noem het een verlangen om schoonheid terug te vinden in de wereld. Noem het wat je wilt.

Het idee dat een Westerse man van middelbare leeftijd op een motor een berg op gaat in Azië en er wel of niet herboren vanaf komt neigt naar het clichématige, en de rups-wordt-vlinder-vergelijking bevestigt dit. Mogelijk heeft Verschuren dit soort clichés er expres in gezet, om de oppervlakkigheid van het westen en de diepgang van het oosten aan te tonen. Het gebrek aan verdere informatie over de westerse personages zou echter maken dat deze poging niet gelukt is.

Alhoewel de mannelijke vertellers vaak weinig originele figuren zijn, zijn de ingebedde verhalen verrassend sterk. Op hun reizen door Azië komen Verschurens personages de lokale bevolking tegen, die duidelijk interessanter zijn dan het primaire verhaal, waar het vaak draait om een (vermoedelijk) Europese man die in het buitenland iets probeert te ontvluchten. In Azië, vaak ingebed in het verhaal van de Westerse man, zijn mensen met échte problemen die desondanks het beste van hun leven proberen te maken. Zoals in ‘Zachte witte tongen’, over een vrouw in een gearrangeerd huwelijk, of in ‘Het lied van de lijster’, over een jong echtpaar dat tegen de eerste problemen in hun huwelijk aan begint te lopen. Het overkoepelde motief van de lijster die steeds maar niet wil zingen maar uiteindelijk toch hoop brengt voelt een beetje makkelijk, maar de omschrijvingen van de eerste financiële problemen van het koppel en alle miscommunicaties zijn heel raak. De inzichten in hun belevingswereld, hun herinneringen en hun motieven maken dat deze
personages veel meer tot leven komen dan Verschurens Europese mannen. Het is zonde omslag-stromen-die-de-zee-niet-vindendat Verschuren er in deze bundel niet in geslaagd is dat op alle karakters over te brengen, waardoor de rest helaas vrij plat blijft.
Rob Verschuren – Stromen die de zee niet vinden
Uitgeverij In de Knipscheer
ISBN 9789062659456, €16,50


Francine Maessen (1993) studeert Film- en literatuurwetenschap aan de universiteit van Leiden en woont in Oegstgeest. Ze heeft een voorkeur voor oude boeken, bijzondere uitgaven en klassieke literatuur. Lees meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s