Probeer om te keren (voorpublicatie)

Door: Marijn Sikken

Alma ruimt de tafel af en denkt: als ik een vrolijk mens was, zou ik fluiten, dit is een handeling om bij te fluiten. Het is stil in huis. Het kastje waarin ze hagelslag, vruchtenhagel en chocoladevlokken bewaart heeft sinds kort een sleutel. Michelle heeft de neiging om pakken zoet beleg aan haar mond te zetten, de laatste keer op de weegschaal zat ze tegen de vijfentachtig kilo.
Michelle zit aan tafel met haar vuisten op de rand. Witte knokkels.
Ook Alma gaat aan tafel, ze neemt de plek die recht tegenover het schildpadje ligt. De volle fruitschaal staat tussen hen in als een berg die ze nog moeten beklimmen. Ze legt een appel voor Michelle neer en pakt een volgende, ze tikt het schildpadje op de vingers als die naar de appels reikt. ‘Even wachten.’
Michelles haar begint voor haar ogen te hangen. Alma hoort de kapper weer in haar hoofd: waarom knip je het niet af? Ze legt nog een appel klaar. De vruchten liggen vrolijk rood en glanzend in een rijtje op tafel. Ze weet niet waarom ze hier ineens op is gekomen. Misschien was het Frank, die volgens Eline niet meedoet met de rest. Frank bepaalt zijn eigen regels. Misschien dacht ze daarom aan het zwembad.
In een van haar laatste klasjes zat een heel moeilijk figuurtje, hij ging al voor zijn C, vanbuiten doodnormaal en vanbinnen een blok beton, ook iemand met eigen regels, Alma wist niets van autisme af en zocht op Arthurs trage computer naar informatie. Uit de zwaarste gevallen, de zelfdestructieven, de agressievelingen en de types die de hele dag naar hun vingers staarden, kon nog weleens iemand ‘tevoorschijn’ komen. Als het juiste communicatiemiddel werd gevonden, de trigger, kon de grootste autist zich soms openbaren als iemand met onvermoede gevoelens en kwaliteiten. Misschien geldt zoiets ook voor Michelle en valt er aan haar ook nog iets te openbaren.
‘Michelle? Kijk eens.’
Michelle kijkt op.
‘We beginnen makkelijk. Er liggen drie appels voor je.’ Alma wijst naar de appels. ‘Je geeft er twee aan mama. Hoeveel houd je over?’
Aarzelend pakt Michelle een appel.
‘Heel goed!’ Ha! Zie je wel, daar is ze. Je moet Michelle gewoon de kans geven, op waarde schatten, je moet méér van haar durven vragen. ‘Nee, nog niet eten. We doen een spelletje. Dat is leuk, toch? Ja? Goed zo.’ Ze pakt een vierde appel en legt hem naast de andere. Dan gebaart ze dat Michelle als de sodemieter de hare moet terugleggen. ‘Nu.’
Michelle legt de appel terug.
‘Nog een keer.’ Alma zegt het rustig. Ze haalt diep adem. ‘Het is maar een spelletje, niets aan de hand. Als ik hiervan de helft weghaal, hoeveel appels zijn er dan nog?’
Michelle krabt aan haar kin.
‘Kom op, ik weet dat je het weet.’
Stilte.
‘De helft,’ zegt Alma. ‘Hoeveel is de helft?’
Dan staat Michelle op. De stoelpoten schrapen klaaglijk over de vloer.
‘Zitten.’
Het duurt lang voor Michelle weer op de stoel plaatsneemt. Aanschuiven doet ze niet.
‘Goed dan. Wijs het maar aan, laat het maar zien. De helft van vier, dat weet je wel. Dat heb je op school geleerd, net als iedereen. De helft van deze appels. Laat maar zien.’
Michelle pakt een appel.
Alma wacht. Het kan nog. Ze wacht een hele tijd. Ze roept de meest geduldige versie van zichzelf op. Als Michelle een hap uit de appel neemt, pakt ze hem af. Ook de andere vruchten haalt ze van tafel. Het zijn prachtige rode appels. Ze gooit ze allemaal in de prullenbak.

