Zeemeerminnen huilen niet

Door: Dorien Dijkhuis ♦ Beeld: Mariëlle Gebben

Life imitates art far more than art imitates life

Oscar Wilde

‘De helft van haar eerste staart kreeg ze op haar tiende van haar opa en oma, de andere helft betaalde ze van haar zakgeld.’ De man met het fluitje somt feiten op over haar jeugd. Van de tribune klinkt geklap. Het holle echoën dat bij zwembaden hoort.

Mieke spant haar armen en buikspieren aan en tilt heel even haar billen van het startblok. Ze haat zwembaden. Ze haat de vochtige hitte die zich als een klam douchegordijn om je heen vouwt, de holle geluiden, de diepe chloorlucht die je de adem beneemt, de halfnaakte over badkleding stulpende buiken en de witte benen daaronder.

zeemeerminzwemmen-1Veel liever zwemt ze in natuurwater. Thuis is de Oosterschelde om de hoek, vijf minuten fietsen. Daar voelt ze zich vrij. Op de dijk, op de basaltblokken waar scholeksters naar mossels pikken, trekt ze drie, vier keer per week haar staart aan. Ook in de winter. Líefst in de winter. ’s Zomers is het vaak druk op de dijk. Op het water barst het dan van de bootjes. Voortdurend willen er mensen met haar op de foto. Nee, geef haar maar de winter. Het loodgrijze water, de garnalenkotters die schuimend witte sporen trekken aan de horizon, meeuwen die krijsen in hun kielzog en boven al die dingen de jagende wolken.

Dit moet wel het meest troosteloze zwembad van Nederland zijn. Dat uitgerekend hier het NK Zeemeermin Zwemmen plaatsvindt: Zwembad De Kwakel in het Utrechtse Overvecht. Alles hangt af van vandaag. Het NK winnen betekent dichter in de buurt komen van wat ze als meisje al wenste: een echte zeemeermin zijn.

‘Vroeger bleef ze in bad zo lang mogelijk onder water om haar longinhoud te trainen’, galmt de scheidsrechter-presentator.

Al voordat Walt Disney de kleine zeemeermin begin jaren negentig in de gedaante van Ariël op posters en kussenslopen alle meisjesslaapkamers van de wereld liet binnenzwemmen, kende Mieke het sprookje van Hans Christian Andersen uit haar hoofd. Ze begreep de pijn van de kleine zeemeermin die niet kon zijn wie ze wilde zijn. Hoe ze ernaar verlangde de steden en de mensen te zien en te lopen op twee benen. Alleen was het bij Mieke precies andersom: ze droomde ervan te zwemmen als een vis, af te reizen naar de sprookjesachtige onderwaterwereld waar de zeemensen woonden.

Als mensen haar vroeger vroegen wat ze wilde worden zei ze ‘zeemeermin’. Het maakte haar niet uit dat ze lachten. Op haar verjaardagslijstje stond jarenlang slechts één wens: een echte zeemeerminnenstaart.

Onmogelijk, zei haar moeder. Als zeemeermin zou ze nooit meer kunnen lopen, ze zou diep in de zee moeten wonen, ver weg van haar ouders en broertje. Maar dat had ze er allemaal voor over. Ze verlangde met heel haar wezen naar de zee en bad elke avond op de bedrand voor een staart.

‘Ooit raakte ze bijna haar benen kwijt.’

De haartjes op haar armen richten zich op bij de herinnering. Op een zaterdagmiddag had ze zich vanaf haar enkels tot haar middel met ducttape omwikkeld. Het zat lekker strak en met die zilverachtige banen over elkaar waren het net schubben. Een hele middag was ze zielsgelukkig. Tot ze geroepen werd voor het avondeten en die staart niet meer af ging. Haar huid kwam mee met de lijm. In het ziekenhuis werden de resten verwijderd en haar wonden behandeld. Wekenlang kon ze niet zitten. Ze wist dat het God was geweest. Dat ze gestraft werd voor haar roekeloze en hoogmoedige wens.

Het was tijd voor een siliconenstaart. Daar was iedereen het inmiddels over eens. Haar eerste kwam uit Amerika. In het patroon van een roze discusvis. Vanaf die tijd noemde ze zichzelf Mermaid Mirabel. Dat klonk toch stukken beter dan Zeemeermin Mieke.

