serie-jante-5

Buikpijn die tussen je oren zit

Tekst en beeld: Jante Wortel

Deze week keek ik vier natuurdocumentaires in de tijd die ik eigenlijk voor mijn schrijven had gereserveerd. Ik maakte mezelf wijs dat ik na het kijken écht zou beginnen, maar terwijl de aftiteling over het scherm rolde, de vogels boven een waterval vlogen en er vredige harpmuziek door mijn kamer klonk, gaapte ik onophoudelijk. Ik viel in slaap met mijn spijkerbroek nog aan. Een paar dagen daarvoor deed ik om halftwee ’s middags boodschappen en daarna was ik kapot. Met de resten van mijn buikgriep had dat niet zoveel te maken, met de buikpijn die ik al een tijdje achter mijn ribben voel wel.

Ik voel me schuldig. Op mijn tafel liggen zo’n vijf gekleurde to-do-lijstjes en op elke post-it staan dezelfde dingen bovenaan: artistiek onderzoek en eindwerk, met een wisselende hoeveelheid uitroeptekens. Ik zet elke ochtend de wekker. Ik douche, eet mandarijnen bij het ontbijt, drink koffie. Alles wat ik nodig heb leg ik binnen handbereik, maar als ik dan mijn laptop openklap zeggen mijn hersens: nee wacht, we gaan eerst stofzuigen.

Tot mijn vijftiende speelde ik altviool. Ik had elke week les, maar het probleem was dat ik soms periodes had waarin ik niet oefende. De regel was: elke dag een half uur spelen, wat in zo’n periode veranderde in: het uur voor de les begint nog even spelen. Dat ‘even’ was dan meestal vijf minuten, één keer alles doorspelen en de viool ging terug de koffer in.
Ik had geen hekel aan oefenen. Op andere momenten speelde ik wel elke dag, en vaak bleef het dan ook niet bij een half uur, maar ging ik net zolang door tot ik huilend door het huis rende omdat ik dat ene riedeltje maar niet goed kreeg. Dan ging ik er tegenop zien, en werd ik bang dat ik slechter zou worden in plaats van beter.

Afgelopen november zeiden de docenten tegen me: ‘je hebt nog alle tijd om je eindwerk te schrijven.’ In december zeiden ze hetzelfde en in januari ook, maar als ik nu zeg op hoeveel woorden ik zit is de reactie stilte, gevolgd door: ‘ach, maar dat komt vast óók nog wel goed.’

De buikpijn die ik al een paar weken voel is geen echte buikpijn. Het is een constante nervositeit, een soort misselijkheid die ik als kind ook voelde wanneer ik bovenin de vrije val van Movie Park Germany hing, niet wetend wanneer ik zou vallen, alleen dat het binnen nu en een paar seconden zou zijn.
Ik denk dat ik op de een of andere manier wacht tot ik er klaar voor ben. Ik heb het gevoel dat ik me nog voorbereid, alsof ik boodschappen doe voor een drie-gangen-diner waarvan ik nog niet weet hoe ik het moet koken. Wat ik wel weet is dat mijn schoonouders komen, en dat het de eerste keer zal zijn dat ik ze zie.

‘Maar waar loop je vast dan,’ vraagt een klasgenoot.
‘Ik loop niet vast,’ antwoord ik. ‘Maar misschien is dat het probleem juist, ik wil dit zo graag vermijden dat ik ook niets produceer om in vast te lopen. Of in elk geval, niets concreets.’
Zolang ik het verhaal nog aan het bedenken ben, voelt alsof ik vrijheid heb. Als een personage me nu niet aanstaat kan ik het nog zonder consequenties aanpassen, maar als er al vier hoofdstukken op papier staan wordt dat anders.

Mijn begeleider heeft de oplossing voor mijn probleem in één woord samengevat: structuur. Hij wil dat ik eerst het geraamte uitdenk, de novelle van hoofdstuk tot hoofdstuk in elkaar zet nog zonder deze echt te schrijven. ‘Pas dan houd je de ruimte om te experimenteren,’ zegt hij. ‘Of in jouw geval, om uit de bocht te vliegen. Maar dan moet de verhaallijn de basis zijn. Daar moet het goed zitten.’
Vóór het schrijven van mijn eindwerk deed ik niet aan structuur. Ik kreeg het al benauwd als ik eraan dacht een schema te moeten volgen, beperking na beperking te hebben en het verhaal alleen nog maar uit te schrijven omdat je een muur vol post-its geen roman kunt noemen.

Het was nooit bij me opgekomen dat als je van tevoren uitwerkt wat je wilt vertellen, je alsnog alle vrijheid hebt in hoe je het wilt vertellen.
Of het voor mij ook zo werkt weet ik niet, maar het geraamte in de prullenbak gooien en beginnen met een leeg word-document kan altijd nog. Zelfs twee dagen voor de deadline.


Jante Wortel (1996) studeert in 2017 af aan de opleiding Creative Writing op ArtEZ. Voor haar eindwerk doet ze onderzoek naar schaamte bij, rond en in het schrijven, en werkt ze aan een novelle gebaseerd op de drie maanden dat haar ouders een ex-gedetineerde in huis namen. Lees meer columns van Jante.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s