Nederland, Amsterdam, 11 januari 2016
Tjeerd Posthuma

Alle rechten voorbehouden/ All Rights reserved
foto: Merlijn Doomernik

Interview Tjeerd Posthuma

Door: Laura Hendrick ♦ Beeld: Merlijn Doomernik

‘Ben je gelukkig zo?’ vraagt Tjeerd Posthuma (1991) . Recentelijk heeft hij zijn debuutroman Stad van goud (2016)  uitgebracht. Hij laat me zijn werkplek zien in Theater Bellevue te Amsterdam, ruimt mijn gemorste koffie op en stelt me beleefd voor aan zijn collega’s, onder wie de vriendelijke kantoorhond Dexter.

Tijdens het gesprek dat volgt, lijkt hij continu na te denken over het eindresultaat en hij verliest zich net niet in zijn eigen enthousiaste vertellingen. Het is een informatief interview met een vrolijk, veelproducerend jong talent dat zich niet lijkt te herkennen in het beeld van de getormenteerde, worstelende schrijver. ‘Ik heb nooit gedacht: ik kom mijn bed niet uit.’

De resonerende reflex
Tijdens het schrijven van Stad van goud liet Posthuma zich inspireren door Harper Lee’s To Kill a Mockingbird: ‘Een boek waaruit de noodzaak van het verhalen vertellen spreekt. Mensen hebben verhalen nodig om zich staande te houden in een omgeving die zo multi-interpretabel is dat het soms moeilijk is oorzaken en gevolgen aan te wijzen. Niet alleen in een Vinex-wijk [waar Posthuma’s fictionele heldin Claire opgroeit], maar überhaupt.’

Daarom intrigeert To Kill a Mockingbird Posthuma. Met name de scène waarin Hitler wordt besproken als ‘het kwaad’, terwijl zojuist een onschuldige zwarte man is veroordeeld: het trekt de hele rechtszaak ‘breder dan alleen zwart-wit racisme, de kwestie heeft niet alleen betrekking op dat Amerikaanse dorpje, maar ook de samenleving als geheel en dat maakt het ook gevaarlijker.’

Dit is ook hoe de passage over de terreuraanslagen in New York op 11 september 2001 in zijn debuut Stad van goud terecht kwam, een gebeurtenis die hij zelf live op tv zag gebeuren toen hij 10 was: ‘Achteraf gezien was in veel van de speeches van Bush vaak het eerste wat de oud-president zei: “we zijn zojuist zwaar aangevallen, maar maakt u zich geen zorgen. U kunt morgen gewoon uw geld pinnen en alles nog doen zoals eerst.” Maar laten we wel wezen: dat is eigenlijk helemaal niet zo, er is juist een enorme verschuiving geweest die niemand begrijpt of had voorzien.’

Bovenstaande reflex vindt Posthuma naar eigen zeggen ‘superinteressant’. Het jezelf ‘onwetend houden’ is volgens hem iets menselijks om te doen, maar tegelijkertijd gevaarlijk. Juist dit menselijke fenomeen verwerkt Posthuma in zijn persoonlijke herinnering aan 11 september (die niet veel verschilt van Claire’s ervaring in het boek): hij zat met zijn konijn Nijntje op de bank en zag alles instorten. Posthuma verloor overigens niet veel later interesse in Nijntje.

Oprechte bluf
Vijf jaar na 11 september stuurde Posthuma de makers van Sesamstraat een mail. Hij wilde voor hen gaan schrijven en bereikte dit doel naar eigen zeggen door stoer te doen: ‘Ik zei dat het allemaal veel beter kon.’ Op mijn vraag wat er dan schortte aan Sesamstraat zegt hij: ‘Niks, maar ik moest een manier vinden om er binnen te komen en deed dat door te bluffen.’ Sesamstraat liet hem zichzelf bewijzen en leerde hem alles over tekstschrijven. Vóór Sesamstraat wilde Posthuma muzikant worden, maar hij wilde er niet voor oefenen. Zijn docent muziek doorzag deze verkeerde keuze en gaf hem prachtig advies: ‘Ga schrijven en vergeet de rest.’ Op deze manier vond Posthuma de kunst waarvoor hij met alle liefde wilde oefenen.