Alma loopt naar het dorp. Ze komt niet vaak op het station – niet vaak en niet graag, maar ze wil het familiebezoek van haar oudste goed beginnen en dan is afhalen wel zo gezellig. Het was beter geweest als Arthur dat had gedaan, vader en dochter zijn twee handen op één buik, maar Arthur heeft nog een vergadering: ‘Altijd maar weer aan het einde van de dag. Alsof ik nog niet genoeg op die school zit.’
‘Ik dacht dat je het fijn vond daar,’ zei Alma boven de koffie.
‘Niet vandaag.’ En weg was hij.
Het is hun trouwdag.
Er steekt een krant uit een brievenbus, Alma duwt hem dieper de bus in. Over de straten zijn spandoeken opgehangen waarop het feest wordt aangekondigd. Ze kijkt even naar binnen bij de winkel: bij de kassa kamt Eline Michelles haar. Het ziet er vredig uit, als twee vogels in een nestje.
Barbara en Heleen komen de drogisterij naast Barends winkel uit. Nooit verschijnen die twee los van elkaar, het zijn waarschijnlijk de oudste inwoners van het dorp.
‘Een weer, hè?’ begint de een. Haar bril heeft een donkergrijs montuur.
‘Zoveel zon,’ zegt de ander, zonder bril.
‘Nou en of.’ Alma kijkt beide dames aan. Sneeuwvlokken zijn het, uniek van dichtbij maar van enige afstand volkomen identiek.
‘Hoe is het met uw dochter?’
‘Dat arme meidje.’
Alma wijst naar de winkel. ‘Ze zit nu bij Barend. Er wordt goed voor haar gezorgd.’
De dames knikken, hun monden hangen een beetje open. Met hun rollators pal naast elkaar blokkeren ze de hele stoep. Soms kijkt Alma ernaar uit, het echte oudzijn.
‘En het praten?’
‘Praat ze weer?’
Ze schudt haar hoofd. Boven haar bloeit een eik. ‘De huisarts heeft goede hoop.’
‘Hoop is goed.’
‘Hoop is precies wat ze nodig heeft.’
‘Dat arme kind.’
‘Zo erg.’
Vragend kijken de dames naar haar op. ‘En het is nooit opgehelderd?’
‘Wat er precies gebeurd is?’
‘Nee.’ Alma slaat haar armen over elkaar. De spoorbomen gaan dicht, ze excuseert zich en steekt vlug de weg over. Met schrille stemmen beloven de dames dat Michelle in hun gebeden zit, hun blikken branden in haar rug. Alma is niet gelovig.
Sandra stapt halverwege de trein uit, aan haar rug hangt een grote weekendtas, haar onderbenen zijn vol en wit onder een korte broek. Ze heeft haar haren geknipt en geverfd, het lichte blond heeft plaatsgemaakt voor een vlotte bruine bob. ‘Ha mam.’
Drie droge zoenen.
Alma vraagt naar de reis. ‘Verveelde je je niet?’
‘Welnee.’ Sandra vertelt hoe heerlijk ze het vindt, zo met de trein, naar buiten kijken, gesprekken afluisteren of aanknopen, een beetje lezen – ‘Het is altijd genieten!’
Ze steken de straat over.
Ook Sandra houdt halt bij de winkel. ‘Ik zie haar niet.’
‘Dan is ze achter. Daar voelt ze zich prettig.’
‘Zal ik –’ Sandra is al bijna binnen.
‘Nee,’ zegt Alma. ‘Te veel indrukken. Laat haar maar even, ze wordt thuisgebracht.’
‘Als jij denkt dat dat beter is.’
In stilte lopen ze naar huis.

