Drie winters

Door: Monica Preller

De nieuwe lichting chapbooks van Literair Productiehuis Wintertuin zijn getiteld De benen van Petrovski, Dit is echt en De zon als hij valt, en balanceren op het grensvlak van fictie en non-fictie, absurdisme en feiten.

Eind november werd tijdens het Wintertuin Festival in Nijmegen nieuw werk van veelbelovende schrijvers uit het Wintertuin agentschap gepresenteerd in de vorm van drie zogeheten chapbooks. In deze minimalistisch vormgegeven boekjes tonen talentvolle auteurs hun kunnen.

De zon als hij valt, Wintertuin chapbookDe zon als hij valt van Joost Oomen speelt zich af in een surrealistische setting. Een buschauffeur is zijn pols kwijtgeraakt toen zijn vrachtwagen met propeengas tot ontploffing kwam. Het kostte niet alleen de chauffeur zijn leven, maar ook de tientallen campinggangers in het naburige plaatsje. De pols weekt letterlijk los uit zijn graf en komt bij een Spaans meisje terecht.

Zo’n vijfendertig jaar na de ontploffing van het propeen wordt het glazen oog van een terrorist gevonden door een Libische jongen. De jongen bewaart het kleinood en legt het op zijn slaapkamer.

Twee losstaande gebeurtenissen, die in achtergrond en op de wereldkaart ver uiteen liggen. Oomen gaat op zoek naar de parallel. Wat bindt ons als mensen, wat bindt de mensheid, wat bindt twee losse voorwerpen die in fysieke verschijningsvorm weinig overeenkomst hebben?

En in de hele wereld staan nog eens miljarden van dit soort altaartjes, opgesteld in oude letterbakken, op vensterbanken, boekenplankjes, of bovenop tv’s. En al die potjes met melktanden, gladde steentjes, uitgeblazen eieren, muziekdoosjes, uilenveren, ansichtkaarten, schelpen, armbanden, kinderschoenen, Playmobilpoppetjes en namaakvruchten vormen samen een gigantisch netwerk waaraan miljoenen mensen over de hele wereld enorme waarde hechten. Het grootste geloof ter wereld vindt zijn oorsprong in miljarden prullen.

Via opvallende observaties en soms weerzinwekkende metaforen ontsluit Oomen zijn verhaal. Zijn stijl is sec en objectief, waardoor de absurde situaties en gebeurtenissen iets komisch krijgen. Zo schrijft Oomen over een de begrafenis van de buschauffeur – of, beter gezegd, over wat er van hem over is:

Omdat de timmerman van het dorp liever naar de uitslag van de lotto kijkt dan een hamer en een spijker hanteert, is er geen aparte kist gemaakt. De pols wordt in een aluminium koffieblik gestopt. Onderin ligt een dot watten om het de pols behaaglijk te maken. (…)

Bij het graf van de pols probeert de priester iets te zeggen, maar het is lastig om de juiste woorden te vinden wanneer het enige dat wordt begraven een pols is. Zegt de priester bijvoorbeeld ‘laat hem opgaan in het lichaam van Christus, dan denken alle begrafenisgasten dat Jezus een nieuwe pols krijgt. Zegt de priester ‘laat hem nu wandelen in de tuin van God’ dan zien ze een pols op pootjes voor zich.

Zo gidst Oomen de lezer door een landschap van vreemde openbaringen en diepzinnige overpeinzingen, en dat alles telkens zonder zaken letterlijk te benoemen. Ondertussen verliest Oomen ook de actualiteit niet uit het oog. De vluchtelingenkwestie wordt belicht, met een kleine uitstap naar Midden-Oosters terrorisme.

De benen van Petrovski, Wintertuin chapbookWaar het verhaal van Oomen leest als een droom, is Lisa Weeda’s De benen van Petrovski klaar en helder als een journalistiek verslag. Het speelt zich af in Oekraïne, twee jaar na de revolutie. Weeda reist naar Kiev, Odessa en Dnipropetrovsk en brengt verslag uit van wat zij daar ziet en meemaakt. In Kiev en Odessa zijn het vooral familiebezoeken.

Een bijzondere rol is weggelegd voor de stad Dnipropetrovsk. Hier wordt Weeda rondgeleid door Vova, een Oekraïner van vermoedelijk studentenleeftijd, in een voormalig paleis. Na het huisvesten van vooraanstaande figuren deed het dienst als cultureel centrum, maar het is in verval geraakt. Vova wil er een museum van maken.

Vova loopt naar een hoek van de bioscoopzaal en klimt daar via een smalle, ijzeren trap de projectieruimte in. door een horizontale gleuf in de wand kunnen we de zaal in kijken. Er liggen spoelen op de grond en er krioelen slangen celluloid over het hout. (…)

‘Ik ga hier een museum van maken. In de rechtervleugel van het paleis laat ik zien wat er goed was aan de Sovjet-Unie, aan de linkerkant wat er slecht was.’

De weg die Weeda in het boek aflegt door het museum vertoont parallellen met haar reis door Oekraïne. Op haar tocht van Kiev naar Odessa bezoekt Weeda haar familieleden. Ze gaat langs bij haar neef Maksim in Odessa, waar ze traditionele wodka drinkt tijdens een familiediner. De familieleden zijn geen uitgesproken liefhebbers van wodka, maar drinken het omwille Weeda’s aanwezigheid. In het gezelschap van vier jonge vrouwen, waarvan er één werkt bij een anti-Russisch radiostation, lijkt wodka wel te worden gewaardeerd. Net als de manier waarop ze zich door het paleis beweegt, ziet en registreert Weeda op iedere plek waar ze komt details die de houding ten opzichte van Oekraïne zelf, haar geschiedenis en de houding jegens grote broer Rusland duiden. Zo ook tijdens het eten met de vier vriendinnen:

Net voor ik vertrek, vraag ik hoe zij vinden dat hun land er nu uitziet. Dasha vertelt over de laatste keer dat ze naar de Krim ging. (…) ‘Toen ik instapte, vroeg ik wat me bezielde. Maar er was wat met die plek, met dat ik daar naartoe moest.’ (…)

‘Het voelt alsof we een lichaam zijn dat ledematen mist,’ zegt Lilliia. Ze moet lachen als Julia naar haar ingegipste voet wijst. Ook Dasha en Maria lachen. Dan is het stil.