De bluf waarmee hij opviel bij Sesamstraat komt terug in zijn eerste boek. Claire suggereert van alles en wordt ook van leugens beschuldigd door haar begeleider Melissa en door haar crush Maurice. Volgens Posthuma heeft zij echter simpelweg een afwijkende interpretatie van wat er om haar heen gebeurt en creëert ze verhalen waar ze uiteindelijk zelf in gaat geloven. Het was Posthuma’s bedoeling om Claire ‘het leukste meisje op aarde te maken, zodat het je hart breekt wanneer het niet goed met haar gaat’. Vooral geen leugenachtig karakter dat ontmaskering verdient.

Het afgeronde boek als ex-geliefde
In de veronderstelling dat een debuut toch een beetje als de geboorte  van een kind moet voelen, vraag ik hem naar de impact van het debuteren. Zijn redactrice belde met het heugelijke nieuws dat het boek er was en dat er een presentatie zou volgen. Hij benadrukt dat hij zeker blij was, maar niet zoals sommige schrijvers huilend met zijn boek in zijn armen geklemd stond. ‘Met dat stapeltje papier heb ik niet zoveel. Op het moment dat het gedrukt is kan je er ook echt niet meer mee spelen.’

Hij merkt mijn verbaasde blik op en verklaart dat je het afgeronde boek kan vergelijken met een ex: ‘Iemand van wie je blij bent dat hij of zij weg is uit je leven, want het is ook klaar. Maar als er iets met diegene gebeurt, wil je nog steeds weten wat er aan de hand is. Ik voel me er alleen niet meer heel erg verbonden mee. Ik heb meer met het mapje op mijn computer dan met het uiteindelijk gedrukte boek.’

Het ‘puzzelen op papier’ vindt Posthuma het leukst. Kunst is iets moois waar hij aan wil meedoen, maar hij ziet zijn bijdrage niet als onvervangbaar. Integendeel: hij gaat ervan uit dat als hij niet schrijft, iemand anders het wel doet. Ook prijst hij zichzelf gelukkig met het ontbreken van een muze die hem martelt met overweldigende inspiratie. Hierdoor blijft hij bij wat hij wil vertellen en gaat hij opvallend zen met kritiek om: ‘Als ik nu kritiek krijg denk ik, ach ja, misschien is het ook wel gewoon wel stom of niet jullie ding.’

Onbegrijpelijk seksisme
Posthuma verliest wat van zijn rustige houding wanneer ik hem vraag naar het vrouwelijke perspectief van zijn debuut. ‘Waarom zou ik niet schrijven vanuit dat perspectief?’ Hij legt uit dat hij deze vraag al eerder kreeg en het oprecht niet begrijpt. Het verhaal ging eerst over Orville (Claire’s broertje), maar Claire bleek voor hem de interessantste. ‘En tja, het is een meisje, maar ook gewoon een personage. Net zo inleefbaar of inzetbaar als een bankier dat voor mij is. Volgens mij zijn we toch op een punt dat mannen en vrouwen allemaal gelijk zijn? Die vraag heeft al iets seksistisch. Claire is gewoon een personage met bepaalde kenmerken. Waarom zou je jezelf zo beperken?’

Hij refereert vervolgens aan een artikel waarin de schrijver aan pubers vroeg om een dagboek bij te houden over hun seksuele leven. Wat bleek: meisjes en jongens zijn evenveel bezig met sociale dilemma’s wanneer het gaat om iemand die ze leuk vinden. Jongens schreven verrassend lief over hun verlangen om geknuffeld te worden en vroegen zich af wanneer het gepast was om iemand een berichtje te sturen. Posthuma ziet Claire wel als een redelijk androgyn personage: ‘ze heeft iets bonkigs, iets stoers, iets mannelijks.’ Posthuma geeft wel toe dat hij niet stil had gestaan bij het feit dat meisjes op school over het algemeen meer analyseren, bespreken en reflecteren: ‘Roddelen. Alles gaat door de mangel. Dingen verzinnen.’ Claire worstelt met het dilemma om zowel bij jongens zowel als bij meisjes in de gratie te komen en probeert zich zo goed als het kan aan te passen en mee te doen.