Alma ziet zichzelf in de weerspiegeling van de ruit: klein en bleek, met haar handen in de zij is ze net een oversteekjuf, alleen het malle felgekleurde hesje ontbreekt.
In de keuken bereidt Sandra spaghetti bolognese, ze neuriet iets, Alma herkent de melodie niet. Boven neemt Arthur een douche. Geen man zo gelukkig als een vader die zijn gezin weer compleet heeft. Het neuriën heeft Sandra van hem, continu is ze te horen: ze ademt luid, ze tapt met haar voet een ritme op de grond, ze zingt of zegt iets tegen niemand in het bijzonder. Zoveel geluid is Alma niet meer gewend. Vanavond gaat ze uit eten met Arthur, ideetje van Sandra – ‘Vier lekker jullie jubileum!’ Morgen is er tijd voor het hele gezin.
Het is Barend die met Michelle komt aanlopen, niet Eline. Hij loopt voorop, Michelle volgt hem in het typische trage tempo dat ze aanhoudt als ze moe is. Alma komt hen op het tuinpad tegemoet.
‘We hadden een beetje een pechdag vandaag.’ Barends voorhoofd glimt. ‘Alweer.’
Alma veegt een pluk haar uit Michelles gezicht. ‘Sandra is hier,’ zegt ze. ‘Michelle heeft haar nog niet gezien. Het komt niet goed uit.’
‘Binnenkort moeten we toch echt –’
‘Niet nu.’ Alma pakt Michelle bij haar schouders en duwt haar richting voordeur, ze bedankt Barend voor het brengen. Alma laat hem met de handen in de zakken achter op de stoep.
Sandra heeft het vuur onder de pannen laag gedraaid en steekt haar armen uit. ‘Ha, zusje. Hoe is het met Michelle? Heb jij lekker gewerkt vandaag? Wat zit jouw haar mooi. Mag ik kijken?’
Michelle laat zich omdraaien.
‘Chic hoor, die vlecht.’ Sandra’s stem schiet omhoog. ‘Nu een knuffel?’
De omhelzing is eerder iets wat Michelle toelaat dan dat ze eraan deelneemt.
Ze ziet je te weinig, wil Alma zeggen, maar dat is maar het halve probleem. Michelle was altijd een echte knuffelkont, ze was dol op fysiek contact en idolaat van haar grote zus. Later wilde ze precies zo worden als Sandra: naar het buitenland wilde ze, voor de krant schrijven, ze leerde de namen van de grote Duitse nieuwsbladen uit haar hoofd en oefende op de uitspraak ervan.
‘Zeitung, Zeitung, zeg ik het zo goed, mama?’ Grote dromen voor een klein geestje, ja, maar dat Michelle minder slim was dan de rest wilde niet zeggen dat ze niet mocht dromen. Waar droomde Alma zelf van in die tijd? Ze weet het niet meer.
Sandra neemt Michelle mee naar het fornuis, waar de saus in een wokpan staat te pruttelen. Ze heeft armen die een jaarlijks bezoek aan het Oktoberfest verraden, ze heeft iets praktisch, iets kordaats dat te maken moet hebben met het moeder-zijn van twee jonge zoons. Uiteindelijk belandde Sandra helemaal niet in de journalistiek maar startte ze een kinderopvang aan de rand van de drukke hoofdstad. Ze verbasterde de naam die Arthur en Alma vol trots aan hun eerste kind hadden meegegeven (Alexandra: een naam met beloftes) en reisde helemaal naar Berlijn om erachter te komen dat ze precies is zoals haar moeder: iemand die kinderen leert niet te verdrinken. ‘Kijk eens.’ Sandra wijst op de pan. ‘Spaghetti bolognese. Voor ons vanavond. Is het nog steeds je lievelingseten?’
Michelle reageert niet.
‘Ze wil tv-kijken,’ zegt Alma.
‘O.’ Sandra loopt de kamer in om de tv voor Michelle aan te zetten en struikelt bijna over een videohoes op de grond. Ze bukt zich om het ding van de grond te rapen. ‘Tik Tak?’
‘Nog steeds favoriet.’
Sandra legt de hoes in het laatje onder de tv-kast. ‘Er bestaan tegenwoordig dvd’s, mam. Dat is makkelijker.’
Alma vraagt zich af, even maar, hoe haar leven eruit had gezien met zoons. ‘Hoe dan, lieverd? Hoe is het makkelijker?’
‘Om te beginnen nemen ze minder ruimte in.’
Ze zeggen niets meer. Michelle, die de voorkeur geeft aan de houten vloer boven de bank of een stoel, zit op de grond voor het scherm. Alma probeert haar te zien zoals Sandra haar moet zien: de dikke vesten, het overgewicht en haar dunne blonde haar, de afwezigheid van communicatie, hoe ze nu bijvoorbeeld al veel te dicht voor het beeld zit en zelfs met haar bovenlichaam nog een beetje naar voren leunt, zo ver weg van de rest van de wereld.
Het is niet zozeer dat Michelles karakter is veranderd, nee, eerder doet Michelle denken aan een huis waaruit de bewoners van het ene op het andere moment zijn vertrokken. Het pand is nagenoeg in originele staat, er is niets meegenomen, alleen het leven is eruit weggelopen. Als een huis plotseling wordt verlaten, de tafel nog gedekt, de melk in de glazen wordt langzaam groen, wat zegt dat dan over degene die het heeft gebouwd?

Sikken Marijn HR voor web.jpgArthur komt de woonkamer binnen en meteen klaart de lucht op. Hij draagt een groen overhemd, het horloge dat ze hem straks gaat geven zal er mooi bij kleuren.
‘Kunnen we niet beter morgen gaan?’
‘Morgen is niet jullie trouwdag, pap.’
‘Maar je bent er net.’
‘Wat geeft dat?’ Sandra legt haar hand op Michelles hoofd. ‘We redden het best.’
Zo doen mensen dat bij hun hond, denkt Alma. Zo doet zij het ook.

Marijn Sikken,  Probeer om te keren ♦ Uitgeverij Cossee
ISBN 9789059367197 ♦ € 19,99



marijn-sikken-copyright-irwan-droog
Marijn Sikken (Utrecht, 1990) won in 2011 zowel de jury- als de publieksprijs bij Write Now!. Haar korte verhalen verschenen o.a. in De Titaan, Passionate Platform, Kluger Hans, Tirade en De Optimist, waar ze inmiddels zelf redactielid is. Ook schreef ze columns voor onder meer Youth-R-Well.com, de online community voor jonge reumapatiënten, en ze schrijft voor Literair Nederland. Daarnaast is ze werkzaam in het Wilhelmina Kinderziekenhuis Utrecht, waar ze zich bezighoudt met patiëntparticipatie. Marijn draagt regelmatig voor op literaire podia.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s