Can you feel it?

Door: David Kleijwegt

Sinds de verschijning van hun debuutalbum Dubnobasswithmyheadman in 1994 is de Britse dance-band Underworld uitgegroeid tot een trendsettend collectief in de techno- en housescene. Niet alleen hun muziek is toonaangevend,  voorman en tekstschrijver Karl Hyde staat bekend om zijn opvallende teksten: grillige flarden uit het grotestadsleven. Op 13, 14 en 15 maart staat Underworld in TivoliVredenburg in Utrecht, en daarom herplaatsen wij het artikel dat David Kleijwegt in 2001 schreef voor Passionate Magazine over de teksten van dancemuziek en die van Underworld in het bijzonder. Over de roes van de herhaling.

Brothers, sisters

One day we will be free

From fighting, violence

People crying in the street

(‘Promised Land’, Joe Smooth 1988)

Een kickdrum die elke maat keurig maar meedogenloos in vieren hakt, opgefleurd met af en toe een hi-hat, hier en daar een snare. Samen met een repeterende baslijn vormen ze de basis van wat in het oerjaar 1987 nog maar één naam heeft: house. De rest van de muziek is niet meer dan inkleuring, een prettig soort behang, bedoeld om de euforische dansroes te benadrukken. Teksten zijn zelden meer dan een kreet. Can you feel it? (Oh yeah!). Rock to the PP underworld2beat. Ride ‘m boy, re re re ride ‘m boy. Retorische vragen en dwingende geboden. Een enkel nummer heeft een echte tekst, zoals ‘Promised land’ van Joe Smooth, maar die past eigenlijk naadloos in de soultraditie.

Veertien jaar later is er in wezen niet veel veranderd. House blijkt de basis voor een enorme veelheid aan stijlen te zijn geweest (waarvan zelfs kenners de subtiele verschillen soms niet stante pede kunnen duiden), een reden om tegenwoordig van ‘dance’ te spreken. Die verscheidenheid heeft zelden meer of betere teksten opgeleverd. De kreten zijn hooguit uitgebreid tot tekstflarden. Er wordt creatief gespeeld met samples, die net zo effectief zijn als in de begindagen. Lars Sandberg, platen makend onder de naam Funk d’void, heeft de beste grap in dit idioom op zijn naam staan. Hij gebruikte een kreet van de militante rappers van Public Enemy: too black, too strong. Maar hij veranderde de betekenis ervan compleet door zijn nummer ‘Bad coffee’ te noemen.

De op de popmarkt gerichte onzin (dance=populair=dollartekens, denken de makers) is te verwaarlozen. Niet van Britney Spears te onderscheiden, wat betreft de kwaliteit van de teksten. Verder zijn er nu nog meer nummers die passen in de soultraditie, maar een tekstschrijver in de orde van Marvin Gaye en Curtis Mayfield zit vooralsnog niet tussen het uitdijende aanbod. Of je moet een zin als hey, what’s wrong with you, you’re looking kinda down to me zien als een fijngevoelige beschrijving van een depressie. We weten per slot van rekening nog steeds niet wat XTC precies met de hersens uitricht.

Hier en nu
Het mooie van dit alles is: het doet er niet zo veel toe. Dance werkt nu eenmaal anders dan andere popmuziek. Het vereist een andere benadering van luisteren (de reden waarom rechtgeaarde rockers house in 1987 verwierpen en verketterden; ze ‘hoorden’ het gewoon niet). Dance is hier en nu. Niet gisteren of morgen. Het gebeurt alleen daar, op dat moment, op de dansvloer. Het draait om een roes die wordt opgewekt door herhaling, niet bijster verschillend van het effect van muziek tijdens rituelen in Afrika. Dat klinkt wat kort door de bocht, maar in de praktijk gaat het om een fijnmazig en subtiel geheel. Elke nuance telt, of kan tellen.

Zelfs cd’s thuis draaien is daarvan een surrogaat, een – doorgaans schamele – poging tot het weer opwekken van een herinnering. Een herinnering die overigens nooit helemaal goed in focus komt. Het is namelijk een beeld met meer dan drie dimensies: tijd, muziek, plaats, het eigen gemoed… Een eenmalige gebeurtenis. Het is het verliezen van onschuld, steeds weer opnieuw, maar nooit precies hetzelfde. Dat heeft ook zijn nadelen. Dansmuziek is zo ambivalent dat, hoe goed de muziek ook is, een tweedehands platenzaak geen cd van langer dan een half jaar geleden graag zal accepteren. Maar dit terzijde.

Naar dance luisteren roept om een andere benadering dan het doorspitten van het oeuvre van Bob Dylan – om de gedoodverfde kandidaat voor de Nobelprijs uit het popkamp toch een keer te noemen. Op Dylans Blonde on Blonde kun je studeren, dance moet je ervaren. De structuur van het liedje, het handvat van de reguliere popmuziek, is daarom overbodig. Dance vraagt niet om een verhalende vorm, maar om een lineaire aanpak. Je reist per plaat van de ene bestemming naar de andere. Een popmuzikant met gitaar en stem zal zich wellicht in een liedje afvragen wat die reis te beduiden heeft. Een technoproducer verzorgt de reis zelf wel. Het één is niet meer waard dan het ander, wel per definitie verschillend. Omdat het doel anders is, heeft dance geen behoefte aan diepe, slimme, intelligente teksten. En als iemand dan toch die aandrang voelt, zal hij zijn taalgebruik moeten aanpassen aan de muziek, want deze is dwingend.

