Een man van in de vijftig

Door: Alex Hendrikx ♦ Illustratie: Minke Schönthaler

Hector zit aan de keukentafel en laat zijn wijsvinger over een opgedroogde koffiekring cirkelen. Voor hem ligt een ongelezen ochtendkrant en een strip diazepam met daarin nog zeven tabletten. Deze maandagmorgen is Hector vroeger opgestaan dan hij doorgaans doet. Zonder duidelijke reden, want hij heeft noch een baan noch andere verplichtingen of afspraken. Zijn vrouw is vrij van haar werk en ligt nog te slapen. Hij denkt aan haar en hoe de liefde tussen hen langzaam is doodgeslagen als een te lang onaangeraakt glas bier. Een gedachte die hem dusdanig droevig stemt dat hij even overweegt een halve kalmeringspil extra te nemen, om het moment dat hij haar voetstappen op de traptreden zou horen beter te kunnen verdragen. Niettemin besluit hij eerst te wachten tot zijn ochtenddosering van dertig milligram is ingetreden. Hector vouwt het dagblad open, leest de krantenkop boven een bericht over een gezonken vluchtelingenschip en slaat de krant gauw weer dicht. ‘Aan de oevers van Europa verzuipt men bij bosjes,’ stelt hij. Opnieuw begint hij de contouren van de koffiekring met wijsvinger te volgen. Na een cirkel of zeventig, voelt Hector het mistig worden in zijn hoofd en merkt hij dat de strakke spieren in zijn schouders langzaam ontspannen.

In de woonkamer staat een houten kist met langspeelplaten. Hector hurkt en speurt door de muziekcollectie die hij in de loop der vele jaren heeft opgebouwd. Af en toe haalt hij een plaat uit de kist om de nummers op de achterzijde van de hoes te bestuderen. Zo valt zijn keuze uiteindelijk op het album ‘Marieke’ van Jacques Brel. Hector blaast het stof van de hoes, haalt de plaat eruit en legt deze op de speler. Vervolgens laat hij de naald behoedzaam zakken. De muziek begint te spelen. Hector loopt weer naar de keuken, die grenst aan de woonkamer. Daar doet hij twee boterhammen in het rooster en laat hij de percolator pruttelen op het gasfornuis. ‘Zonder liefde warme liefde, lacht de duivel de zwarte duivel,’ zingt de stem van Jacques Brel vanuit de woonkamer. Hector neuriet mee. ‘Zonder liefde warme liefde, sterft de zomer de droeve zo—.’  Plots klinkt het gekras van de naald die over de plaat wordt getrokken en valt de muziek stil.

Lucia dekt de keukentafel met een asbak, een pakje Marlboro Light (ze is aan de lijn) en twee koffiekopjes. Hierop neemt ze de percolator van het fornuis, schenkt ze twee mokken vol en gaat ze zitten op de stoel tegenover haar man, waar ze een sigaret tussen de lippen neemt en haar ontbijt aansteekt. Lucia draagt een lichtpaarse ochtendjas. Haar zwarte haren, nog nat van de douche, heeft ze in een slonzige knot bovenop het hoofd geknoopt. Hector werpt een blik uit het raam. Het is mei met nog geen knopje aan de bomen. ‘Alsof het voorjaar zich heeft verslapen,’ mompelt hij. Lucia vraagt wat hij daar zei. ‘Of je goed hebt geslapen,’ antwoordt Hector. Zijn vrouw vertelt van wel, neemt een hijs van de sigaret en laat deze vervolgens rusten in de asbak. Ze trekt het ochtendblad naar zich toe en begint erin te bladeren. Haar ogen laat ze vluchtig over de krantenkoppen gaan. Zo nu en dan scheurt ze er een nieuwsbericht uit, dat ze daarna tot een propje maakt en richting (soms bijna in) de prullenbak gooit.

Hector neemt een slok koffie. Het smaakt verbrand, wat hem doet denken aan zijn vader, die vroeger het verloop van de dag voorspelde op basis van de smaak van zijn eerste kop koffie. Hector denkt aan het troosteloze kamertje dat zijn vader in het verzorgingstehuis bewoont. Hector ziet voor zich hoe de man daar in zijn beige fauteuil zit, mijmerend tegen de deurklink. ‘Ze hebben me opgeborgen in een stoffige kast met de andere versleten schoenen van de samenleving,’ had zijn vader gezegd, toen Hector hem daar de laatste keer opzocht, ‘ingeruild voor een nieuw paar.’ Dat is inmiddels drie jaar geleden. Hector wordt getroffen door gevoelens van schuld en mededogen en tikt onrustig met zijn vingers op het tafelblad. Hij grijpt naar de pillenstrip en begint ermee te schudden. Het geluid van de tabletjes diazepam, rammelend tegen het plastic, is genoeg om hem weer even tot kalmte te brengen.

‘Ik geloof dat de grootste ellende er nu wel uit is,’ zegt Lucia terwijl ze haar man de aan stukken gescheurde krant aanreikt. ‘Ik hoop het maar,’ zegt Hector, ‘een paniekaanval zit in een klein hoekje.’ Hij neemt het dagblad van haar aan en legt deze naast zijn kop koffie neer. Lucia zuigt aan haar sigaret en staart naar de rook, die als een wolk aan het plafond hangt. ‘Een man van in de vijftig,’ zegt ze dan, ‘met schrik voor alles tot aan zijn eigen schaduw.’ Hector hoort haar niet. Hij tuurt naar de klok en calculeert hoe lang het nog duurt voordat het tijd is voor zijn volgende dosis diazepam.


Alex Hendrikx (1992) is woonachtig in Utrecht en schrijft zowel korte verhalen als gedichten. Zo verscheen van diens hand eerder al dichtwerk in Meander Magazine. Schrijvers wiens werk hijzelf graag leest zijn onder meer Louis-Ferdinand Céline, Michel Houellebecq en Gerard Reve. Daarnaast is hij een groot liefhebber van de films van Woody Allen. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een gedachte over “Een man van in de vijftig

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s