Dit is haar derde staart en tot nu toe haar mooiste. Een glittergroen-turquoise exemplaar met zilveren schubben. Zo onopvallend mogelijk controleert ze of het labeltje van haar zeemeerminzwemmen-2bikinitop er niet onderuit steekt. Niet alleen snelheid telt op dit NK, ook de presentatie: outfit, make-up, gratie, manier van te water gaan. Liefst zou ze zwemmen zonder top, zoals ze thuis in Zeeland doet. Er is geen fijner gevoel dan het water dat je helemaal omgeeft, de koude en warme waterstromen die afwisselend langs je lichaam glijden en de fijne luchtbelletjes op je huid. Typisch die preutse Walt Disney om zeemeerminnen op te zadelen met schelpen op hun tieten. Zwemt voor geen meter.

Mieke kijkt naar de mensen op de tribune. Coltruien en lange broeken in de tropische zwembadhitte. Ze is de laatste kandidaat. Ze kijkt uit haar ooghoeken naar de andere meerminnen die wachten op het bankje aan de zijkant van het bad. Voor hen blijft het een spelletje; ze trekken een staart aan en spelen zeemeerminnetje. Straks trekken ze hem uit en veranderen weer in Sonja, Pauline, Christiane en Zoë. Mieke ís Mirabel, ze ís een zeemeermin, ze is alleen in een verkeerd lichaam geboren. Als ze vandaag het NK wint, zal dat voor de rest van de wereld ook duidelijk worden.

Zoë zwom tot nu toe de beste race, maar raakte een poortje. Sonja is vooralsnog de snelste, maar maakte een fout tijdens de dolphin jump. Dat kan de jury niet zijn ontgaan. Mieke kan winnen als ze geen fouten maakt. Ze is in ieder geval snel genoeg.

Ze grinnikt. Christiane draagt de outfit van Ariël: een groene staart en een paarse top. Pauline heeft haar haren Ariël-rood geverfd. Weten ze eigenlijk wel dat het sprookje niet door Walt Disney geschreven is, maar honderdvijftig jaar eerder? Grappig eigenlijk: als Hans Christian Andersen De Kleine Zeemeermin niet geschreven had, lag dit zwembad vandaag niet vol zeemeerminnen.

‘Mermaid Mirabel, ben je er klaar voor?’

Geklap van de tribune. Ze lacht naar het publiek, knikt naar de scheidsrechter. Op het fluitsignaal duikt ze sierlijk het glinsterblauwe water in. Onder water houdt ze haar armen voor zich uit. Ze beweegt vanuit haar middenrif en laat de beweging via haar heupen doorvloeien naar haar staartvin: de dolphin kick waarop ze jarenlang geoefend heeft, de enige echte zeemeerminzwemtechniek. Haar haren golven als wieren over haar rug. Ze voelt hoe haar staartvin soms boven water uitkomt en weet dat ze daarmee extra punten scoort. Nog één keer laat ze haar staart op het water klappen als ze dieper duikt om met extra kracht omhoog te komen voor de dolphin jump. Op het hoogste punt zuigt ze snel opnieuw haar longen vol en duikt dan verticaal terug naar de bodem. Hier ging Sonja de mist in. De kant komt in zicht. Draaien nu, één keer voor- en één keer achterover. Dan opnieuw de diepte in. Op naar de rode poortjes waar ze zigzaggend doorheen moet. Ze zwemt parallel aan de bodem. De witte bodemtegels veranderen dansend van vorm in het tl-licht boven het bad. Haar schaduw schiet er snel en slank overheen. Poortje één, geen probleem. Poortje twee, easy peasy. Poortje drie, tsjakka. Poortje vier… Er waren toch vier poortjes?

Haar armen zijn loodzwaar als ze zich op de kant duwt. De ingehouden blijdschap op het bankje aan de kant is niet te missen. Mieke wringt met twee handen haar haren uit en kijkt naar het scorebord. Ze voelt het prikken achter haar ogen. Maar huilen doet ze niet. Ze kan het niet eens, al zou ze het willen. Een zeemeermin heeft geen tranen. Daarom lijdt ze des te erger.


Dorien Dijkhuis (1978) is schrijver en journalist. Ze schrijft poëzie, proza en reisverhalen. Voor de rubriek ‘Literaire Bestemmingen’ doet ze wat ze het liefst doet: schrijvend reizen en reizend schrijven. Zie ook www.doriendijkhuis.nl.

Mariëlle Gebben (1979) is fotograaf. Ze maakt interpretaties van landschappen, waarbij ze zich laat inspireren door sterrenkunde, het scheppingsverhaal en haar eigen fantasiewereld. Zie ook www.mrll.nl.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s