De noodzaak van vertellen
Om in de wereld van een tienermeisje in een jeugdinrichting te kruipen, verrichtte Posthuma uitvoerig onderzoek. Om te beginnen kreeg hij een rondleiding in een jeugdinrichting, alleen bleek dit niet heel nuttig: ‘niemand wil dan natuurlijk met je praten’. Wat wel erg van pas kwam was de BNN documentaire Wij zitten vast (2014), waarin Sophie Hilbrand zes maanden lang gevangenen in een jeugdinrichting volgt. Posthuma: ‘Dat was interessant, het schiep een beeld van de dynamiek in in dit soort inrichtingen.’ Posthuma was ontroerd door hoe de jongeren om de vragen heen draaiden en niet makkelijk konden vertellen wat er in hun hoofd gebeurt, omdat ze anders weer met de wet in de problemen komen. Naast het feit dat ze zich niet kunnen blootgeven, raakte het hem dat ze het vaak beter hadden in de inrichting dan thuis. Je begrijpt dan dat als ze vrijgelaten worden, ze meestal weer op het verkeerde pad komen door alle negatieve elementen in hun omgeving: ‘Je weet dat ze terug gaan vallen.’

Om Claire uit haar comfortzone te halen koos hij voor de setting van een jeugdinrichting. Hier wordt ze gedwongen om haar verhaal te vertellen en kan ze orde scheppen in de gebeurtenissen zodat het voor zichzelf en voor de lezer behapbaar wordt. Posthuma werd geïnspireerd door Nabokovs Lolita, waarin het van belang is dat de verteller al in de gevangenis zit als hij zijn betoog afsteekt. Claire doet haar verhaal ook achteraf. Er is al een oordeel geveld maar de lezer is zich daar nog niet helemaal van bewust en wil daarom doorlezen. Het verhaal raast voort omdat er druk op zit, het moet verteld worden en Claire moet bij de les blijven. Om dit effect te bereiken las Posthuma zijn geschreven stukken steeds hardop voor om er zeker van te zijn dat het betoog zijn hoge tempo behield. Posthuma stelde zichzelf voor de taak om een structuur aan te houden met behulp van een schema. Dit schema was opgebouwd uit het verhaal van Claire en haar broertje, de Vinex-wijk en de jeugdinrichting. Deze drie elementen moesten in ieder hoofdstuk bij elkaar komen voor Claire’s betoog: ‘Een gedachte over wat een verhaal is, wat logisch is en dit gecombineerd met wat er is gebeurd.’

Terwijl Posthuma me naar buiten begeleidt en ik gelukkig geen koffie meer heb om over mezelf en door het Theater Bellevue heen te gooien, komt hij nog even terug op zijn reactie op de vraag waarom hij het boek vanuit een vrouwelijk perspectief heeft geschreven Hij is nog steeds onder de indruk van een talkshowinterview afgelopen oktober voor Linnaeus Live. Hier werd hem dezelfde vraag gesteld. Hij begreep niet dat het publiek zo kon denken. De irritatie over deze vraag kwam duidelijk terug in het interview. Gelukkig kan hij er zelf om lachen. Ik ook. Helaas is het idee voor zijn komende roman nog geheim, maar hij heeft nog wel een nuchtere boodschap voor de lezers van dit interview: ‘Ik weet het niet. Koop het boek.’


Laura Hendrick (1988) studeerde Literatuur en Cultuurkritiek aan de Universiteit Utrecht en is woonachtig in Amsterdam. Naast het interpreteren van films en boeken houdt zij zich bezig met reizen wanneer het maar kan. Zij laat zich inspireren door reisverslagen van o.a. Sebald, Naipaul en Steinbeck. Haar notitieboek en pen zijn dan ook net zo belangrijk als haar paspoort. Lees meer artikelen van haar hand.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s