*

I used to love you

I fought for your selection

To be a target

For your weapon of affection

I was a dog for you

You put your marker on me

But my soul was not for sale

And you tried to take it from me

(‘Call Me Number One’, Underworld 1988)

Begin jaren negentig was Karl Hyde een gedesillusioneerde popmuzikant die nooit een popster was geworden. Ja, zijn groep Freur – kijk naar het wafelijzerhaar van de groepsleden: new wave – had met de single ‘Doot Doot’ een behoorlijke hit gehad in Italië. Na het uiteenvallen van die band begon de zanger en gitarist Underworld, een groep die zich wilde toeleggen op elektronische funk. Er kwamen twee platen uit die niet het gewenste effect hadden, zowel voor de band zelf als voor de toenmalige platenmaatschappij. Hij had de groep al min of meer ontbonden, toen hij naar New York trok om zijn geluk te beproeven als sessiemuzikant. Daar speelde Hyde met Deborah Harry, eens het boegbeeld van Blondie (inmiddels weer trouwens).

Met zijn eigen muziek had hij zich nooit gelukkig gevoeld. Hij had eigenlijk nooit popster willen zijn. Champagne, kaviaar, meiden, drugs, limo’s – de beloftes van de popindustrie kregen nooit vat op hem. Maar misschien was er wel niets anders. ‘En dus faalde ik op een verschrikkelijke manier. Omdat wat wij deden gewoon niet eerlijk was.’ Het keurslijf van de muziekindustrie had nog een andere eis: liedjes. Dat lag hem niet. ‘Eigenlijk was ik het best in het schrijven van lineaire stukken muziek, dus zonder refrein en dergelijke.’ En daar was de tijd nog niet rijp voor.

New York
In New York hervond hij zich. Hij maakte muziek, maar op de achtergrond. Iemand anders, die daar overigens vele malen beter in was, moest de show maken. In New York hoorde hij de plaat New York van Lou Reed. Hyde was onder de indruk van de zeggingskracht van de plaat. Vooral het achteloze karakter van de teksten sprak Hyde aan, alsof Reed niets had PP underworld3gedaan dan gesprekken op straat opvangen. Karl Hyde liet zich ook inspireren door Motel Chronicles van zijn held Sam Shepard, de toneelschrijver. Volgens de alwetende computers van alle grote boekwinkels in New York is Motel Chronicles een verzameling toneelkritieken, maar Hyde zelf beschrijft het als een collectie korte fragmenten die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, maar samen een onlosmakelijke sfeer uitdrukken. In beide voorbeelden herkende hij iets van zijn eigen, natuurlijke manier van teksten schrijven. Sinds jaar en dag hield hij dagboeken bij die geen chronologische verhalen bevatten, maar observaties die een nadrukkelijk verband misten.

In Engeland hield zijn partner Rick Smith, met wie hij in Freur en Underworld had gezeten, zich bezig met experimenteren met elektronische apparatuur. Het duurde eventjes – de veel jongere dj Darren Emerson moest eerst nog aanschuiven – maar uiteindelijk had house Hyde en Smith volledig te pakken. De puzzel bleek precies in elkaar te vallen: zij hadden plotseling de lineaire muziek gevonden die ze graag maakten, waar ook nog de teksten van Hyde goed in pasten.

Film

The city is a whore tonight. And I see God talking

Elvis. God talking

Pornfest pork fat jesus christ night light

Elvis fresh meat and a little whipped cream

Pornfast cornfat jesus christ nightride

Elvis fresh meat and a little whipped cream.

(‘Mmm Skyscraper I Love You’, Underworld 1993)

Als je de teksten van Dubnobasswithmyheadman (1994), de eerste cd van Underworld deel twee, hardop leest, zie je bijna al een complete film voor je. Eentje zonder een verhaallijn dan, eerder een razendsnelle montage van neonlichten, reclameborden, winkeletalages en zwervers, freaks en weirdo’s op straat. Je voelt New York bij nacht om je heen sluipen, als een wantrouwige hond. Hyde’s teksten ontstonden daar, als hij van het Gramercy Park Hotel naar de Electric Ladyland studio’s liep, een blok of tien door het meest sfeervolle stuk van Manhattan. Het Gramercy Park is zo’n oud statig hotel waar je je nog helemaal in de jaren vijftig kan wanen, met een authentieke lounge (rood pluche en weinig licht) en nors personeel. Nog steeds wil Karl Hyde nergens anders in New York logeren dan daar, net als veel andere popmuzikanten overigens.

