Van esthetiek naar ethiek

Door: Leen Verheyen ♦ Beeld: Lieke Mulder

De waarde van literatuur belichtte ik in de vorige delen uit deze reeks al vanuit twee invalshoeken. Enerzijds beredeneert men dat het lezen van literatuur bepaalde ethische en cognitieve voordelen heeft; anderzijds bestaat de opvatting dat literatuur waardevol is omwille van zichzelf. Zoals ik in het eerste deel van deze reeks aangaf, lijken deze twee opvattingen onverzoenbaar. In dit laatste deel van deze reeks laat ik zien dat dat niet noodzakelijk het geval hoeft te zijn. Integendeel.

Dat de ethische en esthetische waarde van literatuur onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, is een idee dat we onder andere kunnen terugvinden in het denken van de hedendaagse Franse filosoof Paul Ricoeur. In zijn omvangrijke werk Temps et récit betoogt hij dat de leeservaring in eerste instantie een esthetische ervaring is, maar dat deze Ricoeur.jpgvervolgens een belangrijk ethisch effect teweeg brengt. Om te zien hoe dat precies in zijn werk gaat, moeten we vertrekken vanuit de leeservaring zelf.

Wat gebeurt er precies met ons wanneer we literaire fictie lezen? Om dit te achterhalen gaat Ricoeur te rade bij een andere twintigste eeuwse filosoof, Roman Ingarden. Wat binnen diens denken voor Ricoeur van belang is, is de idee dat een literair werk de lezer altijd verschillende ‘schematische aspecten’ biedt die de lezer zelf moet concretiseren. Want hoewel in een literair werk personages en gebeurtenissen worden beschreven, krijgen we als lezer nooit het totaalplaatje. We moeten zelf onze verbeelding gebruiken om de verschillende verhaalelementen die we aangereikt krijgen samen te brengen en waar nodig te vervolledigen. Hierdoor heeft een literaire tekst iets weg van een muziekpartituur, omdat ze de ruimte biedt voor verschillende ‘uitvoeringen’. Door het gebruik van zijn of haar verbeelding zal de lezer zich immers een heel eigen beeld vormen van datgene waarover hij of zij leest. Hoeveel lezers verzuchten bij het bekijken van de boekverfilming  niet dat ze zich bepaalde personages of gebeurtenissen toch anders hadden voorgesteld?

Juist door de informatie over personages en gebeurtenissen te beperken, kan de schrijver van een literair werk inspelen op het verwachtingspatroon van de lezer. Niet alleen kan de schrijver ervoor kiezen bepaalde elementen pas gaandeweg vrij te geven of de lezer op een verkeerd been te zetten – bijvoorbeeld door suggesties te wekken die later ontkracht worden – een groot deel van de verwachtingen van de lezer zijn bovendien cultureel bepaald of gevormd door eerdere leeservaringen. Net zoals we bij het bekijken van een film verwachten dat er iets spannends zal gebeuren wanneer de achtergrondmuziek dat aangeeft, wordt ons verwachtingspatroon bij het lezen in grote mate bepaald door de conventies die we ons in de loop van ons leven hebben eigen gemaakt. Een literaire tekst geeft ons dus in zekere zin bepaalde instructies die we moeten uitvoeren om hem te begrijpen. In de meeste gevallen doen we dit zelfs onbewust.

Door het bewust of onbewust uitvoeren van deze instructies  kunnen we ons laten raken door een verhaal. De retoriek van de tekst maakt dan dat we zodanig in de vertelling worden meegenomen dat we in zekere zin loskomen van de realiteit en ons emotioneel door het verhaal kunnen laten meeslepen. Volgens Ricoeur schuilt in deze ervaring het esthetische aspect van de leeservaring: de esthetische ervaring kan in zekere zin beschreven worden als een irreële plaats waar de reflectie even halt houdt, waardoor we in staat zijn gegrepen te worden door wat het verhaal ons aanreikt.

Voor Ricoeur houdt het bij deze ervaring echter niet op. De irreële plaats is bij wijze van spreken maar een tussenstop. De esthetische ervaring van het lezen kunnen we beschouwen als een ‘eerste’ lezing van de tekst. Deze eerste lezing geeft volgens Ricoeur aanleiding tot een ‘tweede’ lezing, wat we kunnen begrijpen als het interpreteren van de tekst, als het nadenken over de thema’s die in het literaire werk worden aangeboden.
Volgens Ricoeur verloopt de overgang tussen die twee verschillende ‘lezingen’ via de lacunes die een tekst bij het lezen presenteert. Wanneer we onze verbeelding inschakelen om ons personages en gebeurtenissen voor te stellen, blijven bepaalde zaken immers onbeslist of blijkt de gelezen informatie tegenstrijdig te zijn, waardoor we er niet in slagen ons een duidelijk beeld van bepaalde gebeurtenissen te vormen. De zo onstane leemtes of lacunes zorgen ervoor dat we door het lezen aan het denken worden gezet. We worden ertoe uitgenodigd om ook na het wegleggen van het boek verder te denken over wat ons werd gepresenteerd en antwoorden te formuleren op de vragen die door het verhaal worden opgeroepen.

ricoeur2De verbeelding van de lezer en de keuzes die hij of zij maakt bij het interpreteren van het literair werk bepalen het werk dus in grote mate. Maar omgekeerd bepaalt dat werk ook hoe en wat ik als lezer denk en voel. Net omdat er een spel gespeeld wordt met de verwachtingen die ik als lezer heb en die al dan niet worden ingevuld, bestaat de mogelijkheid dat mijn denken op een bepaalde manier getransformeerd wordt: ik kan verrast worden, ik kan bepaalde zaken vanuit een onbekend perspectief leren zien, ik kan geconfronteerd worden met mijn eigen verwachten en vooroordelen…

We kunnen op die manier zeggen dat het ethische of cognitieve effect van een roman voortkomt uit het esthetische ervaren ervan. Het is doordat we onze verbeelding gebruiken en ons door een roman laten raken dat de mogelijkheid ontstaat dat ons wereldbeeld – en dus ook de manieren waarop we in die wereld zullen handelen –getransformeerd wordt. Het esthetische ervaren van een literair werk is dus in feite een noodzakelijke voorwaarde voor een eventueel cognitief of ethisch effect. Tegelijkertijd is onze ervaring van een literair werk ‘incompleet’ wanneer deze zich tot het esthetische niveau beperkt. We worden als lezer opgeroepen om verder na te denken over het verhaal en de aangereikte thema’s, om dat wat we gelezen hebben verder te laten doorwerken in onze gedachten.

Wanneer we Ricoeur volgen, kunnen we tot de vaststelling komen dat de waarde van literatuur niet zozeer óf ethtisch óf esthetisch is, maar beide. We zouden kunnen concluderen dat het daarom van belang is dat kinderen al van jongs af aan plezier in het lezen kunnen vinden. Het is immers dat plezier dat als motor kan dienen voor verdere ontdekkingen en ontwikkelingen: leren hoe het leven er voor anderen uitziet of stukken van jezelf ontdekken die tot dan toe onbekend of onverwoord waren gebleven.


Leen Verheyen is filosofe en schrijfster. Ze is als aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen verbonden aan het Centrum voor Europese Filosofie van de Universiteit Antwerpen waar ze onderzoek doet naar de manier waarop literaire fictie onze blik op de wereld vormgeeft. Daarnaast schrijft ze theaterteksten, poëzie en proza. Haar kortverhaal Sebastiaan werd opgenomen in de bloemlezing Print is dead. Nieuwe schrijvers uit Vlaanderen. Lees hier meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s