‘Zoiets is het wel,’ zegt Maria. ‘Het is er nog, je kunt het zien, maar het is niet meer van ons.’

Doordat de schrijfster deze kleine, maar tekenende elementen mondjesmaat toedient, laat ze de lezer de ruimte om een eigen oordeel te formuleren over de stand van zaken in Oekraïne. Tegelijkertijd geeft Weeda het verhaal kleur door korte passages te wijden aan haar familiegeschiedenis. Op droogkomische wijze doet ze uit de doeken hoe haar Oekraïense familieleden haar en haar ouders opzochten in Nederland, dat ze de Nederlandse trekpleisters bezochten en naar de Efteling gingen.

De laatste kamer die Weeda bezoekt in Vova’s museum is een hoog gewelfde theaterzaal.

‘Hier,’ zegt Vova. Van een opengeklapte stoel pakt hij een slinger van kristallen die met ijzerdraad aan elkaar gebonden zijn. Alsof hij die hier altijd klaar heeft liggen voor als iemand het gebouw wil zien. (…) Ik houd de slinger in het licht dat door een kier naarbinnen glipt en geef hem terug aan Vova.

‘Als het af is kom ik terug’,  zeg ik.

Dit is echt, Wintertuin chapbookDe bundel Dit is echt omvat zestien korte verhalen van evenveel schrijvers. Hun vertellingen zetten de lezer aan het denken over het belang van non-fictie ten opzichte van fictie in de literatuur, en stellen de populariteit van de eerste ter discussie. Immers, zo is te lezen in de introductie, fictie ‘vraagt om verbeelding van de lezer’, en ‘empathie’ en ‘identificatie met het andere’ worden genoemd als kwaliteiten van het niet-waargebeurde verhaal.

De schrijversonderzoeken de kwestie ieder op een unieke manier. Corinne Heyrman, Marjolein Visser, Juliet Gagnon, Jante Wortel en Gerjon Gijsbers middels good old proza, Marc van der Holst en Wout Waanders leggen zich toe op poëzie. Helena Hoogenkamp dwingt haar lezer op originele wijze met ‘Van wie is dit verhaal?’ tot nadenken over ethische dilemma’s waar schrijvers mee te maken krijgen door het stuk op te stellen in toetsvorm.

8.

Kun je als blanke schrijfster met een middenklasse-V&D-achtergrondschrijven over de pijn van:

  1. Zwarte vrouwen
  2. Homoseksuelen
  3. Holocaustoverlevenden
  4. Syriëgangers

Omcirkel een letter (meerdere antwoorden mogelijk) en beargumenteer in max. 300 woorden. Verwerk de woorden ‘exploitatie’, ‘inlevingsvermogen’, ‘white privilege’, ‘alledaags racisme’, ’fascinatie’  en ‘literatuurprijs’ in je antwoord.

De meest in het oog springende bijdrage is van Jelko Arts. In stripvorm stelt hij zich de vraag over de betekenis van woorden, en of het wel nodig is om alles te kunnen benoemen.

Niet ieder verhaal is even toegankelijk. Lisa Weeda’s ‘Glitterflummi’ leest als een trein. Het verhaal ‘Vind je het gek dat ik zo dichtbij kom?’ van Koen Zonneveld is door de situatie en woordgebruik moeilijker tot je te nemen. De prozagedichten van Marc van der Holst vereisen enig denkwerk voor je het verhaal goed weet te doorgronden, en doordat Martijn Brugman je in ‘Ingeklemd’ meeneemt in de hersenkronkels van de ik-figuur moet je flink je best doen hem te begrijpen. Maar waar ging fictie ook alweer over? Oh ja. Inlevingsvermogen.

Opvallend dus dat dit laatste verhaal juist erg autobiografisch aandoet. Maar, zo vraagt Brugman zich af, wanneer is een gedachte echt? Misschien is een herinnering wel evengoed fictie. Waarom diagnosticeert de psychiater hem dan toch als neurotisch?

Ik probeerde mij de stem van de psychiater te herinneren, evenals de toonhoogte waarmee hij het woord ‘neurose’ had uitgesproken en toen ik die toonhoogte niet kon vaststellen en zijn stem niet opklonk in mijn herinnering twijfelde ik ineens over dat woord, ‘neurose’. Of hij het wel gebruikt had.

Ondanks zijn gepieker en de worstelingen die dit Brugman oplevert, vindt hij dat hij zijn neurose moet koesteren. Want, zo stelt de schrijver: ‘een steen kan een gedachte zijn, en een steen is hoop’. Zal literaire fictie ooit weer dezelfde status krijgen die het had voordat de waargebeurde vertellingen zo in zwang raakten? Er is hoop.
En stenen.


Monica Preller (1995) studeert taalwetenschap in Leiden en is lid van een studentenvereniging waar meer wordt gegamed dan gedronken. Ze schrijft voor universiteitskrant Mare, historischeverhalen.nl, de nieuwsbrief van de Honours Academy en zichzelf. Lees hier meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s