Wie de wandeling zelf onderneemt, zal zich verbazen over de rijkdom aan beelden die je tegemoet komt. Effectenmakelaars in driedelig pak naast scheldende bedelaars gehuld in juten zakken. Krotten naast majestueuze panden. Het mooist van alles is het volstrekt vanzelfsprekende van welk tafereel je ook treft. Alsof iemand – God of Elvis, in wie je ook gelooft – het helemaal zo heeft bedoeld, en iedereen zich daar zonder enige moeite in schikt.

Fragmenten

Don’t put your hand where you wouldn’t put your face

She said a dollar rubber rats Utah plates

Brilliant green substance unknown

With a face like a peeled onion

Sheep in drag horseback automatic

(‘Spoonman’, Underworld 1993)

Noem het schrijfproces in het bijzijn van Karl Hyde zeker geen variant op de cut-up techniek van William Burroughs (ook succesvol toegepast door David Bowie), want hij zal ontvlammen. Te simpel, meent hij. Het is gebaseerd op een groot misverstand. Burroughs paste zijn cut-up techniek toe op bestaande teksten, terwijl Karl Hyde zijn teksten op die manier ‘natuurlijk’ schrijft. ‘Ik ben beslist geen fan van Burroughs,’ zei hij enkele jaren geleden in het tijdschrift Slam. ‘Integendeel zelfs.’ Hyde meent dat we de wereld fragmentarisch zien. En uit al die fragmenten stellen we ons beeld van de wereld samen. Als je in een kamer staat, kun je niet alle hoeken van die kamer zien. Als je naar een gesprek luistert, hoor je ook de achtergrondgeluiden of flarden van andere gesprekken. De dingen die mensen in een gesprek zeggen vindt Karl Hyde verbazingwekkend. Hij ziet dat als poëzie. ‘Ik gebruik stukjes en beetjes van gesprekken, vermengd met wat ik bijvoorbeeld waarneem op een van mijn tochten. Zodoende haal ik de context eruit, iets wat ik heb geleerd van slechte journalistiek. Als je de context weghaalt hou je een wonderlijk verhaal over, een bizarre reis van a naar b.’

Born Slippy
Maar goed, de combinatie van dance, sporadisch gitaarwerk – nog een ergere vloek voor danspuristen dan een zanger – en de teksten van Hyde werkte. Underworld stond op de kaart, geheel op eigen termen: populair, zonder nu noodzakelijk meteen te worden omgevormd tot popsterren.

Bij de volgende plaat van Underworld maakte Hyde zich zorgen of hij niet te zeer afhankelijk was van New York. Maar hij had de juiste bron aangeboord – elke grote stadPP underworld4 bleek hem te kunnen inspireren tot het schrijven van de flarden van teksten die de muziek van Smith en Emerson een extra lading geven. Het nummer ‘Pearls Girl’ van Second Toughest in the Infants (1996) schreef hij tijdens een bezoek aan Amsterdam. Hyde: ‘Daar begrijp ik niets van de taal. Dus schrijf ik maar op wat ik denk dat ik hoor. Of ik noteer de geluiden in de boten van de grachten. Een van de stukken tekst bestaat alleen maar uit observaties uit een etage in het centrum. Ik kijk naar buiten en noem de kleuren van de voorbijgaande auto’s. En groen en blauw en rood en geel en wit. Tegelijk verander ik telkens de snelheid op mijn dictafoon. Dat is regelrecht op de cd terechtgekomen.’

Veruit de grootste hit van Underworld, ‘Born Slippy’, is het verslag van een dronken tocht in het centrum van Londen, vlakbij het kantoor van Tomato, het multimediabedrijf waarmee Hyde en Smith nauwe banden onderhouden. En terug naar Romford, de woonplaats van Karl Hyde. Het is een opzwepende nummer, maar waaraan zou het zijn succes danken? Aan het feit dat het werd gebruikt in de film Trainspotting? Of toch meer dan die ene herkenbare kreet, die iedere dance-liefhebber zal kennen: ‘Lager, lager, lager. Mega, mega, mega white thing.’

Kun je het voelen? O ja.

Zo werkt het nog altijd het best in de dance.

You got a velvet mouth you’re so succulent and beautiful

shimmering and dirty wonderful and hot times

on your telephone line and god and everything

on your telephone and in walk an angel

and look at me your mom squatting pissed in

a tube hole at Tottenham Court

Road I just come out of the Ship

talking to the most blonde I ever met

Shouting

Lager lager lager lager shouting

Lager lager lager lager shouting

Lager lager lager shouting

Mega mega white thing mega mega white thing

Mega mega white thing mega mega shouting

Lager lager lager lager mega mega white thing

Mega mega white thing

So many things to see and do in the tube hole

True blonde going back to Romford

Mega mega mega going back to Romford

Hi mom are you having fun and now are you on

your way to a new tension headache

(‘Born slippy’, Underworld 1996)

Dit artikel verscheen eerder in het maart-april 2001 nummer van Passionate Magazine.


David Kleijwegt (1965) is journalist en programmamaker van o.a documentaires voor de VPRO en NTR, en hij schrijft voor Vrij Nederland. In 1996 won hij de Pop Pers Prijs en in 2012 samen met Sander Donkers de Jip Golsteijn Journalistiekprijs. David Kleijwegt is regisseur en eindredacteur bij Zomergasten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s